Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-03-11
ECLI:NL:RBZWB:2026:3016
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
8,133 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:3016 text/xml public 2026-05-04T13:37:49 2026-04-15 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-03-11 11724899 CV EXPL 25-1841 (E) Uitspraak Bodemzaak NL Breda Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:3016 text/html public 2026-05-04T13:35:38 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:3016 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 11-03-2026 / 11724899 CV EXPL 25-1841 (E) Vordering tot ontruiming woning op grond van prostitutie-activiteiten. RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Breda Zaaknummer: 11724899 \ CV EXPL 25-1841 Vonnis van 11 maart 2026 in de zaak van de stichting met volledige rechtsbevoegdheid STICHTING ALWEL , gevestigd en kantoorhoudende te Roosendaal, eisende partij, hierna te noemen: Alwel, gemachtigde: [gemachtigde] , juridisch adviseur bij Alwel, tegen [bewindvoerder] handelend onder de naam [bewindvoerderskantoor] in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen die toebehoren of zullen toebehoren aan [gedaagde] , wonende te [plaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [bewindvoerder] en [gedaagde] , gemachtigde: mr. J.O. Bohr. 1 De zaak in het kort [gedaagde] huurt van Alwel een woning. Alwel vordert ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning wegens prostitutieactiviteiten op basis van constateringen van de toezichthouder van de gemeente. [gedaagde] betwist dat er sprake was van prostitutieactiviteiten en voert aan dat hij van de eenmalige poging tot prostitutie niet op de hoogte was en dat ontbinding niet gerechtvaardigd is. De kantonrechter wijst de vorderingen van Alwel toe. Hierna zal worden uitgelegd waarom. 2 De procedure 2.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 30 juli 2025 en de daarin genoemde processtukken; - de mondelinge behandeling van 27 januari 2026 waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. 2.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 3 De feiten 3.1. Met ingang van 14 mei 2014 heeft Alwel met [gedaagde] een huurovereenkomst gesloten voor de woning aan de [adres] (hierna: de woning of het gehuurde). 3.2. Op de gesloten huurovereenkomst zijn algemene huurvoorwaarden van toepassing verklaard. 3.3. De goederen van [gedaagde] zijn onder bewind gesteld en [bewindvoerder] is benoemd tot bewindvoerder. 3.4. Bij brief van 31 maart 2025 heeft de gemeente Breda aan [gedaagde] een zogenoemde last onder dwangsom opgelegd, die inhoudt dat hij geen prostitutieactiviteiten meer in de woning mag (laten) verrichten onder verbeurte van een dwangsom. In de brief (overgelegd als productie 4 bij dagvaarding) is onder meer het volgende vermeld: “(…) Aanleiding Uit de rapportage van de toezichthouder van de gemeente Breda blijkt dat hij op 21 december 2024 een controle heeft uitgevoerd op het adres [adres] . Deze controle vond plaats nadat er van deze locatie meerdere overlastmeldingen binnen waren gekomen over prostituees en escortes die hun klanten daar zouden ontvangen. Via [website] werd ook een afspraak gemaakt voor seks tegen betaling met “ [alias] ”. Deze afspraak leidde naar uw adres. Constateringen Op 21 december 2024 op of omstreeks 01.05 uur heeft een toezichthouder van de gemeente Breda een controle uitgevoerd. De toezichthouder zag dat de voordeur werd opengedaan en hij zag dat er een vrouw in de deuropening stond. Hij zag dat de vrouw schaars was gekleed, hij zag namelijk dat de vrouw een doorzichtige zwarte nachtpon aan had en hij zag dat de vrouw geen broek aan had. Hij heeft zich hierop gelegitimeerd als toezichthouder van gemeente Breda . De toezichthouder vroeg in de Engelse taal: “Hello, we are from the law enforcement, can we come in” (…) Hij hoorde dat de vrouw zei:“yes, come in”. Hij vroeg aan de vrouw in de Engelse taal: ‘What is your native language?’