Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-02-18
ECLI:NL:RBZWB:2026:2058
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
2,009 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBZWB:2026:2058 text/xml public 2026-03-27T08:55:35 2026-03-21 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-02-18 C/02/444475 / JE RK 26-158 Uitspraak Rekestprocedure NL Middelburg Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:2058 text/html public 2026-03-25T09:50:46 2026-03-27 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:2058 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 18-02-2026 / C/02/444475 / JE RK 26-158 MUHP verlengd, omdat er sprake is van een OTS. Mening kind dat zelf wil bepalen wanneer er contact met ouders is, staat los van noodzaak MUHP. RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Middelburg Zaaknummer: C/02/444475 / JE RK 26-158 Datum uitspraak: 18 februari 2026 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van STICHTING JEUGDBESCHERMING WEST ZEELAND , gevestigd te Middelburg, hierna te noemen: de GI, over [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2010 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats 1] , advocaat: mr. S.X. Scholten te Vlissingen, [de vader] , hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats 2] , 1 Het verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 28 januari 2026; de brief van mr. Scholten van 13 februari 2026; de brief van de GI van 13 februari 2026 met bijlagen. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 18 februari 2026. Daarbij waren aanwezig: - de vader; - een tweetal vertegenwoordigsters van de GI. 1.3. De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren. 2. De feiten 2.1. De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] . 2.2. Bij beschikking van 26 februari 2025 is [minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld van de GI voor de duur van drie maanden, met ingang van 26 februari 2025 en tot 26 mei 2025. 2.3. Bij beschikking van 14 mei 2025 is [minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI voor de duur van een jaar, met ingang van 14 mei 2025 en tot 14 mei 2026. 2.4. Bij beschikking van 1 september 2025 is een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de andere ouder met gezag, te weten de vader, verleend voor de duur van twee weken, met ingang van 1 september 2025 en tot 15 september 2025. Het resterende deel van het verzoek is aangehouden. 2.5. Bij beschikking van 11 september 2025 heeft de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de andere ouder met gezag, te weten de vader, verlengd met ingang van 15 september 2025 en tot 1 maart 2026. Bij diezelfde beschikking heeft de kinderrechter het zelfstandig verzoek van de moeder, te weten te bepalen dat een bijzondere curator wordt benoemd op grond van artikel 1:250 van het Burgerlijk Wetboek, afgewezen. 2.6. [minderjarige] staat ingeschreven bij het adres van de moeder, maar op grond van voornoemde machtiging verblijft [minderjarige] bij de vader. 3 Het verzoek 3.1. De GI verzoekt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de andere ouder met gezag te verlengen voor de resterende duur van de ondertoezichtstelling en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 4 De standpunten 4.1. In haar gesprek met de kinderrechter heeft [minderjarige] aangegeven dat zij niet wil dat de machtiging tot uithuisplaatsing wordt verlengd. Zij wil zelf kunnen bepalen wanneer zij bij de vader en wanneer zij bij de moeder is. Zij wil beginnen met logeren of weekenden bij de moeder en toewerken naar een 50%-50% regeling. Ze is van mening dat ze zowel bij de vader als bij de moeder prima kan wonen en vanuit beide locaties ook goed naar school kan gaan. [minderjarige] is blij met de inzet van MST-CAN. Ze zou willen dat de moeder ook aan deze hulpverlening mee gaat doen, omdat de moeder daar ook een rol in heeft. [minderjarige] is er beter geworden in vertellen tegen de moeder dat zij niet alle dingen, bijvoorbeeld over financiële zaken, tegen [minderjarige] hoeft te zeggen. 4.2. De GI stelt dat het noodzakelijk is dat de machtiging tot uithuisplaatsing wordt verlengd tot het einde van de ondertoezichtstelling. [minderjarige] ontwikkelt zich positief bij de vader. Er is een duidelijke samenwerking met de vader, de school en de jeugdbeschermer, waardoor [minderjarige] steeds meer tot rust komt. Zij ervaart meer stabiliteit en kan zich focussen op school. MST-CAN ondersteunt [minderjarige] en de vader bij het omgaan met trauma-gerelateerde signalen, het reguleren van emoties en het beschermen van [minderjarige] tegen conflicten. De zorgen bij de moeder zijn eerder versterkt dan verminderd. Een terugplaatsing naar moeder brengt een aanzienlijk risico op hernieuwde stressklachten, instabiliteit en verlies van contact met de vader. Daarnaast zijn er signalen dat moeder onvoldoende kan voorzien in [minderjarige] ’s basale zorg vanwege aanhoudende, financiële problemen. Het is daarom noodzakelijk dat [minderjarige] in haar huidige, veilige omgeving blijft en het traject met MST‑CAN kan afronden, zodat zij verder kan herstellen en groeien. 4.3. De vader stemt in met het verzoek van de GI tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing. 4.4. Namens en door de moeder wordt aangegeven dat de moeder geen verweer tegen het verzoek van de GI voert. Voor haar staat de wens van wat [minderjarige] zelf wil voorop. 5 De beoordeling Wettelijk kader 5.1. Ingevolge artikel 1:265b lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (hierna te noemen: BW) kan de kinderrechter de GI, die belast is met de uitvoering van de ondertoezichtstelling, op haar verzoek machtigen de minderjarige gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen indien dit noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige of tot onderzoek van diens geestelijke of lichamelijke gesteldheid. 5.2. Op grond van artikel 1:265c lid 2 BW kan de kinderrechter, mits aan de grond, bedoeld in artikel 1:265b lid 1 BW is voldaan, de duur van de machtiging uithuisplaatsing telkens verlengen met ten hoogste een jaar. Inhoudelijke beoordeling 5.3. Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding. Het verzoek voldoet aan de daaraan gestelde wettelijke vereisten. De kinderrechter legt hieronder uit waarom zhij tot dit oordeel is gekomen. 5.4. Omdat er sprake is van een ondertoezichtstelling en [minderjarige] verblijft bij de ouder waarbij niet haar hoofdverblijf is, is een machtiging tot uithuisplaatsing nodig om het verblijf bij de vader te kunnen voortzetten. De noodzaak van het verlengen van de machtiging tot uithuisplaatsing staat nog steeds vast. De opstelling en omstandigheden van de moeder vormen nog steeds een ontoereikende basis voor een passende opvoedomgeving. De wens van [minderjarige] om zelf te kunnen bepalen wanneer zij bij de vader of bij de moeder verblijft, is belangrijk maar wordt ook door haarzelf genuanceerd. Op dit moment kan [minderjarige] niet volledig bij de moeder wonen. Er zal met [minderjarige] gekeken moeten gaan worden naar welke mogelijkheden er wel zijn en hoe de contacten met de moeder op het tempo van [minderjarige] uitgebreid kunnen worden. De kinderrechter geeft [minderjarige] een groot compliment voor haar opstelling. Zij laat zien wat ze het liefste zou willen, maar laat ook zien dat zij om kan gaan met de problemen die aan haar wensen in de weg staan. 5.5. De kinderrechter vraagt zich af of er voor betrokkenen aanleiding kan zijn om naar een mogelijke wijziging van het hoofdverblijf te kijken.