Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-04-01
ECLI:NL:RBZWB:2026:3019
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
8,127 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:3019 text/xml public 2026-05-04T13:45:19 2026-04-15 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-04-01 11514241 CV EXPL 25-419 (T) Uitspraak Bodemzaak NL Breda Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:3019 text/html public 2026-05-04T13:43:38 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:3019 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 01-04-2026 / 11514241 CV EXPL 25-419 (T) Eiseres in conventie vordert betaling van de koopprijs voor geleverde watermeloenen. Verweer van gedaagde in conventie is dat de watermeloenen non-conform zijn. Gedaagde in conventie wordt in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over bewijslevering van de gestelde non-conforme watermeloenen. RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Breda Zaaknummer: 11514241 \ CV EXPL 25-419 Vonnis van 1 april 2026 in de zaak van de vennootschap naar buitenlands recht [verkoper] O.E., handelend onder de naam [bedrijf 1] , gevestigd te Griekenland, eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie, hierna te noemen: [bedrijf 1] , gemachtigde: mr. J.A.J. Werner, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid MELON WORLD B.V. , statutair gevestigd te Tilburg , gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie, hierna te noemen: Melon World, gemachtigde: mr. C. Dost, werkzaam bij Stichting Univé Rechtshulp. 1 De zaak in het kort Het gaat in deze zaak om door [bedrijf 1] aan Melon World geleverde watermeloenen. Melon World laat de factuur van de geleverde watermeloenen onbetaald omdat ze van onvoldoende kwaliteit zouden zijn geweest. Om die reden stelt Melon World recht te hebben op schadevergoeding die bestaat uit winstderving die de koopsom overstijgt. Melon World beroept zich in conventie op verrekening met schade en vordert in reconventie schade. Voor beantwoording van de vraag of de door [bedrijf 1] geleverde watermeloenen non-conform waren, zag de kantonrechter aanleiding een deskundige aan te stellen. Het deskundigenbureau van de rechtbank is het echter niet gelukt een deskundige te vinden. Omdat Melon World de bewijslast heeft ten aanzien van de gestelde 1) non-conformiteit, 2) de gestelde marktprijs en 3) de verkregen prijs voor de watermeloenen zal Melon World in de gelegenheid worden gesteld zich uit te laten over de vraag of en zo ja op welke wijze zij het verlangde bewijs daarvan wenst te leveren. 2 De procedure 2.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: het tussenvonnis van 9 april 2025 en de daarin genoemde processtukken; de akte overlegging producties van Melon World, tevens akte vermeerdering van eis in reconventie; de conclusie van antwoord in reconventie met producties; de mondelinge behandeling van 30 juni 2025 (aanvankelijk via een videoverbinding met de heer [vennoot van bedrijf] , vennoot van [bedrijf 1] , die vanwege de slechte kwaliteit van de verbinding na korte tijd is beëindigd en daarom fysiek met enkel diens gemachtigde en partij Melon World is voortgezet), waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. 2.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 3 De feiten in conventie en in reconventie 3.1. [bedrijf 1] is een onderneming die zich bezig houdt met groothandel in fruit en groenten. 3.2. Melon World is een onderneming die zich bezig houdt met import, export en distributie van groenten en fruit. 3.3. Medio 2024 hebben partijen een mondelinge koopovereenkomst gesloten, waarbij Melon World 21.770 kg watermeloenen (€ 0,38 per kg) van [bedrijf 1] koopt voor een bedrag van € 8.272,60 inclusief btw. [bedrijf 1] heeft de watermeloenen op 26 juli 2024 aan Melon World geleverd. 3.4. Melon World heeft de watermeloenen bij binnenkomst in Nederland op 29 juli 2024 door [bedrijf 2] (hierna: [bedrijf 2] ) met steekproeven laten beoordelen. [bedrijf 2] heeft de gemiddelde Brix-waarde van de watermeloenen vastgesteld op 9,6 op basis van zes opengesneden watermeloenen. Het resultaat van het testrapport is op 29 juli 2024 per Whatsapp aan [bedrijf 1] gezonden. 