Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-04-03
ECLI:NL:RBZWB:2026:2434
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
6,482 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:2434 text/xml public 2026-04-14T10:59:01 2026-04-01 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-04-03 25/2939 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Middelburg Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:2434 text/html public 2026-04-14T10:58:11 2026-04-14 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:2434 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 03-04-2026 / 25/2939 Artikel 124, eerste lid en onder a, van de Wegenverkeerswet RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: BRE 25/2939 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 april 2026 in de zaak tussen [eiser] , uit [woonplaats] , eiser (gemachtigde: mr. L.P. Kabel), en de burgemeester van de gemeente Tholen, de burgemeester. Samenvatting 1. De rechtbank beoordeelt in deze uitspraak het beroep van eiser tegen de beslissing op bezwaar, waarbij de burgemeester de ongeldigverklaring van het nieuwe rijbewijs van eiser in stand heeft gelaten. Eiser voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. De rechtbank beoordeelt het beroep aan de hand van deze beroepsgronden. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat aan beide toepassingsvoorwaarden van artikel 124, eerste lid en onder a, van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW) om het rijbewijs ongeldig te verklaren voldaan is. Ook mocht de burgemeester het advies van de Commissie van advies voor de bezwaarschriften (de commissie) ten grondslag leggen aan het bestreden besluit. De burgemeester heeft het nieuwe rijbewijs daarom terecht ongeldig verklaard. Eiser krijgt geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop en relevante feiten 2. Eiser is op 7 maart 2023 in Duitsland aangehouden voor een verkeersdelict. Omdat hij werd verdacht van het rijden onder invloed is eiser naar het ziekenhuis vervoerd voor een bloedproef. Hierbij is zijn rijbewijs (het oude rijbewijs) in handen van de Duitse politie gekomen. 2.1. Op 15 maart 2023 heeft eiser een spoedaanvraag ingediend voor een nieuw rijbewijs (het nieuwe rijbewijs). Bij deze aanvraag heeft eiser verklaard dat het oude rijbewijs is vermist. Het nieuwe rijbewijs heeft eiser op 16 maart 2023 ontvangen. 2.2. De burgemeester heeft op 26 september 2024 aan eiser het voornemen kenbaar gemaakt om het nieuwe rijbewijs op grond van artikel 124, eerste lid en onder a, van de WVW ongeldig te verklaren. 2.3. Eiser heeft op 7 oktober 2024 op dit voornemen gereageerd met een zienswijze. 2.4. Op 14 oktober 2024 heeft de burgemeester het nieuwe rijbewijs, overeenkomstig het voornemen, ongeldig verklaard (het primaire besluit). 2.5. Eiser heeft hier bezwaar tegen gemaakt. 2.6. De burgemeester heeft het bezwaar, overeenkomstig het advies van de commissie, in de beslissing op bezwaar van 10 april 2025 (verzonden op 11 april 2025) ongegrond verklaard (het bestreden besluit). Het primaire besluit is hiermee in stand gelaten. 2.7. Eiser heeft hier op 23 mei 2025 beroep tegen ingesteld. 2.8. De burgemeester heeft op dit beroep gereageerd met een verweerschrift. 2.9. De rechtbank heeft het beroep op 20 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en zijn gemachtigde en namens het college [gemachtigde 1] , [gemachtigde 2] en [gemachtigde 3] . Beroepsgronden 3. Eiser voert aan dat de burgemeester ten onrechte het advies van de commissie ten grondslag heeft gelegd aan het bestreden besluit. Daarnaast voert eiser aan dat hij geen onjuiste gegevens heeft verschaft bij de aanvraag van het nieuwe rijbewijs en dat, wanneer dat wel het geval zou zijn, het nieuwe rijbewijs ook afgegeven zou zijn als de onjuistheid van de door hem verschafte gegevens ten tijde van de aanvraag bekend zou zijn geweest. Beoordeling door de rechtbank 4. De relevante wettelijke bepalingen zijn opgenomen in een bijlage, die deel uitmaakt van deze uitspraak. 