. Hij hoorde dat de vrouw zei: “Portuguese”. De toezichthouder belde naar het tolkennummer en gaf aan dat hij in verband met een casus gebruik wilde maken van een beëdigd tolk voor de Portugese taal. Echter was er op dat moment geen tolk beschikbaar en heeft hij de vertaling gedaan via Google translate. Bij binnenkomst in de woning komt men gelijk in de gang terecht, aan de rechterkant bevindt zich een deur en achter deze deur zit een slaapkamer, in deze slaapkamer ontvangt [alias] haar klanten voor de seksafspraak. (…) Desgevraagd verklaarde de vrouw dat zij vrijwillig als prostituee werkt. Zij werkt in de slaapkamer die hierboven werd beschreven. Ze heeft een eigen account op [website] . Ze mag het geld dat ze verdient, zelf houden. Zij betaalt 500 euro cash per maand voor het verblijf. Ze verblijft al 6 jaar in de woning. Zij staat niet ingeschreven op uw adres. Gelet op de advertentie op [website] en de gemaakte afspraak voor seks tegen betaling die leidde naar uw woning aan [adres] , in samenhang met de aanwezigheid van de sekswerker, de verklaring van de aangetroffen sekswerker en de vele overlastmeldingen, is er sprake van prostitutieactiviteiten in uw woning.” 3.5. Bij brief van 1 april 2025 heeft Alwel aan [gedaagde] medegedeeld dat hij door de prostitutieactiviteiten in het gehuurde ernstig tekort schiet in de nakoming van zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst. Alwel heeft [gedaagde] gelegenheid geboden om de huurovereenkomst vrijwillig op te zeggen ter voorkoming van een gerechtelijke procedure. 3.6. De gemachtigde van [gedaagde] heeft bij e-mail van 24 april 2025 aan Alwel medegedeeld dat er onjuistheden staan in de brief van de gemeente en dat [gedaagde] geen kennis had van prostitutieactiviteiten. Daarnaast is in de brief medegedeeld dat niet ingestemd wordt met beëindiging van de huurovereenkomst. 4 Het geschil 4.1. Alwel vordert – samengevat – dat: I. de huurovereenkomst tussen Alwel en [gedaagde] voor de woning aan de [adres] wordt ontbonden; II. [bewindvoerder] wordt veroordeeld om binnen 14 dagen na betekening van het te wijzen vonnis de woning te ontruimen; III. [bewindvoerder] wordt veroordeeld om in de periode tussen ontbinding en daadwerkelijke ontruiming een gebruiksvergoeding te betalen van € 601,89 per maand, vermeerderd met de wettelijke rente; IV. [bewindvoerder] wordt veroordeeld in de proceskosten. 4.2. Alwel legt aan haar vorderingen het volgende ten grondslag. [gedaagde] is tekort geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst. Hij heeft de bestemming van het gehuurde gewijzigd door illegale prostitutieactiviteiten en zich daarom niet als goed huurder gedragen. Die tekortkoming rechtvaardigt volgens Alwel ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde. 4.3. [bewindvoerder] voert verweer. [bewindvoerder] concludeert tot ontzegging van de vorderingen als ongegrond en onbewezen en/of in strijd met de redelijkheid en billijkheid, met veroordeling van Alwel in de kosten van de procedure. 4.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 5 De beoordeling 5.1. Beoordeeld dient te worden of er sprake was van prostitutieactiviteiten in het gehuurde en dat een tekortkoming aan de zijde van [gedaagde] oplevert die ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde rechtvaardigt. Wettelijk kader 5.2. Uit artikel 6:265 van het Burgerlijk Wetboek (BW) volgt dat iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van één van haar verplichtingen kan leiden tot gehele of gedeeltelijke ontbinding van de overeenkomst, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. Bij beantwoording van de vraag of de ontbinding gerechtvaardigd is, kunnen alle omstandigheden van het geval van belang zijn. 5.3. Daarnaast is een huurder op grond van artikel 7:213 BW gehouden zich ten aanzien van het gebruik van het gehuurde als goed huurder te gedragen en op grond van artikel 7:214 BW verplicht het gehuurde overeenkomstig de bestemming te gebruiken. Op grond van artikel 7:219 BW kan de huurder ook aansprakelijk worden gesteld voor gedragingen van hen die met goedvinden van de huurder het gehuurde gebruiken of zich met zijn goedvinden daarin bevinden.
