Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-03-02
ECLI:NL:RBZWB:2026:2443
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
1,713 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBZWB:2026:2443 text/xml public 2026-04-10T14:48:02 2026-04-02 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-03-02 C/02/444955 / FA RK 26-737 Uitspraak Rekestprocedure NL Middelburg Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:2443 text/html public 2026-04-02T14:39:20 2026-04-10 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:2443 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 02-03-2026 / C/02/444955 / FA RK 26-737 ZM na VCM RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Middelburg Zaaknummer: C/02/444955 / FA RK 26-737 Datum uitspraak: 2 maart 2026 Beschikking zorgmachtiging op het verzoek van de officier van justitie voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1990 in [geboorteplaats] , hierna te noemen betrokkene, wonend in [plaats 1] , thans verblijvende in [psychiatrische ziekenhuis] te [plaats 2] , advocaat mr. M.W. Dieleman uit Middelburg. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 11 februari 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 2 maart 2026. Daarbij zijn gehoord: de advocaat van betrokkene, mr. Dieleman; mevrouw [persoon 1] , arts; de heer [persoon 2] , verpleegkundig specialist. 1.3. Betrokkene is niet verschenen tijdens de zitting. De behandelaar van betrokkene heeft toegelicht dat betrokkene niet gehoord wil worden. De rechtbank heeft betrokkene daarop zelf opgezocht op zijn kamer. Betrokkene gaf de rechtbank te kennen dat hij niet bij de zitting aanwezig wil zijn. De rechtbank constateert, gelet op het voorgaande, dat voldoende vast staat dat betrokkene niet bereid is om zich te doen horen. Het verzoek is vervolgens, met instemming van de advocaat van betrokkene, mondeling behandeld zonder aanwezigheid van betrokkene. 2 Wat vaststaat 2.1. Door de rechtbank is op 21 februari 2026 een voortzetting van de crisismaatregel verleend tot en met 11 februari 2026. 3 Het verzoek 3.1. De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden. 4 De standpunten 4.1. De verpleegkundig specialist verklaart tijdens de zitting dat er weinig verbetering is en de medicatie van betrokkene daarom is opgehoogd. Het is moeilijk om met betrokkene in contact te komen omdat hij niet in [psychiatrische ziekenhuis] wil zijn. Met betrokkene is gesproken over een BW omdat de moeder van betrokkene geen grip meer heeft op hem heeft in de thuissituatie en wenst dat betrokkene niet meer naar huis komt. Betrokkene wil echter niet naar een BW. 4.2. De arts vult aan dat betrokkene in het verleden met medicatie wel goed functioneerde maar er momenteel weinig verbetering is te zien. Betrokkene is wel rustiger en hij is minder achterdochtig, maar het sociale gedrag van betrokkene blijft uit. De arts verwacht dat als betrokkene naar huis wordt gestuurd, hij stopt met zijn medicatie en de kans op een escalatie met de buren erg groot is. Betrokkene staat bekend als zorgmijder waardoor het lastig is om behandeling in het ambulante kader voort te zetten. 4.3. De advocaat bepleit afwijzing van het verzoek. Betrokkene wil met rust worden gelaten en geeft aan niemand tot last te zijn. Ook heeft betrokkene verklaard zich bij [psychiatrische ziekenhuis] meer op zijn gemak te voelen dan thuis. De advocaat geeft aan dat er geen sprake is van ernstig nadeel als betrokkene enkel in zijn kamer zit en verder niemand tot last is. Volgens de advocaat is er daarom geen sprake van voldoende ernstig nadeel om een zorgmachtiging te rechtvaardigen. 5 De beoordeling 5.1. De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt. 5.2. De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen, middelgerelateerde en verslavingsstoornissen en andere problemen die een reden voor zorg kunnen zijn. Bij betrokkene is sprake van paranoïde schizofrenie (chronisch), cannabismisbruik tot 2022, psychosociale problemen en werkproblemen . 5.3. Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit: - ernstige psychische schade; - ernstige materiële schade; - ernstige financiële schade; - ernstige verwaarlozing; - maatschappelijke teloorgang; - het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag; - gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen. 5.4. De rechtbank neemt hierbij in overweging dat er bij betrokkene sprake is van slechte zelfzorg en financiële problemen door werkverlies. Betrokkene leeft geïsoleerd aan de rand van de maatschappij, komt niet meer buiten en ondervindt psychische schade door onbehandelde psychoses. Ook is er sprake van agressie naar derden omdat betrokkene een baksteen tegen de gevel van zijn buurman heeft gegooid. 5.5. Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig. 5.6. Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Er is bij betrokkene geen sprake van ziektebesef of ziekte-inzicht en betrokkene staat bekend als zorgmijder. Daarom is verplichte zorg nodig. 5.7. De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn: - het toedienen van medicatie; - het verrichten van medische controles; - het beperken van de bewegingsvrijheid; - aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen; - opnemen in een accommodatie. 5.8. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving. 6 De beslissing De rechtbank: 6.1. verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1990 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.7 staan kunnen worden toegepast; 6.2. bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 11 augustus 2026 . Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 2 maart 2026 door mr. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. Willemsen, griffier en op schrift gesteld op 16 maart 2026. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.