4.1. De burgemeester heeft het nieuwe rijbewijs van eiser ongeldig verklaard op grond van artikel 124, eerste lid en onder a, van de WVW. Dit kan op grond van deze bepaling wanneer het rijbewijs is afgegeven op grond van door de houder verschafte onjuiste gegevens en het rijbewijs niet zou zijn afgegeven als de onjuistheid van die gegevens ten tijde van de aanvraag bekend zou zijn geweest. Mocht de burgemeester het advies van de commissie ten grondslag leggen aan het bestreden besluit? 5. Eiser stelt dat de burgemeester ten onrechte het advies van de commissie ten grondslag heeft gelegd aan het bestreden besluit. 5.1. De rechtbank is van oordeel dat de burgemeester het advies van de commissie aan het bestreden besluit ten grondslag mocht leggen. Omdat de burgemeester niet is afgeweken van het advies, mocht de burgemeester dit advies bovendien overnemen zonder nadere motivering. Dit volgt uit artikel 7:13, zevende lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Deze beroepsgrond slaagt niet. Heeft eiser onjuiste gegevens verschaft bij de aanvraag van het nieuwe rijbewijs? 6. Eiser stelt zich op het standpunt dat hij geen onjuiste gegevens heeft verschaft bij de aanvraag van het nieuwe rijbewijs. Hij meent dat hij ten tijde van de aanvraag simpelweg niet wist waar het oude rijbewijs zich bevond. Het oude rijbewijs is volgens eiser namelijk door de Duitse autoriteiten inbeslaggenomen zonder dit aan hem mede te delen. Eiser betwist verder dat hij bij de aanvraag van het nieuwe rijbewijs op grond van de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 19 maart 2015 een onderzoeksplicht had om uit te zoeken waar het oude rijbewijs zich bevond. Deze onderzoeksplicht blijkt volgens eiser ook niet uit artikel 4:2 van de Awb. 6.1. De rechtbank volgt de uitleg van de burgemeester. De rechtbank is van oordeel dat de aanhouding vanwege een verkeersdelict informatie is die eiser op grond van artikel 4:2 Awb niet had mogen verzwijgen bij de aanvraag van het nieuwe rijbewijs. Daarbij doet het er niet toe of eiser met honderd procent zekerheid wist dat zijn rijbewijs was ingenomen door de Duitse autoriteiten. Het is dus niet relevant, anders dan eiser heeft aangevoerd, of eiser het rijbewijs zelf aan de Duitse autoriteiten overhandigd heeft. De aanhouding is op zichzelf al relevante informatie die eiser had moeten melden. In plaats daarvan heeft eiser gezien de ‘Verklaring vermissing rijbewijs’ verklaard dat hij het rijbewijs waarschijnlijk verloren is of kwijt is geraakt in huis, dat het nergens te vinden is en dat hij geen idee heeft wat de reden en omstandigheden van de vermissing van zijn rijbewijs zijn. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser dus onjuiste gegevens verschaft bij de aanvraag van het nieuwe rijbewijs. Deze beroepsgrond slaagt niet. 6.2. Overigens heeft de gemachtigde van eiser ter zitting het standpunt dat eiser ten tijde van de aanvraag niet wist waar het oude rijbewijs zich bevond, nader geprobeerd te onderbouwen door uit te leggen hoe de inbeslagname van een rijbewijs naar Nederlands recht werkt. De rechtbank stelt vast dat de gemachtigde van eiser beter onderzoek had kunnen doen naar het Duitse recht. In Duitsland heeft immers de inbeslagname van het oude rijbewijs plaatsgevonden, wat blijkt uit de stukken in het dossier. Zou het rijbewijs zijn afgegeven als de onjuistheid van de door eiser verschafte gegevens ten tijde van de aanvraag bekend zou zijn geweest? 7. Eiser is van mening dat het nieuwe rijbewijs ook zou zijn afgegeven als de onjuistheid van de door hem bij de aanvraag verschafte gegevens ten tijde van de aanvraag bekend zouden zijn geweest. Hij voert daarbij aan dat uit een uitspraak van rechtbank Gelderland van 12 juli 2023 volgt dat een nieuw rijbewijs verstrekt mag worden wanneer het oude rijbewijs drie maanden na de inbeslagname in het buitenland niet retour is gekomen. 7.1. De rechtbank stelt allereerst vast dat uitsluitend op basis van de in artikel 119 van de WVW opgesomde gronden een nieuw rijbewijs mag worden afgegeven. De inbeslagname van een rijbewijs door de politie kan niet onder een van deze gronden worden gebracht.