3.5. [bedrijf 1] heeft op 29 juli 2024 een factuur aan Melon World gezonden voor de geleverde watermeloenen voor de koopsom van € 8.272,60 inclusief btw. Melon World heeft de factuur onbetaald gelaten. 3.6. Bij brief van 13 september 2024 heeft de gemachtigde van [bedrijf 1] Melon World gesommeerd tot betaling van het bedrag van € 8.272,60. Als reactie hierop heeft Melon World medegedeeld de factuur niet te betalen omdat de watermeloenen een te lage Brix-waarde hebben. 3.7. [bedrijf 2] heeft op een vraag van Melon World over de Brix-waarde van watermeloenen bij e-mail van 20 maart 2025 geantwoord: “(…) The official minimal brix level of watermelons is 8%, but this will not be excepted in the market. The minum brix for supermarkets in Europe is 10%, and for the variety [naam 1] is 12 to 13% a normal brix level. (…)” 3.8. Vervolgens heeft [bedrijf 2] naar aanleiding van een vraag van Melon World over werkzaamheden bij de verrichte kwaliteitscontrole bij e-mail van 17 juni 2025 geantwoord: “(…) Daarnaast gaan wij diep op de kwaliteit in. De brix, hardheid, kleur enz. Enz. Wordt allemaal gecontroleerd om een goed beeld te krijgen van de partij. Ook wordt er altijd gesneden om de interne kwaliteit te controleren. Wij kunnen van buiten al zien waar er verschil zit in de interne kwaliteit. Aan de hand daarvan bepalen wij hoeveel stuks er open gesneden wordt. Bij watermeloenen zit dat meestal tussen de 2 en 5 stuks. Zeker bij de grotere watermeloenen. Met onze jaren lange ervaring kunnen wij na het openen van twee meloenen met zekerheid zeggen dat de rest van de partij niet veel af kan wijken van die test stuks. Als wij zien dat dit wel zo zou kunnen zijn, dan worden er altijd meer gesneden. (…)” 3.9. De heer [vertegenwoordiger] van D-Quality Survey BV verklaart na de vraag van de zijde van [bedrijf 1] of een Brix-score van minimaal 10 geldt voor (alle) Europese supermarkten: “(…) Meloenen zijn niet genormaliseerd dus er is ook geen regelgeving betreffende de brix niveaus wat ze moeten hebben. Maar 10% brix voor watermeloenen kan maar is best aan de hoge kant. Nog even herhalen 6 vruchten om brix te bepalen op een hele vracht is sowieso te weinig. Dat moet minimaal 10 vruchten zijn. Plus als er overgegaan wordt tot afkeuring dan moeten er minimaal 50 vruchten beoordeeld worden om goed vast te kunnen stellen of deze partij niet voldoet. Maar nogmaals brix bij meloenen is geen officiële norm voor en kan alleen op product specificatie tussen leverancier en ontvanger gecommuniceerd en vastgelegd moeten worden. (…)” 4 Het geschil in conventie 4.1. [bedrijf 1] vordert dat Melon World wordt veroordeeld tot betaling van: een bedrag van € 8.272,60 aan hoofdsom; een bedrag van € 437,52 aan wettelijke handelsrente vanaf 2 augustus 2024 tot en met 6 januari 2025; de wettelijke handelsrente over € 8.710,12 vanaf 7 januari 2025 tot de dag van volledige betaling; de buitengerechtelijke kosten van € 788,63 vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van dagvaarden tot de dag van volledige betaling; de kosten van de procedure, vermeerderd met de wettelijke handelsrente als niet binnen 14 dagen na de uitspraak aan de kostenveroordeling is voldaan. 4.2. Melon World voert verweer. 4.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 5 Het geschil in reconventie 5.1. Melon World vordert (na eisvermeerdering) dat [bedrijf 1] wordt veroordeeld: tot betaling van € 11.269,90 aan gederfde winst en € 102,85 aan onderzoekskosten aan haar, beide bedragen vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van de eis in reconventie tot de dag van volledige betaling; in de kosten van de procedure, vermeerderd met de wettelijke rente. 5.2. [bedrijf 1] voert verweer. 5.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 6 De beoordeling In conventie en in reconventie 6.1. Vanwege het internationale karakter van het geschil dient de kantonrechter ambtshalve de vraag te beantwoorden of de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft en welk recht van toepassing is bij de beoordeling van het geschil.
