Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-04-08
ECLI:NL:RBZWB:2026:2751
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
6,376 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:2751 text/xml public 2026-04-28T13:08:01 2026-04-09 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-04-08 11967394 CV EXPL 25-5792 (E) Uitspraak Bodemzaak NL Tilburg Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:2751 text/html public 2026-04-24T12:22:33 2026-04-28 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:2751 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 08-04-2026 / 11967394 CV EXPL 25-5792 (E) Eiser vordert betaling van achterstallige VvE-bijdragen van gedaagde. Verweer van gedaagde is dat er volgens hem feitelijk geen onderhouds- of renovatiewerkzaamheden worden uitgevoerd, maar dat is geen reden om niet te betalen. De eenmalige verhoging is gebaseerd op een genomen besluit van de vergadering van eigenaars en dus moet gedaagde betalen. RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Tilburg Zaaknummer: 11967394 \ CV EXPL 25-5792 Vonnis van 8 april 2026 in de zaak van [eisende partij] , te [plaats] , eisende partij, hierna te noemen: [eisende partij] , gemachtigde: BoitenLuhrs incasso gerechtsdeurwaarders, tegen [gedaagde partij] , te [plaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde partij] , procederend in persoon. De zaak in het kort [eisende partij] vordert betaling van achterstallige VvE-bijdragen van [gedaagde partij] . [gedaagde partij] erkent dat hij deze nog moet betalen, maar hij is het niet eens met de extra verhoging. Dat er volgens hem feitelijk geen onderhouds- of renovatiewerkzaamheden worden uitgevoerd is geen reden om niet te betalen. De eenmalige verhoging is gebaseerd op een genomen besluit van de vergadering van eigenaars en daaraan moet [gedaagde partij] zich houden. [gedaagde partij] moet de VvE-bijdrage inclusief de verhoging betalen. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 3 november 2025 met producties, de conclusie van antwoord, de conclusie van repliek tevens houdende rectificatie partijaanduiding en akte wijziging/vermeerdering van eis met producties, de conclusie van dupliek met producties. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. [gedaagde partij] is eigenaar van een appartementsrecht aan [adres] en een parkeerplaats aangeduid met bouwnummer [nummer] . Het appartement maakt deel uit van een complex ten behoeve waarvan [eisende partij] is opgericht. [gedaagde partij] is hierdoor van rechtswege lid van [eisende partij] . 2.2. [gedaagde partij] is conform breukdeel in 2025 maandelijks € 175,14 aan VvE-bijdrage verschuldigd. Deze VvE-bijdragen vervallen steeds per de eerste van de maand. 3 Het geschil 3.1. [eisende partij] vordert - samengevat – veroordeling van [gedaagde partij] tot betaling van € 2.705,52 aan achterstallige VvE-bijdragen, incassokosten en rente en betaling van de toekomstige maandelijkse VvE-bijdragen, vermeerderd met proceskosten. [eisende partij] legt aan de vordering ten grondslag dat [gedaagde partij] is tekortgeschoten in de nakoming van zijn betalingsverplichting van de maandelijks verschuldigde VvE-bijdragen. 3.2. [gedaagde partij] erkent dat hij maandelijks de VvE-bijdrage moet betalen, maar hij is het niet eens met de (eenmalige) verhoging van de bijdrage, omdat er in het gebouw feitelijk geen onderhouds- of renovatiewerkzaamheden worden uitgevoerd. Daarnaast maakt hij bezwaar tegen de incasso-, administratie- en proceskosten, omdat hij niet eerder aanmaningen heeft ontvangen en de automatische incasso’s zonder zijn medeweten zijn stopgezet door de VvE. De achterstallige VvE-bijdragen wil hij graag in termijnen betalen. 3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4 De beoordeling Openstaande VvE-bijdragen 4.1. [eisende partij] heeft onderbouwd gesteld dat er een achterstand is in betaling van de VvE-bijdragen van € 2.575,55 berekend tot en met december 2025. 4.2. [gedaagde partij] heeft erkend dat hij de achterstallige VvE-bijdragen nog moet betalen, maar hij is het niet eens is met de verhoging van de bijdrage. Hij vindt dat er te weinig onderhoud wordt gepleegd en gebreken niet voldoende worden aangepakt, maar dit ontslaat hem nog niet van zijn betalingsverplichting van de VvE-bijdrage. Uit de stukken maakt de kantonrechter op dat de eenmalige verhoging een extra bijdrage is in verband met sparen, gebaseerd op een besluit van de vergadering van [eisende partij] van 19 juni 2025. VvE-leden die het niet eens zijn met een besluit van de vergadering van eigenaars kunnen de kantonrechter verzoeken om vernietiging van dat besluit. Zo’n verzoek moet worden gedaan binnen een maand na kennisname van het besluit, maar dit heeft [gedaagde partij] niet gedaan. Het besluit is daarmee definitief en dit betekent dat [gedaagde partij] zich aan het besluit moet houden en de eenmalige verhoging (extra betaling) moet betalen. 4.3. De kantonrechter begrijpt dat [gedaagde partij] vindt dat hij onvoldoende gebruik kan maken van de parkeerruimte doordat fietsen verkeerd worden gestald en dat de VvE onvoldoende actie onderneemt als het gaat om het aanpakken van gebreken zoals lekkageproblemen, een niet goed functionerende intercom en een lift die regelmatig uitvalt. Als [gedaagde partij] wil dat de VvE hierop actie onderneemt, dan zal hij dit onder de aandacht moeten brengen bij de overige appartementseigenaren tijdens een volgende algemene ledenvergadering. 4.4. Het voorgaande betekent dat [gedaagde partij] zal worden veroordeeld om € 2.575,55 aan achterstallige VvE-bijdragen te betalen aan [eisende partij] . Rente 4.5. [eisende partij] vordert een bedrag van € 22,74 aan wettelijke rente over de achterstallige bijdragen berekend tot en met 27 november 2025. [gedaagde partij] maakt hier bezwaar tegen, omdat deze achterstand volgens hem is ontstaan doordat de VvE de automatische incasso heeft stopgezet. [eisende partij] heeft uitgelegd dat de automatische incasso’s vanaf januari 2025 structureel door [gedaagde partij] werden gestorneerd en omdat deze storneringen voor [eisende partij] extra kosten met zich brachten was zij genoodzaakt om de automatische incasso per 1 augustus 2025 stop te zetten. Ter onderbouwing hiervan heeft zij een overzicht van de verschillende betalingen en storneringen van [gedaagde partij] overgelegd. De kantonrechter is van oordeel dat niet is gebleken dat het aan [eisende partij] te wijten is dat de VvE-bijdragen niet op tijd zijn betaald. Bovendien is [gedaagde partij] zelf verantwoordelijk voor tijdige betalingen van de VvE-bijdrage. Hij had ook handmatig tot betaling kunnen overgaan toen hij zag dat er gestorneerd werd en dat heeft hij niet gedaan. Aan dit verweer wordt dus voorbij gegaan. 4.6. [gedaagde partij] heeft ook aangevoerd dat hij nooit is geïnformeerd over een betalingsachterstand, maar dit verweer maakt voor de verschuldigdheid van de wettelijke rente niets uit. De VvE-bijdragen zijn telkens per de eerste van de maand verschuldigd. Dit is een fatale termijn, zodat [gedaagde partij] alleen al door het verstrijken van deze termijn in verzuim is met de betaling en vanaf die datum wettelijke rente verschuldigd is. Het versturen van een betalingsherinnering is daarvoor niet nodig. Nu [gedaagde partij] te laat is met betalen van de VvE-bijdragen zal de gevorderde berekende wettelijke rente van € 22,74 worden toegewezen. De gevorderde wettelijke rente over de totale achterstallige bijdragen tot en met december 2025 zal worden toegewezen vanaf 1 december 2025, omdat [gedaagde partij] pas vanaf 1 december 2025 te laat is met het betalen van die laatste termijn. Buitengerechtelijke incassokosten 4.7. [eisende partij] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. [gedaagde partij] maakt bezwaar tegen deze kosten, omdat hij nooit brieven met betalingsherinneringen of aanmaningen heeft ontvangen.