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:3016 text/xml public 2026-05-04T13:37:49 2026-04-15 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-03-11 11724899 CV EXPL 25-1841 (E) Uitspraak Bodemzaak NL Breda Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:3016 text/html public 2026-05-04T13:35:38 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:3016 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 11-03-2026 / 11724899 CV EXPL 25-1841 (E) Vordering tot ontruiming woning op grond van prostitutie-activiteiten. RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Breda Zaaknummer: 11724899 \ CV EXPL 25-1841 Vonnis van 11 maart 2026 in de zaak van de stichting met volledige rechtsbevoegdheid STICHTING ALWEL , gevestigd en kantoorhoudende te Roosendaal, eisende partij, hierna te noemen: Alwel, gemachtigde: [gemachtigde] , juridisch adviseur bij Alwel, tegen [bewindvoerder] handelend onder de naam [bewindvoerderskantoor] in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen die toebehoren of zullen toebehoren aan [gedaagde] , wonende te [plaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [bewindvoerder] en [gedaagde] , gemachtigde: mr. J.O. Bohr. 1 De zaak in het kort [gedaagde] huurt van Alwel een woning. Alwel vordert ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning wegens prostitutieactiviteiten op basis van constateringen van de toezichthouder van de gemeente. [gedaagde] betwist dat er sprake was van prostitutieactiviteiten en voert aan dat hij van de eenmalige poging tot prostitutie niet op de hoogte was en dat ontbinding niet gerechtvaardigd is. De kantonrechter wijst de vorderingen van Alwel toe. Hierna zal worden uitgelegd waarom. 2 De procedure 2.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 30 juli 2025 en de daarin genoemde processtukken; - de mondelinge behandeling van 27 januari 2026 waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. 2.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 3 De feiten 3.1. Met ingang van 14 mei 2014 heeft Alwel met [gedaagde] een huurovereenkomst gesloten voor de woning aan de [adres] (hierna: de woning of het gehuurde). 3.2. Op de gesloten huurovereenkomst zijn algemene huurvoorwaarden van toepassing verklaard. 3.3. De goederen van [gedaagde] zijn onder bewind gesteld en [bewindvoerder] is benoemd tot bewindvoerder. 3.4. Bij brief van 31 maart 2025 heeft de gemeente Breda aan [gedaagde] een zogenoemde last onder dwangsom opgelegd, die inhoudt dat hij geen prostitutieactiviteiten meer in de woning mag (laten) verrichten onder verbeurte van een dwangsom. In de brief (overgelegd als productie 4 bij dagvaarding) is onder meer het volgende vermeld: “(…) Aanleiding Uit de rapportage van de toezichthouder van de gemeente Breda blijkt dat hij op 21 december 2024 een controle heeft uitgevoerd op het adres [adres] . Deze controle vond plaats nadat er van deze locatie meerdere overlastmeldingen binnen waren gekomen over prostituees en escortes die hun klanten daar zouden ontvangen. Via [website] werd ook een afspraak gemaakt voor seks tegen betaling met “ [alias] ”. Deze afspraak leidde naar uw adres. Constateringen Op 21 december 2024 op of omstreeks 01.05 uur heeft een toezichthouder van de gemeente Breda een controle uitgevoerd. De toezichthouder zag dat de voordeur werd opengedaan en hij zag dat er een vrouw in de deuropening stond. Hij zag dat de vrouw schaars was gekleed, hij zag namelijk dat de vrouw een doorzichtige zwarte nachtpon aan had en hij zag dat de vrouw geen broek aan had. Hij heeft zich hierop gelegitimeerd als toezichthouder van gemeente Breda . De toezichthouder vroeg in de Engelse taal: “Hello, we are from the law enforcement, can we come in” (…) Hij hoorde dat de vrouw zei:“yes, come in”. Hij vroeg aan de vrouw in de Engelse taal: ‘What is your native language?’