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:3019 text/xml public 2026-05-04T13:45:19 2026-04-15 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-04-01 11514241 CV EXPL 25-419 (T) Uitspraak Bodemzaak NL Breda Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:3019 text/html public 2026-05-04T13:43:38 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:3019 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 01-04-2026 / 11514241 CV EXPL 25-419 (T) Eiseres in conventie vordert betaling van de koopprijs voor geleverde watermeloenen. Verweer van gedaagde in conventie is dat de watermeloenen non-conform zijn. Gedaagde in conventie wordt in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over bewijslevering van de gestelde non-conforme watermeloenen. RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Breda Zaaknummer: 11514241 \ CV EXPL 25-419 Vonnis van 1 april 2026 in de zaak van de vennootschap naar buitenlands recht [verkoper] O.E., handelend onder de naam [bedrijf 1] , gevestigd te Griekenland, eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie, hierna te noemen: [bedrijf 1] , gemachtigde: mr. J.A.J. Werner, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid MELON WORLD B.V. , statutair gevestigd te Tilburg , gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie, hierna te noemen: Melon World, gemachtigde: mr. C. Dost, werkzaam bij Stichting Univé Rechtshulp. 1 De zaak in het kort Het gaat in deze zaak om door [bedrijf 1] aan Melon World geleverde watermeloenen. Melon World laat de factuur van de geleverde watermeloenen onbetaald omdat ze van onvoldoende kwaliteit zouden zijn geweest. Om die reden stelt Melon World recht te hebben op schadevergoeding die bestaat uit winstderving die de koopsom overstijgt. Melon World beroept zich in conventie op verrekening met schade en vordert in reconventie schade. Voor beantwoording van de vraag of de door [bedrijf 1] geleverde watermeloenen non-conform waren, zag de kantonrechter aanleiding een deskundige aan te stellen. Het deskundigenbureau van de rechtbank is het echter niet gelukt een deskundige te vinden. Omdat Melon World de bewijslast heeft ten aanzien van de gestelde 1) non-conformiteit, 2) de gestelde marktprijs en 3) de verkregen prijs voor de watermeloenen zal Melon World in de gelegenheid worden gesteld zich uit te laten over de vraag of en zo ja op welke wijze zij het verlangde bewijs daarvan wenst te leveren. 2 De procedure 2.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: het tussenvonnis van 9 april 2025 en de daarin genoemde processtukken; de akte overlegging producties van Melon World, tevens akte vermeerdering van eis in reconventie; de conclusie van antwoord in reconventie met producties; de mondelinge behandeling van 30 juni 2025 (aanvankelijk via een videoverbinding met de heer [vennoot van bedrijf] , vennoot van [bedrijf 1] , die vanwege de slechte kwaliteit van de verbinding na korte tijd is beëindigd en daarom fysiek met enkel diens gemachtigde en partij Melon World is voortgezet), waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. 2.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 3 De feiten in conventie en in reconventie 3.1. [bedrijf 1] is een onderneming die zich bezig houdt met groothandel in fruit en groenten. 3.2. Melon World is een onderneming die zich bezig houdt met import, export en distributie van groenten en fruit. 3.3. Medio 2024 hebben partijen een mondelinge koopovereenkomst gesloten, waarbij Melon World 21.770 kg watermeloenen (€ 0,38 per kg) van [bedrijf 1] koopt voor een bedrag van € 8.272,60 inclusief btw. [bedrijf 1] heeft de watermeloenen op 26 juli 2024 aan Melon World geleverd. 3.4. Melon World heeft de watermeloenen bij binnenkomst in Nederland op 29 juli 2024 door [bedrijf 2] (hierna: [bedrijf 2] ) met steekproeven laten beoordelen. [bedrijf 2] heeft de gemiddelde Brix-waarde van de watermeloenen vastgesteld op 9,6 op basis van zes opengesneden watermeloenen. Het resultaat van het testrapport is op 29 juli 2024 per Whatsapp aan [bedrijf 1] gezonden. 