Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-03-23
ECLI:NL:RBZWB:2026:2034
Bestuursrecht; Belastingrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,985 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:2034 text/xml public 2026-03-27T16:31:58 2026-03-20 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-03-23 24/8089 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Breda Bestuursrecht; Belastingrecht Rechtspraak.nl Viditax (FutD) 2026032716 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:2034 text/html public 2026-03-26T16:31:00 2026-03-26 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:2034 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 23-03-2026 / 24/8089 Art. 3.81 Wet IB 2001. Uitkering uit Anw-hiaatverzekering is belast als loon uit vroegere dienstbetrekking. Voldoende causaal verband met de dienstbetrekking. RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Zittingsplaats Breda Belastingrecht zaaknummer: BRE 24/8089 uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 23 maart 2026 in de zaak tussen [belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende, (gemachtigde: [gemachtigde]), en de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur. Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 18 oktober 2024. 1.1. De inspecteur heeft aan belanghebbende voor het jaar 2022 een aanslag in de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) opgelegd. Bij de aanslag is een beschikking belastingrente opgelegd. 1.2. De inspecteur heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard. 1.3. De rechtbank heeft het beroep op 9 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: gemachtigde en namens de inspecteur, mr. [inspecteur 1], [inspecteur 2] en [inspecteur 3]. Feiten 2. Belanghebbende was gehuwd met de heer [echtgenoot] (de echtgenoot). De echtgenoot is op [datum] 2016 overleden. 2.1. De echtgenoot is in het jaar 2006 in een coma geraakt. Hij was op dat moment in loondienst bij [bedrijf] B.V. ([bedrijf]). 2.2. Als gevolg van een sociaal akkoord tussen [bedrijf] en de vakbonden hebben alle werknemers van [bedrijf] eind 2007 een aanbod ontvangen om deel te nemen aan een verzekering voor een Anw-hiaatpensioen vanuit het bedrijfspensioenfonds stichting Pensioenfonds van de Metalektro (hierna: PME). 2.3. Belanghebbende heeft op 21 december 2007 haar echtgenoot aangemeld voor een Anw-hiaatpensioenverzekering bij PME via [bedrijf]. De echtgenoot wordt eerst niet geaccepteerd door PME. 2.4. Per 1 mei 2008 is het dienstverband van de echtgenoot bij [bedrijf] beëindigd. 2.5. Op 27 augustus 2009 heeft PME de echtgenoot alsnog geaccepteerd vanwege bijzondere omstandigheden en is de echtgenoot toegelaten tot de verzekering door PME met terugwerkende kracht tot 1 januari 2008. PME heeft op het leven van de echtgenoot met ingang van 1 januari 2008 een Anw-hiaatpensioen verzekerd, waarbij belanghebbende is aangewezen als begunstigde. Belanghebbende heeft de premies vervolgens zelf betaald. 2.6. Belanghebbende ontvangt vanaf 1 april 2016 tot en met heden Anw-hiaatpensioen van PME. 2.7. Belanghebbende heeft op 15 maart 2023 aangifte IB/PVV 2022 gedaan. Het aangegeven inkomen uit werk en woning bedraagt € 36.847 en bestaat onder andere uit een bedrag van € 13.190 aan inkomsten uit vroegere dienstbetrekking. 2.8. De volgende inkomsten uit vroegere dienstbetrekking zijn opgenomen in de aangifte IB/PVV 2022: Uitkeringsinstantie Loonheffing Uitkering Achmea Pensioen- en Levensverzekeringen N.V. € 480 € 1.344 Stichting Bedrijfstakpensioenfonds Mode-, interieur-, Tapijt en Textielindustrie € 186 € 527 Stichting PME Pensioenfonds € 9.708 € 26.214 Af: PME Anw Hiaat onbelast deel € 0 -/- € 14.895 Totaal € 10.374 € 13.190 2.9. De inspecteur heeft belanghebbende met dagtekening 4 oktober 2023 verzocht om extra informatie te verstrekken, meer specifiek heeft de inspecteur verzocht om correspondentie over de terugbetaling van de inkomsten van PME als negatief loon. 2.10. Gemachtigde heeft in zijn reactie van 10 oktober 2023 