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:2751 text/xml public 2026-04-28T13:08:01 2026-04-09 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-04-08 11967394 CV EXPL 25-5792 (E) Uitspraak Bodemzaak NL Tilburg Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:2751 text/html public 2026-04-24T12:22:33 2026-04-28 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:2751 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 08-04-2026 / 11967394 CV EXPL 25-5792 (E) Eiser vordert betaling van achterstallige VvE-bijdragen van gedaagde. Verweer van gedaagde is dat er volgens hem feitelijk geen onderhouds- of renovatiewerkzaamheden worden uitgevoerd, maar dat is geen reden om niet te betalen. De eenmalige verhoging is gebaseerd op een genomen besluit van de vergadering van eigenaars en dus moet gedaagde betalen. RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Tilburg Zaaknummer: 11967394 \ CV EXPL 25-5792 Vonnis van 8 april 2026 in de zaak van [eisende partij] , te [plaats] , eisende partij, hierna te noemen: [eisende partij] , gemachtigde: BoitenLuhrs incasso gerechtsdeurwaarders, tegen [gedaagde partij] , te [plaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde partij] , procederend in persoon. De zaak in het kort [eisende partij] vordert betaling van achterstallige VvE-bijdragen van [gedaagde partij] . [gedaagde partij] erkent dat hij deze nog moet betalen, maar hij is het niet eens met de extra verhoging. Dat er volgens hem feitelijk geen onderhouds- of renovatiewerkzaamheden worden uitgevoerd is geen reden om niet te betalen. De eenmalige verhoging is gebaseerd op een genomen besluit van de vergadering van eigenaars en daaraan moet [gedaagde partij] zich houden. [gedaagde partij] moet de VvE-bijdrage inclusief de verhoging betalen. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 3 november 2025 met producties, de conclusie van antwoord, de conclusie van repliek tevens houdende rectificatie partijaanduiding en akte wijziging/vermeerdering van eis met producties, de conclusie van dupliek met producties. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. [gedaagde partij] is eigenaar van een appartementsrecht aan [adres] en een parkeerplaats aangeduid met bouwnummer [nummer] . Het appartement maakt deel uit van een complex ten behoeve waarvan [eisende partij] is opgericht. [gedaagde partij] is hierdoor van rechtswege lid van [eisende partij] . 2.2. [gedaagde partij] is conform breukdeel in 2025 maandelijks € 175,14 aan VvE-bijdrage verschuldigd. Deze VvE-bijdragen vervallen steeds per de eerste van de maand. 3 Het geschil 3.1. [eisende partij] vordert - samengevat – veroordeling van [gedaagde partij] tot betaling van € 2.705,52 aan achterstallige VvE-bijdragen, incassokosten en rente en betaling van de toekomstige maandelijkse VvE-bijdragen, vermeerderd met proceskosten. [eisende partij] legt aan de vordering ten grondslag dat [gedaagde partij] is tekortgeschoten in de nakoming van zijn betalingsverplichting van de maandelijks verschuldigde VvE-bijdragen. 3.2. [gedaagde partij] erkent dat hij maandelijks de VvE-bijdrage moet betalen, maar hij is het niet eens met de (eenmalige) verhoging van de bijdrage, omdat er in het gebouw feitelijk geen onderhouds- of renovatiewerkzaamheden worden uitgevoerd. Daarnaast maakt hij bezwaar tegen de incasso-, administratie- en proceskosten, omdat hij niet eerder aanmaningen heeft ontvangen en de automatische incasso’s zonder zijn medeweten zijn stopgezet door de VvE. De achterstallige VvE-bijdragen wil hij graag in termijnen betalen. 3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4 De beoordeling Openstaande VvE-bijdragen 4.1. [eisende partij] heeft onderbouwd gesteld dat er een achterstand is in betaling van de VvE-bijdragen van € 2.575,55 berekend tot en met december 2025. 