Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-04-01
ECLI:NL:RBZWB:2026:2460
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Kort geding
3,280 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:2460 text/xml public 2026-04-16T13:22:21 2026-04-02 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-04-01 12067529 VV EXPL 26-10 (E) Uitspraak Kort geding NL Tilburg Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:2460 text/html public 2026-04-16T13:21:55 2026-04-16 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:2460 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 01-04-2026 / 12067529 VV EXPL 26-10 (E) Partijen hebben afspraken met elkaar gemaakt na de mondelinge behandeling. De ontruiming van de woning wordt nu voorwaarlijk uitegesproken, onder de voorwaarden zoals partijen zijn overeengekomen. RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Tilburg Zaaknummer: 12067529 \ VV EXPL 26-10 Vonnis in kort geding van 1 april 2026 in de zaak van STICHTING WONENBREBURG , te Tilburg , eisende partij, hierna te noemen: WonenBreburg , gemachtigde: mr. M.M. de Cock, tegen [bewindvoerder] H.O.D.N. [bewindvoerderskantoor] IN HAAR HOEDANIGHEID VAN BEWINDVOERDER VAN [gedaagde] , te [plaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , gemachtigde: mr. C.C.M. Welten. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding in kort geding van 12 februari 2026 met producties, de akte met producties van WonenBreburg , de akte met producties van [gedaagde] , de mondelinge behandeling van 11 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt, het op 20 maart 2026 ontvangen bericht van WonenBreburg met de door partijen vastgestelde voorwaarden, het op 20 maart 2026 ontvangen bericht van [gedaagde] met bevestiging van het bericht van WonenBreburg . 2 De feiten 2.1. [gedaagde] huurt sinds 27 november 2017 van WonenBreburg de woning aan [adres] in [plaats] . 3 De beoordeling 3.1. Tijdens de mondelinge behandeling is besproken dat partijen in overleg zouden gaan over de door WonenBreburg gevorderde ontruiming van de woning die [gedaagde] momenteel huurt. WonenBreburg wijzigt haar vordering in die zin dat zij nu nog verzoekt de gevorderde ontruiming voorwaardelijk uit te spreken, onder de voorwaarden zoals partijen zijn overeengekomen. [gedaagde] verzet zich niet tegen toewijzing van de gewijzigde vordering. De kantonrechter overweegt dat de vordering tot voorwaardelijke ontruiming met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten toewijsbaar is zoals hierna bepaald. 3.2. De afspraken luiden als volgt. Partijen verklaren het eens te zijn geworden over een ontruiming van de woning indien en zodra [gedaagde] handelt in strijd met de hierna te noemen voorwaarden: de heer [gedaagde] (zelf) zal gedurende tenminste één jaar te rekenen vanaf de datum van dit vonnis intensieve begeleiding accepteren door GGZ of een door GGZ nader aan te wijzen andere zorgpartij, in verband met zijn psychische toestand, en daaraan ook zijn medewerking blijven verlenen; de heer [gedaagde] (zelf) zal gedurende diezelfde termijn van tenminste één jaar één keer per week een gesprek hebben met GGZ of een andere door GGZ aan te wijzen zorgpartij, waarbij dat wekelijkse gesprek tenminste om de week in de door hem gehuurde woning zal plaatsvinden (en om de week bij GGZ op kantoor), aan welke gesprekken en huisbezoeken de heer [gedaagde] steeds zijn medewerking zal moeten (blijven) verlenen; de heer [gedaagde] (zelf) zal gedurende diezelfde termijn van tenminste één jaar meewerken aan het voortzetten van zijn (benodigde) medicatie, en voorts zijn medewerking blijven verlenen aan het afleggen van bloedtesten één keer per drie maanden; de heer [gedaagde] (zelf) zal een volmacht afgeven die erop neerkomt dat de voormelde zorgpartij (GGZ of een andere door haar aan te wijzen andere partij) informatie met WonenBreburg mag delen die relevant is voor de benodigde zorg en begeleiding. Tevens dient de heer [gedaagde] ervoor te zorgen dat die machtiging mede zal inhouden dat het GGZ of een eventuele andere zorgpartij, een signaal mag en dient af te geven aan