Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-03-09
ECLI:NL:RBZWB:2026:2720
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
4,052 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:2720 text/xml public 2026-04-17T12:29:21 2026-04-09 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-03-09 C/02/445187 / FA RK 26-873 Uitspraak Rekestprocedure NL Breda Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:2720 text/html public 2026-04-15T14:42:53 2026-04-17 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:2720 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 09-03-2026 / C/02/445187 / FA RK 26-873 Toewijzing 1e RM - 4 maanden i.p.v. 6 maanden met als opdracht om samen aan een plan van aanpak te werken voor de terugkeer naar huis van betrokkene RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/445187 / FA RK 26-873 Datum uitspraak: 9 maart 2026 Beschikking rechterlijke machtiging op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1959 in [geboorteplaats] , hierna te noemen betrokkene, wonend in [plaats 1] , verblijvende in de [accommodatie] te [plaats 2] , advocaat mr. J.H.P.M. Verhagen uit Breda. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 18 februari 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 9 maart 2026. Daarbij zijn gehoord: betrokkene, bijgestaan door haar advocaat; de heer [persoon 1] , echtgenoot; de heer [persoon 2] , zoon; mevrouw [persoon 3] , mentor; mevrouw [persoon 4] , specialist ouderengeneeskunde; mevrouw [persoon 5] , verzorgende. 2 Wat vaststaat 2.1. Betrokkene verblijft in de [accommodatie] te [plaats 2] . 2.2. Voor betrokkene is mentorschap ingesteld. 3 Het verzoek 3.1. Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden. 4 De standpunten 4.1. Betrokkene brengt, samengevat, naar voren dat zij van mening is dat haar welzijn thuis beter is dan wanneer zij in de accommodatie verblijft. Betrokkene geeft aan dat zij al langere tijd tegen haar zin verblijft in de accommodatie. In de weekenden gaat betrokkene overdag naar huis (vrijdag, zaterdag en zondag). Ze wordt dan na het ontbijt opgehaald door haar zoon en na het avondeten terug gebracht. Betrokkene komt de dagen moeilijk door maar probeert zichzelf goed te houden en overal aan mee te doen zodat de dag snel voorbij gaat. Voorts geeft betrokkene aan dat zij zich onder druk gezet voelt door de mentor en een hoofdverpleegkundige op het moment dat zij moest beslissen over een opname. Betrokkene geeft aan dat haar echtgenoot inmiddels een gastvrouw en opvang heeft geregeld voor wanneer zij terug naar huis mag. 4.2. De mentor verklaart dat zij het idee heeft dat het goed met betrokkene gaat sinds haar verblijf in de accommodatie. De mentor snapt de wens van betrokkene om naar huis te gaan, maar zij is van mening dat de zorg passender is in de accommodatie dan wanneer betrokkene thuis verblijft. Daarnaast hebben [accommodatie] en [stichting] aangegeven dat zij de zorg niet kunnen leveren indien betrokkene naar huis gaat. Betrokkene heeft intensieve zorg nodig met name ook in de nachten. 4.3. De specialist ouderengeneeskunde voert, samengevat, aan dat de zorg die betrokkene nodig heeft in de accommodatie geboden kan worden. Sinds het begin van de opname wordt er een achteruitgang gezien in haar fysieke toestand. Voor wat betreft de behandeling lopen de behandelaren een beetje vast. De verzorging van betrokkene wordt moeilijker vanwege haar spasme. Geheugenproblemen staan bij betrokkene niet op de voorgrond maar zijn er wel, aldus de specialist ouderengeneeskunde. 4.4. De verzorgende geeft aan dat betrokkene met twee man wordt verzorgd omdat het aanraken van het lichaam vaak een spasme veroorzaakt, hetgeen pijnlijk is voor betrokkene. Ook in de nacht heeft ze regelmatig hulp nodig. 4.5. De echtgenoot verklaart dat betrokkene thuis op haar best is en zich goed voelt. Er wordt van alles gedaan om het leven voor betrokkene zo aangenaam mogelijk te maken. De echtgenoot geeft aan dat hij met plezier de zorg draagt voor zijn vrouw. 