Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-02-23
ECLI:NL:RBZWB:2026:2199
Civiel recht
Rekestprocedure
2,046 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBZWB:2026:2199 text/xml public 2026-03-27T13:45:41 2026-03-26 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-02-23 C/02/445175 / FA RK 26-866 Uitspraak Rekestprocedure NL Middelburg Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:2199 text/html public 2026-03-27T09:00:42 2026-03-27 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:2199 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 23-02-2026 / C/02/445175 / FA RK 26-866 Machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling verleend voor de duur van zes weken. Sprake van neurognitieve stoornissen, en vermoedelijk vasculaire dementie. RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Middelburg Zaaknummer: C/02/445175 / FA RK 26-866 Datum uitspraak: 23 februari 2026 Beschikking voortzetting inbewaringstelling op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor: [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1954 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: betrokkene, wonend in [plaats 1] , thans verblijvende in de [accommodatie] te [plaats 2] , advocaat: mr. M.A. Breewel-Witteveen te Goes. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift van 18 februari 2026 met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 18 februari 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 23 februari 2026, in de hierboven genoemde accommodatie. Daarbij zijn verschenen en gehoord: - betrokkene, bijgestaan door haar waarnemend advocaat, mr. M.A.J. Timmermans-Roelands; - de heer [persoon 1] , (waarnemend) specialist ouderengeneeskunde; - mevrouw [persoon 2] , kwaliteitsverpleegkundige. Verschenen, maar niet gehoord, is: - mevrouw [persoon 3] , zorgkundige. 2 Wat vaststaat 2.1. Betrokkene verblijft met een inbewaringstelling in de [accommodatie] te [plaats 2] . De burgemeester van Schouwen-Duiveland heeft de inbewaringstelling op 17 februari 2026 afgegeven. 3 Het verzoek 3.1. Het CIZ verzoekt de rechtbank ten aanzien van betrokkene een machtiging tot voorzetting van de inbewaringstelling te verlenen voor de duur van zes weken. 4 De standpunten 4.1. Betrokkene benoemt tijdens de zitting dat er niets met haar aan de hand is. Zij vergeet wel dingen, maar dat is normaal op haar leeftijd. Over de zorgen in de thuissituatie benoemt betrokkene dat zij voortdurend door de buren werd afgeluisterd. De snee op het gezicht van haar echtgenoot is enkel een schrammetje en de tv-kabel heeft zij jaren geleden al doorgeknipt, omdat deze geen functie meer had. Ook benoemt betrokkene dat zij geen thuiszorg had, alleen een poetsvrouw een keer per week. Verder benadrukt betrokkene meermaals dat zij heel graag naar huis wil. Er wordt goed voor haar gezorgd in de verpleeginstelling, maar zij zit hier niet op haar plek. 4.2. De (waarnemend) advocaat bepleit namens betrokkene afwijzing van het verzoek. Betrokkene geeft duidelijk aan dat zij naar huis wil. Daarbij benoemt de advocaat dat de genoemde zorgen vooral lijken te zijn ingegeven door de echtgenoot en de zoon van betrokkene. Ook is niet duidelijk of er thuiszorg voor betrokkene is ingezet, of enkel voor haar echtgenoot. Mocht het verzoek toch worden toegewezen, dan moet de komende weken goed worden onderzocht wat er met betrokkene aan de hand is en of zij echt niet meer thuis kan wonen met de inzet van thuiszorg en een dagbesteding. 