4.2. [gedaagde partij] heeft erkend dat hij de achterstallige VvE-bijdragen nog moet betalen, maar hij is het niet eens is met de verhoging van de bijdrage. Hij vindt dat er te weinig onderhoud wordt gepleegd en gebreken niet voldoende worden aangepakt, maar dit ontslaat hem nog niet van zijn betalingsverplichting van de VvE-bijdrage. Uit de stukken maakt de kantonrechter op dat de eenmalige verhoging een extra bijdrage is in verband met sparen, gebaseerd op een besluit van de vergadering van [eisende partij] van 19 juni 2025. VvE-leden die het niet eens zijn met een besluit van de vergadering van eigenaars kunnen de kantonrechter verzoeken om vernietiging van dat besluit. Zo’n verzoek moet worden gedaan binnen een maand na kennisname van het besluit, maar dit heeft [gedaagde partij] niet gedaan. Het besluit is daarmee definitief en dit betekent dat [gedaagde partij] zich aan het besluit moet houden en de eenmalige verhoging (extra betaling) moet betalen. 4.3. De kantonrechter begrijpt dat [gedaagde partij] vindt dat hij onvoldoende gebruik kan maken van de parkeerruimte doordat fietsen verkeerd worden gestald en dat de VvE onvoldoende actie onderneemt als het gaat om het aanpakken van gebreken zoals lekkageproblemen, een niet goed functionerende intercom en een lift die regelmatig uitvalt. Als [gedaagde partij] wil dat de VvE hierop actie onderneemt, dan zal hij dit onder de aandacht moeten brengen bij de overige appartementseigenaren tijdens een volgende algemene ledenvergadering. 4.4. Het voorgaande betekent dat [gedaagde partij] zal worden veroordeeld om € 2.575,55 aan achterstallige VvE-bijdragen te betalen aan [eisende partij] . Rente 4.5. [eisende partij] vordert een bedrag van € 22,74 aan wettelijke rente over de achterstallige bijdragen berekend tot en met 27 november 2025. [gedaagde partij] maakt hier bezwaar tegen, omdat deze achterstand volgens hem is ontstaan doordat de VvE de automatische incasso heeft stopgezet. [eisende partij] heeft uitgelegd dat de automatische incasso’s vanaf januari 2025 structureel door [gedaagde partij] werden gestorneerd en omdat deze storneringen voor [eisende partij] extra kosten met zich brachten was zij genoodzaakt om de automatische incasso per 1 augustus 2025 stop te zetten. Ter onderbouwing hiervan heeft zij een overzicht van de verschillende betalingen en storneringen van [gedaagde partij] overgelegd. De kantonrechter is van oordeel dat niet is gebleken dat het aan [eisende partij] te wijten is dat de VvE-bijdragen niet op tijd zijn betaald. Bovendien is [gedaagde partij] zelf verantwoordelijk voor tijdige betalingen van de VvE-bijdrage. Hij had ook handmatig tot betaling kunnen overgaan toen hij zag dat er gestorneerd werd en dat heeft hij niet gedaan. Aan dit verweer wordt dus voorbij gegaan. 4.6. [gedaagde partij] heeft ook aangevoerd dat hij nooit is geïnformeerd over een betalingsachterstand, maar dit verweer maakt voor de verschuldigdheid van de wettelijke rente niets uit. De VvE-bijdragen zijn telkens per de eerste van de maand verschuldigd. Dit is een fatale termijn, zodat [gedaagde partij] alleen al door het verstrijken van deze termijn in verzuim is met de betaling en vanaf die datum wettelijke rente verschuldigd is. Het versturen van een betalingsherinnering is daarvoor niet nodig. Nu [gedaagde partij] te laat is met betalen van de VvE-bijdragen zal de gevorderde berekende wettelijke rente van € 22,74 worden toegewezen. De gevorderde wettelijke rente over de totale achterstallige bijdragen tot en met december 2025 zal worden toegewezen vanaf 1 december 2025, omdat [gedaagde partij] pas vanaf 1 december 2025 te laat is met het betalen van die laatste termijn. Buitengerechtelijke incassokosten 4.7. [eisende partij] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. [gedaagde partij] maakt bezwaar tegen deze kosten, omdat hij nooit brieven met betalingsherinneringen of aanmaningen heeft ontvangen.