3.5. [bedrijf 1] heeft op 29 juli 2024 een factuur aan Melon World gezonden voor de geleverde watermeloenen voor de koopsom van € 8.272,60 inclusief btw. Melon World heeft de factuur onbetaald gelaten. 3.6. Bij brief van 13 september 2024 heeft de gemachtigde van [bedrijf 1] Melon World gesommeerd tot betaling van het bedrag van € 8.272,60. Als reactie hierop heeft Melon World medegedeeld de factuur niet te betalen omdat de watermeloenen een te lage Brix-waarde hebben. 3.7. [bedrijf 2] heeft op een vraag van Melon World over de Brix-waarde van watermeloenen bij e-mail van 20 maart 2025 geantwoord: “(…) The official minimal brix level of watermelons is 8%, but this will not be excepted in the market. The minum brix for supermarkets in Europe is 10%, and for the variety [naam 1] is 12 to 13% a normal brix level. (…)” 3.8. Vervolgens heeft [bedrijf 2] naar aanleiding van een vraag van Melon World over werkzaamheden bij de verrichte kwaliteitscontrole bij e-mail van 17 juni 2025 geantwoord: “(…) Daarnaast gaan wij diep op de kwaliteit in. De brix, hardheid, kleur enz. Enz. Wordt allemaal gecontroleerd om een goed beeld te krijgen van de partij. Ook wordt er altijd gesneden om de interne kwaliteit te controleren. Wij kunnen van buiten al zien waar er verschil zit in de interne kwaliteit. Aan de hand daarvan bepalen wij hoeveel stuks er open gesneden wordt. Bij watermeloenen zit dat meestal tussen de 2 en 5 stuks. Zeker bij de grotere watermeloenen. Met onze jaren lange ervaring kunnen wij na het openen van twee meloenen met zekerheid zeggen dat de rest van de partij niet veel af kan wijken van die test stuks. Als wij zien dat dit wel zo zou kunnen zijn, dan worden er altijd meer gesneden. (…)” 3.9. De heer [vertegenwoordiger] van D-Quality Survey BV verklaart na de vraag van de zijde van [bedrijf 1] of een Brix-score van minimaal 10 geldt voor (alle) Europese supermarkten: “(…) Meloenen zijn niet genormaliseerd dus er is ook geen regelgeving betreffende de brix niveaus wat ze moeten hebben. Maar 10% brix voor watermeloenen kan maar is best aan de hoge kant. Nog even herhalen 6 vruchten om brix te bepalen op een hele vracht is sowieso te weinig. Dat moet minimaal 10 vruchten zijn. Plus als er overgegaan wordt tot afkeuring dan moeten er minimaal 50 vruchten beoordeeld worden om goed vast te kunnen stellen of deze partij niet voldoet. Maar nogmaals brix bij meloenen is geen officiële norm voor en kan alleen op product specificatie tussen leverancier en ontvanger gecommuniceerd en vastgelegd moeten worden. (…)” 4 Het geschil in conventie 4.1. [bedrijf 1] vordert dat Melon World wordt veroordeeld tot betaling van: een bedrag van € 8.272,60 aan hoofdsom; een bedrag van € 437,52 aan wettelijke handelsrente vanaf 2 augustus 2024 tot en met 6 januari 2025; de wettelijke handelsrente over € 8.710,12 vanaf 7 januari 2025 tot de dag van volledige betaling; de buitengerechtelijke kosten van € 788,63 vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van dagvaarden tot de dag van volledige betaling; de kosten van de procedure, vermeerderd met de wettelijke handelsrente als niet binnen 14 dagen na de uitspraak aan de kostenveroordeling is voldaan. 4.2. Melon World voert verweer. 4.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 5 Het geschil in reconventie 5.1. Melon World vordert (na eisvermeerdering) dat [bedrijf 1] wordt veroordeeld: tot betaling van € 11.269,90 aan gederfde winst en € 102,85 aan onderzoekskosten aan haar, beide bedragen vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van de eis in reconventie tot de dag van volledige betaling; in de kosten van de procedure, vermeerderd met de wettelijke rente. 5.2. [bedrijf 1] voert verweer. 5.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 6 De beoordeling In conventie en in reconventie 6.1. Vanwege het internationale karakter van het geschil dient de kantonrechter ambtshalve de vraag te beantwoorden of de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft en welk recht van toepassing is bij de beoordeling van het geschil.
