Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-03-25
ECLI:NL:RBZWB:2026:2790
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
4,068 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:2790 text/xml public 2026-04-28T13:42:59 2026-04-10 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-03-25 11609844 \ CV EXPL 25-1029 (E) Uitspraak Bodemzaak NL Bergen op Zoom Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:2790 text/html public 2026-04-28T13:42:38 2026-04-28 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:2790 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 25-03-2026 / 11609844 \ CV EXPL 25-1029 (E) Overeenkomst van opdracht. Gebrekkige uitvoering werkzaamheden. Ondanks dat gelegenheid tot herstel is geboden, is opdrachtnemer niet tot herstel overgegaan. Toewijzing van vervangende schadevergoeding. RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Bergen op Zoom Zaaknummer: 11609844 \ CV EXPL 25-1029 Vonnis van 25 maart 2026 in de zaak van [eiseres] , wonende te [plaats 1] , eisende partij, hierna te noemen: [eiseres] , gemachtigde: mr. T.M. Kools, tegen [gedaagde] , V.H.O.D.N. [bedrijf 1] , wonende te [plaats 2] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , gemachtigde: [gemachtigde] . 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 23 april 2025 met de daarin genoemde stukken, - de aanvullende producties 11 en 12 van [eiseres] , - de mondelinge behandeling van 28 november 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. Mevrouw [naam] heeft met [gedaagde] een overeenkomst gesloten voor het uitvoeren van werkzaamheden aan/bij de woning aan het [adres] (hierna: de woning). De werkzaamheden zijn uitgevoerd op 12 en 13 november 2020. 2.2. [gedaagde] heeft voor de werkzaamheden aan [naam] twee facturen gezonden. Op factuur [nummer 1] met factuurdatum 12 november 2020 zijn de volgende werkzaamheden opgenomen: dakrenovatie toplaag dakkapel, daktrimmen en afvoer, tweemaal kantstroken opstaande randen, dakrenovatie toplaag garage, loden afvoer en loodwerk dakraam. Op factuur [nummer 2] (doorgekrast) met factuurdatum 13 november 2020 zijn de volgende werkzaamheden opgenomen: loodwerk vervangen garagedak, voegen uitslijpen, loodwerk plaatsen, voegen dichtvoegen cement, loodwerk dakkapel vervangen. In totaal heeft [naam] € 6.747,32 incl. btw aan [gedaagde] betaald. 2.3. [eiseres] heeft op 3 juni 2024 de woning gekocht van [naam] . In de akte van levering is opgenomen dat alle in de koopovereenkomst bedoelde aanspraken van [naam] op derden worden overgedragen aan [eiseres] . 2.4. [eiseres] heeft [bedrijf 2] B.V. (hierna: [bedrijf 2] ) onderzoek laten uitvoeren naar de uitgevoerde werkzaamheden. De inspectie heeft plaatsgevonden op 10 oktober 2024. Uit het rapport van [bedrijf 2] volgt dat het loodwerk bij de aansluiting van het plat dak en opgaand metselwerk en het loodwerk onder het dakkapelkozijn gebrekkig zijn. [bedrijf 2] heeft de herstelkosten begroot op € 12.000,00 incl. btw. 2.5. [eiseres] heeft met de brief van 9 december 2024 [gedaagde] in gebreke gesteld. Met de e-mail van 18 december 2024 heeft [gedaagde] de aansprakelijkheid betwist. 2.6. Ondanks nadere sommatie is [gedaagde] niet tot herstel van de gestelde gebreken overgegaan. 2.7. Na een gerechtelijke procedure te zijn gestart heeft [eiseres] ZNEB Expertise B.V. (hierna: ZNEB) aanvullend onderzoek laten uitvoeren. Uit het rapport van 3 november 2025 volgt dat het loodwerk niet aan de eisen van goed en deugdelijk werk voldoet. ZNEB heeft de herstelkosten begroot op € 7.690,00 incl. btw. 3 Het geschil 3.1. [eiseres] vordert – samengevat – bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 12.000,00 aan hoofdsom, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 23 december 2024, € 1.085,37 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 26 februari 2025 en de proceskosten. 