WonenBreburg op het moment dat de heer [gedaagde] zijn afspraken met betrekking tot de benodigde medicatie en/of af te nemen bloedtesten niet nakomt of mist. De heer verleent ook daarvoor nadrukkelijk toestemming; de heer [gedaagde] (zelf) zal los van de wekelijkse bezoeken aan en door GGZ voorts zijn medewerking verlenen aan periodieke controles van de woning en evaluaties door WonenBreburg , te beginnen met een huisbezoek van tenminste één keer per maand. Indien en voor zover WonenBreburg dat in de loop van dit jaar mogelijk acht, zal de frequentie van die huisbezoeken na verloop van tijd kunnen afnemen (dit ter beoordeling aan WonenBreburg ); de heer [gedaagde] (zelf) zal tevens zijn medewerking moeten blijven verlenen aan eventuele benodigde herstelwerkzaamheden aan het gehuurde door WonenBreburg of een daartoe door WonenBreburg ingeschakelde derde partij, en daartoe ook toegang tot de woning moeten verschaffen. 3.3. [gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van WonenBreburg worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 156,75 - griffierecht € 139,00 - salaris gemachtigde € 577,00 - nakosten € 144,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 1.016,75 3.4. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. 4 De beslissing De kantonrechter indien en zodra [gedaagde] handelt in strijd met één of meer van de onder rechtsoverweging 3.2 opgenomen voorwaarden: 4.1. veroordeelt [bewindvoerder] h.o.d.n. [bewindvoerderskantoor] in haar hoedanigheid van bewindvoerder van [gedaagde] , voorwaardelijk om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis de woning aan [adres] te [plaats] te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van WonenBreburg zijn, en de sleutels af te geven aan WonenBreburg , en in ieder geval 4.2. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.016,75, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 4.3. veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald, 4.4. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, 4.5. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. Boeder en in het openbaar uitgesproken op 1 april 2026.
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:2460 text/xml public 2026-04-16T13:22:21 2026-04-02 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-04-01 12067529 VV EXPL 26-10 (E) Uitspraak Kort geding NL Tilburg Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:2460 text/html public 2026-04-16T13:21:55 2026-04-16 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:2460 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 01-04-2026 / 12067529 VV EXPL 26-10 (E) Partijen hebben afspraken met elkaar gemaakt na de mondelinge behandeling. De ontruiming van de woning wordt nu voorwaarlijk uitegesproken, onder de voorwaarden zoals partijen zijn overeengekomen. RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Tilburg Zaaknummer: 12067529 \ VV EXPL 26-10 Vonnis in kort geding van 1 april 2026 in de zaak van STICHTING WONENBREBURG , te Tilburg , eisende partij, hierna te noemen: WonenBreburg , gemachtigde: mr. M.M. de Cock, tegen [bewindvoerder] H.O.D.N. [bewindvoerderskantoor] IN HAAR HOEDANIGHEID VAN BEWINDVOERDER VAN [gedaagde] , te [plaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , gemachtigde: mr. C.C.M. Welten. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding in kort geding van 12 februari 2026 met producties, de akte met producties van WonenBreburg , de akte met producties van [gedaagde] , de mondelinge behandeling van 11 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt, het op 20 maart 2026 ontvangen bericht van WonenBreburg met de door partijen vastgestelde voorwaarden, het op 20 maart 2026 ontvangen bericht van [gedaagde] met bevestiging van het bericht van WonenBreburg . 2 De feiten 2.1. [gedaagde] huurt sinds 27 november 2017 van WonenBreburg de woning aan [adres] in [plaats] . 