Volledig
Bevoegdheid 6.2. De Nederlandse rechter komt ten aanzien van de conventionele vordering op grond van artikel 4 Verordening (EU) nr. 1215/2012 (EEX-Vo II) rechtsmacht toe omdat Melon World in Nederland is gevestigd. De kantonrechter te Breda is, gelet op de vestigingsplaats van Melon World, ook relatief bevoegd om van de vordering van [bedrijf 1] kennis te nemen. Ten aanzien van de reconventionele vordering is de kantonrechter te Breda op grond van artikel 8 lid 3 van EEX-Vo II bevoegd tot kennisname daarvan. Toepasselijk recht 6.3. Partijen zijn het erover eens dat het Weens Koopverdrag (WKV) van toepassing is omdat het gaat om een koopovereenkomst van roerende zaken. Voor onderwerpen die niet in het WKV zijn geregeld, geldt dat zij beheerst worden door het nationale recht dat krachtens de regels van internationaal privaatrecht van toepassing is. Op grond van de in dit geval toepasselijke Verordening (EU) nr. 593/2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I) is dat nationale recht bij gebreke van een rechtskeuze het recht van het land waar de verkoper, in dit geval [bedrijf 1] , haar gewone verblijfplaats heeft (artikel 4 lid 1 sub a Rome I). Hierdoor is in aanvulling op het WKV Grieks recht van toepassing. Non-conformiteit? 6.4. Melon World stelt dat de geleverde watermeloenen non-conform waren. Dit omdat volgens haar levering van watermeloenen van goede kwaliteit voor verkoop op de Nederlandse markt is overeengekomen, de watermeloenen dan een Brix-waarde moeten hebben van minimaal 10 en de geleverde watermeloenen een lagere Brix-waarde hebben. Voor zover geoordeeld wordt dat partijen geen specifieke afspraken hebben gemaakt, geldt volgens Melon World op grond van artikel 35 lid 2 WKV dat de watermeloenen niet voldeden voor de Europese markt als ze geen Brix-waarde hadden van ten minste 10. 6.5. [bedrijf 1] betwist dat de geleverde watermeloenen niet aan de overeenkomst beantwoordden. [bedrijf 1] voert aan dat de geleverde watermeloenen geschikt waren voor commercieel gebruik en niet is overeengekomen dat ze een minimale Brix-score van 10 dienden te hebben. Voor verkoop op de Nederlandse consumentenmarkt geldt geen minimale Brix-score van 10 en deze minimale score wordt ook niet door (alle) Europese supermarkten gehanteerd. 6.6. Op grond van artikel 35 lid 1 WKV moet de verkoper zaken afleveren waarvan de hoeveelheid, de kwaliteit en de omschrijving voldoen aan de in de overeenkomst gestelde eisen. Voor zover onvoldoende duidelijk is aan welke eisen de zaken moeten voldoen, geeft lid 2 van artikel 35 WKV enkele nadere objectieve criteria. In lid 2 is bepaald dat zaken in beginsel slechts aan de overeenkomst beantwoorden, indien zij (voor zover hier van belang) geschikt zijn voor de doeleinden waarvoor zaken van dezelfde omschrijving gewoonlijk zouden worden gebruikt. 6.7. Ter zitting hebben partijen aangegeven dat levering van goede watermeloenen is overeengekomen. Concrete kwaliteitseisen zijn zij niet overeengekomen. Melon World verwijst naar Instagram berichten van [bedrijf 1] met foto’s van watermeloenen. Daarbij staat in een bericht van 8 mei 2024 “ Greek Watermelon GR Variety: [naam 2], Cal 8+, Brix 11 ” en in een bericht van 16 mei 2024 “ Taste: very sweet Quality: A ”. De kantonrechter is met [bedrijf 1] van oordeel dat sprake is van algemene aanprijzingen en daaruit niet kan worden afgeleid dat de vermeldingen ook voor de geleverde watermeloenen zijn afgesproken. De vermelding ‘very sweet’ is ook te algemeen en subjectief. 6.8. Bij gebreke van concrete overeengekomen eisen moeten de watermeloenen op grond van artikel 35 lid 2 WKV geschikt zijn voor de doeleinden waarvoor zij gewoonlijk worden gebruikt. Melon World stelt dat de watermeloenen bedoeld waren voor de consumentenmarkt, welke bedoeling [bedrijf 1] onvoldoende betwist. [bedrijf 1] stelt wel dat Melon World niet enkel levert voor de consumentenmarkt en ook aan bijvoorbeeld een groothandel levert, maar dat is naar het oordeel van de kantonrechter niet relevant. Het gaat om het doel waarvoor de watermeloenen gewoonlijk worden gebruikt en dat uiteindelijke doel is consumptie door de consument. 