3.2. [eiseres] legt het volgende aan haar vorderingen ten grondslag. Het door [gedaagde] opgeleverde werk vertoont gebreken. [gedaagde] is tekortgeschoten in de nakoming van de op hem rustende verplichtingen die voortvloeien uit de aannemingsovereenkomst, gesloten tussen [naam] en [gedaagde] . [eiseres] heeft [gedaagde] in gebreke gesteld en hem verzocht om tot herstel van de gebreken over te gaan. Omdat [gedaagde] weigert tot herstel over te gaan en in verzuim is komen te verkeren, maakt [eiseres] aanspraak op een vervangende schadevergoeding van € 12.000,00 voor herstel van het loodwerk. [eiseres] maakt aanspraak op vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente. 3.3. [gedaagde] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiseres] , met veroordeling van [eiseres] in de kosten van deze procedure. Hij voert het volgende aan. De werken zijn in november 2020 opgeleverd volgens de destijds geldende normen en praktijkrichtlijnen in de dakdekkersbranche. Er zijn voor de verkoop van de woning geen klachten of meldingen geweest over gebreken. [naam] heeft niet gekozen voor de duurdere optie om het loodwerk tot aan het spouwblad aan te brengen (wat vooral gebruikelijk is bij nieuwbouw), maar voor goedkoper en meer gebruikelijk plaklood. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4 De beoordeling 4.1. De kantonrechter stelt vast dat [eiseres] niets heeft gevorderd met betrekking tot de gestelde gebreken aan de dakbedekking van de dakkapel en de garage, hoewel deze wel in de rapporten van [bedrijf 2] en ZNEB worden genoemd. Om die reden zal de kantonrechter niet ingaan op de gestelde gebreken met betrekking tot de dakbedekking van de dakkapel en de garage, maar zich beperken tot het loodwerk waarvoor een vervangende schadevergoeding wordt gevorderd. 4.2. Voor de vraag wat [gedaagde] met [naam] destijds is overeengekomen, is naar het oordeel van de kantonrechter leidend wat in de facturen is opgenomen en dan met name in de factuur van 13 november 2020. Daarin staat namelijk dat het loodwerk zou worden vervangen, in tegenstelling tot het (slechts) aanbrengen van plaklood zoals door [gedaagde] aangevoerd. Dat het vervangen van het loodwerk tot aanzienlijk hogere kosten zou leiden, zoals [gedaagde] aanvoert, doet daar niets aan af. [naam] en haar rechtsopvolgster [eiseres] mochten ervan uitgaan dat [gedaagde] het loodwerk zou vervangen en niet slechts plaklood over het bestaande lood zou plaatsen. 4.3. [gedaagde] heeft tijdens de mondelinge behandeling nog aangevoerd dat de uitgevoerde werken betrekking hadden op een reparatie van het bestaande lood en dat de wijze waarop [gedaagde] de werken heeft uitgevoerd gebruikelijk is. De kantonrechter ziet voor die stellingen echter geen enkele onderbouwing (mede gelet op wat op de facturen en in de rapporten staat), zodat zij aan deze stellingen voorbij zal gaan. 4.4. Uit de rapporten van zowel [bedrijf 2] als van ZNEB volgt dat [gedaagde] het lood ongeveer 2 cm diep in de voeg heeft aangebracht, over de bestaande loodslabben, terwijl loodslabben voor een waterdichte afdichting moeten worden aangebracht tot aan het binnenspouwblad. [gedaagde] heeft de nieuwe loodslabben niet op die manier aangebracht. In dat opzicht beantwoordt het uitgevoerde werk dus niet aan de overeenkomst en is het werk gebrekkig. 4.5. [eiseres] heeft [gedaagde] in de gelegenheid gesteld om tot herstel van het loodwerk over te gaan. Dat heeft [gedaagde] nagelaten. [gedaagde] verkeert daarom in verzuim. Met de dagvaarding heeft [eiseres] aanspraak gemaakt op een vervangende schadevergoeding, zoals bedoeld in artikel 6:87 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek. Gelet op het voornoemde zal de kantonrechter een vervangende schadevergoeding toewijzen. 4.6. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de gemachtigde van [eiseres] aangegeven dat het op de juiste wijze vervangen van het loodwerk zou moeten kunnen worden uitgevoerd voor de door ZNEB begrote kosten. De kantonrechter ziet daarom aanleiding om voor de vervangende schadevergoeding aan te sluiten bij de kostenbegroting van ZNEB in plaats van bij die van [bedrijf 2] . De kantonrechter zal een bedrag van € 7.960,00 aan vervangende schadevergoeding toewijzen. 4.7.