. Hij hoorde dat de vrouw zei: “Portuguese”. De toezichthouder belde naar het tolkennummer en gaf aan dat hij in verband met een casus gebruik wilde maken van een beëdigd tolk voor de Portugese taal. Echter was er op dat moment geen tolk beschikbaar en heeft hij de vertaling gedaan via Google translate. Bij binnenkomst in de woning komt men gelijk in de gang terecht, aan de rechterkant bevindt zich een deur en achter deze deur zit een slaapkamer, in deze slaapkamer ontvangt [alias] haar klanten voor de seksafspraak. (…) Desgevraagd verklaarde de vrouw dat zij vrijwillig als prostituee werkt. Zij werkt in de slaapkamer die hierboven werd beschreven. Ze heeft een eigen account op [website] . Ze mag het geld dat ze verdient, zelf houden. Zij betaalt 500 euro cash per maand voor het verblijf. Ze verblijft al 6 jaar in de woning. Zij staat niet ingeschreven op uw adres. Gelet op de advertentie op [website] en de gemaakte afspraak voor seks tegen betaling die leidde naar uw woning aan [adres] , in samenhang met de aanwezigheid van de sekswerker, de verklaring van de aangetroffen sekswerker en de vele overlastmeldingen, is er sprake van prostitutieactiviteiten in uw woning.” 3.5. Bij brief van 1 april 2025 heeft Alwel aan [gedaagde] medegedeeld dat hij door de prostitutieactiviteiten in het gehuurde ernstig tekort schiet in de nakoming van zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst. Alwel heeft [gedaagde] gelegenheid geboden om de huurovereenkomst vrijwillig op te zeggen ter voorkoming van een gerechtelijke procedure. 3.6. De gemachtigde van [gedaagde] heeft bij e-mail van 24 april 2025 aan Alwel medegedeeld dat er onjuistheden staan in de brief van de gemeente en dat [gedaagde] geen kennis had van prostitutieactiviteiten. Daarnaast is in de brief medegedeeld dat niet ingestemd wordt met beëindiging van de huurovereenkomst. 4 Het geschil 4.1. Alwel vordert – samengevat – dat: I. de huurovereenkomst tussen Alwel en [gedaagde] voor de woning aan de [adres] wordt ontbonden; II. [bewindvoerder] wordt veroordeeld om binnen 14 dagen na betekening van het te wijzen vonnis de woning te ontruimen; III. [bewindvoerder] wordt veroordeeld om in de periode tussen ontbinding en daadwerkelijke ontruiming een gebruiksvergoeding te betalen van € 601,89 per maand, vermeerderd met de wettelijke rente; IV. [bewindvoerder] wordt veroordeeld in de proceskosten. 4.2. Alwel legt aan haar vorderingen het volgende ten grondslag. [gedaagde] is tekort geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst. Hij heeft de bestemming van het gehuurde gewijzigd door illegale prostitutieactiviteiten en zich daarom niet als goed huurder gedragen. Die tekortkoming rechtvaardigt volgens Alwel ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde. 4.3. [bewindvoerder] voert verweer. [bewindvoerder] concludeert tot ontzegging van de vorderingen als ongegrond en onbewezen en/of in strijd met de redelijkheid en billijkheid, met veroordeling van Alwel in de kosten van de procedure. 4.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 5 De beoordeling 5.1. Beoordeeld dient te worden of er sprake was van prostitutieactiviteiten in het gehuurde en dat een tekortkoming aan de zijde van [gedaagde] oplevert die ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde rechtvaardigt. Wettelijk kader 5.2. Uit artikel 6:265 van het Burgerlijk Wetboek (BW) volgt dat iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van één van haar verplichtingen kan leiden tot gehele of gedeeltelijke ontbinding van de overeenkomst, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. Bij beantwoording van de vraag of de ontbinding gerechtvaardigd is, kunnen alle omstandigheden van het geval van belang zijn. 5.3. Daarnaast is een huurder op grond van artikel 7:213 BW gehouden zich ten aanzien van het gebruik van het gehuurde als goed huurder te gedragen en op grond van artikel 7:214 BW verplicht het gehuurde overeenkomstig de bestemming te gebruiken. Op grond van artikel 7:219 BW kan de huurder ook aansprakelijk worden gesteld voor gedragingen van hen die met goedvinden van de huurder het gehuurde gebruiken of zich met zijn goedvinden daarin bevinden.