6.9. Melon World beroept zich op een minimale Brix-waarde van 10 en zij verwijst daarvoor naar een rapport van [bedrijf 2] . Melon World stelt dat de watermeloenen vanwege de korte transportduur al een hogere Brix-waarde moeten hebben bij vertrek omdat de watermeloenen anders niet doorrijpen. 6.10. [bedrijf 1] beroept zich op een minimale Brix-score van 8 en verwijst naar de verklaring van [bedrijf 2] van 20 maart 2025. Daarnaast stelt [bedrijf 1] dat de Brix-score niet gelijk is te stellen aan de kwaliteit van het fruit, maar een ruwe meting is van het aantal suikers en mineralen in de fruitsoort. [bedrijf 1] stelt dat ook de textuur, geur, kleur en sappigheid van de vrucht van invloed zijn op de kwaliteit. Ook stelt [bedrijf 1] dat een steekproef van zes watermeloenen onvoldoende representatief is om daaruit algemene conclusies over kwaliteit te trekken. 6.11. De kantonrechter stelt vast dat partijen tegengestelde standpunten hebben over de vraag of de door [bedrijf 1] geleverde watermeloenen voldeden aan de normen die gelden op de consumentenmarkt. De kantonrechter zag aanleiding een deskundige aan te stellen om (onder meer) een oordeel te geven over de normen die gelden op de Nederlandse consumentenmarkt en Europese consumentenmarkt en wat de kwaliteit was van de door [bedrijf 1] geleverde watermeloenen en of deze geschikt waren voor (uiteindelijk) consumptie door de consument. Het deskundigenbureau van de rechtbank heeft naar een deskundige gezocht, maar een deskundige is niet gevonden. Melon World heeft de bewijslast van de stelling dat de geleverde watermeloenen non-conform waren. Daarom zal Melon World in de gelegenheid worden gesteld om zich uit te laten over de vraag of en zo ja op welke wijze zij het verlangde bewijs wenst te leveren. Winstderving en prijsvermindering 6.12. Melon World beroept zich in conventie op verrekening met schade die bestaat uit winstderving die de vordering conventie overstijgt. Ook beroept Melon World zich op prijsvermindering wegens non-conformiteit en zij verwijst naar artikel 45 WKV waaruit volgens haar volgt dat prijsvermindering verlangd kan worden naast de schadevergoeding. Ten aanzien daarvan overweegt de kantonrechter als volgt. 6.13. Artikel 45 WKV sluit een combinatie van het maken van aanspraak op prijsvermindering en schadevergoeding niet uit. Wel is het zo dat een toe te passen prijsvermindering van invloed is op de hoogte van de gevorderde schadevergoeding waarop Melon World meent aanspraak te maken. Melon World zou anders meer vergoed krijgen dan haar werkelijke schade, hetgeen niet de bedoeling is van artikel 74 WKV. Ten aanzien van het door Melon World gedane beroep op prijsvermindering in de zin van artikel 50 WKV geldt dat zij dit beroep onvoldoende heeft onderbouwd. Zij stelt niet van welke prijsvermindering voor de watermeloenen moet worden uitgegaan. Aan het beroep op prijsvermindering wordt dan ook voorbij gegaan en in het midden zal verder worden gelaten of aan het in artikel 50 WKV genoemde vereiste dat de verkoper gelegenheid tot herstel van de beweerde tekortkoming moet krijgen is voldaan. Dit betekent dat indien toegekomen wordt aan toewijzing van schade dan daarop de door [bedrijf 1] gevorderde koopprijs in mindering dient te worden gebracht. Op grond van artikel 53 WKV is Melon World als koper gehouden de koopprijs te betalen. Winstderving 6.14. Melon World stelt dat haar winstderving totaal € 11.269,90 is en bestaat uit het verschil tussen een normale verkoopopbrengst van de watermeloenen van € 17.416,00 (€ 0,80 per kg x 21.770 kg) en de door haar verkregen verkoopprijs van [bedrijf 3] voor de watermeloenen van € 6.146,10 (€ 0,30 per kg x 20.487 kg). 6.15. [bedrijf 1] betwist de gestelde verkoopprijs van € 0,80 per kilo en ook dat Melon World met de verkoopprijs van € 0,30 per kilo de maximale prijs heeft verkregen waarvoor zij de watermeloenen kon doorverkopen.
