Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-03-02
ECLI:NL:RBZWB:2026:2454
Civiel recht
Rekestprocedure
1,896 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBZWB:2026:2454 text/xml public 2026-04-10T14:47:06 2026-04-02 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-03-02 C/02/445005 / FA RK 26-770 Uitspraak Rekestprocedure NL Breda Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:2454 text/html public 2026-04-02T14:26:39 2026-04-10 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:2454 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 02-03-2026 / C/02/445005 / FA RK 26-770 Toewijzing ZM - 6 maanden RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/445005 / FA RK 26-770 Datum uitspraak: 2 maart 2026 Beschikking zorgmachtiging op het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor: [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1993 in [geboorteplaats] , hierna te noemen betrokkene, wonend in [plaats] , verblijvende in een [accommodatie] te [plaats] , advocaat mr. J.J. van 't Hoff uit Tilburg. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 12 februari 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 2 maart 2026. Daarbij zijn gehoord: betrokkene, bijgestaan door haar advocaat; mevrouw [persoon 1] , psychiater FACT-team; mevrouw [persoon 2] , AIOS. 1.3. Tevens was bij de mondelinge behandeling aanwezig, maar is niet gehoord: [persoon 3] , casemanager. [persoon 4] , verpleegkundig specialist; een stagiaire van mr. J.J. van ’t Hoff. 2 Het verzoek 2.1. De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden. 3 De standpunten 3.1. Betrokkene brengt, samengevat, naar voren dat zij akkoord is gegaan met de zorgmachtiging. Betrokkene wil hier vrijwillig aan meewerken. Indien een langere opname gewenst is, dan wil zij vrijwillig blijven. Betrokkene geeft aan dat zij in eerste instantie het idee had dat alles haar tegen begon te werken waarbij veel bekenden zich met de situatie begonnen te bemoeien. Het werd voor betrokkene op dat moment teveel om de GGZ-medewerkers onder ogen te komen. Bovendien moest betrokkene gebeurtenissen binnen de familie verwerken, voordat zij hier openlijk over kon praten. Volgens betrokkene is haar medicatie nu op orde en kan zij vanavond door haar moeder worden opgehaald om in een vakantiepark tot rust te komen. Mocht dat niet gebeuren, dan wil zij vrijwillig langer blijven, zodat het niet als een straf voelt. Betrokkene geeft aan dat haar eigen bedrijf heel goed loopt, maar de periode rondom kerst haar genekt heeft. Betrokkene heeft ervoor gekozen om kerst in haar eentje te vieren en te investeren in haar eigen bedrijf. Voorts geeft betrokkene aan dat nieuwe contactpersonen binnen de GGZ lastig is voor haar. Betrokkene erkent daarentegen dat zij de medicatie nodig heeft. 3.2. De AIOS verklaart dat het manische beeld van betrokkene bij binnenkomst inmiddels iets gezakt is. De spiegel van de medicatie moet opgehoogd worden omdat gezien wordt dat de manie nog niet genoeg verbleekt is. In gesprek met betrokkene worden er stemmingswisselingen, grootheidswanen en achterdocht naar GGZ en familie waargenomen. Er zijn zorgelijke signalen vanuit de familie ontvangen. Daarnaast heeft betrokkene recent regelmatig een ontslagwens geuit en heeft de AIOS het gevoel dat betrokkene niet geheel vrijwillig haar medicatie neemt en dus ook niet vrijwillig langer wil blijven. Op dit moment wordt er geen gebruik meer gemaakt van de zorgmodaliteit ‘insluiten’ bij betrokkene. 3.3. De psychiater geeft aan dat zij sinds november betrokken zijn bij betrokkene waardoor er nog sprake is van een beginfase. 3.4. De advocaat bepleit toewijzing van het verzoek omdat betrokkene kan instemmen met de zorgmachtiging met de zorgmodaliteiten zoals tijdens de mondelinge behandeling zijn besproken. 4 De beoordeling 4.1. De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt. 4.2. Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat betrokkene lijdt aan bipolaire-stemmingsstoornissen, schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen. 4.3. Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit: ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, ernstige materiële schade, ernstige financiële schade, maatschappelijke teloorgang, het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag en gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat betrokkene met haar agressieve en verwarde gedrag in toenemende mate voor overlast bij de buren heeft gezorgd. Daarnaast is de woningbouwvereniging een dossier aan het opbouwen, met mogelijk verlies van de woning en verdere teloorgang tot gevolg. Betrokkene vernielt haar eigen spullen, heeft een verkeersongeval veroorzaakt door onder invloed van medicatie toch te gaan rijden en onttrekt zich aan medische controles. Voorts doet betrokkene al wekenlang grote financiële uitgaven. 4.4. Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid en de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig. 4.5. Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Betrokkene ontkent haar psychotische kwetsbaarheid, staat erop om te worden uitgeschreven bij de GGZ en onttrekt zich al enige tijd aan contact met de GGZ. Daarom is verplichte zorg nodig. 4.6. De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn: - het toedienen van medicatie; - het verrichten van medische controles; - het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening; - het beperken van de bewegingsvrijheid; - aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten; - opnemen in een accommodatie. 4.7. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving. 4.8. Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden. 5 De beslissing De rechtbank: 5.1. verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1993 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in rechtsoverweging 4.6 staan kunnen worden toegepast; 5.2. bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 2 september 2026; 5.3. wijst af het meer of anders verzochte. Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 2 maart 2026 door mr. Janssen, rechter, in aanwezigheid van Vermare, griffier en op schrift gesteld op 16 maart 2026. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.