Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-03-19
ECLI:NL:RBZWB:2026:3169
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
3,329 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:3169 text/xml public 2026-04-28T14:57:29 2026-04-19 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-03-19 C/02/446080 / FA RK 26-1350 Uitspraak Rekestprocedure NL Breda Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:3169 text/html public 2026-04-28T12:31:21 2026-04-28 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:3169 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 19-03-2026 / C/02/446080 / FA RK 26-1350 crisismaatregel RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/446080 / FA RK 26-1350 Datum uitspraak: 19 maart 2026 Beschikking voortzetting crisismaatregel op het verzoek van de officier van justitie voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1960 in [geboorteplaats] , hierna te noemen betrokkene, wonend in [woonplaats] , nu verblijvende in een accommodatie van [zorginstelling] , [locatie] te [plaats] , advocaat mr. J. van Rooijen uit Tilburg. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 17 maart 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 19 maart 2026 in de accommodatie waar betrokkene momenteel verblijft. Daarbij zijn gehoord: - betrokkene, bijgestaan door haar advocaat; - [persoon] , GZ-psycholoog. 2 Wat vaststaat 2.1. Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in een accommodatie van [zorginstelling] . De burgemeester van de gemeente Tilburg heeft de crisismaatregel op 16 maart 2026 afgegeven. 3 Het verzoek 3.1. De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken. 4 De standpunten 4.1. Betrokkene brengt naar voren dat zij van mening is dat een voortzetting van de opname voor drie weken niet nodig is. Daarnaast geeft zij aan dat zij zich goed op haar plek voelt bij het RIBW in [woonplaats] en graag terug wil. 4.2. De GZ-psycholoog zegt dat betrokkene meewerkt in de behandeling, maar nog wel extra zorg nodig heeft. Betrokkene is sterk verward en gedesoriënteerd in tijd en plaats. Daarnaast wordt onderzocht welke zorg het meest passend is, bijvoorbeeld overplaatsing op een seniorenafdeling. De behandeling is recent overgenomen van het ziekenhuis, waardoor er nog gekeken moet worden naar het instellen van de beste medicatie en het bepalen van het meest geschikte behandeltraject. Om die reden acht de GZ-psycholoog een voortzetting van de crisismaatregel noodzakelijk. 4.3. De advocaat voert aan dat betrokkene bereid is nog enkele dagen op de afdeling te verblijven en vervolgens, in overleg met de psycholoog, naar huis wil. Daarnaast geeft betrokkene aan geen bezwaar te hebben tegen het innemen van medicatie en na ontslag contact te onderhouden met het FACT-team. Om die reden verzoekt de advocaat om afwijzing van het verzoek. 5 De beoordeling 5.1. De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van drie weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt. 5.2. Uit de overgelegde stukken en hetgeen is besproken tijdens de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op: - levensgevaar; - maatschappelijke teloorgang; - gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen. 5.3. De rechtbank overweegt in dit verband als volgt. Tijdens de vrijwillige opname van betrokkene op de MPU-afdeling van het ziekenhuis is zij verward gedrag gaan vertonen en was zij niet meer benaderbaar. Daarnaast heeft betrokkene een deel van haar huisraad buiten gezet. Ook ervaart betrokkene gevoelens van wanhoop en angst, welke naar verwachting buiten de opnameafdeling zullen verergeren, met een risico op escalerende paniek en suïcidaliteit, hetgeen zich eerder heeft voorgedaan. 5.4. Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis. Bij betrokkene is namelijk sprake van een paranoïde psychose met angst en een afhankelijke persoonlijkheidsstoornis. 5.5. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht. 5.6. De rechtbank is op grond van de medische verklaring en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden: - het toedienen van medicatie; - het verrichten van medische controles; - het beperken van de bewegingsvrijheid; - aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten; - opnemen in een accommodatie. 5.6.1. De rechtbank zal het verzoek afwijzen voor zover dat ziet op de overige in de crisismaatregel opgenomen vormen van verplichte zorg omdat daartoe naar het oordeel van de rechtbank geen noodzaak bestaat en het op dit moment onvoldoende voorzienbaar is dat deze vormen van verplichte zorg in de komende periode noodzakelijk zullen zijn. 5.7. Betrokkene heeft tijdens eerdere gesprekken aangegeven dat zij bereid is om langer in de accommodatie te blijven. Hoewel betrokkene momenteel haar medicatie inneemt, is dit herstel nog pril en daarmee kwetsbaar. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat de situatie van betrokkene op dit moment nog te instabiel is om de noodzakelijk geachte zorg op vrijwillige basis voort te zetten. De rechtbank is daarom van oordeel, anders dan namens betrokkene is aangevoerd, dat verplichte zorg nog steeds noodzakelijk is. 5.8. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. 5.9. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving. 6 De beslissing De rechtbank: 6.1. verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1960 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in paragraaf 5.6. staan kunnen worden toegepast; 6.2. bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 9 april 2026; 6.3. wijst af het meer of anders verzochte. Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 19 maart 2026 door mr. Meyboom, rechter, in aanwezigheid van Schellenbach, griffier, en op schrift gesteld op 3 april 2026. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:3169 text/xml public 2026-04-28T14:57:29 2026-04-19 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-03-19 C/02/446080 / FA RK 26-1350 Uitspraak Rekestprocedure NL Breda Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:3169 text/html public 2026-04-28T12:31:21 2026-04-28 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:3169 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 19-03-2026 / C/02/446080 / FA RK 26-1350 crisismaatregel RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/446080 / FA RK 26-1350 Datum uitspraak: 19 maart 2026 Beschikking voortzetting crisismaatregel op het verzoek van de officier van justitie voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1960 in [geboorteplaats] , hierna te noemen betrokkene, wonend in [woonplaats] , nu verblijvende in een accommodatie van [zorginstelling] , [locatie] te [plaats] , advocaat mr. J. van Rooijen uit Tilburg. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 17 maart 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 19 maart 2026 in de accommodatie waar betrokkene momenteel verblijft. Daarbij zijn gehoord: - betrokkene, bijgestaan door haar advocaat; - [persoon] , GZ-psycholoog. 2 Wat vaststaat 2.1. Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in een accommodatie van [zorginstelling] . De burgemeester van de gemeente Tilburg heeft de crisismaatregel op 16 maart 2026 afgegeven. 3 Het verzoek 3.1. De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken. 4 De standpunten 4.1. Betrokkene brengt naar voren dat zij van mening is dat een voortzetting van de opname voor drie weken niet nodig is. Daarnaast geeft zij aan dat zij zich goed op haar plek voelt bij het RIBW in [woonplaats] en graag terug wil. 4.2. De GZ-psycholoog zegt dat betrokkene meewerkt in de behandeling, maar nog wel extra zorg nodig heeft. Betrokkene is sterk verward en gedesoriënteerd in tijd en plaats. Daarnaast wordt onderzocht welke zorg het meest passend is, bijvoorbeeld overplaatsing op een seniorenafdeling. De behandeling is recent overgenomen van het ziekenhuis, waardoor er nog gekeken moet worden naar het instellen van de beste medicatie en het bepalen van het meest geschikte behandeltraject. Om die reden acht de GZ-psycholoog een voortzetting van de crisismaatregel noodzakelijk. 4.3. De advocaat voert aan dat betrokkene bereid is nog enkele dagen op de afdeling te verblijven en vervolgens, in overleg met de psycholoog, naar huis wil. Daarnaast geeft betrokkene aan geen bezwaar te hebben tegen het innemen van medicatie en na ontslag contact te onderhouden met het FACT-team. Om die reden verzoekt de advocaat om afwijzing van het verzoek. 5 De beoordeling 5.1. De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van drie weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt. 5.2. Uit de overgelegde stukken en hetgeen is besproken tijdens de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op: - levensgevaar; - maatschappelijke teloorgang; - gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen. 5.3. De rechtbank overweegt in dit verband als volgt. Tijdens de vrijwillige opname van betrokkene op de MPU-afdeling van het ziekenhuis is zij verward gedrag gaan vertonen en was zij niet meer benaderbaar. Daarnaast heeft betrokkene een deel van haar huisraad buiten gezet. Ook ervaart betrokkene gevoelens van wanhoop en angst, welke naar verwachting buiten de opnameafdeling zullen verergeren, met een risico op escalerende paniek en suïcidaliteit, hetgeen zich eerder heeft voorgedaan. 5.4. Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis. Bij betrokkene is namelijk sprake van een paranoïde psychose met angst en een afhankelijke persoonlijkheidsstoornis. 5.5. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht. 5.6. De rechtbank is op grond van de medische verklaring en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden: - het toedienen van medicatie; - het verrichten van medische controles; - het beperken van de bewegingsvrijheid; - aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten; - opnemen in een accommodatie. 5.6.1. De rechtbank zal het verzoek afwijzen voor zover dat ziet op de overige in de crisismaatregel opgenomen vormen van verplichte zorg omdat daartoe naar het oordeel van de rechtbank geen noodzaak bestaat en het op dit moment onvoldoende voorzienbaar is dat deze vormen van verplichte zorg in de komende periode noodzakelijk zullen zijn. 5.7. Betrokkene heeft tijdens eerdere gesprekken aangegeven dat zij bereid is om langer in de accommodatie te blijven. Hoewel betrokkene momenteel haar medicatie inneemt, is dit herstel nog pril en daarmee kwetsbaar. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat de situatie van betrokkene op dit moment nog te instabiel is om de noodzakelijk geachte zorg op vrijwillige basis voort te zetten. De rechtbank is daarom van oordeel, anders dan namens betrokkene is aangevoerd, dat verplichte zorg nog steeds noodzakelijk is. 5.8. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. 5.9. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving. 6 De beslissing De rechtbank: 6.1. verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1960 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in paragraaf 5.6. staan kunnen worden toegepast; 6.2. bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 9 april 2026; 6.3. wijst af het meer of anders verzochte. Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 19 maart 2026 door mr. Meyboom, rechter, in aanwezigheid van Schellenbach, griffier, en op schrift gesteld op 3 april 2026. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.