Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-02-27
ECLI:NL:RBZWB:2026:2329
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
1,879 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBZWB:2026:2329 text/xml public 2026-04-10T14:27:02 2026-03-30 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-02-27 C/02/443968 / JE RK 26-65 Uitspraak Rekestprocedure NL Breda Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:2329 text/html public 2026-04-02T12:28:26 2026-04-10 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:2329 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 27-02-2026 / C/02/443968 / JE RK 26-65 Verlenging ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing voor negen maanden toegewezen RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/443968 / JE RK 26-65 Datum uitspraak: 27 februari 2026 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting , gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen de GI, over [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2012 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats] , advocaat mr. Y.I.B. Grosfeld uit Breda, [de vader] , hierna te noemen de vader, wonende in [woonplaats] , advocaat mr. Y.I.B. Grosfeld uit Breda. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 14 januari 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 27 februari 2026. Daarbij waren aanwezig: - de ouders met hun advocaat; - een vertegenwoordiger van de GI. 1.3. De kinderrechter heeft [minderjarige] uitgenodigd voor een gesprek. Zij heeft de kinderrechter een brief geschreven. 2. De feiten 2.1. De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] . 2.2. [minderjarige] verblijft bij [accommodatie] . 2.3. Bij beschikking van de kinderrechter van deze rechtbank van 3 maart 2025 is [minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI met ingang van 3 maart 2025 tot 3 maart 2026. Bij diezelfde beschikking is een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie jeugdhulpaanbieder verleend met ingang van 3 maart 2025 tot 3 september 2025. 2.4. Bij beschikking van 28 augustus 2025 is de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie jeugdhulpaanbieder verlengd tot het einde van de ondertoezichtstelling, te weten 3 maart 2026. 3 Het verzoek 3.1. De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van negen maanden. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van negen maanden. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 4 De standpunten 4.1. Ter toelichting op het verzoek is door de GI naar voren gebracht dat er sprake is van een positieve ontwikkeling. [minderjarige] staat open voor de begeleiding van [accommodatie] en de ouders werken heel erg goed mee met de hulpverlening. [minderjarige] verblijft steeds meer thuis bij haar ouders en dat verloopt goed. De bedoeling is dat de komende tijd dit steeds verder wordt uitgebreid en dat zij uiteindelijk weer volledig thuis kan gaan wonen. Er zal ambulante begeleiding door [hulpverlening 1] worden ingezet en ook is bij [hulpverlening 2] de vraag neergelegd wat nodig is in de thuissituatie aan ondersteuning. Gelet op de ernst van de problemen die er zijn geweest en het gegeven dat de positieve ontwikkeling nog pril is, acht de GI verlenging van beide maatregelen nodig. De GI verwacht dat [minderjarige] binnen deze periode volledig thuis bij haar ouders kan worden geplaatst. Dat is in ieder geval het traject dat nu wordt voortgezet. 4.2. Zijdens de ouders is aangegeven dat het goed gaat en dat [minderjarige] steeds vaker en langer thuis is. De ouders en [minderjarige] hebben hard gewerkt de afgelopen periode. Het lukt de ouders om hulp te vragen en zij hebben verschillende vormen van therapie gevolgd. De ouders zijn gegroeid in hun ouderschap. Zij beiden meer grenzen en regels aan [minderjarige] en zij zitten samen meer op één lijn als ouders. De ouders blijven hard werken om uiteindelijk de ondertoezichtstelling te kunnen afsluiten. Zij stemmen in met een verlenging van de maatregelen zodat er een stok achter de deur is voor het geval het onverhoopt toch niet goed mocht gaan. De ouders gaan er vanuit dat de volle periode voor de machtiging tot uithuisplaatsing niet benut zal hoeven worden. 5 De beoordeling 5.1. De kinderrechter kan op grond van artikel 1:260 eerste lid van het Burgerlijk Wetboek (BW) de duur van de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste een jaar, als aan de grond van de ondertoezichtstelling (zoals beschreven in artikel 1:255 eerste lid BW) is voldaan. De kinderrechter kan daarnaast op grond van artikel 1:265c tweede lid BW de duur van de machtiging uithuisplaatsing telkens verlengen met ten hoogste een jaar, als aan de grond van de uithuisplaatsing (zoals beschreven in artikel 1:265b eerste lid BW) is voldaan. 5.2. De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom. 5.3. De ontwikkeling van [minderjarige] wordt nog steeds ernstig bedreigd, omdat er nog steeds zorgen zijn. Zowel de ouders als [minderjarige] hebben heel hard gewerkt en zij staan allemaal open voor begeleiding en behandeling. Hierdoor is de situatie positief veranderd en verblijft [minderjarige] steeds vaker en langer thuis bij haar ouders. De hulpverlening die is ingezet is effectief en wordt door iedereen als positief ervaren. Ook [accommodatie] geeft aan dat het goed gaat. Er is heel veel gebeurd en de zeer zorgelijke situatie die er was, lijkt te zijn gekeerd. Om alle hulpverlening die op dit moment loopt en in de nabije toekomst nog ingezet moet worden te waarborgen en te organiseren, acht de kinderrechter een verlenging van de maatregelen op dit moment nog noodzakelijk. Hij gaat er daarbij vanuit dat de machtiging tot uithuisplaatsing niet langer ten uitvoer gelegd zal worden dan nodig is. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] voor de duur van negen maanden. 5.4. De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. 6 De beslissing De kinderrechter: 6.1. verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 3 december 2026; 6.2. verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 3 december 2026; 6.3. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 27 februari 2026 door mr. Van Gessel, kinderrechter, in aanwezigheid van Boink als griffier, en op schrift gesteld op 16 maart 2026. Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen: degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.