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:2434 text/xml public 2026-04-14T10:59:01 2026-04-01 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-04-03 25/2939 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Middelburg Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:2434 text/html public 2026-04-14T10:58:11 2026-04-14 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:2434 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 03-04-2026 / 25/2939 Artikel 124, eerste lid en onder a, van de Wegenverkeerswet RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: BRE 25/2939 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 april 2026 in de zaak tussen [eiser] , uit [woonplaats] , eiser (gemachtigde: mr. L.P. Kabel), en de burgemeester van de gemeente Tholen, de burgemeester. Samenvatting 1. De rechtbank beoordeelt in deze uitspraak het beroep van eiser tegen de beslissing op bezwaar, waarbij de burgemeester de ongeldigverklaring van het nieuwe rijbewijs van eiser in stand heeft gelaten. Eiser voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. De rechtbank beoordeelt het beroep aan de hand van deze beroepsgronden. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat aan beide toepassingsvoorwaarden van artikel 124, eerste lid en onder a, van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW) om het rijbewijs ongeldig te verklaren voldaan is. Ook mocht de burgemeester het advies van de Commissie van advies voor de bezwaarschriften (de commissie) ten grondslag leggen aan het bestreden besluit. De burgemeester heeft het nieuwe rijbewijs daarom terecht ongeldig verklaard. Eiser krijgt geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop en relevante feiten 2. Eiser is op 7 maart 2023 in Duitsland aangehouden voor een verkeersdelict. Omdat hij werd verdacht van het rijden onder invloed is eiser naar het ziekenhuis vervoerd voor een bloedproef. Hierbij is zijn rijbewijs (het oude rijbewijs) in handen van de Duitse politie gekomen. 2.1. Op 15 maart 2023 heeft eiser een spoedaanvraag ingediend voor een nieuw rijbewijs (het nieuwe rijbewijs). Bij deze aanvraag heeft eiser verklaard dat het oude rijbewijs is vermist. Het nieuwe rijbewijs heeft eiser op 16 maart 2023 ontvangen. 2.2. De burgemeester heeft op 26 september 2024 aan eiser het voornemen kenbaar gemaakt om het nieuwe rijbewijs op grond van artikel 124, eerste lid en onder a, van de WVW ongeldig te verklaren. 2.3. Eiser heeft op 7 oktober 2024 op dit voornemen gereageerd met een zienswijze. 2.4. Op 14 oktober 2024 heeft de burgemeester het nieuwe rijbewijs, overeenkomstig het voornemen, ongeldig verklaard (het primaire besluit). 2.5. Eiser heeft hier bezwaar tegen gemaakt. 2.6. De burgemeester heeft het bezwaar, overeenkomstig het advies van de commissie, in de beslissing op bezwaar van 10 april 2025 (verzonden op 11 april 2025) ongegrond verklaard (het bestreden besluit). Het primaire besluit is hiermee in stand gelaten. 2.7. Eiser heeft hier op 23 mei 2025 beroep tegen ingesteld. 2.8. De burgemeester heeft op dit beroep gereageerd met een verweerschrift. 2.9. De rechtbank heeft het beroep op 20 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en zijn gemachtigde en namens het college [gemachtigde 1] , [gemachtigde 2] en [gemachtigde 3] . Beroepsgronden 3. Eiser voert aan dat de burgemeester ten onrechte het advies van de commissie ten grondslag heeft gelegd aan het bestreden besluit. Daarnaast voert eiser aan dat hij geen onjuiste gegevens heeft verschaft bij de aanvraag van het nieuwe rijbewijs en dat, wanneer dat wel het geval zou zijn, het nieuwe rijbewijs ook afgegeven zou zijn als de onjuistheid van de door hem verschafte gegevens ten tijde van de aanvraag bekend zou zijn geweest. Beoordeling door de rechtbank 4. De relevante wettelijke bepalingen zijn opgenomen in een bijlage, die deel uitmaakt van deze uitspraak. 