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:2790 text/xml public 2026-04-28T13:42:59 2026-04-10 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-03-25 11609844 \ CV EXPL 25-1029 (E) Uitspraak Bodemzaak NL Bergen op Zoom Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:2790 text/html public 2026-04-28T13:42:38 2026-04-28 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:2790 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 25-03-2026 / 11609844 \ CV EXPL 25-1029 (E) Overeenkomst van opdracht. Gebrekkige uitvoering werkzaamheden. Ondanks dat gelegenheid tot herstel is geboden, is opdrachtnemer niet tot herstel overgegaan. Toewijzing van vervangende schadevergoeding. RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Bergen op Zoom Zaaknummer: 11609844 \ CV EXPL 25-1029 Vonnis van 25 maart 2026 in de zaak van [eiseres] , wonende te [plaats 1] , eisende partij, hierna te noemen: [eiseres] , gemachtigde: mr. T.M. Kools, tegen [gedaagde] , V.H.O.D.N. [bedrijf 1] , wonende te [plaats 2] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , gemachtigde: [gemachtigde] . 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 23 april 2025 met de daarin genoemde stukken, - de aanvullende producties 11 en 12 van [eiseres] , - de mondelinge behandeling van 28 november 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. Mevrouw [naam] heeft met [gedaagde] een overeenkomst gesloten voor het uitvoeren van werkzaamheden aan/bij de woning aan het [adres] (hierna: de woning). De werkzaamheden zijn uitgevoerd op 12 en 13 november 2020. 2.2. [gedaagde] heeft voor de werkzaamheden aan [naam] twee facturen gezonden. Op factuur [nummer 1] met factuurdatum 12 november 2020 zijn de volgende werkzaamheden opgenomen: dakrenovatie toplaag dakkapel, daktrimmen en afvoer, tweemaal kantstroken opstaande randen, dakrenovatie toplaag garage, loden afvoer en loodwerk dakraam. Op factuur [nummer 2] (doorgekrast) met factuurdatum 13 november 2020 zijn de volgende werkzaamheden opgenomen: loodwerk vervangen garagedak, voegen uitslijpen, loodwerk plaatsen, voegen dichtvoegen cement, loodwerk dakkapel vervangen. In totaal heeft [naam] € 6.747,32 incl. btw aan [gedaagde] betaald. 2.3. [eiseres] heeft op 3 juni 2024 de woning gekocht van [naam] . In de akte van levering is opgenomen dat alle in de koopovereenkomst bedoelde aanspraken van [naam] op derden worden overgedragen aan [eiseres] . 2.4. [eiseres] heeft [bedrijf 2] B.V. (hierna: [bedrijf 2] ) onderzoek laten uitvoeren naar de uitgevoerde werkzaamheden. De inspectie heeft plaatsgevonden op 10 oktober 2024. Uit het rapport van [bedrijf 2] volgt dat het loodwerk bij de aansluiting van het plat dak en opgaand metselwerk en het loodwerk onder het dakkapelkozijn gebrekkig zijn. [bedrijf 2] heeft de herstelkosten begroot op € 12.000,00 incl. btw. 2.5. [eiseres] heeft met de brief van 9 december 2024 [gedaagde] in gebreke gesteld. Met de e-mail van 18 december 2024 heeft [gedaagde] de aansprakelijkheid betwist. 2.6. Ondanks nadere sommatie is [gedaagde] niet tot herstel van de gestelde gebreken overgegaan. 2.7. Na een gerechtelijke procedure te zijn gestart heeft [eiseres] ZNEB Expertise B.V. (hierna: ZNEB) aanvullend onderzoek laten uitvoeren. Uit het rapport van 3 november 2025 volgt dat het loodwerk niet aan de eisen van goed en deugdelijk werk voldoet. ZNEB heeft de herstelkosten begroot op € 7.690,00 incl. btw. 3 Het geschil 3.1. [eiseres] vordert – samengevat – bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 12.000,00 aan hoofdsom, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 23 december 2024, € 1.085,37 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 26 februari 2025 en de proceskosten. 