Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-02-18
ECLI:NL:RBZWB:2026:2296
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
3,220 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:2296 text/xml public 2026-03-31T14:06:49 2026-03-27 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-02-18 11573609 \ CV EXPL 25-759 Uitspraak Bodemzaak NL Middelburg Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:2296 text/html public 2026-03-31T13:29:44 2026-03-31 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:2296 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 18-02-2026 / 11573609 \ CV EXPL 25-759 Consumentenkoop van een tweedehands auto. Auto is non-conform. RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Middelburg Zaaknummer: 11573609 \ CV EXPL 25-759 Vonnis van 18 februari 2026 in de zaak van [eiseres] , wonende te [plaats 1] , eisende partij, hierna te noemen: [eiseres] , gemachtigde: mr. M. Leung. tegen [gedaagde] B.V. , gevestigd te [plaats 2] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , gemachtigde: mr. M. Buur. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 28 mei 2025 en de daarin genoemde stukken; - de conclusie van antwoord in reconventie; - de mondelinge behandeling van 18 december 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. 1.2. Ter zitting is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. [eiseres] heeft een BMW 318 (hierna: ‘de BMW’) van [gedaagde] gekocht voor een bedrag van € 7.000,00. Ter betaling heeft [eiseres] haar auto, een Opel Astra, met een overeengekomen inruilwaarde van € 2.500,00, ingeruild en het restant van € 4.500,00 betaald. 2.2. [eiseres] heeft in overleg met [gedaagde] de BMW op 13 mei 2024 ingeruild voor een Peugeot 308 (hierna: ‘de auto’), nadat de BMW diverse gebreken vertoonde. Betaling geschiedde door inruiling van de BMW, waarbij [eiseres] € 500,00 terugbetaald heeft gekregen. [eiseres] heeft dus € 6.500,00 voor de auto betaald. 2.3. Op 22 mei 2024, negen dagen na aankoop van de auto, brandde er een waarschuwingslampje op het dashboard van de auto. [eiseres] is direct naar de garage van [gedaagde] gegaan, waar de auto werd gereset. 2.4. Op 23 mei 2024 reed [eiseres] op de snelweg en bleek de vacuümpomp van de auto kapot te zijn. 2.5. Op 24 mei 2024 heeft [eiseres] de auto ter controle naar een andere automonteur in de omgeving gebracht. Deze monteur gaf aan dat er veel problemen waren met de auto en dat reparatie tussen de € 2.000,00 en € 3.500,00 zou kosten. In verband met de garantietermijn heeft [eiseres] de auto naar [gedaagde] laten slepen ter reparatie. 2.6. Op 8 juni 2024 heeft [eiseres] de auto bij [gedaagde] opgehaald. 2.7. Op 13 juni 2024 viel het [eiseres] op dat de auto reed op een cilinder minder dan gebruikelijk. [eiseres] heeft hiervan een filmpje gemaakt en [gedaagde] gecontacteerd. [gedaagde] heeft daarop de autoambulance ingeschakeld om de auto op te laten halen. De auto staat sindsdien bij [gedaagde] 2.8. [eiseres] heeft [gedaagde] op 18 juli 2024 een ingebrekestelling gestuurd. 2.9. [gedaagde] heeft [eiseres] op 23 september 2024 geïnformeerd dat de auto is gerepareerd en dat deze kan worden opgehaald. 2.10. Bij e-mail van 16 oktober 2024 heeft de gemachtigde van [eiseres] de koopovereenkomst ontbonden. 3 Het geschil In conventie: 3.1. [eiseres] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 8.151,53 (bestaande uit € 6.991,13 aan hoofdsom, € 283,68 aan rente over de hoofdsom en € 876,72 aan buitengerechtelijke incassokosten incl. btw), vermeerderd met rente en kosten. 3.2. [eiseres] legt aan haar vordering ten grondslag dat de auto niet de eigenschappen bezit die zij op basis van de overeenkomst mocht verwachten. De auto is non-conform. [eiseres] kon daardoor geen gebruik maken van de auto. Omdat de auto non-conform is, mocht [eiseres] de overeenkomst buitengerechtelijk ontbinden. Ook heeft [eiseres] schade geleden in de vorm van vervanging van de bobine € 50,00, sleepkosten € 241,52, eigen risico van de ANWB € 150,00 en brandstofkosten € 50,00. 3.3. [gedaagde] voert verweer. [gedaagde] voert aan dat er geen toerekenbare tekortkoming in de nakoming is, omdat [gedaagde] de auto volledig heeft hersteld. De schadevergoedingsvordering moet worden afgewezen. Ook is de gegeven termijn van 14 dagen bij de ingebrekestelling geen redelijke termijn in de zin van de wet. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. In reconventie: 3.5. [gedaagde] vordert in het lichaam van de conclusie van antwoord dat de auto door [eiseres] bij [gedaagde] moet worden opgehaald, zulks op straffe van een dwangsom. 3.6. [eiseres] voert verweer. 3.7. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4 De beoordeling In conventie en reconventie: 4.1. Gelet op de samenhang tussen de vorderingen in conventie en in reconventie zullen deze vorderingen gezamenlijk worden behandeld. Non-conformiteit 4.2. De kern van het geschil is de vraag of [eiseres] de koopovereenkomst mocht ontbinden omdat de auto niet aan de overeenkomst beantwoordt (non-conformiteit). 4.3. Uit de wet volgt dat de door [eiseres] gekochte en aan haar geleverde auto aan de overeenkomst moet beantwoorden. Dat betekent dat de auto de eigenschappen moet hebben die zij op grond van de overeenkomst mocht verwachten. Bij een consumentenkoop - waarvan hier sprake is - mag namelijk niet ten nadele van de koper van die wettelijke regel worden afgeweken. [eiseres] mocht verwachten dat de auto de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn en waarvan zij de aanwezigheid niet behoefde te betwijfelen. 4.4. Er zijn diverse gebreken aan de auto geconstateerd. [gedaagde] heeft de gebreken als zodanig niet betwist. Zij stelt slechts dat zij niet van de gebreken op de hoogte was en dat het tijd heeft gekost om de oorzaak van de gebreken te achterhalen. 4.5. Binnen één maand na aflevering van de auto hebben zich verschillende gebreken voorgedaan. De gebreken waren zodanig, dat de auto per auto-ambulance naar [gedaagde] moest worden vervoerd. Er bleek een verkeerde motor in de auto te zitten. Dit is een wezenlijk gebrek. Op het moment van aflevering zat deze verkeerde motor ook al in de auto. De conclusie is daarom dat de auto bij aflevering niet aan de overeenkomst heeft beantwoord. Ontbinding van de overeenkomst 4.6. Vervolgens moet worden beoordeeld of [eiseres] de koopovereenkomst mocht ontbinden. [eiseres] heeft die bevoegdheid als [gedaagde] niet binnen een redelijke termijn tot herstel van de auto is overgegaan. 4.7. Met de brief van 18 juli 2024 heeft [eiseres] [gedaagde] in gebreke gesteld en een termijn van twee weken gegeven om de auto te herstellen. Dit is niet door [gedaagde] betwist. [gedaagde] stelt slechts dat een termijn van twee weken geen redelijke termijn is. [gedaagde] heeft [eiseres] pas op 23 september 2024 bericht dat zij de gebreken heeft hersteld en dat de auto kan worden opgehaald, meer dan drie maanden nadat de auto bij [gedaagde] is achtergelaten voor herstel. [gedaagde] heeft de reparaties niet binnen een redelijke termijn uitgevoerd, daarom is zij in verzuim geraakt. Hierbij weegt ook mee dat dit de tweede gebrekkige auto van [eiseres] is die zij van [gedaagde] heeft gekocht. Dat [gedaagde] de auto volledig heeft hersteld, leidt gelet op alle omstandigheden niet tot een ander oordeel. Niet gesteld of gebleken is dat de tekortkoming in dit geval, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, de ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. [eiseres] mocht daarom de overeenkomst buitengerechtelijk ontbinden. 4.8. [gedaagde] voert aan dat zij haar verzuim heeft gezuiverd. Zij stelt dat zij [eiseres] op 23 september 2024 heeft bericht dat de auto is gerepareerd en dat deze kan worden opgehaald. [gedaagde] stelt dat zij hiermee haar verzuim heeft gezuiverd. De kantonrechter volgt dit verweer niet. Niet is gebleken dat [gedaagde] betaling aan [eiseres] heeft aangeboden van de inmiddels verschuldigde schadevergoeding en een vergoeding voor de gemaakte kosten. [gedaagde] heeft haar verzuim dan ook niet gezuiverd. Gevolgen van de ontbinding Koopsom en auto terug 4.9.
