Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-02-25
ECLI:NL:RBZWB:2026:2559
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
1,658 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBZWB:2026:2559 text/xml public 2026-04-07T12:35:49 2026-04-03 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-02-25 C-02-442796 FA RK 25-6326 Uitspraak Rekestprocedure NL Breda Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:2559 text/html public 2026-04-03T12:26:42 2026-04-07 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:2559 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 25-02-2026 / C-02-442796 FA RK 25-6326 beschikking betreffende voornaamswijziging RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team Familie- en Jeugdrecht Breda Zaaknummer: C/02/442796 FA RK 25-6326 datum uitspraak: 25 februari 2026 beschikking betreffende voornaamswijziging in de zaak van [verzoekster] , wonende in [plaats] , hierna te noemen verzoekster, advocaat mr. G.S.J. van Gestel. 1. Het procesverloop 1.1. Dit blijkt uit de volgende stukken: - het op 8 december 2025 ontvangen verzoekschrift met bijlagen; - de akte met [nummer] van het jaar 2000 van het register van geboorten van de burgerlijke stand van de gemeente Bergen op Zoom; - de brief van mr. Van Gestel van 31 januari 2026 met bijlage; - de op 19 januari 2026 ontvangen instemmingsverklaring van de hierna onder 1.2. te noemen belanghebbende. 1.2. Als belanghebbende in deze zaak is aangemerkt: de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Bergen op Zoom. 2 Het verzoek Het verzoek strekt tot wijziging van de voornamen van verzoekster en daartoe een last tot inschrijving van de beschikking te geven aan de ambtenaar van de burgerlijke stand. 3 De beoordeling 3.1. In voormelde geboorteakte staan als voornamen van verzoekster vermeld: ‘ [verzoekster] ’. 3.2. Uit de Basisregistratie Personen blijkt dat verzoekster de Nederlandse nationaliteit heeft. 3.3. Omdat verzoekster in Nederland woont, heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht op grond van artikel 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De rechtbank Zeeland-West-Brabant is bevoegd, omdat de gewone verblijfplaats van verzoekster binnen haar rechtsgebied is gelegen. 3.4. Aangezien verzoekster de Nederlandse nationaliteit heeft, zal de rechtbank op grond van artikel 10:20 van het Burgerlijk Wetboek (BW) Nederlands recht toepassen op het verzoek. 3.5. Verzoekster verzoekt haar voornamen te wijzigen in de voornaam ‘ [voornaam 1] ’. Aan dit verzoek legt zij het volgende ten grondslag. De afgelopen jaren heeft zij een ontwikkeling doorgemaakt in haar geloofsovertuiging. Met als resultaat dat zij is bekeerd tot de Islam. Haar eerste voornaam [voornaam 2] komt niet (meer) overeen met haar huidige levenswijze en overtuigingen. De voornaam [voornaam 2] vormt daardoor voor verzoekster een belemmering in het authentiek uitdragen en beleven van haar geloof. Ook de twee doopnamen die zij draagt komen niet (meer) overeen met haar geloofsovertuiging en staan haaks op haar religieuze identiteit. De verzochte voornaam ‘ [voornaam 1] ’ heeft binnen de Islam een positieve betekenis voor verzoekster. Deze naam weerspiegelt voor verzoekster haar religieuze identiteit, haar waarden en de wijze waarop zij zichzelf ervaart. 3.6. Uit voormelde instemmingsverklaring blijkt dat de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Bergen op Zoom geen bezwaar heeft tegen toewijzing van het verzoek. 3.7. Op grond van artikel 1:4 lid 4 BW kan de rechter wijziging van de voornamen gelasten op verzoek van de betrokken persoon of zijn wettelijk vertegenwoordiger. De gevraagde voornamen mogen volgens artikel 1:4 lid 2 BW niet ongepast zijn of overeenstemmen met bestaande geslachtsnamen, tenzij deze tevens gebruikelijke voornamen zijn. 3.8. Naar het oordeel van de rechtbank zijn voornamen voor een betrokkene een middel om zich binnen zijn of haar familie en in het maatschappelijk verkeer te identificeren. In die zin zijn voornamen een middel van persoonlijke en emotionele identificatie en hebben daarmee betrekking op een ieders privéleven en familie- en gezinsleven. Ondanks het gebruik van andere middelen van identificatie van personen spelen voornamen ook een belangrijke rol in het maatschappelijk verkeer met betrekking tot de identiteit van personen. Het rechtsverkeer heeft dan ook belang bij een zo hoog mogelijke mate van consistentie in de registratie van persoonsgegevens in het bevolkingsregister. Voor een wijziging van één of meerdere voornamen dient daarom een voldoende zwaarwichtig belang te bestaan. De rechtbank is van oordeel dat met de aangevoerde gronden, tegenover het publieke belang bij naamsconsistentie, een voldoende zwaarwichtig belang bestaat om te komen tot de verzochte wijziging van de voornamen van verzoekster. Daarbij is in aanmerking genomen dat naar het oordeel van de rechtbank verzoekster voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij hinder ondervindt van haar huidige voornamen, omdat deze niet meer passen bij haar huidige geloofsovertuiging en haar bekering tot de Islam. Ook neemt de rechtbank in aanmerking dat de voornaam ‘ [voornaam 1] ’ voor verzoekster wel haar religieuze identiteit weerspiegelt en zij zich dus met die voornaam identificeert. Nu voorts naar het oordeel van de rechtbank het verzochte niet in strijd is met de in artikel 1:4 lid 2 BW geformuleerde maatstaven, zal het verzoek op na te melden wijze worden toegewezen. 3.9. Voor zover is verzocht de ambtenaar te gelasten een latere vermelding van de voornaamswijziging aan de geboorteakte toe te voegen, zal dit verzoek bij gebrek aan belang worden afgewezen, omdat deze verplichting voor de ambtenaar al uit de wet volgt (artikel 1:4 lid 4 BW jo. 1:20, 1:20a lid 1 en 1:25b BW). 4 De beslissing De rechtbank 4.1. gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Bergen op Zoom de voornamen van verzoekster, zoals vermeld in de akte met [nummer] van het jaar 2000 van het onder hem berustende register van geboorten, te wijzigen in die zin dat de voornaam voortaan luidt: ‘ [voornaam 1] ’. 4.2. wijst het meer of anders verzochte af. Deze beschikking is gegeven door mr. Bollen en in tegenwoordigheid van mr. Schröder, griffier, in het openbaar uitgesproken op 25 februari 2026. Mededeling van de griffier : Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld: door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.