het volgende aangegeven: 'U stelt dat cliënte terugbetaalde inkomsten aan PME heeft vermeld als negatief loon. Dit is niet correct. Cliënte heeft geen bedragen terugbetaald aan PME. In de PME uitkering is naast een nabestaandenpensioen ook een Anw-hiaatverzekeringsuitkering begrepen. Voor de premie van deze Anw-hiaatverzekering heeft indertijd geen premieaftrek plaatsgehad cq. is de aftrek gecorrigeerd omdat deze verzekering niet voldeed aan de eisen om voor aftrek in aanmerking te komen. Gezien het bovenstaande zijn wij van mening dat de als gevolg van deze Anw-hiaatverzekeringen verstrekte uitkeringen onbelast dienen te zijn en hebben dit bedrag derhalve in mindering gebracht op de totale uitkering van PME.' 2.11. De definitieve aanslag is vastgesteld met dagtekening 14 juni 2024. Het belastbaar inkomen uit werk en woning op de aanslag bedraagt € 51.742, waarin de Anw-hiaatpensioenuitkeringen van € 14.895 als geheel belast in aanmerking zijn genomen. Beoordeling door de rechtbank 3. De rechtbank beoordeelt of de aanslag IB/PVV 2022 niet tot een te hoog bedrag is vastgesteld. Meer specifiek beoordeelt de rechtbank of de inspecteur het bedrag uit de Anw-hiaatverzekering van PME van € 14.895 terecht als belastbaar inkomen uit werk en woning heeft aangemerkt. Zij doet dat aan de hand van de argumenten van belanghebbende, de beroepsgronden. 4. De rechtbank is van oordeel dat de inspecteur het bedrag uit de Anw-hiaatverzekering terecht als belastbaar inkomen uit werk en woning heeft aangemerkt. Het beroep is daarom ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Motivering 5. Tussen partijen is in geschil of de uitkering uit de Anw-hiaatverzekering belast is. De inspecteur stelt primair dat de uitkering belast is op grond van artikel 3.81 van de Wet inkomstenbelasting 2001 (Wet IB 2001) (loon uit dienstbetrekking) en subsidiair op grond van artikel 3.100 van de Wet IB 2001 (periodieke uitkering en verstrekkingen). Belanghebbende betwist dat sprake is van belastbaar inkomen. 5.1. De rechtbank stelt voorop dat voor belastingheffing op grond van artikel 3.81 van de Wet IB 2001 vereist is dat sprake is van een voldoende causaal verband tussen de uitkering en de (vroegere) dienstbetrekking. 5.2. Belanghebbende stelt zich op het standpunt dat geen sprake is van een causaal verband tussen de ontvangen uitkering uit de Anw-hiaatverzekering en de (vroegere) dienstbetrekking. Daartoe voert zij aan dat de verzekering individueel is afgesloten, dat de werkgever geen partij was bij de overeenkomst, de werkgever geen financiële bijdrage heeft geleverd en dat de premies niet in het loon van de echtgenoot zijn verwerkt. Volgens belanghebbende is het dienstverband hooguit een voorwaarde geweest om tot de verzekering te worden toegelaten, maar niet de oorzaak van de uitkering. Ter zitting heeft belanghebbende hieraan toegevoegd dat de aanvraag en toekenning van de uitkering buiten de reguliere procedure van het sociaal akkoord zijn verlopen en dat sprake was van een individuele toezegging, nadat de echtgenoot al uit dienst was getreden. 5.3. De inspecteur stelt zich op het standpunt dat wel sprake is van een dergelijk causaal verband. De Anw-hiaatverzekering is aangeboden aan werknemers van de werkgever en vloeit voort uit het dienstverband. Dat de verzekering (uiteindelijk) individueel is uitgevoerd en dat de werkgever niet (meer) betrokken was bij de nadere afhandeling, doet volgens de inspecteur niet af aan de oorsprong van de aanspraak in de dienstbetrekking. 5.4. De rechtbank is van oordeel dat het causale verband tussen de uitkering en de vroegere dienstbetrekking aanwezig is. In dit geval is niet alleen sprake van een verzekering die mogelijk is vanwege de dienstbetrekking, er zijn ook aanvullende omstandigheden die maken dat sprake is van een voldoende causaal verband met de dienstbetrekking. Daarbij vindt de rechtbank van belang dat: de Anw-hiaat verzekering is aangeboden aan werknemers van de werkgever naar aanleiding van een sociaal akkoord tussen de vakbonden en de werkgever.
