Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-02-27
ECLI:NL:RBZWB:2026:2339
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
1,312 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBZWB:2026:2339 text/xml public 2026-04-10T14:20:04 2026-03-30 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-02-27 C/02/443734 / JE RK 26-24 Uitspraak Rekestprocedure NL Breda Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:2339 text/html public 2026-04-02T12:26:46 2026-04-10 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:2339 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 27-02-2026 / C/02/443734 / JE RK 26-24 Vervanging gecertificeerde instelling. RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Zaaknummer: C/02/443734 / JE RK 26-24 Datum uitspraak: 27 februari 2026 Beschikking van de kinderrechter over de vervanging van de gecertificeerde instelling in de zaak van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Brabant , gevestigd te Etten-Leur, hierna te noemen JBB, over [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2024 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbende aan: [de moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende in op een voor de rechtbank bekend adres, advocaat mr. N.P.C.C. Langenberg uit Breda. De kinderrechter merkt als informant aan: de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering , hierna te noemen WSS. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 7 januari 2026; het bericht van de griffier aan de GI’s en de advocaat van de moeder; het bericht van de advocaat van de moeder van 23 februari 2026; het bericht van JBB van 25 februari 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 12 maart 2026. Daarbij waren aanwezig: - de advocaat van de moeder; een vertegenwoordiger van de JBB; een vertegenwoordiger van de WSS, via een videoverbinding MS Teams. De moeder is niet verschenen. Haar advocaat heeft haar standpunt namens haar naar voren gebracht. 2 De feiten 2.1. De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] . 2.2. [minderjarige] woont bij haar moeder. 2.3. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 10 maart 2026 [minderjarige] onder toezicht gesteld van JBB tot 16 april 2026. 3 Het verzoek 3.1. JBB verzoekt de kinderrechter om JBB, die de ondertoezichtstelling uitvoert, te vervangen door de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 4 De standpunten 4.1. JBB heeft ter toelichting op het verzoek naar voren gebracht de grootvader (biologisch vaderszijde) in het verleden werkzaam is geweest bij JBB en een collega is geweest van veel jeugdbeschermers. Hierdoor wordt de uitvoering van de ondertoezichtstelling bemoeilijkt. Omdat de vader een licht verstandelijke beperking heeft, is de WSS bovendien een passende gecertificeerde instelling om de ondertoezichtstelling uit te voeren. Bovendien is de moeder verhuisd naar een andere provincie en de WSS is een landelijk werkende gecertificeerde instelling. 4.2. De advocaat van de moeder heeft naar voren gebracht dat zij geen bezwaar heeft tegen toewijzing van het verzoek. Zij heeft wel aangegeven dat er tot op heden weinig contact is geweest met JBB en zij heeft nog niet veel ondersteuning ervaren van de hulp van JBB. Zij hoopt dat er verbetering komt in de samenwerking in het kader van de ondertoezichtstelling. 4.3. Namens de WSS is aangegeven dat er geen wachttijd is voor het aanwijzen van de jeugdbeschermer. De zaak kan na de overdracht worden opgepakt. 5 De beoordeling 5.1. De rechtbank overweegt dat de moeder, ten tijde van het indienen van het verzoek, niet in het arrondissement van deze rechtbank woonachtig was waardoor ook de kinderrechter van deze rechtbank in beginsel niet bevoegd is kennis te nemen van het verzoek. Na uitdrukkelijke instemming van de belanghebbenden op dit punt heeft de kinderrechter zich alsnog bevoegd verklaard en de zaak verder in behandeling genomen. 5.2. Op basis van de stukken en de zitting is naar het oordeel van de kinderrechter vast komen te staan dat JBB, de GI, die nu belast is met de uitvoering van de ondertoezichtstelling, moet worden vervangen door de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering. Gebleken is dat de samenwerking momenteel onnodig bemoeilijkt wordt, hetgeen niet in het belang van is van [minderjarige] . Bovendien is de WSS een landelijk werkende gecertificeerde instelling die, ook na een eventuele verhuizing van de moeder, betrokken kan blijven bij [minderjarige] . 5.3. Het verzoek van JBB zal dan ook worden toegewezen. 6 De beslissing De kinderrechter: 6.1. vervangt de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Brabant, gevestigd te Etten-Leur, door de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering. Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 27 februari 2026 door mr. Van Gessel, kinderrechter, in aanwezigheid van Boink als griffier, en op schrift gesteld op 13 maart 2026. Tegen eindbeslissingen in deze beschikking staat geen hoger beroep open. Artikel 807 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).