Volledig
Is er sprake van een tekortkoming? 5.4. Alwel legt aan haar stelling dat er prostitutieactiviteiten plaatsvonden vanuit de woning van [gedaagde] ten grondslag de bestuurlijke constateringen door de toezichthouder zoals opgenomen in de brief van de gemeente van 31 maart 2025. Die constateringen zijn mede gebaseerd op een verklaring van de betreffende vrouw in de woning aan de toezichthouder. 5.5. [bewindvoerder] betwist dat er sprake is geweest van prostitutiewerkzaamheden in de woning. Zij voert aan dat [gedaagde] de moeder van een vriend, [persoon] (hierna [persoon] ) genaamd, tijdelijk onderdak aan had geboden en er slechts eenmalig een poging was tot prostitutie. [bewindvoerder] legt een verklaring over van [persoon] van 9 juni 2025 (productie 2 conclusie van antwoord) waaruit volgens [bewindvoerder] volgt dat de eerste verklaring aan de toezichthouder niet juist is vertaald via Google Translate. [persoon] verklaart op 9 juni 2025 niet eerder als prostituee gewerkt te hebben, dat het profiel op [website] niet van haar was, zij geen huur aan [gedaagde] betaalde en dat ze zo’n zes maanden in de woning verbleef, aldus [bewindvoerder] . 5.6. De kantonrechter ziet gezien de constateringen van de toezichthouder van de gemeente geen reden er aan te twijfelen dat de in het gehuurde aangetroffen persoon [persoon] in de woning aanwezig was met als doel het verrichten van prostitutieactiviteiten. De toezichthouder heeft beschreven dat de afspraak met de vrouw via de website [website] tot stand is gekomen, de vrouw heeft verklaard dat zij een eigen account bij [website] heeft, zij in de slaapkamer van de woning klanten ontvangt en zij € 500,00 per maand betaalt voor haar verblijf in de woning. Aan de verklaring van [persoon] ten overstaan van de toezichthouder wordt meer waarde gehecht dan aan de latere verklaring van [persoon] waarvan Alwel de juistheid betwist en die ook erg onsamenhangend is. De verklaring ten overstaan van de toezichthouder is ambtsedig opgemaakt en na gebleken gevolgen van de constateringen voor [gedaagde] had [persoon] er belang bij haar latere verklaring ten gunste van [gedaagde] aan te passen. [persoon] betwist in haar latere verklaring overigens niet expliciet dat zij geen prostitutieactiviteiten in de woning heeft verricht en ook zegt zij daarin zes maanden in de woning te hebben verbleven. Daarmee wordt uitgegaan van prostitutie in de woning. Voor verder onderzoek door Alwel was, anders dan [bewindvoerder] aanvoert, geen aanleiding omdat met de constateringen van de toezichthouder voldoende vast staat dat het gehuurde is gebruikt voor prostitutiedoeleinden. 5.7. [bewindvoerder] voert aan dat [gedaagde] niet wist van prostitutiewerkzaamheden omdat hij fulltime als zelfstandig kok werkte bij een hotel en veel van huis was en met name in de avond waardoor geen sprake is van een tekortkoming. Voor zover [gedaagde] al niet op de hoogte was van de prostitutieactiviteiten geldt dat hij jegens Alwel tekortgeschoten is in de op hem rustende plicht behoorlijk toezicht te houden op hetgeen zich in het gehuurde afspeelt. [gedaagde] is op grond van artikel 7:219 BW jegens Alwel aansprakelijk voor die prostitutieactiviteiten en daarom is sprake van een tekortkoming van [gedaagde] in de nakoming van zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst. Ontbinding en ontruiming gerechtvaardigd? 5.8. De vraag is vervolgens of er een zodanige ernstige tekortkoming is dat deze in de gegeven omstandigheden dient te leiden tot ontbinding van de huurovereenkomst en tot ontruiming van de woning. Het woonrecht is immers een essentieel recht en aantasting van dat recht dient evenredig te zijn aan het beoogde doel daarvan. De gevorderde ontbinding en ontruiming dienen proportioneel te zijn. Er dient dus door de kantonrechter een belangenafweging gemaakt te worden. 