Rechtspraak Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-01-20
ECLI:NL:RBZWB:2026:262
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Zittingsplaats: Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: BRE 24/8492 Wajong uitspraak van 20 januari 2026 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , uit [woonplaats] , eiser, (gemachtigde: mr. B.J. van de Wijnckel), en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV; kantoor Breda), verweerder (gemachtigde: mr. N. Regragui). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van eisers aanvraag om een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong). Eiser is het niet eens met deze afwijzing. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of het UWV terecht heeft geweigerd een Wajong-uitkering toe te kennen. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het UWV de aanvraag terecht heeft afgewezen. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft. Feiten en omstandigheden 2.1 Eiser, geboren op [geboortedag] 2002 (18e verjaardag = [geboortedag] 2020), heeft op 28 april 2021 een aanvraag gedaan voor een Wajong-uitkering. Met een besluit van 9 december 2021 is deze aanvraag afgewezen. Daarbij is geconcludeerd dat eiser geen arbeidsvermogen had, maar dat hij dit nog wel kon ontwikkelen in de toekomst. 2.2 Op 5 december 2023 heeft eiser wederom een Wajong-uitkering aangevraagd. Met het besluit van 11 maart 2024 (primair besluit) heeft het UWV geweigerd om een Wajong-uitkering toe te kennen. Daarbij is opnieuw geconcludeerd dat eiser geen arbeidsvermogen had, maar dat hij dit in de toekomst misschien wel zou kunnen ontwikkelen. 2.3 Met het bestreden besluit van 22 november 2024 op het bezwaar van eiser is het UWV bij dat besluit tot weigering een Wajong-uitkering toe te kennen, gebleven. Daarbij is geconcludeerd dat er geen nieuwe informatie is overgelegd waaruit blijkt dat het ontbreken van arbeidsvermogen inmiddels duurzaam is geworden. Procesverloop 3.1 Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. 3.2 Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 3.3 De rechtbank heeft het beroep op 5 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, ambulant begeleider van eiser [ambulant begeleider] , en de gemachtigde van het UWV. Beoordeling door de rechtbank Wettelijk kader 4. De voor de beoordeling van het beroep belangrijke wet- en regelgeving is te vinden in de bijlage bij deze uitspraak. Grondslag van het bestreden besluit 5. Aan het bestreden besluit ligt een medisch onderzoek ten grondslag. Medisch onderzoek 6.1 De verzekeringsarts heeft gerapporteerd dat de huidige klachten en medische situatie van eiser vergelijkbaar zijn met de medische informatie zoals gewogen in 2021. De medische ontwikkelingen in 2022 betreffen destabilisatie met psychose naar aanleiding van traumabehandeling en de bijkomende diagnose vermijdende persoonlijkheidsstoornis. Dit past bij de eerder bekende medische informatie. Eiser is inmiddels gestart met behandeling en begeleiding gericht op stabilisatie, emotieregulatie, praktische zaken en (later op) verbetering. De in het huidige onderzoek verkregen informatie geeft geen aanleiding om uit te gaan van nieuwe feiten en/of omstandigheden die de visie op de medische situatie en het arbeidsvermogen doen wijzigen. Eiser wordt niet voor vier uur per dag belastbaar geacht. Verder concludeert de verzekeringsarts dat duurzaamheid nog altijd niet aan de orde is. Dit blijkt uit het gegeven dat eiser investeert in zijn ontwikkelmogelijkheden op het vlak van persoonlijk en sociaal functioneren en het verkrijgen van meer zelfstandigheid. Hij investeert ook in verbetering van welbevinden en gezondheid door middel van behandeling en begeleiding. Daarom kan gesteld worden dat eiser bezig is met stappen te zetten in de ontwikkeling en is er geen situatie ontstaan met volle Verder blijkt uit de medische informatie dat eiser een dermate intensieve en persoonlijke begeleiding nodig heeft en zal blijven hebben bij alles wat hij doet, dat die begeleiding veel verder reikt dan de kaders die in enige arbeidsorganisatie (bijvoorbeeld door de aanwezigheid van een leidinggevende en/of inzet van een jobcoach of werkbegeleider) bij het verrichten van een taak kunnen worden geboden. Standpunt UWV in reactie op het beroep van eiser 8.1 Het UWV stelt dat sprake is van zorgvuldig onderzoek. De verzekeringsarts b&b heeft het dossier bestudeerd en had kennis van de klachten, beperkingen en aandoeningen van eiser. Er is een anamnese afgenomen en alle klachten en belemmeringen zijn aan de orde gekomen. De aanwezige medische informatie is betrokken bij het oordeel. De rapporten van de verzekeringsarts en de verzekeringsarts b&b zijn op zorgvuldige wijze tot stand gekomen, bevatten geen tegenstrijdigheden en zijn voldoende begrijpelijk. 8.2 Het UWV heeft zich verder op het standpunt gesteld dat de aanvraag van eiser overeenkomstig artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is opgevat als een verzoek om terug te komen van het besluit van 9 december 2021. Daarvoor dient sprake te zijn van nova. De beoordeling ziet op de periode van de 18e verjaardag tot de eerste aanvraag (28 april 2021). De verzekeringsarts heeft geoordeeld dat er geen sprake is van nova om terug te komen op het besluit van 9 december 2021 en dit is bevestigd door de verzekeringsarts b&b. De door eiser in beroep overgelegde informatie was reeds bekend, alleen de brief van [naam 2] van 27 september 2017 nog niet. Dit stuk had gelet op de nova-toets echter uiterlijk in de bezwaarfase overgelegd moeten worden. Ten overvloede wordt opgemerkt dat alle informatie waarover het UWV bij de beoordeling in 2021 beschikte destijds is betrokken en meegewogen. 