4.1. De burgemeester heeft het nieuwe rijbewijs van eiser ongeldig verklaard op grond van artikel 124, eerste lid en onder a, van de WVW. Dit kan op grond van deze bepaling wanneer het rijbewijs is afgegeven op grond van door de houder verschafte onjuiste gegevens en het rijbewijs niet zou zijn afgegeven als de onjuistheid van die gegevens ten tijde van de aanvraag bekend zou zijn geweest. Mocht de burgemeester het advies van de commissie ten grondslag leggen aan het bestreden besluit? 5. Eiser stelt dat de burgemeester ten onrechte het advies van de commissie ten grondslag heeft gelegd aan het bestreden besluit. 5.1. De rechtbank is van oordeel dat de burgemeester het advies van de commissie aan het bestreden besluit ten grondslag mocht leggen. Omdat de burgemeester niet is afgeweken van het advies, mocht de burgemeester dit advies bovendien overnemen zonder nadere motivering. Dit volgt uit artikel 7:13, zevende lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Deze beroepsgrond slaagt niet. Heeft eiser onjuiste gegevens verschaft bij de aanvraag van het nieuwe rijbewijs? 6. Eiser stelt zich op het standpunt dat hij geen onjuiste gegevens heeft verschaft bij de aanvraag van het nieuwe rijbewijs. Hij meent dat hij ten tijde van de aanvraag simpelweg niet wist waar het oude rijbewijs zich bevond. Het oude rijbewijs is volgens eiser namelijk door de Duitse autoriteiten inbeslaggenomen zonder dit aan hem mede te delen. Eiser betwist verder dat hij bij de aanvraag van het nieuwe rijbewijs op grond van de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 19 maart 2015 een onderzoeksplicht had om uit te zoeken waar het oude rijbewijs zich bevond. Deze onderzoeksplicht blijkt volgens eiser ook niet uit artikel 4:2 van de Awb. 6.1. De rechtbank volgt de uitleg van de burgemeester. De rechtbank is van oordeel dat de aanhouding vanwege een verkeersdelict informatie is die eiser op grond van artikel 4:2 Awb niet had mogen verzwijgen bij de aanvraag van het nieuwe rijbewijs. Daarbij doet het er niet toe of eiser met honderd procent zekerheid wist dat zijn rijbewijs was ingenomen door de Duitse autoriteiten. Het is dus niet relevant, anders dan eiser heeft aangevoerd, of eiser het rijbewijs zelf aan de Duitse autoriteiten overhandigd heeft. De aanhouding is op zichzelf al relevante informatie die eiser had moeten melden. In plaats daarvan heeft eiser gezien de ‘Verklaring vermissing rijbewijs’ verklaard dat hij het rijbewijs waarschijnlijk verloren is of kwijt is geraakt in huis, dat het nergens te vinden is en dat hij geen idee heeft wat de reden en omstandigheden van de vermissing van zijn rijbewijs zijn. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser dus onjuiste gegevens verschaft bij de aanvraag van het nieuwe rijbewijs. Deze beroepsgrond slaagt niet. 6.2. Overigens heeft de gemachtigde van eiser ter zitting het standpunt dat eiser ten tijde van de aanvraag niet wist waar het oude rijbewijs zich bevond, nader geprobeerd te onderbouwen door uit te leggen hoe de inbeslagname van een rijbewijs naar Nederlands recht werkt. De rechtbank stelt vast dat de gemachtigde van eiser beter onderzoek had kunnen doen naar het Duitse recht. In Duitsland heeft immers de inbeslagname van het oude rijbewijs plaatsgevonden, wat blijkt uit de stukken in het dossier. Zou het rijbewijs zijn afgegeven als de onjuistheid van de door eiser verschafte gegevens ten tijde van de aanvraag bekend zou zijn geweest? 7. Eiser is van mening dat het nieuwe rijbewijs ook zou zijn afgegeven als de onjuistheid van de door hem bij de aanvraag verschafte gegevens ten tijde van de aanvraag bekend zouden zijn geweest. Hij voert daarbij aan dat uit een uitspraak van rechtbank Gelderland van 12 juli 2023 volgt dat een nieuw rijbewijs verstrekt mag worden wanneer het oude rijbewijs drie maanden na de inbeslagname in het buitenland niet retour is gekomen. 7.1. De rechtbank stelt allereerst vast dat uitsluitend op basis van de in artikel 119 van de WVW opgesomde gronden een nieuw rijbewijs mag worden afgegeven. De inbeslagname van een rijbewijs door de politie kan niet onder een van deze gronden worden gebracht.