5.9. [bewindvoerder] betwist dat de tekortkoming zodanig ernstig is dat deze dient te leiden tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde. Dit omdat [gedaagde] niet van de prostitutie op de hoogte zou zijn. Daarnaast beroept [bewindvoerder] zich erop dat [gedaagde] onder bewind staat, dat [gedaagde] baat heeft bij veel begeleiding en dat alleen efficiënt is bij een stabiele woonsituatie en geen sprake is van overlast of aanhoudend kwalijk gedrag. Bij ontbinding zal hulpverlening volgens [bewindvoerder] doorbroken worden omdat niet te verwachten is dat [gedaagde] op kort termijn een nieuwe woning zal verkrijgen, waardoor [gedaagde] op straat komt en nieuw delict gedrag op de loer ligt. 5.10. Daartegenover staat het belang van Alwel om daadkrachtig op te treden tegen prostitutie gerelateerde activiteiten in haar woningen om een gezonde en veilige woon- en leefomgeving te bewaken. Alwel stelt een zero tolerance beleid te voeren ten aanzien van prostitutie-gerelateerde activiteiten in haar woningen. Daarnaast stelt Alwel dat het haar verantwoordelijkheid is om misbruik van schaarse sociale huurwoningen tegen te gaan. 5.11. De kantonrechter is van oordeel dat het belang van Alwel bij ontbinding van de huurovereenkomst prevaleert boven het belang van [gedaagde] om de woning te behouden. Dit gelet op de aard van de tekortkoming die als ernstig moet worden beschouwd. Voor zover de prostitutieactiviteiten van korte duur mochten zijn geweest dan leidt dat niet tot een ander oordeel omdat dit dan het gevolg is van ingrijpen door de gemeente. Illegale prostitutie kan uitbuiting, mensenhandel en andere criminele activiteiten in de hand werken waardoor Alwel er groot belang bij heeft om daartegen op te treden. Dat omwonenden mogelijk (nog) geen overlast hadden ondervonden van de illegale prostitutie, zoals [bewindvoerder] aanvoert en Alwel overigens betwist, doet ook niet af aan de ernst van de tekortkoming. Verder is er geen sprake van bijzondere omstandigheden die hier aanleiding geven om aan [gedaagde] nog een tweede kans te geven. Ter zitting heeft [gedaagde] aangegeven vanaf februari 2024 veelal bij zijn vriendin te verblijven en hij alleen in de woning komt om te douchen, zijn hond uit te laten en hij in de woning overdag een aantal uren is. Gezien dat onderdak bij zijn vriendin, hoeft hij niet op straat te komen staan en heeft hij geen zwaarwegend woonbelang. Daardoor kan het ingestelde bewind ook gewoon voortgezet worden. Conclusie 5.12. Op grond van het voorgaande zullen de vorderingen tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning worden toegewezen. Ten aanzien van de ontruimingstermijn heeft [bewindvoerder] aangegeven dat veertien dagen niet haalbaar is en een termijn van drie maanden realistisch is. De kantonrechter acht de termijn van drie maanden te lang en zal de ontruimingstermijn vaststellen op 30 dagen na betekening van het vonnis. Gebruiksvergoeding 5.13. De door Alwel gevorderde gebruiksvergoeding van € 601,89 per maand voor de periode tussen de datum van ontbinding en de daadwerkelijke ontruiming van het gehuurde zal worden toegewezen. Daarnaast zal de gevorderde wettelijke rente over de gebruiksvergoeding vanaf de datum van opeisbaarheid tot de datum van volledige betaling worden toegewezen. Uitvoerbaar bij voorraad 5.14. Alwel verzoekt om het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren, terwijl [bewindvoerder] verzoekt om die af te wijzen. Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat Alwel het vonnis direct kan (laten) uitvoeren, als [bewindvoerder] , als bewindvoerder van [gedaagde] , niet aan het vonnis (waaronder de veroordeling tot ontruiming) voldoet. [bewindvoerder] kan dus niet wachten met voldoen aan het vonnis in de periode dat tegen het vonnis nog hoger beroep mogelijk is of als zij hoger beroep heeft ingesteld en nog niet op dat hoger beroep is beslist. Het uitgangspunt is dat het vonnis uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard. Van dit uitgangspunt kan worden afgeweken als de belangen van [gedaagde] om de uitkomst van een eventueel hoger beroep af te wachten zwaarder wegen dan de belangen van Alwel om direct over te kunnen gaan tot uitvoering van het vonnis. De belangen die hierbij worden meegewogen, zijn onder meer genoemd onder 5.9 tot en met 5.11.
