Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-03-25
ECLI:NL:RBZWB:2026:2163
Bestuursrecht; Belastingrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,288 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBZWB:2026:2163 text/xml public 2026-03-30T14:38:42 2026-03-24 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-03-25 BRE 23/11472 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Breda Bestuursrecht; Belastingrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:2163 text/html public 2026-03-30T14:38:33 2026-03-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:2163 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 25-03-2026 / BRE 23/11472 Aanslag IB/PVV 2020, beroep gegrond. RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Zittingsplaats Breda Belastingrecht zaaknummer: BRE 23/11472 uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 25 maart 2026 in de zaak tussen [belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende, en de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur. Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 16 november 2023. 1.1. De inspecteur heeft aan belanghebbende voor het jaar 2020 een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 23.623 en een premie-inkomen van € 20.470. 1.2. De inspecteur heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard. 1.3. De rechtbank heeft het beroep op 11 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft namens de inspecteur de heer mr. [inspecteur] deelgenomen. 1.4. Belanghebbende is niet verschenen en heeft niet op voorhand aangekondigd dat hij niet zou deelnemen. Feiten 2. Bij het opleggen van de aanslag IB/PVV 2020 heeft de inspecteur zich op het standpunt gesteld dat belanghebbende in de periode van 7 februari 2020 tot en met 31 december 2020 premieplichtig was voor de Nederlandse volksverzekeringen. 2.1. Belanghebbende heeft tegen deze aanslag bezwaar gemaakt. De inspecteur heeft het bezwaar ongegrond verklaard. Hiertegen is belanghebbende in beroep gekomen. 2.2. Gedurende de beroepsprocedure heeft de inspecteur bij brief van 17 december 2025 meegedeeld dat hij, naar aanleiding van nadere informatie van de Sociale Verzekeringsbank, alsnog is overgegaan tot het verlenen van premievrijstelling voor de volksverzekeringen over het gehele jaar 2020. De inspecteur heeft een verminderingsbeschikking afgegeven. Beoordeling door de rechtbank 3. De rechtbank constateert dat belanghebbende via de elektronische weg is uitgenodigd voor de zitting. Uit het door belanghebbende ingediende stuk met dagtekening 8 februari 2026 volgt dat belanghebbende op de hoogte was van de zitting. De rechtbank is dan ook van oordeel dat belanghebbende op de voorgeschreven wijze is uitgenodigd voor de zitting en daarvan op de hoogte was. Zijn afwezigheid ter zitting acht de rechtbank dan ook geen belemmering voor afhandeling van de zaak. 3.2. De rechtbank stelt vast dat de inspecteur gedurende het beroep volledig is tegemoetgekomen aan de beroepsgronden van belanghebbende door alsnog premievrijstelling te verlenen voor het jaar 2020 en de aanslag dienovereenkomstig te verminderen. Daarmee heeft belanghebbende bereikt wat hij met het instellen van het beroep beoogde. Het beroep is in zoverre gegrond. Er zijn geen aanvullende geschilpunten die door de rechtbank inhoudelijk moeten worden beoordeeld. 3.3. De rechtbank ziet aanleiding om de inspecteur te veroordelen in de betaling van het griffierecht aan belanghebbende, nu pas gedurende de beroepsprocedure aan belanghebbende tegemoet is gekomen. Conclusie en gevolgen 4. Het beroep is gegrond. De uitspraak op bezwaar wordt vernietigd. De aanslag IB/PVV 2020 wordt vastgesteld naar een premie-inkomen van nihil onder handhaving van de overige elementen van de aanslag. De inspecteur moet het griffierecht aan belanghebbende vergoeden. Er zijn geen proceskosten gemaakt die voor vergoeding in aanmerking komen. Beslissing De rechtbank: - verklaart het beroep gegrond; - vernietigt de uitspraak op bezwaar; - stelt de aanslag IB/PVV 2020 vast naar een premie-inkomen van nihil onder handhaving van de overige elementen van de aanslag; - bepaalt dat de inspecteur het griffierecht van € 50 aan belanghebbende moet vergoeden. Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Panah, griffier. De griffier is verhinderd de uitspraak mee te ondertekenen griffier rechter De uitspraak is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl. De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld. Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch.