Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-03-05
ECLI:NL:RBZWB:2026:2604
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
1,621 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBZWB:2026:2604 text/xml public 2026-04-10T15:51:32 2026-04-05 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-03-05 C/02/445092 / FA RK 26-823 Uitspraak Rekestprocedure NL Breda Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:2604 text/html public 2026-04-10T15:21:46 2026-04-10 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:2604 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 05-03-2026 / C/02/445092 / FA RK 26-823 Zorgmachtiging aansluitend op zorgmachtiging RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/445092 / FA RK 26-823 Datum uitspraak: 5 maart 2026 Beschikking zorgmachtiging op het verzoek van de officier van justitie voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1975 in [geboorteplaats] , hierna te noemen betrokkene, wonend in [plaats 1] , advocaat mr. V.C. Andeweg uit Breda. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 13 februari 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 5 maart 2026. Daarbij zijn gehoord: - betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat; - mevrouw [persoon] , case-manager FACT-team. 2 Wat vaststaat 2.1. De rechtbank heeft een machtiging verleend tot en met 25 maart 2026. 3 Het verzoek 3.1. De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden. 4 De standpunten 4.1. De betrokkene verklaart dat het sinds zijn laatste opname eind vorig jaar weer veel beter met hem gaat. Volgens betrokkene probeert hij zich sindsdien nergens meer aan te ergeren en niet meer met mensen in discussie te gaan. Naar de mening van betrokkene schiet hij daar uiteindelijk toch niets mee op. Volgens betrokkene is hij sinds zijn vorige opname ingesteld op de medicatie Clozapine. Sindsdien kan betrokkene ook weer goed slapen. Tegen het verzoek voor verlening van een zorgmachtiging verzet betrokkene zich niet. 4.2. De case-manager verklaart dat betrokkene van het FACT-team [plaats 1] is overgekomen naar het FACT-team in [plaats 2] om een nieuwe start te kunnen maken. De case-manager is daardoor nog niet heel goed bekend met betrokkene. De case-manager beaamt dat het momenteel weer veel beter gaat met betrokkene. Om die situatie te kunnen bestendigen acht de case-manager het van belang dat een aansluitende zorgmachtiging zal worden verleend. 4.3. De advocaat is van mening dat aan alle wettelijke vereisten voor toewijzing van het verzoek wordt voldaan. Naar de mening van de advocaat ligt het verzoek daarmee, dat in haar ogen moet worden gezien als “een steuntje in de rug” voor betrokkene, voor toewijzing gereed. 5 De beoordeling 5.1. De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van @ twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt. 5.2. De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Uit de overgelegde stukken, in het bijzonder de medische verklaring, en het verhandelde ter zitting blijkt namelijk dat bij betrokkene sprake is van schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen. De stoornis is door of namens betrokkene ook niet betwist. 5.3. Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit: - levensgevaar; - ernstig lichamelijk letsel; - ernstige psychische schade; - maatschappelijke teloorgang; - het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag. Het ernstig nadeel is door of namens betrokkene evenmin betwist. 5.4. Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig. 5.5. Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat betrokkene in de afgelopen jaren een wisselende houding heeft laten zien ten aanzien van het wel of niet accepteren van de benodigde zorg, waaronder medicatie. Zonder verplichte zorg is er een gerede kans aanwezig dat betrokkene de benodigde zorg weer zal stopzetten, met het ontstaan van ernstig nadeel tot gevolg. 5.6. De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn: - het toedienen van medicatie; - het verrichten van medische controles; - het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening; - het beperken van de bewegingsvrijheid; - aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten; - opnemen in een accommodatie. Nu de behandelaar heeft aangegeven dat “het toedienen van vocht en voeding” niet benodigd is als verplichte zorg, zal deze vorm van verplichte zorg worden afgewezen. Ten aanzien van de verplichte vorm van zorg “het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten” overweegt de rechtbank, dat deze er op ziet dat betrokkene contact zal moeten blijven onderhouden met het ambulante FACT-team. De frequentie van deze contacten zal op geleide van het toestandsbeeld van betrokkene worden bepaald. 5.7. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving. 6 De beslissing De rechtbank: 6.1. verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1975 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in rechtsoverweging 5.6. staan kunnen worden toegepast; 6.2. bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 5 maart 2027. 6.3. wijst het meer of anders verzochte af. Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 5 maart 2025 door mr. De Kroon, rechter, in aanwezigheid van Van Dongen, griffier en op schrift gesteld op 12 maart 2026. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.