Volledig
Is er sprake van een tekortkoming? 5.4. Alwel legt aan haar stelling dat er prostitutieactiviteiten plaatsvonden vanuit de woning van [gedaagde] ten grondslag de bestuurlijke constateringen door de toezichthouder zoals opgenomen in de brief van de gemeente van 31 maart 2025. Die constateringen zijn mede gebaseerd op een verklaring van de betreffende vrouw in de woning aan de toezichthouder. 5.5. [bewindvoerder] betwist dat er sprake is geweest van prostitutiewerkzaamheden in de woning. Zij voert aan dat [gedaagde] de moeder van een vriend, [persoon] (hierna [persoon] ) genaamd, tijdelijk onderdak aan had geboden en er slechts eenmalig een poging was tot prostitutie. [bewindvoerder] legt een verklaring over van [persoon] van 9 juni 2025 (productie 2 conclusie van antwoord) waaruit volgens [bewindvoerder] volgt dat de eerste verklaring aan de toezichthouder niet juist is vertaald via Google Translate. [persoon] verklaart op 9 juni 2025 niet eerder als prostituee gewerkt te hebben, dat het profiel op [website] niet van haar was, zij geen huur aan [gedaagde] betaalde en dat ze zo’n zes maanden in de woning verbleef, aldus [bewindvoerder] . 5.6. De kantonrechter ziet gezien de constateringen van de toezichthouder van de gemeente geen reden er aan te twijfelen dat de in het gehuurde aangetroffen persoon [persoon] in de woning aanwezig was met als doel het verrichten van prostitutieactiviteiten. De toezichthouder heeft beschreven dat de afspraak met de vrouw via de website [website] tot stand is gekomen, de vrouw heeft verklaard dat zij een eigen account bij [website] heeft, zij in de slaapkamer van de woning klanten ontvangt en zij € 500,00 per maand betaalt voor haar verblijf in de woning. Aan de verklaring van [persoon] ten overstaan van de toezichthouder wordt meer waarde gehecht dan aan de latere verklaring van [persoon] waarvan Alwel de juistheid betwist en die ook erg onsamenhangend is. De verklaring ten overstaan van de toezichthouder is ambtsedig opgemaakt en na gebleken gevolgen van de constateringen voor [gedaagde] had [persoon] er belang bij haar latere verklaring ten gunste van [gedaagde] aan te passen. [persoon] betwist in haar latere verklaring overigens niet expliciet dat zij geen prostitutieactiviteiten in de woning heeft verricht en ook zegt zij daarin zes maanden in de woning te hebben verbleven. Daarmee wordt uitgegaan van prostitutie in de woning. Voor verder onderzoek door Alwel was, anders dan [bewindvoerder] aanvoert, geen aanleiding omdat met de constateringen van de toezichthouder voldoende vast staat dat het gehuurde is gebruikt voor prostitutiedoeleinden. 5.7. [bewindvoerder] voert aan dat [gedaagde] niet wist van prostitutiewerkzaamheden omdat hij fulltime als zelfstandig kok werkte bij een hotel en veel van huis was en met name in de avond waardoor geen sprake is van een tekortkoming. Voor zover [gedaagde] al niet op de hoogte was van de prostitutieactiviteiten geldt dat hij jegens Alwel tekortgeschoten is in de op hem rustende plicht behoorlijk toezicht te houden op hetgeen zich in het gehuurde afspeelt. [gedaagde] is op grond van artikel 7:219 BW jegens Alwel aansprakelijk voor die prostitutieactiviteiten en daarom is sprake van een tekortkoming van [gedaagde] in de nakoming van zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst. Ontbinding en ontruiming gerechtvaardigd? 5.8. De vraag is vervolgens of er een zodanige ernstige tekortkoming is dat deze in de gegeven omstandigheden dient te leiden tot ontbinding van de huurovereenkomst en tot ontruiming van de woning. Het woonrecht is immers een essentieel recht en aantasting van dat recht dient evenredig te zijn aan het beoogde doel daarvan. De gevorderde ontbinding en ontruiming dienen proportioneel te zijn. Er dient dus door de kantonrechter een belangenafweging gemaakt te worden. 