Volledig
Bevoegdheid 6.2. De Nederlandse rechter komt ten aanzien van de conventionele vordering op grond van artikel 4 Verordening (EU) nr. 1215/2012 (EEX-Vo II) rechtsmacht toe omdat Melon World in Nederland is gevestigd. De kantonrechter te Breda is, gelet op de vestigingsplaats van Melon World, ook relatief bevoegd om van de vordering van [bedrijf 1] kennis te nemen. Ten aanzien van de reconventionele vordering is de kantonrechter te Breda op grond van artikel 8 lid 3 van EEX-Vo II bevoegd tot kennisname daarvan. Toepasselijk recht 6.3. Partijen zijn het erover eens dat het Weens Koopverdrag (WKV) van toepassing is omdat het gaat om een koopovereenkomst van roerende zaken. Voor onderwerpen die niet in het WKV zijn geregeld, geldt dat zij beheerst worden door het nationale recht dat krachtens de regels van internationaal privaatrecht van toepassing is. Op grond van de in dit geval toepasselijke Verordening (EU) nr. 593/2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I) is dat nationale recht bij gebreke van een rechtskeuze het recht van het land waar de verkoper, in dit geval [bedrijf 1] , haar gewone verblijfplaats heeft (artikel 4 lid 1 sub a Rome I). Hierdoor is in aanvulling op het WKV Grieks recht van toepassing. Non-conformiteit? 6.4. Melon World stelt dat de geleverde watermeloenen non-conform waren. Dit omdat volgens haar levering van watermeloenen van goede kwaliteit voor verkoop op de Nederlandse markt is overeengekomen, de watermeloenen dan een Brix-waarde moeten hebben van minimaal 10 en de geleverde watermeloenen een lagere Brix-waarde hebben. Voor zover geoordeeld wordt dat partijen geen specifieke afspraken hebben gemaakt, geldt volgens Melon World op grond van artikel 35 lid 2 WKV dat de watermeloenen niet voldeden voor de Europese markt als ze geen Brix-waarde hadden van ten minste 10. 6.5. [bedrijf 1] betwist dat de geleverde watermeloenen niet aan de overeenkomst beantwoordden. [bedrijf 1] voert aan dat de geleverde watermeloenen geschikt waren voor commercieel gebruik en niet is overeengekomen dat ze een minimale Brix-score van 10 dienden te hebben. Voor verkoop op de Nederlandse consumentenmarkt geldt geen minimale Brix-score van 10 en deze minimale score wordt ook niet door (alle) Europese supermarkten gehanteerd. 6.6. Op grond van artikel 35 lid 1 WKV moet de verkoper zaken afleveren waarvan de hoeveelheid, de kwaliteit en de omschrijving voldoen aan de in de overeenkomst gestelde eisen. Voor zover onvoldoende duidelijk is aan welke eisen de zaken moeten voldoen, geeft lid 2 van artikel 35 WKV enkele nadere objectieve criteria. In lid 2 is bepaald dat zaken in beginsel slechts aan de overeenkomst beantwoorden, indien zij (voor zover hier van belang) geschikt zijn voor de doeleinden waarvoor zaken van dezelfde omschrijving gewoonlijk zouden worden gebruikt. 6.7. Ter zitting hebben partijen aangegeven dat levering van goede watermeloenen is overeengekomen. Concrete kwaliteitseisen zijn zij niet overeengekomen. Melon World verwijst naar Instagram berichten van [bedrijf 1] met foto’s van watermeloenen. Daarbij staat in een bericht van 8 mei 2024 “ Greek Watermelon GR Variety: [naam 2], Cal 8+, Brix 11 ” en in een bericht van 16 mei 2024 “ Taste: very sweet Quality: A ”. De kantonrechter is met [bedrijf 1] van oordeel dat sprake is van algemene aanprijzingen en daaruit niet kan worden afgeleid dat de vermeldingen ook voor de geleverde watermeloenen zijn afgesproken. De vermelding ‘very sweet’ is ook te algemeen en subjectief. 6.8. Bij gebreke van concrete overeengekomen eisen moeten de watermeloenen op grond van artikel 35 lid 2 WKV geschikt zijn voor de doeleinden waarvoor zij gewoonlijk worden gebruikt. Melon World stelt dat de watermeloenen bedoeld waren voor de consumentenmarkt, welke bedoeling [bedrijf 1] onvoldoende betwist. [bedrijf 1] stelt wel dat Melon World niet enkel levert voor de consumentenmarkt en ook aan bijvoorbeeld een groothandel levert, maar dat is naar het oordeel van de kantonrechter niet relevant. Het gaat om het doel waarvoor de watermeloenen gewoonlijk worden gebruikt en dat uiteindelijke doel is consumptie door de consument. 