Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-01-23
ECLI:NL:RBZWB:2026:285
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Voorlopige voorziening
665 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBZWB:2026:285 text/xml public 2026-01-29T14:12:32 2026-01-22 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-01-23 25/6346 WOO VV Uitspraak Voorlopige voorziening NL Breda Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:285 text/html public 2026-01-28T14:01:51 2026-01-29 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:285 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 23-01-2026 / 25/6346 WOO VV N-o griffierecht. RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 25/6346 uitspraak van de voorzieningenrechter van 23 januari 2026 in de zaak tussen [verzoekster] vof, uit [plaats] , verzoekster en De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat (de staatssecretaris), verweerder. Inleiding 1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster inzake het openbaar maken van informatie op grond van de Wet open overheid (Woo). 2. Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een zitting achterwege gebleven. Beoordeling door de voorzieningenrechter 3. In de Awb is de verplichting opgenomen tot betaling van griffierecht. Dit vloeit voort uit artikel 8:82 van de Awb, in samenhang met artikel 8:41 van de Awb. 4. Verzoekster is bij aangetekende brief van 13 december 2025 gewezen op de verplichting tot het betalen van griffierecht. Aan verzoekster is meegedeeld dat het griffierecht uiterlijk binnen twee weken moet worden betaald. Verzoekster is er in deze brief tevens op gewezen dat bij niet tijdige betaling het verzoek niet-ontvankelijk kan worden verklaard. 5. De voorzieningenrechter constateert dat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn is ontvangen. Het verzoek is dan ook kennelijk niet-ontvankelijk. Dit betekent dat het verzoek niet inhoudelijk in behandeling wordt genomen. 6. Wellicht ten overvloede wijst de voorzieningenrechter erop dat de staatssecretaris bij brief van 19 december 2025 heeft bevestigd de feitelijke verstrekking van de informatie waarop het besluit van 27 november 2025 ziet uit te stellen totdat op het bezwaar van verzoekster is beslist. Beslissing De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.H. van der Linden, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Constant, griffier, op 23 januari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. griffier voorzieningenrechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.