5.9. [bewindvoerder] betwist dat de tekortkoming zodanig ernstig is dat deze dient te leiden tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde. Dit omdat [gedaagde] niet van de prostitutie op de hoogte zou zijn. Daarnaast beroept [bewindvoerder] zich erop dat [gedaagde] onder bewind staat, dat [gedaagde] baat heeft bij veel begeleiding en dat alleen efficiënt is bij een stabiele woonsituatie en geen sprake is van overlast of aanhoudend kwalijk gedrag. Bij ontbinding zal hulpverlening volgens [bewindvoerder] doorbroken worden omdat niet te verwachten is dat [gedaagde] op kort termijn een nieuwe woning zal verkrijgen, waardoor [gedaagde] op straat komt en nieuw delict gedrag op de loer ligt. 5.10. Daartegenover staat het belang van Alwel om daadkrachtig op te treden tegen prostitutie gerelateerde activiteiten in haar woningen om een gezonde en veilige woon- en leefomgeving te bewaken. Alwel stelt een zero tolerance beleid te voeren ten aanzien van prostitutie-gerelateerde activiteiten in haar woningen. Daarnaast stelt Alwel dat het haar verantwoordelijkheid is om misbruik van schaarse sociale huurwoningen tegen te gaan. 5.11. De kantonrechter is van oordeel dat het belang van Alwel bij ontbinding van de huurovereenkomst prevaleert boven het belang van [gedaagde] om de woning te behouden. Dit gelet op de aard van de tekortkoming die als ernstig moet worden beschouwd. Voor zover de prostitutieactiviteiten van korte duur mochten zijn geweest dan leidt dat niet tot een ander oordeel omdat dit dan het gevolg is van ingrijpen door de gemeente. Illegale prostitutie kan uitbuiting, mensenhandel en andere criminele activiteiten in de hand werken waardoor Alwel er groot belang bij heeft om daartegen op te treden. Dat omwonenden mogelijk (nog) geen overlast hadden ondervonden van de illegale prostitutie, zoals [bewindvoerder] aanvoert en Alwel overigens betwist, doet ook niet af aan de ernst van de tekortkoming. Verder is er geen sprake van bijzondere omstandigheden die hier aanleiding geven om aan [gedaagde] nog een tweede kans te geven. Ter zitting heeft [gedaagde] aangegeven vanaf februari 2024 veelal bij zijn vriendin te verblijven en hij alleen in de woning komt om te douchen, zijn hond uit te laten en hij in de woning overdag een aantal uren is. Gezien dat onderdak bij zijn vriendin, hoeft hij niet op straat te komen staan en heeft hij geen zwaarwegend woonbelang. Daardoor kan het ingestelde bewind ook gewoon voortgezet worden. Conclusie 5.12. Op grond van het voorgaande zullen de vorderingen tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning worden toegewezen. Ten aanzien van de ontruimingstermijn heeft [bewindvoerder] aangegeven dat veertien dagen niet haalbaar is en een termijn van drie maanden realistisch is. De kantonrechter acht de termijn van drie maanden te lang en zal de ontruimingstermijn vaststellen op 30 dagen na betekening van het vonnis. Gebruiksvergoeding 5.13. De door Alwel gevorderde gebruiksvergoeding van € 601,89 per maand voor de periode tussen de datum van ontbinding en de daadwerkelijke ontruiming van het gehuurde zal worden toegewezen. Daarnaast zal de gevorderde wettelijke rente over de gebruiksvergoeding vanaf de datum van opeisbaarheid tot de datum van volledige betaling worden toegewezen. Uitvoerbaar bij voorraad 5.14. Alwel verzoekt om het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren, terwijl [bewindvoerder] verzoekt om die af te wijzen. Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat Alwel het vonnis direct kan (laten) uitvoeren, als [bewindvoerder] , als bewindvoerder van [gedaagde] , niet aan het vonnis (waaronder de veroordeling tot ontruiming) voldoet. [bewindvoerder] kan dus niet wachten met voldoen aan het vonnis in de periode dat tegen het vonnis nog hoger beroep mogelijk is of als zij hoger beroep heeft ingesteld en nog niet op dat hoger beroep is beslist. Het uitgangspunt is dat het vonnis uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard. Van dit uitgangspunt kan worden afgeweken als de belangen van [gedaagde] om de uitkomst van een eventueel hoger beroep af te wachten zwaarder wegen dan de belangen van Alwel om direct over te kunnen gaan tot uitvoering van het vonnis. De belangen die hierbij worden meegewogen, zijn onder meer genoemd onder 5.9 tot en met 5.11.