Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-04-01
ECLI:NL:RBZWB:2026:2476
Bestuursrecht; Belastingrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,017 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBZWB:2026:2476 text/xml public 2026-04-09T09:00:20 2026-04-02 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-04-01 BRE - 23 _ 11866 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Breda Bestuursrecht; Belastingrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:2476 text/html public 2026-04-08T12:00:47 2026-04-09 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:2476 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 01-04-2026 / BRE - 23 _ 11866 Bpm RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Zittingsplaats Breda Belastingrecht zaaknummer: BRE 23/11866 uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 1 april 2026 in de zaak tussen [belanghebbende] BV, gevestigd te [plaats] , belanghebbende, (gemachtigde: mr. S.M. Bothof, Bothof Services B.V.), en de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur. Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 20 november 2023. 1.1. De inspecteur heeft aan belanghebbende een naheffingsaanslag belasting van personenauto’s en motorrijwielen (Bpm) opgelegd van € 634 en bij gelijktijdige beschikking € 2 belastingrente aan belanghebbende in rekening gebracht. 1.2. De inspecteur heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard. 1.3. De rechtbank heeft het beroep op 18 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: mr. M.U. Sahin, verbonden aan Bothof Services B.V., en namens de inspecteur, mr. [inspecteur 1] en mr. [inspecteur 2] . Beoordeling door de rechtbank 2. De rechtbank beoordeelt of de inspecteur de naheffingsaanslag en de belastingrentebeschikking terecht en niet tot te hoge bedragen heeft vastgesteld. De rechtbank doet dat aan de hand van de beroepsgronden van belanghebbende. 2.1. Naar het oordeel van de rechtbank zijn de naheffingsaanslag en de belastingrentebeschikking terecht en niet tot te hoge bedragen vastgesteld. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Feiten 3. Belanghebbende heeft op aangifte een bedrag van € 813 aan Bpm voldaan ter zake van de registratie van het motorrijtuig Renault Grand Scénic 1.3 TCe Intens 7p. met VIN nummer [VIN nummer] (de auto). 3.1. Belanghebbende heeft in de aangifte een beroep gedaan op de taxatiemethode en een taxatierapport bij de aangifte gevoegd. 3.2. De inspecteur heeft op basis van hem ter beschikking staande gegevens het standpunt ingenomen dat in de aangifte een te laag aan historische bruto Bpm is vermeld en de verschuldigde Bpm moet worden vastgesteld op € 1.448. Vervolgens heeft de inspecteur de naheffingsaanslag aan belanghebbende opgelegd (zie 1.1). Motivering Vooraf Artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) 4. De rechtbank heeft geconstateerd dat bijlage 9 bij het verweerschrift van de inspecteur zwartgelakte passages bevat. Het betreft de stukken die zien op het horen in de bezwaarfase. Uit de context van de stukken maakt de rechtbank op dat de zwartgelakte passages informatie over andere belastingplichtigen betreft, welke informatie niet relevant is voor deze zaak. Gelet hierop en het feit dat belanghebbende geen bezwaar heeft geuit tegen het inbrengen van de bijlage, ziet de rechtbank in dit geval geen aanleiding om aan de inbreng van die zwartgelakte passages gevolgen te verbinden. Nieuwe gronden ter onderbouwing van de naheffingsaanslag 4.1. Belanghebbende stelt dat de inspecteur in beroep ten onrechte nieuwe gronden aanvoert ter onderbouwing van de naheffingsaanslag. Zij voert aan dat zij aan de uitspraak op bezwaar het vertrouwen mocht ontlenen dat het geschil zich beperkte tot de vraag of sprake is van een ex-rental. Het aanvoeren van nieuwe gronden, meer in het bijzonder het beroep van de inspecteur op interne compensatie, is volgens belanghebbende in strijd met het vertrouwensbeginsel en de goede procesorde. 