3.2. [eiseres] legt het volgende aan haar vorderingen ten grondslag. Het door [gedaagde] opgeleverde werk vertoont gebreken. [gedaagde] is tekortgeschoten in de nakoming van de op hem rustende verplichtingen die voortvloeien uit de aannemingsovereenkomst, gesloten tussen [naam] en [gedaagde] . [eiseres] heeft [gedaagde] in gebreke gesteld en hem verzocht om tot herstel van de gebreken over te gaan. Omdat [gedaagde] weigert tot herstel over te gaan en in verzuim is komen te verkeren, maakt [eiseres] aanspraak op een vervangende schadevergoeding van € 12.000,00 voor herstel van het loodwerk. [eiseres] maakt aanspraak op vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente. 3.3. [gedaagde] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiseres] , met veroordeling van [eiseres] in de kosten van deze procedure. Hij voert het volgende aan. De werken zijn in november 2020 opgeleverd volgens de destijds geldende normen en praktijkrichtlijnen in de dakdekkersbranche. Er zijn voor de verkoop van de woning geen klachten of meldingen geweest over gebreken. [naam] heeft niet gekozen voor de duurdere optie om het loodwerk tot aan het spouwblad aan te brengen (wat vooral gebruikelijk is bij nieuwbouw), maar voor goedkoper en meer gebruikelijk plaklood. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4 De beoordeling 4.1. De kantonrechter stelt vast dat [eiseres] niets heeft gevorderd met betrekking tot de gestelde gebreken aan de dakbedekking van de dakkapel en de garage, hoewel deze wel in de rapporten van [bedrijf 2] en ZNEB worden genoemd. Om die reden zal de kantonrechter niet ingaan op de gestelde gebreken met betrekking tot de dakbedekking van de dakkapel en de garage, maar zich beperken tot het loodwerk waarvoor een vervangende schadevergoeding wordt gevorderd. 4.2. Voor de vraag wat [gedaagde] met [naam] destijds is overeengekomen, is naar het oordeel van de kantonrechter leidend wat in de facturen is opgenomen en dan met name in de factuur van 13 november 2020. Daarin staat namelijk dat het loodwerk zou worden vervangen, in tegenstelling tot het (slechts) aanbrengen van plaklood zoals door [gedaagde] aangevoerd. Dat het vervangen van het loodwerk tot aanzienlijk hogere kosten zou leiden, zoals [gedaagde] aanvoert, doet daar niets aan af. [naam] en haar rechtsopvolgster [eiseres] mochten ervan uitgaan dat [gedaagde] het loodwerk zou vervangen en niet slechts plaklood over het bestaande lood zou plaatsen. 4.3. [gedaagde] heeft tijdens de mondelinge behandeling nog aangevoerd dat de uitgevoerde werken betrekking hadden op een reparatie van het bestaande lood en dat de wijze waarop [gedaagde] de werken heeft uitgevoerd gebruikelijk is. De kantonrechter ziet voor die stellingen echter geen enkele onderbouwing (mede gelet op wat op de facturen en in de rapporten staat), zodat zij aan deze stellingen voorbij zal gaan. 4.4. Uit de rapporten van zowel [bedrijf 2] als van ZNEB volgt dat [gedaagde] het lood ongeveer 2 cm diep in de voeg heeft aangebracht, over de bestaande loodslabben, terwijl loodslabben voor een waterdichte afdichting moeten worden aangebracht tot aan het binnenspouwblad. [gedaagde] heeft de nieuwe loodslabben niet op die manier aangebracht. In dat opzicht beantwoordt het uitgevoerde werk dus niet aan de overeenkomst en is het werk gebrekkig. 4.5. [eiseres] heeft [gedaagde] in de gelegenheid gesteld om tot herstel van het loodwerk over te gaan. Dat heeft [gedaagde] nagelaten. [gedaagde] verkeert daarom in verzuim. Met de dagvaarding heeft [eiseres] aanspraak gemaakt op een vervangende schadevergoeding, zoals bedoeld in artikel 6:87 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek. Gelet op het voornoemde zal de kantonrechter een vervangende schadevergoeding toewijzen. 4.6. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de gemachtigde van [eiseres] aangegeven dat het op de juiste wijze vervangen van het loodwerk zou moeten kunnen worden uitgevoerd voor de door ZNEB begrote kosten. De kantonrechter ziet daarom aanleiding om voor de vervangende schadevergoeding aan te sluiten bij de kostenbegroting van ZNEB in plaats van bij die van [bedrijf 2] . De kantonrechter zal een bedrag van € 7.960,00 aan vervangende schadevergoeding toewijzen. 4.7.