Volledig
Gelet op de hoeveelheid aan brieven die [eisende partij] heeft overgelegd, die zowel per e-mail als per reguliere post zijn verzonden naar het adres van [gedaagde partij] , acht de kantonrechter het niet aannemelijk dat hij deze brieven allemaal niet heeft ontvangen. Aan de wettelijke eisen voor een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is voldaan. Daarom zal een bedrag van € 101,18 worden toegewezen. Kadastrale kosten 4.8. [eisende partij] vordert verder € 6,05 aan kosten voor het opvragen van een kadastraal uittreksel, waaruit blijkt dat [gedaagde partij] eigenaar is van het appartementsrecht. De noodzaak voor het maken van die kosten door (de gemachtigde van) [eisende partij] is niet gebleken. [eisende partij] hoeft haar stelling dat [gedaagde partij] eigenaar is van het appartement pas te bewijzen wanneer dit door [gedaagde partij] in rechte wordt betwist. Nu dit niet is betwist zijn deze kosten dus niet noodzakelijk en worden deze afgewezen. Toekomstige bijdragen 4.9. Voor de vordering tot betaling van toekomstige VvE-bijdragen is van belang dat [gedaagde partij] een lange periode de verschuldigde termijnen niet heeft betaald, zodat [eisende partij] voldoende belang heeft bij de gevraagde veroordeling, steeds vanaf de datum waarop elke toekomstige termijn opeisbaar zal worden. Deze vordering wordt toegewezen voor de duur van één jaar na dit vonnis, dus tot en met de maand april 2027, tenzij het lidmaatschap van [gedaagde partij] eerder eindigt. De vordering tot toewijzing van de toekomstige bijdragen na april 2027 zal de kantonrechter afwijzen, nu deze verplichting reeds uit het (bestaande) lidmaatschap van [gedaagde partij] voortvloeit. Deze afwijzing betekent niet dat [gedaagde partij] de VvE-bijdrage dan niet meer hoeft te betalen, maar hij wordt er alleen niet toe veroordeeld. [gedaagde partij] moet betalen 4.10. Uit het voorgaande volgt dat in totaal het volgende bedrag wordt toegewezen: - hoofdsom aan VvE-bijdragen € 2.575,55 - buitengerechtelijke incassokosten € 101,18 - rente tot en met 27 november 2025 € 22,74 + Totaal € 2.699,47 Betalingsregeling 4.11. [gedaagde partij] wil graag een betalingsregeling treffen voor de achterstand, maar de kantonrechter kan [eisende partij] niet in een vonnis verplichten om een regeling te treffen. [eisende partij] heeft wel aangeven open te staan voor een betalingsregeling. Voor het (eventueel alsnog) treffen van een betalingsregeling naar aanleiding van dit vonnis kan [gedaagde partij] contact opnemen met (de gemachtigde van) [eisende partij] . Proceskosten 4.12. Volgens [gedaagde partij] is een veroordeling in de proceskosten niet gerechtvaardigd, omdat hij geen kans heeft gekregen om de achterstand vrijwillig te betalen voordat deze procedure werd gestart. Zoals hiervoor is overwogen in overweging 4.7 acht de kantonrechter het niet aannemelijk dat [gedaagde partij] niet op de hoogte was van de betalingsachterstand gelet op de vele brieven die naar zijn adres zijn gestuurd. Hij heeft hiermee voldoende kans gekregen om de achterstand in VvE-bijdragen te betalen. 4.13. [gedaagde partij] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eisende partij] worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 146,14 - griffierecht € 385,00 - salaris gemachtigde € 506,00 (2 punten × € 253,00) - nakosten € 126,50 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 1.163,64 5 De beslissing De kantonrechter 5.1. veroordeelt [gedaagde partij] om aan [eisende partij] te betalen een bedrag van € 2.699,47, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 2.575,55, met ingang van 1 december 2025 tot de dag van volledige betaling, 5.2. veroordeelt [gedaagde partij] om aan [eisende partij] te betalen een bedrag van € 175,14 per maand aan VvE-bijdrage (met inachtneming van eventuele verlagingen of verhogingen van dit bedrag conform rechtsgeldig door de vergadering van eigenaars genomen besluiten), vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag telkens vanaf de eerste dag van de betreffende maand tot aan de dag van voldoening, te betalen vanaf januari 2026 tot en met april 2027, tenzij het lidmaatschap van [gedaagde partij] eerder eindigt, 5.3. veroordeelt [gedaagde partij] in de proceskosten van € 1.163,64, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde partij] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 5.4. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, 5.5. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. Speekenbrink en in het openbaar uitgesproken op 8 april 2026. artikel 5:130 van het Burgerlijk Wetboek (BW).