6.9. Melon World beroept zich op een minimale Brix-waarde van 10 en zij verwijst daarvoor naar een rapport van [bedrijf 2] . Melon World stelt dat de watermeloenen vanwege de korte transportduur al een hogere Brix-waarde moeten hebben bij vertrek omdat de watermeloenen anders niet doorrijpen. 6.10. [bedrijf 1] beroept zich op een minimale Brix-score van 8 en verwijst naar de verklaring van [bedrijf 2] van 20 maart 2025. Daarnaast stelt [bedrijf 1] dat de Brix-score niet gelijk is te stellen aan de kwaliteit van het fruit, maar een ruwe meting is van het aantal suikers en mineralen in de fruitsoort. [bedrijf 1] stelt dat ook de textuur, geur, kleur en sappigheid van de vrucht van invloed zijn op de kwaliteit. Ook stelt [bedrijf 1] dat een steekproef van zes watermeloenen onvoldoende representatief is om daaruit algemene conclusies over kwaliteit te trekken. 6.11. De kantonrechter stelt vast dat partijen tegengestelde standpunten hebben over de vraag of de door [bedrijf 1] geleverde watermeloenen voldeden aan de normen die gelden op de consumentenmarkt. De kantonrechter zag aanleiding een deskundige aan te stellen om (onder meer) een oordeel te geven over de normen die gelden op de Nederlandse consumentenmarkt en Europese consumentenmarkt en wat de kwaliteit was van de door [bedrijf 1] geleverde watermeloenen en of deze geschikt waren voor (uiteindelijk) consumptie door de consument. Het deskundigenbureau van de rechtbank heeft naar een deskundige gezocht, maar een deskundige is niet gevonden. Melon World heeft de bewijslast van de stelling dat de geleverde watermeloenen non-conform waren. Daarom zal Melon World in de gelegenheid worden gesteld om zich uit te laten over de vraag of en zo ja op welke wijze zij het verlangde bewijs wenst te leveren. Winstderving en prijsvermindering 6.12. Melon World beroept zich in conventie op verrekening met schade die bestaat uit winstderving die de vordering conventie overstijgt. Ook beroept Melon World zich op prijsvermindering wegens non-conformiteit en zij verwijst naar artikel 45 WKV waaruit volgens haar volgt dat prijsvermindering verlangd kan worden naast de schadevergoeding. Ten aanzien daarvan overweegt de kantonrechter als volgt. 6.13. Artikel 45 WKV sluit een combinatie van het maken van aanspraak op prijsvermindering en schadevergoeding niet uit. Wel is het zo dat een toe te passen prijsvermindering van invloed is op de hoogte van de gevorderde schadevergoeding waarop Melon World meent aanspraak te maken. Melon World zou anders meer vergoed krijgen dan haar werkelijke schade, hetgeen niet de bedoeling is van artikel 74 WKV. Ten aanzien van het door Melon World gedane beroep op prijsvermindering in de zin van artikel 50 WKV geldt dat zij dit beroep onvoldoende heeft onderbouwd. Zij stelt niet van welke prijsvermindering voor de watermeloenen moet worden uitgegaan. Aan het beroep op prijsvermindering wordt dan ook voorbij gegaan en in het midden zal verder worden gelaten of aan het in artikel 50 WKV genoemde vereiste dat de verkoper gelegenheid tot herstel van de beweerde tekortkoming moet krijgen is voldaan. Dit betekent dat indien toegekomen wordt aan toewijzing van schade dan daarop de door [bedrijf 1] gevorderde koopprijs in mindering dient te worden gebracht. Op grond van artikel 53 WKV is Melon World als koper gehouden de koopprijs te betalen. Winstderving 6.14. Melon World stelt dat haar winstderving totaal € 11.269,90 is en bestaat uit het verschil tussen een normale verkoopopbrengst van de watermeloenen van € 17.416,00 (€ 0,80 per kg x 21.770 kg) en de door haar verkregen verkoopprijs van [bedrijf 3] voor de watermeloenen van € 6.146,10 (€ 0,30 per kg x 20.487 kg). 6.15. [bedrijf 1] betwist de gestelde verkoopprijs van € 0,80 per kilo en ook dat Melon World met de verkoopprijs van € 0,30 per kilo de maximale prijs heeft verkregen waarvoor zij de watermeloenen kon doorverkopen.