8.3 De aanvraag van eiser is daarnaast geduid als een Amber-verzoek. De periode van 28 april 2021 tot de nieuwe aanvraag van 5 december 2023 is beoordeeld. Volgens het UWV is een verzekeringsarts niet verplicht om medische informatie op te vragen of advies in te winnen. Hij mag van zijn eigen deskundigheid uitgaan. Raadpleging van de behandelend sector is alleen aangewezen als er al een behandeling in gang is gezet of zal worden gezet en dit een beduidend effect zal hebben op de mogelijkheden tot het verrichten van arbeid, of als iemand stelt dat de behandelend sector een beredeneerd ander standpunt heeft over zijn beperkingen. Eiser heeft niet gesteld dat dit aan de orde is en hij geeft niet aan welke informatie zou ontbreken. De brief van [naam 2] van 27 september 2017 ziet niet op de Amber-periode en is daarom niet voorgelegd aan de verzekeringsarts b&b. Overwegingen rechtbank Zorgvuldigheid van het onderzoek 9. De rechtbank is van oordeel dat het medisch onderzoek door de verzekeringsartsen op voldoende zorgvuldige wijze heeft plaatsgevonden. De verzekeringsarts heeft het dossier en de ontvangen informatie bestudeerd, er is overleg gepleegd met een arbeidsdeskundige en er heeft telefonisch contact plaatsgevonden met de ambulant begeleider van eiser. De verzekeringsarts b&b heeft het dossier bestudeerd en heeft geconcludeerd dat er voldoende informatie was om op stukken te heroverwegen. Niet gebleken is dat de verzekeringsarts b&b een onvolledig of onjuist beeld heeft gehad van de medische situatie van eiser. De rechtbank ziet dan ook geen aanknopingspunten voor de stelling van eiser dat de verzekeringsartsen meer informatie hadden moeten opvragen bij de behandelend sector. Er is rekening gehouden met de door eiser overgelegde informatie van zijn behandelaars en hij heeft niet duidelijk gemaakt welke aanvullende informatie van die behandelaars zou kunnen worden verkregen. Strekking van de aanvraag 10. Volgens vaste rechtspraak moet een aanvraag voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering na een eerdere (gedeeltelijke) afwijzing of intrekking van die uitkering naar zijn strekking worden beoordeeld. Me Daarbij zijn van belang de bij betrokkene bestaande mogelijkheden tot verbetering van belastbaarheid, verdere ontwikkeling en toename van bekwaamheden. In een situatie waarbij op lange termijn slechts een geringe kans op herstel bestaat, kan voor de toepassing van de Wajong (vooralsnog) geen duurzaamheid worden aangenomen. In een situatie waarin het arbeidsvermogen tijdelijk ontbreekt wordt voor de toepassing van de Wajong de duurzaamheid na een periode van tien jaar alsnog verondersteld aanwezig te zijn. 13.3 Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser in beroep niet voldoende aangevoerd om te doen twijfelen aan de beoordeling door het UWV. Er is bij eiser ontegenzeggelijk sprake van ernstige psychische problematiek. Uit de informatie van [psycholoog] van 11 april 2024 blijkt echter dat eiser goed reageert op het medicijn Quetiapine, waardoor hallucinatie verschijnselen tot rust komen en er sprake is van meer stabiliteit. [psycholoog] schrijft ook dat eiser in zijn huidige leefsituatie veel onveiligheid en stress ervaart en dat deze leefsituatie rustig moet worden om kans te maken op meer stabiliteit. Hieruit blijkt niet dat eiser uitbehandeld is of dat er geen enkel perspectief op ontwikkeling meer is. De informatie van [ambulant begeleider] biedt ook geen medische onderbouwing voor de stelling dat eiser geen arbeidsvermogen kan ontwikkelen. Er zijn behandeldoelen gesteld, namelijk emotieregulatie en beter om leren gaan met triggers van PTSS. De verzekeringsarts b&b heeft zich op basis hiervan op het standpunt kunnen stellen dat de begeleiding door [ambulant begeleider] in combinatie met de behandeling door [psycholoog] en de medicatie kunnen zorgen voor meer stabiliteit. De energetische beperking kan hierdoor afnemen, waardoor eiser meer belastbaar zou kunnen worden. De rechtbank is dan ook van oordeel dat het UWV voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de mogelijkheden van eiser tot arbeidsparticipatie zich in de toekomst zo kunnen ontwikkelen dat niet is uitgesloten dat op termijn arbeidsvermogen zal kunnen ontstaan. Het door eiser overgelegde rapport van [medisch adviseur] kan niet tot een ander oordeel leiden. Buiten het feit dat dit onderzoek is uitgevoerd ruim na de Amber-periode, is dit een beoordeling in een ander kader (Participatiewet) en is onduidelijk op basis van welke medische stukken de conclusie getrokken wordt dat eiser uitbehandeld is. Daar komt bij dat ter zitting is gebleken dat eiser nog altijd onder behandeling van een psycholoog is. Conclusie en gevolgen 14. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het UWV terecht geen Wajong-uitkering heeft toegekend aan eiser. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.H. van der Linden, rechter, in aanwezigheid van mr. A.J.J. Sterks, griffier, op 20 januari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht. Bijlage: wettelijk kader Algemene wet bestuursrecht Artikel 4:6 1. Indien na een geheel of gedeeltelijk afwijzende beschikking een nieuwe aanvraag wordt gedaan, is de aanvrager gehouden nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden te vermelden. 2. Wanneer geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden worden vermeld, kan het bestuursorgaan zon