Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-02-18
ECLI:NL:RBZWB:2026:2066
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
1,358 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBZWB:2026:2066 text/xml public 2026-03-27T08:13:35 2026-03-21 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-02-18 C/02/444746 / FA RK 26-621 Uitspraak Rekestprocedure NL Middelburg Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:2066 text/html public 2026-03-27T08:13:28 2026-03-27 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:2066 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 18-02-2026 / C/02/444746 / FA RK 26-621 WVGGZ- afwijzing ZM RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Middelburg Zaaknummer: C/02/444746 / FA RK 26-621 Datum uitspraak: 18 februari 2026 Beschikking zorgmachtiging op het verzoek van de officier van justitie voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1957 in [geboorteplaats] , hierna te noemen betrokkene, wonend in [plaats 1] , momenteel verblijvend bij [accommodatie 1] te [plaats 2] , advocaat mr. M. Timmermans-Roelands uit Bergen op Zoom. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 5 februari 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 18 februari 2026. Daarbij zijn gehoord: betrokkene, bijgestaan door haar advocaat; mevrouw [persoon 1] , psychiater; mevrouw [persoon 2] , arts. 2 Het verzoek 2.1. De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden. 3 De standpunten 3.1. Betrokkene stelt dat het goed met haar gaat. Ze weet niet meer dat het thuis niet goed met haar ging; dat ze niet goed at en dronk en haar medicatie niet slikte. Betrokkene staat op de wachtlijst voor een begeleid wonen woning bij [accommodatie 2] . Ze woont liever thuis, maar ze begrijpt dat dat niet meer kan en staat ervoor open om bij [accommodatie 1] opgenomen te blijven tot het moment dat ze terecht kan bij [accommodatie 2] . Ook hier zal ze meewerkend zijn. Haar zus woont ook bij [accommodatie 2] , dus ze weet hoe het daar is. 3.2. De advocaat heeft gesteld dat het duidelijk is dat er sprake is van een psychische stoornis, maar het is nog niet duidelijk om welke stoornis het precies gaat. Dit wordt momenteel onderzocht. Deze stoornis geeft ernstig nadeel in de thuissituatie en dit erkent betrokkene ook. Echter geeft betrokkene aan dat ze vrijwillig opgenomen wil blijven tot ze bij [accommodatie 2] kan gaan wonen. Primair wordt dan ook verzocht het verzoek om een zorgmachtiging te verlenen af te wijzen. Subsidiair wordt verzocht alleen de verzochte verplichte zorgvorm ‘opnemen in een accommodatie’ toe te wijzen. 3.3. Door de arts is gesteld dat sprake is van een psychische stoornis bij betrokkene. Echter wordt er nog getwijfeld over welke stoornis dit precies is. Momenteel lijkt het erop dat er sprake is van een schizoaffectieve stoornis, omdat betrokkene depressieve klachten ontwikkelt op het moment dat ze ontregelt. Er is nooit echt sprake geweest van een manische episode. Voor wat betreft de medicatie of bejegening van betrokkene maakt dit geen verschil. Tijdens de opname vertoont betrokkene geen verzet, maar op het moment dat ze thuis is, is dit verzet er wel en neemt ze ook haar medicatie niet in. Om die reden acht de arts een zorgmachtiging noodzakelijk. 3.4. Door de psychiater is gesteld dat betrokkene een zorgmijder is. Het risico bestaat dat betrokkene decompenseert op het moment dat de zorgmachtiging niet wordt afgegeven. Er dient met enige voorzichtigheid te worden omgegaan met haar vrijwilligheid. 4 De beoordeling 4.1. De rechtbank wijst de gevraagde machtiging af. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt. 4.2. De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Het is nog niet duidelijk welke stoornis betrokkene precies heeft, maar de arts heeft gesteld dat het meest waarschijnlijk een schizoaffectieve stoornis is. 4.3. Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit: - ernstig lichamelijk letsel; - ernstige verwaarlozing; - maatschappelijke teloorgang. 4.4. Naar aanleiding van hetgeen betrokkene en haar advocaat tijdens de mondelinge behandeling naar voren hebben gebracht, constateert de rechtbank dat betrokkene op vrijwillige basis de noodzakelijk geachte zorg zal accepteren en zich niet zal verzetten tegen de noodzakelijk geachte behandeling. Betrokkene heeft aangegeven nog een tijd vrijwillig bij [accommodatie 1] te willen verblijven tot het moment dat ze terecht kan bij [accommodatie 2] . Betrokkene geeft ook aan dat ze zich na de opname zal houden aan de gemaakte afspraken en samen te willen werken met het behandelend team, omdat ze inziet dat dit nodig is. Deze uitingen worden door de rechtbank als geloofwaardig geacht. Betrokkene vertoont op dit moment geen verzet en voor de nabije toekomst wordt dit door de rechtbank niet aannemelijk geacht. 4.4. Gelet op het voorgaande wordt niet voldaan aan het wettelijke criteria om het voorliggende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging toe te wijzen. De rechtbank zal daarom het verzoek afwijzen. 5 De beslissing De rechtbank: wijst het verzoek af. Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 februari 2026 door mr. Verschoor-Bergsma, rechter, in aanwezigheid van drs. Swint, griffier en op schrift gesteld op 26 februari 2026. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.