Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-02-18
ECLI:NL:RBZWB:2026:2077
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
1,950 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBZWB:2026:2077 text/xml public 2026-03-27T09:10:37 2026-03-21 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-02-18 C/02/445055 / FA RK 26-805 Uitspraak Rekestprocedure NL Breda Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:2077 text/html public 2026-03-25T10:01:48 2026-03-27 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:2077 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 18-02-2026 / C/02/445055 / FA RK 26-805 Voortzetting crisismaatregel Wvggz RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/445055 / FA RK 26-805 Datum uitspraak: 18 februari 2026 Beschikking voortzetting crisismaatregel op het verzoek van de officier van justitie voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1984 in [geboorteplaats] , hierna te noemen betrokkene, wonende in [plaats 1] , verblijvende te [plaats 2] , [accommodatie] [adres] , advocaat mr. S. Cetinkaya-Ahmad uit Den Haag. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 16 februari 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 18 februari 2026. Daarbij zijn gehoord: betrokkene, bijgestaan door waarnemend advocaat mr. J.J. van Kuijk; mevrouw [persoon 1] , arts in opleiding tot specialist mevrouw [persoon 2] , verpleegkundig specialist. 1.3. De officier is zoals hij reeds aangaf in zijn verzoek ,niet op de mondelinge behandeling verschenen en dus ook niet gehoord. 2 Wat vaststaat Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in [accommodatie] . De burgemeester van Tilburg heeft de crisismaatregel op 14 februari 2026 afgegeven. 3 Het verzoek De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), te verlenen voor de duur van drie weken voor de navolgende zorgvormen: - het toedienen van vocht en voeding; - het toedienen van medicatie; - het verrichten van medische controles; - het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening; - het beperken van de bewegingsvrijheid; - insluiten; - uitoefenen van toezicht op betrokkene; - onderzoek aan kleding of lichaam; - controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen; - aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen; - opnemen in een accommodatie. 4 De standpunten 4.1. Betrokkene merkt op dat zij gedurende de klinische opname meer tot rust is gekomen en dat zij ook goed heeft kunnen eten. Dit bleek voor haar mentale en fysieke gezondheid ook nodig. Dat zij in een crisissituatie terecht is gekomen had niets met middelengebruik van doen, daar is zij al enkele maanden geleden mee gestopt. Zij zou het liefst per direct met ontslag willen. Dit biedt haar de mogelijkheid om thuis de boel op orde te brengen en te doen wat zij graag doet, te weten schilderen en muziek maken. Bovendien bezorgt de behandelomgeving van de GGZ instelling haar teveel prikkels. Als haar behandelaar van opvatting mocht zijn dat zij nog enige tijd klinisch opgenomen dient te blijven kan zij daar ook achter staan, en zal ze vrijwillig meewerken. 4.2. De arts in opleiding tot specialist brengt naar voren dat betrokkene in een andere regio werkzaam is in het onderwijs. Zij is op het NS station te [plaats 3] aangetroffen in een toestand, waarin sprake was van psychotische symptomen en zij onvoldoende warm gekleed was. Hoewel middelengebruik als oorzaak voor de toestand, waarin betrokkene is geraakt, niet wordt uitgesloten, is nader diagnostisch onderzoek noodzakelijk om daarover meer duidelijkheid te krijgen. Betrokkene laat blijken dat zij liefst per direct haar werk en leven weer wil oppakken. Als haar behandelaar betwijfelt zij zeer of betrokkene daartoe nu al in staat is. Betrokkene komt geleidelijk aan meer tot rust, maar er wordt ook gezien dat bij haar het psychotisch toestandsbeeld nog onvoldoende is opgeklaard. Ook is er nog steeds sprake van (het risico op) ernstig nadeel, zoals indien betrokkene in de huidige toestand weer auto gaat rijden. In een gesprek dat de arts vanochtend met haar had, maakte betrokkene duidelijk dat, in het geval dat het verzoek tot machtiging voortzetting crisismaatregel mocht worden afgewezen, zij per direct naar huis wenst terug te keren. Met deze toelichting kan zij achter het verzoek tot voortzetting crisismaatregel staan. Wel zal er intussen naar mogelijkheden worden gezocht om betrokkene in haar eigen woonregio verder te behandelen. Als de zorgvormen, die zij op dit moment niet strikt noodzakelijk acht, benoemt zij het toedienen van vocht en voeding, het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening, insluiten, het uitoefenen van toezicht op betrokkene, onderzoek aan kleding of lichaam en het controleren op de aanwezigheid van gedragsbeïnvloedende middelen. 4.3. De advocaat van betrokkene voert aan dat hij uit het voorgesprek met zijn cliënte heeft begrepen dat met name een longinfectie in belangrijke mate heeft bijgedragen aan de crisissituatie waarin zij is geraakt. Betrokkene heeft ook laten blijken dat zij vindt dat zij met de haar tot dusver geboden klinische zorg voldoende is hersteld en dat er van onmiddellijk (dreigend) ernstig nadeel geen sprake meer is. Om die reden stelt hij zich namens betrokkene primair op het standpunt dat het verzoek dient te worden afgewezen. Indien de rechtbank mocht oordelen dat er wel nog sprake is van onmiddellijk (dreigend) ernstig nadeel verzoekt hij ook in dat geval, bij wijze van subsidiair standpunt, afwijzing van het verzoek. Zijn cliënt heeft aan eerdere klinische opnames volledig meegewerkt. Er is ook nu bij haar van voldoende bereidheid sprake om aan de zorg, die haar behandelaar nog noodzakelijk acht, in een vrijwillig kader mee te werken. 5 De beoordeling 5.1. De rechtbank verleent de gevraagde machtiging tot voortzetting crisismaatregel. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt. 5.2. Naar het oordeel van de rechtbank is uit de overgelegde stukken en de zitting gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op: - levensgevaar; - ernstige verwaarlozing; - maatschappelijke teloorgang. 5.3. Ook is naar het oordeel van de rechtbank uit de overgelegde stukken en de zitting gebleken van het vermoeden dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis in de vorm van schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen en bipolaire-stemmingsstoornissen. 5.4. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat betrokkene op een NS station is aangetroffen in een toestand, waarin er psychotische symptomen werden waargenomen en zij onvoldoende warm gekleed was. Uit de stukken blijkt voorts dat betrokkene in de periode voorafgaand aan de crisissituatie niet werkte wegens ziekte en dat ambulante zorg vanuit haar woonregio betrokken was. De behandelaar van betrokkene heeft ter zitting aangegeven dat in haar visie het psychotisch toestandsbeeld bij betrokkene nog onvoldoende is opgeklaard. Ook acht zij het risico op onmiddellijk ernstig nadeel ook op dit moment nog aanwezig. 5.5.