Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-02-26
ECLI:NL:RBZWB:2026:2313
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
2,006 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBZWB:2026:2313 text/xml public 2026-03-31T15:57:38 2026-03-29 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-02-26 C/02/444078 / JE RK 26-80 Uitspraak Rekestprocedure NL Middelburg Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:2313 text/html public 2026-03-31T09:49:07 2026-03-31 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:2313 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 26-02-2026 / C/02/444078 / JE RK 26-80 Verlenging ots - klem loyaliteit kind RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Middelburg Zaaknummer: C/02/444078 / JE RK 26-80 Datum uitspraak: 26 februari 2026 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling in de zaak van de gecertificeerde instelling STICHTING JEUGDBESCHERMING WEST ZEELAND , gevestigd te Middelburg, hierna te noemen de GI, over [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2013 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats 1] , [de vader] , hierna te noemen de vader, wonende in [woonplaats 2] . 1 Het verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 16 januari 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 26 februari 2026. Daarbij waren aanwezig: - de vader; - de moeder; - een vertegenwoordiger van de GI. 1.3. De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren. 2 De feiten 2.1. Bij beschikking van de kinderrechter van 19 maart 2024 is [minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI met ingang van 19 maart 2024 en tot 19 maart 2025. 2.2. De kinderrechter heeft bij beschikking van 18 maart 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd met ingang van 19 maart 2025 en tot 19 maart 2026. 2.3. [minderjarige] woont zowel bij de moeder als bij de vader. 3 Het verzoek 3.1. De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 4 De standpunten 4.1. [minderjarige] heeft tijdens het kindgesprek verteld dat hij het fijn vindt om met de jeugdbeschermer te praten. Hij heeft nu ook gesprekken met een buddy van Open Door. Dat is fijn, maar soms vinden de gesprekken precies plaats op het moment dat [minderjarige] met zijn vrienden kan gaan voetballen. Liever zou hij dus éénmaal per 14 dagen met zijn buddy praten en dan tot aan de zomervakantie. De jeugdbeschermer zou daarnaast nog betrokken moeten blijven. De ouders kunnen het nog niet goed samen regelen. Hij merkt dat soms aan de reactie van zijn moeder. Zijn vader kan het wel al iets beter. Als [minderjarige] naar de middelbare school gaat, dan zou hij graag willen dat hij de ene week bij de moeder kan verblijven en de andere week bij de vader met een wisselmoment op vrijdagmiddag na school. Dat zou rustiger zijn en ook makkelijker in verband met het ruilen van fiets. Zijn spanningsklachten zijn weg. Er is afgelopen vrijdag wel een incident geweest, omdat het bij zijn moeder niet goed ging. Hij heeft toen de jeugdbeschermer gebeld en is naar zijn vader gegaan. Dit is inmiddels uitgepraat. 4.2. De GI heeft tijdens de zitting verklaard dat er de komende periode nog het nodige te doen is, maar er zijn al wel stappen gezet in vergelijking met de beginsituatie. De ouders lopen nog vast in de communicatie, ondanks dat in een eerder stadium afspraken zijn gemaakt. De ouders werken mee aan de begeleiding vanuit een expert ouderrelaties. Overdracht naar het vrijwillig kader zal nu nog te veel risico’s geven, omdat dan nog niet zeker is of de medewerking blijft. De buddy blijft nog minimaal tot aan de zomervakantie betrokken. Het heeft de voorkeur van de GI dat de buddy langer betrokken blijft. [minderjarige] heeft na het gesprek met de kinderrechter gebeld en verteld dat hij eigenlijk liever doordeweeks bij de vader zou blijven en in het weekend bij de moeder. De GI wil hierin wel meekijken, maar er ligt een ouderschapsplan waarin al afspraken zijn gemaakt. [minderjarige] wil de ouders niet teleurstellen en vindt het daarom moeilijk om dit te vertellen. Hij zit klem tussen zijn ouders. Het is voor de komende periode verder van belang dat het reeds ingezette traject van [hulpverlening] (Goed Genoeg Ouderschap) en ook de SCHIP-therapie blijft doorlopen. 4.3. De moeder heeft tijdens de zitting verklaard dat het incident van afgelopen vrijdag zag op een ingevorderde fatbike, die de moeder nog niet had afbetaald aan een vriend en die vervolgens door hem werd ingevorderd. [minderjarige] hoopte dat de jeugdbeschermer hem kon helpen. Het gaat thuis goed. Het probleem tussen haar en de vader blijft aanwezig. Zij vertrouwen elkaar niet meer en dat vertrouwen kan niet meer worden hersteld. De moeder ervaart een matige klik met de hulpverlening. De individuele hulpverlening bevindt zich nog in het beginproces, nadat haar eerdere hulpverlener in de ziektewet belandde. De moeder begrijpt het verzoek, maar zou liever zien dat de ondertoezichtstelling niet meer verlengd hoeft te worden. 4.4. De vader heeft tijdens de zitting naar voren gebracht dat het verhaal rondom de fatbike, [minderjarige] erg dwars zit. Het laatste half jaar wordt [minderjarige] wat meer open. Hij kan soms opzien tegen een afspraak met zijn buddy, maar als hij dan eenmaal is geweest dan is het ook weer goed. SCHIP-therapie is moeilijk van de grond gekomen. Het is afwachten hoe het uiteindelijk zal verlopen. De vader realiseert zich dat als de ondertoezichtstelling nu stopt, iedereen terug zal vallen en dat is niet in het belang van [minderjarige] . 5 De beoordeling 5.1. De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De ouders hebben de afgelopen periode gewerkt aan het verbeteren van de onderlinge communicatie en hebben afspraken gemaakt via bemiddeling, hiervoor is ook een expert ouderrelaties ingezet. De reeds ingezette hulpverlening heeft zicht gegeven op de sociaal-emotionele en opvoedkundige situatie van de ouders. Op dit moment loopt voor de ouders ‘Goed Genoeg Ouderschap’ via [hulpverlening] , alsmede de SCHIP-therapie. Ondanks de inspanningen vanuit de hulpverlening is nog steeds sprake van een gebrek aan effectieve samenwerking en communicatie tussen de ouders. Het contact is nog fragiel. Als gevolg van de situatie tussen de ouders zit [minderjarige] nog altijd klem tussen hen, hetgeen ook recentelijk nog is gebleken omdat [minderjarige] niet goed durfde te vertellen bij welke ouder hij welke dagen wil doorbrengen op het moment dat hij naar de middelbare school gaat. Hij wil niemand teleurstellen. [minderjarige] heeft inmiddels gesprekken met een buddy en dat verloopt goed. Hij lijkt zich steeds wat meer open te stellen. 5.2. Gezien de hiervoor beschreven zorgen concludeert de kinderrechter dat [minderjarige] nog altijd in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. Hoewel er stappen worden gezet, zijn deze ontwikkelingen nog onvoldoende om een overdracht naar het vrijwillig kader te kunnen realiseren. Hiervoor beoordeelt de kinderrechter de situatie tussen de ouders als nog te kwetsbaar. De ondertoezichtstelling is derhalve nog noodzakelijk om de doelen vanuit de ondertoezichtstelling te kunnen realiseren en daarmee voor [minderjarige] een situatie te creëren waarin hij onbelast verder kan opgroeien. De kinderrechter zal het verzoek daarom toewijzen voor de duur van een jaar. 5.3. De kinderrechter spreekt haar hoop uit dat de ouders de ingezette hulpverlening benutten en zich inspannen om voor [minderjarige] te komen tot een situatie waarin hij voelt dat hij zich weer vrij en onbelast kan bewegen tussen de ouders.