Volledig
Gelet op de hoeveelheid aan brieven die [eisende partij] heeft overgelegd, die zowel per e-mail als per reguliere post zijn verzonden naar het adres van [gedaagde partij] , acht de kantonrechter het niet aannemelijk dat hij deze brieven allemaal niet heeft ontvangen. Aan de wettelijke eisen voor een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is voldaan. Daarom zal een bedrag van € 101,18 worden toegewezen. Kadastrale kosten 4.8. [eisende partij] vordert verder € 6,05 aan kosten voor het opvragen van een kadastraal uittreksel, waaruit blijkt dat [gedaagde partij] eigenaar is van het appartementsrecht. De noodzaak voor het maken van die kosten door (de gemachtigde van) [eisende partij] is niet gebleken. [eisende partij] hoeft haar stelling dat [gedaagde partij] eigenaar is van het appartement pas te bewijzen wanneer dit door [gedaagde partij] in rechte wordt betwist. Nu dit niet is betwist zijn deze kosten dus niet noodzakelijk en worden deze afgewezen. Toekomstige bijdragen 4.9. Voor de vordering tot betaling van toekomstige VvE-bijdragen is van belang dat [gedaagde partij] een lange periode de verschuldigde termijnen niet heeft betaald, zodat [eisende partij] voldoende belang heeft bij de gevraagde veroordeling, steeds vanaf de datum waarop elke toekomstige termijn opeisbaar zal worden. Deze vordering wordt toegewezen voor de duur van één jaar na dit vonnis, dus tot en met de maand april 2027, tenzij het lidmaatschap van [gedaagde partij] eerder eindigt. De vordering tot toewijzing van de toekomstige bijdragen na april 2027 zal de kantonrechter afwijzen, nu deze verplichting reeds uit het (bestaande) lidmaatschap van [gedaagde partij] voortvloeit. Deze afwijzing betekent niet dat [gedaagde partij] de VvE-bijdrage dan niet meer hoeft te betalen, maar hij wordt er alleen niet toe veroordeeld. [gedaagde partij] moet betalen 4.10. Uit het voorgaande volgt dat in totaal het volgende bedrag wordt toegewezen: - hoofdsom aan VvE-bijdragen € 2.575,55 - buitengerechtelijke incassokosten € 101,18 - rente tot en met 27 november 2025 € 22,74 + Totaal € 2.699,47 Betalingsregeling 4.11. [gedaagde partij] wil graag een betalingsregeling treffen voor de achterstand, maar de kantonrechter kan [eisende partij] niet in een vonnis verplichten om een regeling te treffen. [eisende partij] heeft wel aangeven open te staan voor een betalingsregeling. Voor het (eventueel alsnog) treffen van een betalingsregeling naar aanleiding van dit vonnis kan [gedaagde partij] contact opnemen met (de gemachtigde van) [eisende partij] . Proceskosten 4.12. Volgens [gedaagde partij] is een veroordeling in de proceskosten niet gerechtvaardigd, omdat hij geen kans heeft gekregen om de achterstand vrijwillig te betalen voordat deze procedure werd gestart. Zoals hiervoor is overwogen in overweging 4.7 acht de kantonrechter het niet aannemelijk dat [gedaagde partij] niet op de hoogte was van de betalingsachterstand gelet op de vele brieven die naar zijn adres zijn gestuurd. Hij heeft hiermee voldoende kans gekregen om de achterstand in VvE-bijdragen te betalen. 4.13. [gedaagde partij] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eisende partij] worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 146,14 - griffierecht € 385,00 - salaris gemachtigde € 506,00 (2 punten × € 253,00) - nakosten € 126,50 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 1.163,64 5 De beslissing De kantonrechter 5.1. veroordeelt [gedaagde partij] om aan [eisende partij] te betalen een bedrag van € 2.699,47, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 2.575,55, met ingang van 1 december 2025 tot de dag van volledige betaling, 5.2. veroordeelt [gedaagde partij] om aan [eisende partij] te betalen een bedrag van € 175,14 per maand aan VvE-bijdrage (met inachtneming van eventuele verlagingen of verhogingen van dit bedrag conform rechtsgeldig door de vergadering van eigenaars genomen besluiten), vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag telkens vanaf de eerste dag van de betreffende maand tot aan de dag van voldoening, te betalen vanaf januari 2026 tot en met april 2027, tenzij het lidmaatschap van [gedaagde partij] eerder eindigt, 5.3. veroordeelt [gedaagde partij] in de proceskosten van € 1.163,64, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde partij] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 5.4. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, 5.5. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. Speekenbrink en in het openbaar uitgesproken op 8 april 2026. artikel 5:130 van het Burgerlijk Wetboek (BW).