Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-02-26
ECLI:NL:RBZWB:2026:2320
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
2,034 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBZWB:2026:2320 text/xml public 2026-04-01T14:34:02 2026-03-29 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-02-26 C/02/444578 Uitspraak Rekestprocedure NL Breda Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:2320 text/html public 2026-03-31T11:21:41 2026-04-01 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:2320 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 26-02-2026 / C/02/444578 Verlenging ondertoezichtstelling met zes maanden. Er is sprake van sterk zelfbepalend gedrag en schoolverzuim van de minderjarige. Er moet worden gezocht naar passende hulpverlening. De vader wil en kan geen actieve rol spelen maar heeft wel gezag. RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/444578 / JE RK 26-182 Datum uitspraak: 26 februari 2026 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling in de zaak van STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT , locatie Etten-Leur, hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI), over [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2012 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats 1] , [de vader] , hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats 2] . 1 Het verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 29 januari 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 26 februari 2026. Daarbij waren aanwezig en zijn gehoord: - de vader; - de moeder; - een vertegenwoordiger van de GI. 1.3. De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. Zij heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt. 2 De feiten 2.1. De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] . 2.2. [minderjarige] woont bij haar moeder. 2.3. De kinderrechter heeft bij beschikking van 6 maart 2025 [minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI met ingang van 6 maart 2025 tot 6 maart 2026. 3 Het verzoek 3.1. De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van zes maanden. 3.2. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 4 Het standpunt van de GI 4.1. Ter onderbouwing van het verzoek voert de GI, samengevat, het volgende aan. Er zijn stappen gezet door de inzet van MST bij de moeder thuis. Ook is de schoolgang van [minderjarige] is opgebouwd, maar zij gaat nog niet structureel naar school. Eigenlijk zit zij nu zelfs weer volledig thuis. Er wordt gekeken of het mogelijk is om dagbesteding te combineren met school. Dat hangt af van de uitkomst van het onderzoek van de Viersprong naar de eventuele kind-eigenproblematiek van [minderjarige] (ontwikkelingsanamnese en intelligentieonderzoek). Zij heeft moeite met slapen en het behouden van een ritme. [minderjarige] zoekt de ruimte tussen de regels bij haar ouders op en beweegt daartussen. Als ze het niet mee eens is met een van de ouders blokkeert ze die ouder en gaat ze naar de andere ouder om verhaal te halen. Zij vindt haar huidige school te groot en er zijn teveel prikkels voor haar daar. Ze wil dus naar een andere school. Op dit moment is er weinig perspectief voor [minderjarige] op school, omdat het al duidelijk is dat zij het jaar niet zal gaan halen. De GI kan zich voorstellen dat dit de situatie niet bevordert. In de komende periode wil de GI de focus leggen het onderzoek van De Viersprong en het onderzoeken van de mogelijkheden op het gebied van school en dagbesteding van [minderjarige] . De GI heeft geïnformeerd bij verschillende organisaties. Het MST-traject zal in maart worden afgesloten. Het FFT-traject van de Viersprong blijft wel lopen. De ouders werken goed mee en zijn bereid aan zichzelf te werken in het belang van [minderjarige] . De moeder accepteert de hulpverlening. De GI moet betrokkenen wel regelmatig aansturen. Zo heeft het enige tijd geduurd voordat de vader op gesprek is geweest bij de Viersprong. Het is belangrijk dat de GI het overzicht houdt. Er komt best veel op [minderjarige] , de moeder en de vader af qua hulpverlening. De GI maakt zich zorgen dat de positieve ontwikkeling niet zal doorzetten als er nu al een overdracht komt naar het vrijwillig kader. De Viersprong heeft ook uitgesproken dat zij vinden dat de moeder op dit moment nog echt de ondersteuning van de GI nodig heeft. [minderjarige] heeft aangegeven wel structureel contact met haar vader te willen. Ook de GI vindt het wenselijk als er een vast contactmoment komt. De komende periode zal de GI dat willen onderzoeken samen met de vader. 5 De standpunten van belanghebbenden 5.1. Door de moeder is, samengevat, naar voren gebracht dat zij zich kan vinden in het verzoek. De moeder heeft de ervaring dat er via de GI sneller geschakeld kan worden dan via de gemeente en dat er in een vrijwillig kader waarschijnlijk langere wachttijden zullen zijn. De moeder heeft het MST-traject als prettig ervaren. Zij waren de eerste die hebben gekeken naar [minderjarige] en niet alleen naar de problematiek van de moeder. Nu dit traject afloopt is het van belang dat wordt onderzocht welke dagbesteding of school bij [minderjarige] past en welke hulpverlening nog moet worden ingezet. De moeder vindt het prettig dat er daarin iemand meedenkt. Er is in dit traject ook een kinderpsychiater betrokken. [minderjarige] krijgt medicatie waardoor haar dag- en nachtritme is hersteld. Daardoor kunnen er weer afspraken met haar worden gemaakt. De moeder vindt het een goed idee om een vast contactmoment tussen de vader en [minderjarige] af te spreken. Op die manier hoeft hij ook niet 48 uur van tevoren aan te geven wanneer hij met [minderjarige] wil afspreken. De moeder heeft aangegeven dat [minderjarige] niet naar het kindgesprek is gekomen omdat zij het spannend vond om in gesprek te gaan met de kinderrechter en dat zij niet wist of haar oudere zus mee mocht, omdat zij net 18 jaar is geworden. 5.2. Door de vader is, samengevat, het volgende naar voren gebracht. De vader vindt het goed als de ondertoezichtstelling wordt verlengd. [minderjarige] en de moeder hebben de hulp nodig die geboden wordt. De vader denkt dat als weer sprake zou zijn van een vrijwillig kader, de druk weg zal zijn, waardoor het weer mis loopt. Het contact tussen de vader en [minderjarige] verliep tot vorige week goed. De vader heeft toen geweigerd geld over te maken voor nieuwe kleding, waarna [minderjarige] hem heeft geblokkeerd. De vader zou het liefst [minderjarige] vaker zien. Hij geeft aan dat hij meerdere keren heeft geprobeerd afspraken te maken met [minderjarige] , maar dat zij haar afspraken niet nakomt of afzegt. Spontaan afspreken kan niet, omdat er 48 uur van tevoren moet worden aangegeven wanneer zij elkaar willen zien. 6 De beoordeling Wettelijk kader 6.1. Op grond van artikel 1:260 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kinderrechter, mits aan de grond, bedoeld in artikel 1:255 lid 1 BW is voldaan, de duur van de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste een jaar. 6.2. Ingevolge het bepaalde in artikel 1:255 lid 1 BW kan de kinderrechter een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling wanneer die minderjarige zodanig opgroeit, dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en: de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouders of de ouder die het gezag uitoefenen, door dezen niet of onvoldoende wordt geaccepteerd, en; de verwachting gerechtvaardigd is dat de ouders of de ouder die het gezag uitoefenen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247 lid 2 BW, in staat zijn te dragen. Inhoudelijke beoordeling Naar aanleiding van de overgelegde stukken en hetgeen er tijdens de zitting is besproken, is de kinderrechter van oordeel dat er aan de voorwaarden voor de verlenging van de ondertoezichtstelling wordt voldaan.