4.6. De zoon geeft aan dat het belangrijk is dat betrokkene gehoord wordt. Sinds betrokkene onder dwang is geplaatst in de accommodatie gaat het heel slecht met haar. Volgens hem zijn de aantijgingen van VeiligThuis volledig uit context gehaald. 4.7. De advocaat voert, samengevat, aan dat betrokkene vol zit van de gang van zaken rondom haar plaatsing in de accommodatie. Betrokkene geeft aan dat zij heel graag naar huis wil. Volgens de onafhankelijk specialist ouderengeneeskunde zijn er minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel af te wenden, aldus de advocaat. Alleen wordt er met een beschuldigende vinger naar de echtgenoot en zoon gewezen. Betrokkene relativeert dit en zegt dat het sterk overtrokken is, maar vooral uit verband is getrokken. De zoon van betrokkene rijdt meerdere malen op en neer om zijn moeder op te halen en te brengen. De echtgenoot is elke dag bij zijn echtgenote te vinden in de accommodatie als ze niet thuis is. Het valt de advocaat op dat er weinig wordt samengewerkt in deze zaak. Volgens de advocaat dient iedereen zijn schouders eronder te zetten en samen te werken waarbij het doel gericht kan zijn op een terugkeer van betrokkene naar huis. De advocaat vindt het heel jammer dat betrokkene de dupe is van de gang van zaken. De advocaat bepleit een status quo, waarbij betrokkene in de accommodatie verblijft met de voorgeschreven medicatie en nog steeds naar huis kan in de weekenden. Daarnaast dient er gewerkt te worden aan een plan waarbij de neuzen dezelfde richting opstaan en er openlijk wordt gesproken over de mogelijkheden om betrokkene thuis te verzorgen. Daarbij moeten zowel de echtgenoot als de zoon enerzijds en het zorgteam anderzijds het belang van betrokkene voorop stellen en echt willen samenwerken. De advocaat bepleit dan ook primair voor afwijzing omdat er sprake is van vrijwilligheid. Subsidiair pleit de advocaat voor aanhouding voor een aantal maanden zodat er gekeken kan worden wat er mogelijk is en hoe de terugkeer van betrokkene gerealiseerd kan worden. Echter, eist dit een hele andere houding van alle aanwezigen. Betrokkene verdient dit en heeft hier ook recht op. 5 De beoordeling 5.1. De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van vier maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt. 5.2. Uit de overgelegde stukken en hetgeen is besproken tijdens de zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een ziekte of aandoening die op grond van artikel 1, vierde lid van de Wet zorg en dwang (Wzd) gelijkgesteld is aan een psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap, te weten neurocognitieve stoornis ten gevolge van multiple sclerose. 5.3. Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige verwaarlozing en bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat betrokkene onder invloed van een ander raakt. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat bij betrokkene sprake is van een lichamelijke en psychische toestand waardoor zij haar eigen belangen niet goed kan overzien of behartigen. Binnen het gezin worden de medische adviezen in twijfel getrokken. De echtgenoot en zoon kiezen voor een andere aanpak dan door de behandeld artsen wordt geadviseerd. Betrokkene geeft zelf aan te weten dat zij niet van MS zal genezen, maar vindt het fijner thuis te zijn in de omgeving die haar lief is en rust geeft. Voorts is betrokkene voorafgaand aan de opname sterk vermagerd en was sprake van ernstige vitaminetekorten. In de thuissituatie waren er signalen van verbale en fysieke mishandeling. Eerder heeft de thuiszorg aangegeven de zorg te willen afschalen vanwege de schrijnende situatie en de grote impact op de medewerkers. De echtgenoot en zoon zouden zich meermalen dreigend hebben uitgelaten richting zorgverleners, waardoor zij zich vaak onveilig voelen tijdens het uitvoeren van hun werkzaamheden. 5.4.