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:2034 text/xml public 2026-04-02T10:03:45 2026-03-20 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-03-23 24/8089 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Breda Bestuursrecht; Belastingrecht Rechtspraak.nl Viditax (FutD) 2026032716 V-N Vandaag 2026/626 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:2034 text/html public 2026-03-26T16:31:00 2026-03-26 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:2034 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 23-03-2026 / 24/8089 Art. 3.81 Wet IB 2001. Uitkering uit Anw-hiaatverzekering is belast als loon uit vroegere dienstbetrekking. Voldoende causaal verband met de dienstbetrekking. RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Zittingsplaats Breda Belastingrecht zaaknummer: BRE 24/8089 uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 23 maart 2026 in de zaak tussen [belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende, (gemachtigde: [gemachtigde]), en de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur. Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 18 oktober 2024. 1.1. De inspecteur heeft aan belanghebbende voor het jaar 2022 een aanslag in de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) opgelegd. Bij de aanslag is een beschikking belastingrente opgelegd. 1.2. De inspecteur heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard. 1.3. De rechtbank heeft het beroep op 9 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: gemachtigde en namens de inspecteur, mr. [inspecteur 1], [inspecteur 2] en [inspecteur 3]. Feiten 2. Belanghebbende was gehuwd met de heer [echtgenoot] (de echtgenoot). De echtgenoot is op [datum] 2016 overleden. 2.1. De echtgenoot is in het jaar 2006 in een coma geraakt. Hij was op dat moment in loondienst bij [bedrijf] B.V. ([bedrijf]). 2.2. Als gevolg van een sociaal akkoord tussen [bedrijf] en de vakbonden hebben alle werknemers van [bedrijf] eind 2007 een aanbod ontvangen om deel te nemen aan een verzekering voor een Anw-hiaatpensioen vanuit het bedrijfspensioenfonds stichting Pensioenfonds van de Metalektro (hierna: PME). 2.3. Belanghebbende heeft op 21 december 2007 haar echtgenoot aangemeld voor een Anw-hiaatpensioenverzekering bij PME via [bedrijf]. De echtgenoot wordt eerst niet geaccepteerd door PME. 2.4. Per 1 mei 2008 is het dienstverband van de echtgenoot bij [bedrijf] beëindigd. 2.5. Op 27 augustus 2009 heeft PME de echtgenoot alsnog geaccepteerd vanwege bijzondere omstandigheden en is de echtgenoot toegelaten tot de verzekering door PME met terugwerkende kracht tot 1 januari 2008. PME heeft op het leven van de echtgenoot met ingang van 1 januari 2008 een Anw-hiaatpensioen verzekerd, waarbij belanghebbende is aangewezen als begunstigde. Belanghebbende heeft de premies vervolgens zelf betaald. 2.6. Belanghebbende ontvangt vanaf 1 april 2016 tot en met heden Anw-hiaatpensioen van PME. 2.7. Belanghebbende heeft op 15 maart 2023 aangifte IB/PVV 2022 gedaan. Het aangegeven inkomen uit werk en woning bedraagt € 36.847 en bestaat onder andere uit een bedrag van € 13.190 aan inkomsten uit vroegere dienstbetrekking. 2.8. De volgende inkomsten uit vroegere dienstbetrekking zijn opgenomen in de aangifte IB/PVV 2022: Uitkeringsinstantie Loonheffing Uitkering Achmea Pensioen- en Levensverzekeringen N.V. € 480 € 1.344 Stichting Bedrijfstakpensioenfonds Mode-, interieur-, Tapijt en Textielindustrie € 186 € 527 Stichting PME Pensioenfonds € 9.708 € 26.214 Af: PME Anw Hiaat onbelast deel € 0 -/- € 14.895 Totaal € 10.374 € 13.190 2.9. De inspecteur heeft belanghebbende met dagtekening 4 oktober 2023 verzocht om extra informatie te verstrekken, meer specifiek heeft de inspecteur verzocht om correspondentie over de terugbetaling van de inkomsten van PME als negatief loon. 2.10. Gemachtigde heeft in zijn reactie van 10 oktober 2023 het volgende aangegeven: 'U stelt dat cliënte terugbetaalde inkomsten aan