Volledig
De rechtbank is van oordeel dat het argument van eiser met betrekking tot de uitspraak van rechtbank Gelderland niet opgaat. Ten tijde van de aanvraag van het nieuwe rijbewijs waren namelijk nog geen drie maanden verstreken. De nieuwe aanvraag is al ruim een week na de inbeslagname van het oude rijbewijs ingediend. De afgifte van het nieuwe rijbewijs zou dus, ook als bij de aanvraag melding was gemaakt van de inbeslagname door de Duitse politie, ten tijde van de aanvraag gewoon geweigerd zijn op grond van artikel 119 van de WVW. Ook deze beroepsgrond slaagt niet. Conclusie en gevolgen 8. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat voldaan is aan beide toepassingsvoorwaarden van artikel 124, eerste lid en onder a, van de WVW om het rijbewijs ongeldig te verklaren. Ook mocht de burgemeester het advies van de commissie ten grondslag leggen aan het bestreden besluit. De burgemeester heeft het nieuwe rijbewijs daarom terecht ongeldig verklaard. Eiser krijgt geen gelijk. Het beroep is ongegrond. Eiser krijgt het griffierecht niet terug. Ook krijgt eiser geen vergoeding van zijn proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Hindriks, rechter, in aanwezigheid van mr. T.J. Janzing, griffier, op 3 april 2026, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving (voor zover relevant) Algemene wet bestuursrecht Artikel 4:2, tweede lid De aanvrager verschaft voorts de gegevens en bescheiden die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen. Artikel 7:13, zevende lid Indien de beslissing op het bezwaar afwijkt van het advies van de commissie, wordt in de beslissing de reden voor die afwijking vermeld en wordt het advies met de beslissing meegezonden. Wegenverkeerswet 1994 Artikel 119 1. Degene die is belast met de afgifte van rijbewijzen geeft overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde regels een nieuw rijbewijs af: a. bij vernieuwing van het eerder aan de aanvrager afgegeven rijbewijs; bij wijziging van de omvang van de uit het eerder afgegeven rijbewijs voortvloeiende bevoegdheden, met uitzondering van de in artikel 131, tweede lid, onderdeel a, bedoelde schorsing van de geldigheid; bij wijziging van de personalia van de houder; na ongeldigverklaring van het eerder afgegeven rijbewijs op grond van artikel 124, eerste lid, onderdeel e; in geval het eerder afgegeven rijbewijs versleten of geheel of ten dele onleesbaar is; in geval het eerder afgegeven rijbewijs verloren is geraakt of teniet is gegaan. 2. Het nieuwe rijbewijs wordt niet afgegeven dan nadat het eerder afgegeven rijbewijs waarvoor het wordt afgegeven, is ingeleverd bij degene die is belast met de afgifte van het nieuwe rijbewijs. 3. Voor de toepassing van het eerste en het tweede lid wordt onder rijbewijs mede verstaan een rijbewijs, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland, waarvan de houder in Nederland woonachtig is. 4. Indien de houder van een verloren geraakt rijbewijs waarvoor een nieuw rijbewijs is afgegeven, na de afgifte van het nieuwe rijbewijs weer in het bezit komt van dat verloren geraakte rijbewijs, dient hij dat rijbewijs in te leveren bij degene die het nieuwe rijbewijs heeft afgegeven. 5. Het eerste lid, aanhef, onderdelen e en f, gelden niet in bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde gevallen. Artikel 124, eerste lid en onder a 1. Onverminderd de artikelen 132, tweede lid, en 134, vierde lid, wordt een rijbewijs overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde regels voor een of meer categorieën van motorrijtuigen of voor een deel van de geldigheidsduur ongeldig verklaard indien: a. het rijbewijs is afgegeven op grond van door de houder verschafte onjuiste gegevens en het niet zou zijn afgegeven indien de onjuistheid van die gegevens ten tijde van de aanvraag bekend zou zijn geweest; Zie de uitspraak van de Afdeling van 19 maart 2025, ECLI:NL:RVS:2015:979. Zie de uitspraak van rechtbank Gelderland van 12 juli 2023, ECLI:NL:RBGEL:2023:3986. Zie de uitspraak van de Afdeling van 19 maart 2025, ECLI:NL:RVS:2015:979.
Volledig
De rechtbank is van oordeel dat het argument van eiser met betrekking tot de uitspraak van rechtbank Gelderland niet opgaat. Ten tijde van de aanvraag van het nieuwe rijbewijs waren namelijk nog geen drie maanden verstreken. De nieuwe aanvraag is al ruim een week na de inbeslagname van het oude rijbewijs ingediend. De afgifte van het nieuwe rijbewijs zou dus, ook als bij de aanvraag melding was gemaakt van de inbeslagname door de Duitse politie, ten tijde van de aanvraag gewoon geweigerd zijn op grond van artikel 119 van de WVW. Ook deze beroepsgrond slaagt niet. Conclusie en gevolgen 8. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat voldaan is aan beide toepassingsvoorwaarden van artikel 124, eerste lid en onder a, van de WVW om het rijbewijs ongeldig te verklaren. Ook mocht de burgemeester het advies van de commissie ten grondslag leggen aan het bestreden besluit. De burgemeester heeft het nieuwe rijbewijs daarom terecht ongeldig verklaard. Eiser krijgt geen gelijk. Het beroep is ongegrond. Eiser krijgt het griffierecht niet terug. Ook krijgt eiser geen vergoeding van zijn proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Hindriks, rechter, in aanwezigheid van mr. T.J. Janzing, griffier, op 3 april 2026, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving (voor zover relevant) Algemene wet bestuursrecht Artikel 4:2, tweede lid De aanvrager verschaft voorts de gegevens en bescheiden die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen. Artikel 7:13, zevende lid Indien de beslissing op het bezwaar afwijkt van het advies van de commissie, wordt in de beslissing de reden voor die afwijking vermeld en wordt het advies met de beslissing meegezonden. Wegenverkeerswet 1994 Artikel 119 1. Degene die is belast met de afgifte van rijbewijzen geeft overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde regels een nieuw rijbewijs af: a. bij vernieuwing van het eerder aan de aanvrager afgegeven rijbewijs; bij wijziging van de omvang van de uit het eerder afgegeven rijbewijs voortvloeiende bevoegdheden, met uitzondering van de in artikel 131, tweede lid, onderdeel a, bedoelde schorsing van de geldigheid; bij wijziging van de personalia van de houder; na ongeldigverklaring van het eerder afgegeven rijbewijs op grond van artikel 124, eerste lid, onderdeel e; in geval het eerder afgegeven rijbewijs versleten of geheel of ten dele onleesbaar is; in geval het eerder afgegeven rijbewijs verloren is geraakt of teniet is gegaan. 2. Het nieuwe rijbewijs wordt niet afgegeven dan nadat het eerder afgegeven rijbewijs waarvoor het wordt afgegeven, is ingeleverd bij degene die is belast met de afgifte van het nieuwe rijbewijs. 3. Voor de toepassing van het eerste en het tweede lid wordt onder rijbewijs mede verstaan een rijbewijs, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland, waarvan de houder in Nederland woonachtig is. 4. Indien de houder van een verloren geraakt rijbewijs waarvoor een nieuw rijbewijs is afgegeven, na de afgifte van het nieuwe rijbewijs weer in het bezit komt van dat verloren geraakte rijbewijs, dient hij dat rijbewijs in te leveren bij degene die het nieuwe rijbewijs heeft afgegeven. 5. Het eerste lid, aanhef, onderdelen e en f, gelden niet in bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde gevallen. Artikel 124, eerste lid en onder a 1. Onverminderd de artikelen 132, tweede lid, en 134, vierde lid, wordt een rijbewijs overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde regels voor een of meer categorieën van motorrijtuigen of voor een deel van de geldigheidsduur ongeldig verklaard indien: a. het rijbewijs is afgegeven op grond van door de houder verschafte onjuiste gegevens en het niet zou zijn afgegeven indien de onjuistheid van die gegevens ten tijde van de aanvraag bekend zou zijn geweest; Zie de uitspraak van de Afdeling van 19 maart 2025, ECLI:NL:RVS:2015:979. Zie de uitspraak van rechtbank Gelderland van 12 juli 2023, ECLI:NL:RBGEL:2023:3986. Zie de uitspraak van de Afdeling van 19 maart 2025, ECLI:NL:RVS:2015:979.