Volledig
Het gevolg van de ontbinding is dat [gedaagde] de koopprijs van € 6.500,00 aan [eiseres] moet terugbetalen en dat de auto terug moet naar [gedaagde] De auto staat feitelijk al bij [gedaagde] Daarom zal de vordering tot terugbetaling van de koopsom worden toegewezen. Schadevergoeding 4.10. Als gevolg van de ontbinding heeft [eiseres] ook recht op schadevergoeding. [eiseres] vordert een bedrag van € 491,13, bestaande uit vervanging van de bobine € 49,61, sleepkosten € 241,52, eigen risico ANWB € 150,00 en brandstofkosten € 50,00. Deze kosten zijn toewijsbaar. De gemaakte kosten zijn noodzakelijke kosten als gevolg van de gebreken aan de auto en komen de kantonrechter ook redelijk voor. [gedaagde] heeft geen verweer gevoerd tegen de hoogte van de gevorderde schadevergoeding en refereert zich aan het oordeel van de kantonrechter. Afwijzing vordering in reconventie 4.11. [gedaagde] vordert in het lichaam van de conclusie van antwoord dat [eiseres] de auto bij [gedaagde] ophaalt, zulks op straffe van een dwangsom. [eiseres] voert verweer. De eis in reconventie zal worden afgewezen, omdat gelet op de rechtsgeldige ontbinding [eiseres] niet gehouden is om de auto terug te nemen. Kosten en rente in conventie 4.12. [eiseres] vordert een bedrag van € 283,68 aan rente over de hoofdsom, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding. De gevorderde wettelijke rente is op grond van de wet niet toewijsbaar over al berekende rente voor zover deze niet over een geheel jaar verschuldigd is. De wettelijke rente zal dan ook worden toegewezen over de hoofdsom van € 6.500,00 vanaf 1 augustus 2024 en over de gevorderde schadevergoeding van € 491,13 vanaf 1 augustus 2024. Dit is de datum van verzuim. 4.13. [eiseres] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). [eiseres] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. [eiseres] heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. [eiseres] heeft het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten vermeerderd met btw. Omdat [eiseres] geen ondernemer is, wordt de vergoeding verhoogd met btw. Daarom zal een bedrag van € 876,71 worden toegewezen. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten zal ook worden toegewezen. 4.14. [gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 148,04 - griffierecht € 257,00 - salaris gemachtigde € 678,00 (2 punten × € 339,00) - nakosten € 135,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 1.218,04 4.15. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. in reconventie 4.16. [gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op: - salaris gemachtigde € 339,00 (2 halve punten × € 339,00) Totaal € 339,00 4.17. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. 5 De beslissing De kantonrechter in conventie 5.1. veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 6.991,13 (bestaande uit € 6.500,00 aan hoofdsom en € 491,13 aan schadevergoeding), te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 1 augustus 2024, tot de dag van volledige betaling, 5.2. veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 876,71 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, vanaf de dag van dagvaarding, tot de dag van volledige betaling, 5.3. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.218,04, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, in reconventie 5.4. wijst de vorderingen van [gedaagde] af, 5.5. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 339,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, in conventie en in reconventie 5.6. veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 5.7. veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald, 5.8. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad, 5.9. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. Van Dam en in het openbaar uitgesproken op 18 februari 2026.