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:2720 text/xml public 2026-04-17T12:29:21 2026-04-09 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-03-09 C/02/445187 / FA RK 26-873 Uitspraak Rekestprocedure NL Breda Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:2720 text/html public 2026-04-15T14:42:53 2026-04-17 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:2720 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 09-03-2026 / C/02/445187 / FA RK 26-873 Toewijzing 1e RM - 4 maanden i.p.v. 6 maanden met als opdracht om samen aan een plan van aanpak te werken voor de terugkeer naar huis van betrokkene RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/445187 / FA RK 26-873 Datum uitspraak: 9 maart 2026 Beschikking rechterlijke machtiging op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1959 in [geboorteplaats] , hierna te noemen betrokkene, wonend in [plaats 1] , verblijvende in de [accommodatie] te [plaats 2] , advocaat mr. J.H.P.M. Verhagen uit Breda. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 18 februari 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 9 maart 2026. Daarbij zijn gehoord: betrokkene, bijgestaan door haar advocaat; de heer [persoon 1] , echtgenoot; de heer [persoon 2] , zoon; mevrouw [persoon 3] , mentor; mevrouw [persoon 4] , specialist ouderengeneeskunde; mevrouw [persoon 5] , verzorgende. 2 Wat vaststaat 2.1. Betrokkene verblijft in de [accommodatie] te [plaats 2] . 2.2. Voor betrokkene is mentorschap ingesteld. 3 Het verzoek 3.1. Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden. 4 De standpunten 4.1. Betrokkene brengt, samengevat, naar voren dat zij van mening is dat haar welzijn thuis beter is dan wanneer zij in de accommodatie verblijft. Betrokkene geeft aan dat zij al langere tijd tegen haar zin verblijft in de accommodatie. In de weekenden gaat betrokkene overdag naar huis (vrijdag, zaterdag en zondag). Ze wordt dan na het ontbijt opgehaald door haar zoon en na het avondeten terug gebracht. Betrokkene komt de dagen moeilijk door maar probeert zichzelf goed te houden en overal aan mee te doen zodat de dag snel voorbij gaat. Voorts geeft betrokkene aan dat zij zich onder druk gezet voelt door de mentor en een hoofdverpleegkundige op het moment dat zij moest beslissen over een opname. Betrokkene geeft aan dat haar echtgenoot inmiddels een gastvrouw en opvang heeft geregeld voor wanneer zij terug naar huis mag. 4.2. De mentor verklaart dat zij het idee heeft dat het goed met betrokkene gaat sinds haar verblijf in de accommodatie. De mentor snapt de wens van betrokkene om naar huis te gaan, maar zij is van mening dat de zorg passender is in de accommodatie dan wanneer betrokkene thuis verblijft. Daarnaast hebben [accommodatie] en [stichting] aangegeven dat zij de zorg niet kunnen leveren indien betrokkene naar huis gaat. Betrokkene heeft intensieve zorg nodig met name ook in de nachten. 4.3. De specialist ouderengeneeskunde voert, samengevat, aan dat de zorg die betrokkene nodig heeft in de accommodatie geboden kan worden. Sinds het begin van de opname wordt er een achteruitgang gezien in haar fysieke toestand. Voor wat betreft de behandeling lopen de behandelaren een beetje vast. De verzorging van betrokkene wordt moeilijker vanwege haar spasme. Geheugenproblemen staan bij betrokkene niet op de voorgrond maar zijn er wel, aldus de specialist ouderengeneeskunde. 4.4. De verzorgende geeft aan dat betrokkene met twee man wordt verzorgd omdat het aanraken van het lichaam vaak een spasme veroorzaakt, hetgeen pijnlijk is voor betrokkene. Ook in de nacht heeft ze regelmatig hulp nodig. 4.5. De echtgenoot verklaart dat betrokkene thuis op haar best is en zich goed voelt. Er wordt van alles gedaan om het leven voor betrokkene zo aangenaam mogelijk te maken. De echtgenoot geeft aan dat hij met plezier de zorg draagt voor zijn vrouw. 