Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-02-26
ECLI:NL:RBZWB:2026:2314
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
2,014 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBZWB:2026:2314 text/xml public 2026-04-07T11:27:49 2026-03-29 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-02-26 C/02/444479 / JE RK 26-159 Uitspraak Rekestprocedure NL Middelburg Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:2314 text/html public 2026-04-07T11:16:38 2026-04-07 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:2314 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 26-02-2026 / C/02/444479 / JE RK 26-159 Verzoek verlengen ondertoezichtstelling, verzoek machtiging tot uithuisplaatsing, trajectmachtiging RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Middelburg Zaaknummer: C/02/444479 / JE RK 26-159 Datum uitspraak: 26 februari 2026 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van de gecertificeerde instelling STICHTING JEUGDBESCHERMING WEST ZEELAND , gevestigd te Middelburg, hierna te noemen: de GI. over [minderjarige] , geboren op [geboortedag 1] 2009 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] , advocaat: mr. M.C.M.E. Schijvenaars te Vlissingen, [de vader] , hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats] . 1 Het verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 23 januari 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 26 februari 2026. Daarbij waren aanwezig: - de moeder, bijgestaan door haar advocaat; - een vertegenwoordigster van de GI (via een Teams-verbinding). De vader is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader wel juist is opgeroepen. 1.3. De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren. 2 De feiten 2.1. De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] . 2.2. Bij beschikking van de kinderrechter van deze rechtbank van 19 maart 2025 is [minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI met ingang van 19 maart 2025 en tot 19 maart 2026. Tevens is een machtiging verleend om [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 19 maart 2025 en tot 19 maart 2026. 2.3. De kinderrechter heeft bij beschikking van 11 december 2025 een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een netwerkpleeggezin verleend, te weten bij de oma vaderszijde (vz), en aansluitend een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 11 december 2025 en tot 19 maart 2026. Tevens is bepaald dat de machtiging tot uithuisplaatsing in een netwerkpleeggezin, te weten bij de oma vz, vervalt met ingang van de datum dat de machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder ten uitvoer wordt gelegd. Op grond van deze beschikking verblijft [minderjarige] op dit moment in een netwerkpleeggezin, namelijk bij de oma vaderszijde. 3 Het verzoek 3.1. De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen tot aan de meerderjarigheid van [minderjarige] , te weten tot [geboortedag 1] 2027. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een netwerkpleeggezin, te weten bij oma vaderszijde, te verlengen tot aan de meerderjarigheid van [minderjarige] en aansluitend de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen tot aan de meerderjarigheid van [minderjarige] . De GI verzoekt tot slot de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 4 De standpunten 4.1. In het gesprek met de kinderrechter heeft [minderjarige] aangegeven dat het redelijk goed met haar gaat. Ze woont momenteel bij haar oma, met wie het minder goed gaat. Ze vindt het leuk om binnenkort naar de nieuwe groep te gaan. De uiteindelijke wens van [minderjarige] is om naar begeleid wonen te gaan en een eigen plekje te krijgen. Met haar ouders heeft [minderjarige] wisselend contact. Dat is moeilijk, maar ook normaal geworden. [minderjarige] geeft aan de voorkeur te hebben voor een reguliere school en opleiding. Graag zou ze de kans hiervoor krijgen. Haar schoolcoach, [persoon] , is vanwege verlof vervangen door een andere medewerker. [minderjarige] heeft moeite met deze nieuwe schoolcoach. [minderjarige] heeft daarentegen wel fijn kennis gemaakt met de nieuwe jeugdbeschermer. 4.2. De GI handhaaft het verzoek en verwijst ter onderbouwing naar het verzoekschrift van 23 januari 2026. Vanaf 10 maart 2026 kan [minderjarige] terecht bij de nieuwe locatie van [accommodatie] in Middelburg. Op deze plek kan ook een verlenging van de jeugdwet plaatsvinden. [accommodatie] is een goede plek om toe te groeien naar een eigen plek, hetgeen [minderjarige] wil. De verlenging van de uithuisplaatsing is noodzakelijk om de plaatsing bij [accommodatie] te formaliseren. De verlenging van de ondertoezichtstelling is nodig om [minderjarige] de begeleiding te bieden die nodig is om haar een goede basis te geven voor na haar achttiende verjaardag. Het lukt [minderjarige] op dit moment niet om naar school te gaan. Daar heeft de GI zorgen over. Tot slot heeft de vader bij de GI aangegeven het eens te zijn met de verzoeken. 4.3. Door en namens de moeder wordt aangevoerd dat de moeder achter de verzoeken staat. De moeder hoopt dat [minderjarige] de stappen gaat zetten die nodig zijn en dat ze ook tot na haar meerderjarigheid begeleid kan worden. 5 De beoordeling Wettelijk kader 5.1. Op grond van artikel 1:260 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechter, mits aan de grond, bedoeld in artikel 1:255 lid 1 BW is voldaan, de duur van de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste een jaar. 5.2. Op grond van artikel 1:265c lid 2 BW kan de kinderrechter, mits aan de grond, bedoeld in artikel 1:265b lid 1 BW is voldaan, de duur van de machtiging uithuisplaatsing telkens verlengen met ten hoogste een jaar. Inhoudelijke beoordeling 5.3. De kinderrechter is op grond van de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom. 5.4. De kinderrechter ziet dat [minderjarige] positieve ontwikkelingen doormaakt. [minderjarige] laat inzicht zien in het eigen gedrag en benoemd geleerd te hebben van haar gedrag in het verleden. Ze geeft aan dit in de toekomst anders te willen doen en gemotiveerd te zijn om te werken naar zelfstandigheid. 5.5. Tegelijkertijd is het de kinderrechter gebleken dat de zorgen nog niet zijn weggenomen. Op dit moment gaat [minderjarige] niet naar school en is er nog geen passende dagbesteding voor haar gevonden. Momenteel woont [minderjarige] bij haar oma. Haar oma is ernstig ziek en [minderjarige] verzorgt haar. Deze situatie is voor [minderjarige] , gezien haar leeftijd, niet passend. Het is immers van belang dat [minderjarige] toekomt aan haar eigen ontwikkelingstaken. 5.6. De kinderrechter oordeelt daarnaast dat er op dit moment nog geen overdracht naar het vrijwillig kader kan plaatsvinden. Het gedwongen kader is nodig om de belangrijke aspecten rondom de meerderjarigheid van [minderjarige] , zoals school, dagbesteding en een vervolgplek, tot stand te laten komen. De GI kan deze processen de komende periode verder vormgeven en sturing geven aan de vervolgstappen die in het belang van [minderjarige] zijn. Op deze manier kan [minderjarige] zich ontwikkelen tot een zelfstandige volwassene. 5.7. De ondertoezichtstelling is, gelet op het voorgaande, nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt daarom de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot aan meerderjarigheid, te weten tot [geboortedag 1] 2027. 5.8.