4.3. De (waarnemend) specialist ouderengeneeskunde benoemt dat betrokkene in april 2025 is gediagnosticeerd met neurocognitieve stoornissen. Bij een progressief verloop wordt doorgaans binnen een half jaar tot een jaar daarna de diagnose dementie gesteld. Dat is bij betrokkene nog niet gebeurd, omdat zij de afspraken met de geriater heeft geannuleerd. Uit het gedrag van betrokkene blijkt volgens de specialist dat er sprake is van een vermoeden van vasculaire dementie. Het lange termijn geheugen van betrokkene is in tact, terwijl haar korte termijn geheugen sterk is verminderd. Ook functioneert betrokkene met momenten heel adequaat en op andere momenten niet. In de thuissituatie waren er escalaties met verbale en non-verbale agressie vanuit betrokkene richting haar echtgenoot. Ook was er sprake van decorumverlies en van onrust en dwaalgedrag, met name in de nachtelijke uren. Het ziektebeeld van betrokkene zal naar verwachting verergeren en haar geheugen zal verminderen. Daarom heeft betrokkene 24 uur per dag toezicht en begeleiding nodig, met name ook ’s nachts vanwege de onrust en het dwalen. Dit kan betrokkene in de thuissituatie niet worden geboden. Betrokkene weigert bovendien de thuiszorg. Daarom dient de opname en het verblijf van betrokkene in een verpleeginstelling te worden voortgezet. 4.4. De kwaliteitsverpleegkundige benoemt in aanvulling op de specialist ouderengeneeskunde dat er veel is gebeurd in de thuissituatie. Er was onder andere veel achterdocht vanuit betrokkene richting haar echtgenoot. Zo had betrokkene de telefoon- en tv-kabels doorgeknipt. Ook was er sprake van fysieke bedreigingen en fysiek geweld vanuit betrokkene richting haar echtgenoot, waaraan de echtgenoot een snee op zijn wang heeft overgehouden. De echtgenoot is uit veiligheidsoverwegingen vertrokken naar de zoon. De thuissituatie is dus ook voor de echtgenoot onhoudbaar geworden. Verder benoemt de verpleegkundige dat de thuiszorg enkel bij betrokkene thuis kwam om een oogje in het zeil te houden; alle overige zorg werd door betrokkene geweigerd. In de verpleeginstelling gaat het goed met betrokkene. De structuur en duidelijkheid doen haar goed. De voorkeur van de familie is om betrokkene dichterbij huis te plaatsen. Er wordt bekeken wat de mogelijkheden zijn. 5 De beoordeling 5.1. De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt. 5.2. Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op: - levensgevaar; - ernstig lichamelijk letsel; - ernstige psychische schade; - ernstige verwaarlozing; - maatschappelijke teloorgang; - bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat betrokkene onder invloed van een ander raakt; - gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen. 5.3. De rechtbank neemt hierbij onder andere in aanmerking dat betrokkene vanwege ernstige geheugenproblemen en verwardheid niet meer in staat is om voor zichzelf te zorgen. Ook is de thuissituatie van betrokkene onhoudbaar geworden. Betrokkene is achterdochtig naar haar echtgenoot en de thuiszorg, waarbij zij zich richting haar echtgenoot verbaal agressief gedraagt en recent fysiek agressief is geweest. De echtgenoot voelt zich niet langer veilig bij betrokkene en is om die reden uit de woning vertrokken. Verder dwaalt betrokkene ’s nachts, waarbij zij al eens door iemand is thuisgebracht, omdat zij de weg niet meer wist. 5.4. Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychogeriatrische aandoening, in de vorm van ongespecificeerde neurocognitieve stoornissen. Deze diagnose is in april 2025 ten aanzien van betrokkene gesteld. Daarnaast is er sprake van een vermoeden van vasculaire dementie. 5.5. Het ernstig nadeel is zodanig onmiddellijk dreigend dat een rechterlijke machtiging niet kan worden afgewacht. 5.6. Voortzetting van de inbewaringstelling is noodzakelijk en geschikt om het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Het is de rechtbank gebleken dat betrokkene 24-uurs zorg, begeleiding en toezicht in de nabijheid behoeft, hetgeen haar in een verpleeginstelling kan worden geboden. Bovendien kan het steunsysteem van betrokkene worden ontlast als betrokkene wordt opgenomen. 5.7. Betrokkene verzet zich hiertegen. Betrokkene geeft duidelijk en herhaaldelijk aan dat zij niet langer opgenomen wil blijven, maar naar huis wil. 5.8. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Betrokkene moet in een passende omgeving, waar zorg en bescherming worden geboden, worden onderzocht en de juiste behandeling krijgen.