Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-02-18
ECLI:NL:RBZWB:2026:2064
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
2,034 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBZWB:2026:2064 text/xml public 2026-03-27T08:19:35 2026-03-21 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-02-18 C/02/445174 / JE RK 26-279 Uitspraak Rekestprocedure NL Breda Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:2064 text/html public 2026-03-27T08:19:04 2026-03-27 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:2064 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 18-02-2026 / C/02/445174 / JE RK 26-279 Spoedmachtiging gesloten jeugdhulp - minderjarige accepteert gezag van ouders niet, heeft geen school, gaat niet naar dagbesteding - kans op agressie naar anderen en crimineel gedrag - ouders zijn uitgeput. beschikking RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummers: C/02/445174 / JE RK 26-279 (spoed) C/02/445170 / JE RK 26-277 (regulier) Datum uitspraak: 18 februari 2026 beschikking van de kinderrechter over een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp in de zaak van STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT , locatie Tilburg, hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (GI). betreffende [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2011 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [minderjarige] , voornoemd, [de moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] , [de vader] , hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats] . 1 Het procesverloop 1.1. Het procesverloop bestaat uit het volgende stuk: - het verzoek met bijlagen van de GI van 18 februari 2026. 1.2 Aan [minderjarige] is als advocaat toegevoegd, mr. R.T.A.G. Keller te Tilburg. 2 De feiten 2.1 De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] . 2.2 [minderjarige] woont bij de ouders, maar is op dit moment ongeoorloofd afwezig. Sinds 13 februari 2026 verblijft [minderjarige] bij een vriend. 2.3 [minderjarige] is onder toezicht gesteld van de GI met ingang van 22 juli 2025 tot 22 juli 2026. 3 Het verzoek C/02/445174 / JE RK 26-279 (spoed) 3.1 De GI heeft op grond van artikel 6.1.3, eerste lid Jeugdwet om een spoedmachtiging verzocht om [minderjarige] in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven voor de duur van vier weken. 3.2 De GI verzoekt om de beschikking onverwijld af te geven zonder voorafgaand verhoor van belanghebbenden. C/02/445170 / JE RK 26-277 (regulier) 3.3 Daarnaast is op grond van artikel 6.1.2, eerste lid Jeugdwet verzocht om een aansluitende machtiging gesloten jeugdhulp voor [minderjarige] te verlenen voor de duur van zes maanden. 4 4. De beoordeling 4.1 Een verzoek om een machtiging te verlenen om een minderjarige in een accommodatie voor gesloten jeugdhulp te doen opnemen en te doen verblijven kan alleen worden toegewezen als voldaan is aan de wettelijke vereisten daarvoor. Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.3, tweede lid, Jeugdwet, dient onmiddellijke verlening van jeugdhulp noodzakelijk te zijn indien naar het oordeel van de kinderrechter: a. jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren; b. de opneming en het verblijf noodzakelijk en geschikt zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken; en c. er geen minder ingrijpende mogelijkheden zijn om de opgroei- en opvoedingsproblemen te behandelen. 4.2 Op grond van het bepaalde in artikel 800 lid 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) kan een beschikking betreffende een machtiging tot uithuisplaatsing aanstonds worden afgegeven, indien de mondelinge behandeling niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor de minderjarige. 4.3 Uit de stukken blijkt dat de ouders de grip op [minderjarige] zijn verloren. Hij onttrekt zich aan het gezag van de ouders, accepteert van de ouders geen regels noch grenzen en toont zelfbepalend gedrag. [minderjarige] is weggelopen en sinds 13 februari 2026 niet meer thuis. Deze situatie heeft geleid tot verhoogde spanning en onrust in het gezin. De ouders ervaren in toenemende mate een gevoel van uitputting en escalatie van gedragsproblematiek. De ouders lopen op hun tenen. Zij doen er alles aan om escalaties thuis te voorkomen. 