Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-02-17
ECLI:NL:RBZWB:2026:2023
Civiel recht
Rekestprocedure
1,882 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBZWB:2026:2023 text/xml public 2026-03-25T15:47:21 2026-03-20 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-02-17 C/02/443873 / JE RK 26-47 Uitspraak Rekestprocedure NL Breda Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:2023 text/html public 2026-03-25T08:19:27 2026-03-25 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:2023 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 17-02-2026 / C/02/443873 / JE RK 26-47 Met het vaststellen van een omgangsregeling wordt de omgang tussen de minderjarige en zijn ouders en grootouders geborgd, zodat de ondertoezichtstelling kan worden afgesloten. RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/443873 / JE RK 26-47 Datum uitspraak: 17 februari 2026 Beschikking van de kinderrechter over de vaststelling van de omgangsregeling in de zaak van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Brabant, locatie Tilburg, hierna te noemen de GI, over [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2015 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats 1] , advocaat mr. A. Elias te Oisterwijk, [de grootouders mz] , grootouders moederszijde, tevens pleegouders, hierna te noemen de grootouders, wonende te [woonplaats 1] . De kinderrechter merkt als informant aan: [de vader] , hierna te noemen de vader, wonende in [woonplaats 2] . 1 Het verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt mee in de beoordeling het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 12 januari 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 17 februari 2026. Daarbij waren aanwezig: - de advocaat van de moeder; - een vertegenwoordiger van de GI. De moeder, de vader en de grootouders zijn niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat zij wel juist zijn opgeroepen. De advocaat van de moeder heeft te kennen gegeven dat in ieder geval de moeder en de grootouders verhinderd zijn op de datum van de zitting vanwege vakantie. Namens de kinderrechter is de advocaat bericht dat de zitting doorgaat. De grootouders zijn in de gelegenheid gesteld hun standpunten schriftelijk in te dienen. Hiervan hebben zij geen gebruik gemaakt. 1.3. De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige] heeft geen mening gegeven. 2 De feiten 2.1. De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] . 2.2. [minderjarige] is ingeschreven op het adres van de moeder en hij verblijft wekelijks enkele dagen bij de grootouders. 2.3. Bij beschikking van 4 augustus 2025 heeft de kinderrechter de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd met ingang van 6 augustus 2025 tot 6 mei 2026. Ook is de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg verlengd met ingang van 6 augustus 2025 tot 6 november 2025. 3 Het verzoek 3.1. De GI verzoekt: - een omgangsregeling vast te stellen in die zin dat [minderjarige] elke week van zondagavond 18:00 uur tot woensdag einde schooltijd en op vrijdag na schooltijd bij de grootouders verblijft, tot in de ene week de vader [minderjarige] op vrijdagavond ophaalt en op zondag om 18:00 uur terugbrengt bij de grootouders, en in de andere week [minderjarige] op zaterdag om 12:00 uur naar de moeder gaat en bij haar blijft tot zondag 12:00 uur en dan terug gaat naar de grootouders; - in de beschikking op te nemen dat de grootouders gerechtigd zijn te beslissen of [minderjarige] buiten de verzochte omgangsregeling bij de moeder kan zijn; - de te geven beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 4 De standpunten 4.1. In het verzoekschrift is het verzoek en het standpunt van de GI toegelicht. Tijdens de zitting is namens de GI in aanvulling daarop, samengevat, verklaard dat ten aanzien van de verzochte omgangsregeling geldt dat de moeder [minderjarige] op woensdag uit school ophaalt, [minderjarige] dan bij de moeder verblijft en de grootouders hem op vrijdag uit school ophalen. [minderjarige] ontwikkelt zich goed. Door de verzochte omgangsregeling vast te stellen wordt de huidige situatie geborgd en kan worden toegewerkt naar een afsluiting van de ondertoezichtstelling. Mogelijk kan nog een korte verlenging van de ondertoezichtstelling worden verzocht om de laatste zaken te monitoren. 4.2. Door de advocaat van de moeder is samengevat aangevoerd dat de beoogde afsluiting van de ondertoezichtstelling reden is van het verzoek. Met de moeder gaat het stabiel. De verzochte regeling geeft haar rust. Dat is voor de GI reden om niet te verzoeken de ondertoezichtstelling te verlengen. Bij de moeder wordt gezien dat het beter met haar gaat. De moeder kiest voor het belang van [minderjarige] . Het hoofdverblijf van [minderjarige] zal bij haar blijven. Alle betrokkenen zitten op één lijn. Binnen de ondertoezichtstelling is hard gewerkt, wat heeft geresulteerd in de verzochte regeling. Van belang is dat deze regeling formeel wordt vastgesteld, waarna de ondertoezichtstelling kan worden afgesloten. De ouders hebben minimaal contact met elkaar maar er is geen sprake van strijd tussen hen. De vader heeft om het weekend contact met [minderjarige] , waarbij de overdracht via de grootvader verloopt. 5 De beoordeling 5.1. De GI baseert haar verzoek op artikel 1:265g, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW). Hierin staat dat de kinderrechter op verzoek van de GI voor de duur van de ondertoezichtstelling een omgangsregeling kan vaststellen als dit in het belang van het kind is. 5.2. Op grond van de stukken en de behandeling ter zitting stelt de kinderrechter vast dat [minderjarige] zich goed ontwikkelt. De gesteldheid van de moeder kan wisselen, gelet op haar problematiek. In overleg met de ouders en de grootouders is een omgangsregeling opgesteld, die goed verloopt en duidelijkheid voor alle betrokkenen geeft. Deze regeling geeft vooral de moeder en [minderjarige] rust, wat zich uit in een betere stabiliteit bij de moeder. Ook komt de regeling ten goede van de ontwikkeling van [minderjarige] . Door het formeel vaststellen van deze omgangsregeling wordt de omgang van [minderjarige] met zijn ouders en grootouders en de rust die dat geeft geborgd. Wanneer de omgangsregeling geformaliseerd is kan de GI toewerken naar een afronding van de ondertoezichtstelling. 5.3. Gelet op het voorgaande zal de kinderrechter het verzoek toewijzen, zoals is verzocht. De kinderrechter zal daarbij de aanvulling zoals door de GI tijdens de zitting gedaan, in de vast te stellen omgangsregeling opnemen. Daarbij zal de kinderrechter tevens bepalen dat de regie over de beslissing of [minderjarige] buiten de vast te stellen omgangsregeling bij de moeder kan zijn, bij de grootouders zal liggen. Met het vaststellen van na te melden omgangsregeling wordt de juridische situatie in overeenstemming gebracht met de feitelijke situatie. De ondertoezichtstelling loopt van rechtswege af op 6 mei 2026. Deze periode kan door de GI worden gebruikt om de situatie nog te monitoren en te zorgen voor een warme overdracht. Daarbij merkt de kinderrechter nog op dat zodra de ondertoezichtstelling is geëindigd, de vastgestelde omgangsregeling geldt als een regeling als bedoeld in artikel 1:377a, tweede lid, BW en in dat kader doorloopt (artikel 1:265g, lid 3, BW). 5.4. De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. 6 De beslissing De kinderrechter: 6.1.