Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-04-01
ECLI:NL:RBZWB:2026:2731
Civiel recht
Bodemzaak
1,600 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:2731 text/xml public 2026-04-28T12:48:59 2026-04-09 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-04-01 11873893 \ CV EXPL 25-2941 (H) Uitspraak Bodemzaak NL Breda Civiel recht Herstelde uitspraak: ECLI:NL:RBZWB:2026:1026 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:2731 text/html public 2026-04-24T11:14:39 2026-04-28 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:2731 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 01-04-2026 / 11873893 \ CV EXPL 25-2941 (H) Herstelvonnis RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Breda Zaaknummer: 11873893 \ CV EXPL 25-2941 Verbetervonnis van 1 april 2026 in de zaak van STICHTING THUISVESTER , te Oosterhout, eisende partij, hierna te noemen: Thuisvester, gemachtigde: GGN Brabant, tegen [gedaagde] , te [plaats], gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde], procederend in persoon. 1 Het verzoek tot verbetering 1.1. Op 27 februari 2026 heeft GGN Brabant namens Thuisvester de kantonrechter verzocht om verbetering van het op 18 februari 2026 in deze zaak gewezen vonnis. Daartoe is aangevoerd dat in de beslissing een ander bedrag aan proceskosten is opgenomen dan uiteengezet bij de proceskosten onder punt 5.10. 1.2. De kantonrechter heeft [gedaagde] in de gelegenheid gesteld om op dit verzoek te reageren. [gedaagde] heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt. 2 De beoordeling 2.1. Op grond van artikel 31 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering verbetert de rechter te allen tijde, op verzoek van een partij of ambtshalve, in zijn vonnis een kennelijke rekenfout, schrijffout of andere kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. Dit is het geval als het gaat om duidelijke verschrijvingen of fouten waarvan direct duidelijk is dat sprake is van een vergissing. 2.2. De kantonrechter oordeelt dat in het vonnis van 18 februari 2026 sprake is van een kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. De kantonrechter zal het verzoek tot verbetering van het vonnis dan ook toewijzen als volgt. 3 De beslissing De kantonrechter 3.1. bepaalt dat randnummer 6.2 van het op 18 februari 2026 tussen partijen gewezen vonnis, waar staat “veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 797,14, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend” wordt gewijzigd in “veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 846,14, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend”, 3.2. bepaalt dat deze verbetering onder de vermelding van de datum 1 april 2026 wordt vermeld op de minuut van het vonnis van 18 februari 2026, 3.3. verzoekt de partij die de grosse heeft ontvangen, voor zover zij dit niet al heeft gedaan, de ontvangen grosse van het vonnis van 18 februari 2026 na ontvangst van dit verbetervonnis aan de griffie van de rechtbank terug te sturen. Dit vonnis is gewezen door mr. Dijkman en in het openbaar uitgesproken op 1 april 2026.
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:2731 text/xml public 2026-04-28T12:48:59 2026-04-09 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-04-01 11873893 \ CV EXPL 25-2941 (H) Uitspraak Bodemzaak NL Breda Civiel recht Herstelde uitspraak: ECLI:NL:RBZWB:2026:1026 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:2731 text/html public 2026-04-24T11:14:39 2026-04-28 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:2731 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 01-04-2026 / 11873893 \ CV EXPL 25-2941 (H) Herstelvonnis RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Breda Zaaknummer: 11873893 \ CV EXPL 25-2941 Verbetervonnis van 1 april 2026 in de zaak van STICHTING THUISVESTER , te Oosterhout, eisende partij, hierna te noemen: Thuisvester, gemachtigde: GGN Brabant, tegen [gedaagde] , te [plaats], gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde], procederend in persoon. 1 Het verzoek tot verbetering 1.1. Op 27 februari 2026 heeft GGN Brabant namens Thuisvester de kantonrechter verzocht om verbetering van het op 18 februari 2026 in deze zaak gewezen vonnis. Daartoe is aangevoerd dat in de beslissing een ander bedrag aan proceskosten is opgenomen dan uiteengezet bij de proceskosten onder punt 5.10. 1.2. De kantonrechter heeft [gedaagde] in de gelegenheid gesteld om op dit verzoek te reageren. [gedaagde] heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt. 2 De beoordeling 2.1. Op grond van artikel 31 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering verbetert de rechter te allen tijde, op verzoek van een partij of ambtshalve, in zijn vonnis een kennelijke rekenfout, schrijffout of andere kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. Dit is het geval als het gaat om duidelijke verschrijvingen of fouten waarvan direct duidelijk is dat sprake is van een vergissing. 2.2. De kantonrechter oordeelt dat in het vonnis van 18 februari 2026 sprake is van een kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. De kantonrechter zal het verzoek tot verbetering van het vonnis dan ook toewijzen als volgt. 3 De beslissing De kantonrechter 3.1. bepaalt dat randnummer 6.2 van het op 18 februari 2026 tussen partijen gewezen vonnis, waar staat “veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 797,14, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend” wordt gewijzigd in “veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 846,14, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend”, 3.2. bepaalt dat deze verbetering onder de vermelding van de datum 1 april 2026 wordt vermeld op de minuut van het vonnis van 18 februari 2026, 3.3. verzoekt de partij die de grosse heeft ontvangen, voor zover zij dit niet al heeft gedaan, de ontvangen grosse van het vonnis van 18 februari 2026 na ontvangst van dit verbetervonnis aan de griffie van de rechtbank terug te sturen. Dit vonnis is gewezen door mr. Dijkman en in het openbaar uitgesproken op 1 april 2026.