4.4 Daar komt bij dat gevreesd wordt dat [minderjarige] criminele activiteiten gaat ondernemen. Hij gaat niet naar school, verschijnt niet op de dagbesteding en hangt rond op straat, ook met personen die hem negatief beïnvloeden. Recent, op 22 januari 2026, is [minderjarige] veroordeeld tot een jeugddetentie van 47 dagen met aftrek, waarvan 30 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, dit naar aanleiding van diverse ten laste gelegde feiten. Tot voor kort had [minderjarige] een enkelband. Sinds enkele weken heeft hij deze niet meer. Gezien wordt dat hij sindsdien terugvalt in gedrag met het risico op criminele activiteiten en agressie, waarbij de dreiging van andere personen zeer reëel is. 4.5 Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.3, derde lid, Jeugdwet, behoeft het verzoek de instemming van een gekwalificeerde gedragswetenschapper die de jeugdige met het oog daarop kort tevoren heeft onderzocht, tenzij onderzoek feitelijk onmogelijk is. 4.6 De gedragswetenschapper heeft zijn instemming verleend en adviseert een plaatsing van [minderjarige] in de gesloten jeugdhulp. Voor de kinderrechter is op dit moment onduidelijk of de gedragswetenschapper [minderjarige] persoonlijk heeft onderzocht. Het onderzoek lijkt enkel te hebben plaatsgevonden op basis van dossieronderzoek. Ook is onduidelijk in hoeverre de gedragswetenschapper instemt met het reguliere verzoek van de GI. De gedragswetenschapper zal [minderjarige] dan ook voorafgaande aan de komende zitting nog in fysieke aanwezigheid persoonlijk moeten onderzoeken. De gedragswetenschapper dient daarbij ook toe te lichten of hij instemt met het reguliere verzoek van de GI. 4.7 De kinderrechter is daarbij gezien de stukken van oordeel, dat een zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor de jeugdige. 4.8 Gezien het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat voldaan is aan de wettelijke vereisten voor het verlenen van een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp. 4.9 Deze beslissing wordt vanwege de spoedeisendheid genomen zonder dat sprake is geweest van hoor en wederhoor. De verzoeker en de belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven op de hierna te noemen zitting. In afwachting van de zitting zal de spoedmachtiging tot uithuisplaatsing worden verleend, en wel, gezien de zwaarte van de maatregel, voor de duur van vooraleerst twee weken. 4.10 Verdere beslissingen op het spoedverzoek en op het reguliere verzoek zal de kinderrechter pas nemen nadat de zitting heeft plaatsgevonden. 4.11 Dit leidt tot de volgende beslissing. 5 De beslissing De kinderrechter: 5.1 verleent een spoedmachtiging om [minderjarige] te doen opnemen en te doen verblijven in een accommodatie voor gesloten jeugdhulp met ingang van 18 februari 2026 voor de duur van twee weken, zijnde tot 4 maart 2026, onder de aanhouding van zowel het overige deel van het spoedverzoek als het reguliere verzoek; 5.2 bepaalt dat de GI, [minderjarige] en zijn advocaat en de ouders zullen worden gehoord tijdens de zitting van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, van [datum] 2026 te [uur] (bij kinderrechter mr. Tempel), in het gerechtsgebouw aan de Stationslaan 10 te Breda; 5.3 bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproep voor die zitting voor de GI, [minderjarige] en zijn advocaat en de ouders; 5.4 bepaalt dat de GI zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk vóór de zitting, aan de kinderrechter over legt een verklaring van een gekwalificeerde gedragswetenschapper die de minderjarige met het oog op een verder te verlenen machtiging persoonlijk heeft onderzocht, zoals weergegeven in rechtsoverweging 4.6; 5.5 behoudt zich iedere verdere beslissing voor. Deze beschikking is gegeven door mr. Bogaert, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 18 februari 2026 in aanwezigheid van de griffier.