3 De beoordeling 3.1. Tijdens de mondelinge behandeling is besproken dat partijen in overleg zouden gaan over de door WonenBreburg gevorderde ontruiming van de woning die [gedaagde] momenteel huurt. WonenBreburg wijzigt haar vordering in die zin dat zij nu nog verzoekt de gevorderde ontruiming voorwaardelijk uit te spreken, onder de voorwaarden zoals partijen zijn overeengekomen. [gedaagde] verzet zich niet tegen toewijzing van de gewijzigde vordering. De kantonrechter overweegt dat de vordering tot voorwaardelijke ontruiming met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten toewijsbaar is zoals hierna bepaald. 3.2. De afspraken luiden als volgt. Partijen verklaren het eens te zijn geworden over een ontruiming van de woning indien en zodra [gedaagde] handelt in strijd met de hierna te noemen voorwaarden: de heer [gedaagde] (zelf) zal gedurende tenminste één jaar te rekenen vanaf de datum van dit vonnis intensieve begeleiding accepteren door GGZ of een door GGZ nader aan te wijzen andere zorgpartij, in verband met zijn psychische toestand, en daaraan ook zijn medewerking blijven verlenen; de heer [gedaagde] (zelf) zal gedurende diezelfde termijn van tenminste één jaar één keer per week een gesprek hebben met GGZ of een andere door GGZ aan te wijzen zorgpartij, waarbij dat wekelijkse gesprek tenminste om de week in de door hem gehuurde woning zal plaatsvinden (en om de week bij GGZ op kantoor), aan welke gesprekken en huisbezoeken de heer [gedaagde] steeds zijn medewerking zal moeten (blijven) verlenen; de heer [gedaagde] (zelf) zal gedurende diezelfde termijn van tenminste één jaar meewerken aan het voortzetten van zijn (benodigde) medicatie, en voorts zijn medewerking blijven verlenen aan het afleggen van bloedtesten één keer per drie maanden; de heer [gedaagde] (zelf) zal een volmacht afgeven die erop neerkomt dat de voormelde zorgpartij (GGZ of een andere door haar aan te wijzen andere partij) informatie met WonenBreburg mag delen die relevant is voor de benodigde zorg en begeleiding. Tevens dient de heer [gedaagde] ervoor te zorgen dat die machtiging mede zal inhouden dat het GGZ of een eventuele andere zorgpartij, een signaal mag en dient af te geven aan WonenBreburg op het moment dat de heer [gedaagde] zijn afspraken met betrekking tot de benodigde medicatie en/of af te nemen bloedtesten niet nakomt of mist. De heer verleent ook daarvoor nadrukkelijk toestemming; de heer [gedaagde] (zelf) zal los van de wekelijkse bezoeken aan en door GGZ voorts zijn medewerking verlenen aan periodieke controles van de woning en evaluaties door WonenBreburg , te beginnen met een huisbezoek van tenminste één keer per maand. Indien en voor zover WonenBreburg dat in de loop van dit jaar mogelijk acht, zal de frequentie van die huisbezoeken na verloop van tijd kunnen afnemen (dit ter beoordeling aan WonenBreburg ); de heer [gedaagde] (zelf) zal tevens zijn medewerking moeten blijven verlenen aan eventuele benodigde herstelwerkzaamheden aan het gehuurde door WonenBreburg of een daartoe door WonenBreburg ingeschakelde derde partij, en daartoe ook toegang tot de woning moeten verschaffen. 3.3. [gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van WonenBreburg worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 156,75 - griffierecht € 139,00 - salaris gemachtigde € 577,00 - nakosten € 144,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 1.016,75 3.4. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. 4 De beslissing De kantonrechter indien en zodra [gedaagde] handelt in strijd met één of meer van de onder rechtsoverweging 3.2 opgenomen voorwaarden: 4.1. veroordeelt [bewindvoerder] h.o.d.n. [bewindvoerderskantoor] in haar hoedanigheid van bewindvoerder van [gedaagde] , voorwaardelijk om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis de woning aan [adres] te [plaats] te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van WonenBreburg zijn, en de sleutels af te geven aan WonenBreburg , en in ieder geval 4.2. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.016,75, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 4.3. veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald, 4.4. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, 4.5. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. Boeder en in het openbaar uitgesproken op 1 april 2026.