PME heeft vermeld als negatief loon. Dit is niet correct. Cliënte heeft geen bedragen terugbetaald aan PME. In de PME uitkering is naast een nabestaandenpensioen ook een Anw-hiaatverzekeringsuitkering begrepen. Voor de premie van deze Anw-hiaatverzekering heeft indertijd geen premieaftrek plaatsgehad cq. is de aftrek gecorrigeerd omdat deze verzekering niet voldeed aan de eisen om voor aftrek in aanmerking te komen. Gezien het bovenstaande zijn wij van mening dat de als gevolg van deze Anw-hiaatverzekeringen verstrekte uitkeringen onbelast dienen te zijn en hebben dit bedrag derhalve in mindering gebracht op de totale uitkering van PME.' 2.11. De definitieve aanslag is vastgesteld met dagtekening 14 juni 2024. Het belastbaar inkomen uit werk en woning op de aanslag bedraagt € 51.742, waarin de Anw-hiaatpensioenuitkeringen van € 14.895 als geheel belast in aanmerking zijn genomen. Beoordeling door de rechtbank 3. De rechtbank beoordeelt of de aanslag IB/PVV 2022 niet tot een te hoog bedrag is vastgesteld. Meer specifiek beoordeelt de rechtbank of de inspecteur het bedrag uit de Anw-hiaatverzekering van PME van € 14.895 terecht als belastbaar inkomen uit werk en woning heeft aangemerkt. Zij doet dat aan de hand van de argumenten van belanghebbende, de beroepsgronden. 4. De rechtbank is van oordeel dat de inspecteur het bedrag uit de Anw-hiaatverzekering terecht als belastbaar inkomen uit werk en woning heeft aangemerkt. Het beroep is daarom ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Motivering 5. Tussen partijen is in geschil of de uitkering uit de Anw-hiaatverzekering belast is. De inspecteur stelt primair dat de uitkering belast is op grond van artikel 3.81 van de Wet inkomstenbelasting 2001 (Wet IB 2001) (loon uit dienstbetrekking) en subsidiair op grond van artikel 3.100 van de Wet IB 2001 (periodieke uitkering en verstrekkingen). Belanghebbende betwist dat sprake is van belastbaar inkomen. 5.1. De rechtbank stelt voorop dat voor belastingheffing op grond van artikel 3.81 van de Wet IB 2001 vereist is dat sprake is van een voldoende causaal verband tussen de uitkering en de (vroegere) dienstbetrekking. 5.2. Belanghebbende stelt zich op het standpunt dat geen sprake is van een causaal verband tussen de ontvangen uitkering uit de Anw-hiaatverzekering en de (vroegere) dienstbetrekking. Daartoe voert zij aan dat de verzekering individueel is afgesloten, dat de werkgever geen partij was bij de overeenkomst, de werkgever geen financiële bijdrage heeft geleverd en dat de premies niet in het loon van de echtgenoot zijn verwerkt. Volgens belanghebbende is het dienstverband hooguit een voorwaarde geweest om tot de verzekering te worden toegelaten, maar niet de oorzaak van de uitkering. Ter zitting heeft belanghebbende hieraan toegevoegd dat de aanvraag en toekenning van de uitkering buiten de reguliere procedure van het sociaal akkoord zijn verlopen en dat sprake was van een individuele toezegging, nadat de echtgenoot al uit dienst was getreden. 5.3. De inspecteur stelt zich op het standpunt dat wel sprake is van een dergelijk causaal verband. De Anw-hiaatverzekering is aangeboden aan werknemers van de werkgever en vloeit voort uit het dienstverband. Dat de verzekering (uiteindelijk) individueel is uitgevoerd en dat de werkgever niet (meer) betrokken was bij de nadere afhandeling, doet volgens de inspecteur niet af aan de oorsprong van de aanspraak in de dienstbetrekking. 5.4. De rechtbank is van oordeel dat het causale verband tussen de uitkering en de vroegere dienstbetrekking aanwezig is. In dit geval is niet alleen sprake van een verzekering die mogelijk is vanwege de dienstbetrekking, er zijn ook aanvullende omstandigheden die maken dat sprake is van een voldoende causaal verband met de dienstbetrekking. Daarbij vindt de rechtbank van belang dat: de Anw-hiaat verzekering is aangeboden aan werknemers van de werkgever naar aanleiding van een sociaal akkoord tussen de vakbonden en de werkgever.