4.6. De zoon geeft aan dat het belangrijk is dat betrokkene gehoord wordt. Sinds betrokkene onder dwang is geplaatst in de accommodatie gaat het heel slecht met haar. Volgens hem zijn de aantijgingen van VeiligThuis volledig uit context gehaald. 4.7. De advocaat voert, samengevat, aan dat betrokkene vol zit van de gang van zaken rondom haar plaatsing in de accommodatie. Betrokkene geeft aan dat zij heel graag naar huis wil. Volgens de onafhankelijk specialist ouderengeneeskunde zijn er minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel af te wenden, aldus de advocaat. Alleen wordt er met een beschuldigende vinger naar de echtgenoot en zoon gewezen. Betrokkene relativeert dit en zegt dat het sterk overtrokken is, maar vooral uit verband is getrokken. De zoon van betrokkene rijdt meerdere malen op en neer om zijn moeder op te halen en te brengen. De echtgenoot is elke dag bij zijn echtgenote te vinden in de accommodatie als ze niet thuis is. Het valt de advocaat op dat er weinig wordt samengewerkt in deze zaak. Volgens de advocaat dient iedereen zijn schouders eronder te zetten en samen te werken waarbij het doel gericht kan zijn op een terugkeer van betrokkene naar huis. De advocaat vindt het heel jammer dat betrokkene de dupe is van de gang van zaken. De advocaat bepleit een status quo, waarbij betrokkene in de accommodatie verblijft met de voorgeschreven medicatie en nog steeds naar huis kan in de weekenden. Daarnaast dient er gewerkt te worden aan een plan waarbij de neuzen dezelfde richting opstaan en er openlijk wordt gesproken over de mogelijkheden om betrokkene thuis te verzorgen. Daarbij moeten zowel de echtgenoot als de zoon enerzijds en het zorgteam anderzijds het belang van betrokkene voorop stellen en echt willen samenwerken. De advocaat bepleit dan ook primair voor afwijzing omdat er sprake is van vrijwilligheid. Subsidiair pleit de advocaat voor aanhouding voor een aantal maanden zodat er gekeken kan worden wat er mogelijk is en hoe de terugkeer van betrokkene gerealiseerd kan worden. Echter, eist dit een hele andere houding van alle aanwezigen. Betrokkene verdient dit en heeft hier ook recht op. 5 De beoordeling 5.1. De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van vier maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt. 5.2. Uit de overgelegde stukken en hetgeen is besproken tijdens de zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een ziekte of aandoening die op grond van artikel 1, vierde lid van de Wet zorg en dwang (Wzd) gelijkgesteld is aan een psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap, te weten neurocognitieve stoornis ten gevolge van multiple sclerose. 5.3. Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige verwaarlozing en bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat betrokkene onder invloed van een ander raakt. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat bij betrokkene sprake is van een lichamelijke en psychische toestand waardoor zij haar eigen belangen niet goed kan overzien of behartigen. Binnen het gezin worden de medische adviezen in twijfel getrokken. De echtgenoot en zoon kiezen voor een andere aanpak dan door de behandeld artsen wordt geadviseerd. Betrokkene geeft zelf aan te weten dat zij niet van MS zal genezen, maar vindt het fijner thuis te zijn in de omgeving die haar lief is en rust geeft. Voorts is betrokkene voorafgaand aan de opname sterk vermagerd en was sprake van ernstige vitaminetekorten. In de thuissituatie waren er signalen van verbale en fysieke mishandeling. Eerder heeft de thuiszorg aangegeven de zorg te willen afschalen vanwege de schrijnende situatie en de grote impact op de medewerkers. De echtgenoot en zoon zouden zich meermalen dreigend hebben uitgelaten richting zorgverleners, waardoor zij zich vaak onveilig voelen tijdens het uitvoeren van hun werkzaamheden. 5.4.