Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-03-27
ECLI:NL:RBZWB:2026:2272
Bestuursrecht; Belastingrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,037 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBZWB:2026:2272 text/xml public 2026-04-01T09:00:06 2026-03-27 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-03-27 BRE 25/6757 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Breda Bestuursrecht; Belastingrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:2272 text/html public 2026-03-30T15:13:17 2026-04-01 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:2272 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 27-03-2026 / BRE 25/6757 8:54; Niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van een machtiging. RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Belastingrecht zaaknummer: BRE 25/6757 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 maart 2026 in de zaak tussen [belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende (gesteld gemachtigde: mr. P.M. den Dulk RB), en de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur. Inleiding 1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende tegen de bestreden uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 20 november 2025. Het beroep ziet op de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2019 met [aanslagnummer] H.96.01. 1.1. Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Beoordeling door de rechtbank 2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat gesteld gemachtigde geen machtiging heeft ingediend en dat verzuim niet tijdig heeft hersteld. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt. Toetsingskader 3. Iemand die namens een ander beroep instelt, moet op verzoek van de rechtbank een machtiging indienen om aan te tonen dat hij namens die ander beroep mag instellen. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaren. Is een machtiging overgelegd? 4. Het beroepschrift is ingediend door gesteld gemachtigde. Hij vermeldt daarin dat hij de gemachtigde is van belanghebbende. Hij heeft bij het beroepschrift echter geen machtiging bijgevoegd waaruit blijkt dat hij gemachtigd is om dit beroep in te stellen namens belanghebbende. De rechtbank heeft hem in haar bericht van 30 december 2025 verzocht om binnen vier weken dit verzuim te herstellen. De griffier heeft vervolgens bij aangetekend verzonden brief van 13 februari 2026 gesteld gemachtigde nogmaals in de gelegenheid gesteld om binnen twee weken het verzuim te herstellen. Uit informatie van PostNL is gebleken dat de aangetekend verzonden brief op 20 februari 2026 om 15:37 uur is afgehaald en dat voor ontvangst is getekend. Gesteld gemachtigde heeft binnen die termijn geen machtiging ingediend. Is het niet tijdig indienen van een machtiging verontschuldigbaar? 5. Gesteld gemachtigde heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken. Uit het beroepschrift blijkt dat gesteld gemachtigde niet de bedoeling heeft voor zichzelf in beroep te komen. Conclusie en gevolgen 6. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van R.P.A.G. Dekkers, griffier, op 27 maart 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. griffier rechter De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld. Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. Dit staat in artikel 8:24, tweede lid, van de Awb. Dit staat in artikel 6:6 van de Awb.