4.2. De rechtbank stelt voorop dat het de inspecteur in beginsel vrijstaat om bij een geschil over een naheffingsaanslag in de bezwaarfase of voor de rechter ter onderbouwing van die aanslag andere gronden aan te voeren dan hij eerder had gedaan. Dit is slechts anders voor zover een beroep op die gronden ondubbelzinnig is prijsgegeven, of die gronden worden aangevoerd onder zodanige omstandigheden dat behandeling ervan zou leiden tot een inbreuk op een goede procesorde. Het dossier biedt naar het oordeel van de rechtbank geen aanknopingspunt voor de aanwezigheid van een van deze uitzonderingsgevallen. Van een schending van het vertrouwensbeginsel of de goede procesorde door de inspecteur is geen sprake. De naheffingsaanslag 5. Partijen zijn het erover eens dat de historische bruto Bpm van de auto € 7.022 bedraagt en in de aangifte ten onrechte een historische bruto Bpm van € 3.946 is vermeld. Partijen zijn het er ook over eens dat belanghebbende recht heeft op een extra leeftijdskorting van € 90 en dat deze bij het opleggen van de naheffingsaanslag ten onrechte niet is verleend. Het geschil spitst zich toe op de vraag of de inspecteur in dat verband een beroep kan doen op interne compensatie. Verder is in geschil of de naheffingsaanslag moet worden verminderd op grond van de herleidingsmethode en/of door gebruik van de koerslijst Xray ex-rental in plaats van de door de inspecteur gehanteerde koerslijst van AutotelexPro. Herleidingsmethode 6. Gelet op het arrest van de Hoge Raad van 11 juli 2025 slaagt de beroepsgrond van belanghebbende met betrekking tot de zogenoemde herleidingsmethode niet. Handelsinkoopwaarde in onbeschadigde staat 6.1. Belanghebbende stelt dat voor het bepalen van de handelsinkoopwaarde in onbeschadigde staat de koerslijst van Xray kan worden toegepast, waarin ‘ex-rental’ is aangevinkt. Volgens belanghebbende moet de auto als ex-rental worden aangemerkt omdat het een ex-leaseauto betreft. Ter onderbouwing heeft zij een inkoopfactuur en een kentekenbewijs overgelegd. De inspecteur heeft gemotiveerd betwist dat de auto kan worden aangemerkt als ‘ex-rental’. 6.2. De rechtbank acht, op basis van de inkoopfactuur en het kentekenbewijs, aannemelijk dat de auto een leaseverleden heeft. Dit betekent echter niet automatisch dat de auto als ‘ex-rental’ kan worden aangemerkt. Een ex-rental is naar zijn aard een auto met een huurverleden. Een leaseverleden is als uitgangspunt niet daarmee gelijk te stellen. Daarbij acht de rechtbank van belang dat huurauto’s doorgaans voor korte perioden en door wisselende bestuurders worden gebruikt, terwijl leaseauto’s in de regel voor langere tijd aan één gebruiker zijn verbonden. Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat dit in dit geval anders is. De overgelegde stukken zijn daarvoor onvoldoende. De auto kan daarom niet als ‘ex-rental’ worden aangemerkt, zodat de koerslijst van belanghebbende niet kan worden gebruikt. Tussen partijen is dan niet in geschil dat de koerslijst van AutotelexPRO, die door de inspecteur is gehanteerd, wel kan worden gebruikt. Extra leeftijdskorting / interne compensatie 6.3. Partijen zijn het erover eens dat belanghebbende recht heeft op een extra leeftijdskorting van € 90. De inspecteur heeft echter ter zake van deze extra leeftijdskorting een beroep gedaan op interne compensatie. Volgens de inspecteur is bij het vaststellen van de naheffingsaanslag ten onrechte de taxatiemethode toegepast. Daarnaast betwist de inspecteur het bedrag van € 7.489 aan schade. 6.4. De rechtbank volgt de inspecteur hierin. Belanghebbende heeft aan de hand van het taxatierapport en de foto’s – tegenover de betwisting van de inspecteur – niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van meer dan normale gebruiksschade. De taxatiemethode had dus niet mogen worden toegepast. Het beroep op interne compensatie slaagt. Het bedrag aan bpm dat extra verschuldigd is als de schade niet wordt meegenomen overtreft de extra leeftijdskorting ruimschoots, zodat het in aanmerking nemen van extra leeftijdskorting als gevolg van interne compensatie niet tot een vermindering van de naheffingsaanslag leidt. De naheffingsaanslag blijft dus in stand. Vergoeding van immateriële schade 7.