Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-02-17
ECLI:NL:RBZWB:2026:2013
Civiel recht
Rekestprocedure
2,037 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBZWB:2026:2013 text/xml public 2026-03-24T16:42:06 2026-03-20 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-02-17 C/02/444540 / FA RK 26-507 Uitspraak Rekestprocedure NL Breda Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:2013 text/html public 2026-03-24T16:41:36 2026-03-24 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:2013 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 17-02-2026 / C/02/444540 / FA RK 26-507 Zorgmachtiging Wvggz RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/444540 / FA RK 26-507 Datum uitspraak: 17 februari 2026 Beschikking zorgmachtiging op het verzoek van de officier van justitie voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1974 in [geboorteplaats] , Suriname, hierna te noemen: betrokkene, wonend in [plaats] , advocaat: mr. C.L.M. Gommers uit Breda, De rechtbank merkt in deze zaak als belanghebbende aan: [de mentor] , als mentor over betrokkene, hierna te noemen: de mentor. 1 Het verloop van de procedure 1.1. In het procesdossier zit het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 29 januari 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 17 februari 2026. Bij die zitting zijn verschenen en gehoord: betrokkene, bijgestaan door mr. Gommers; mevrouw [persoon] , casemanager vanuit het f-act team. 2 Wat vaststaat 2.1. Bij beschikking van deze rechtbank van 11 augustus 2025 is voor betrokkene een zorgmachtiging verleend voor de duur van zes maanden, dus tot 11 februari 2026. 3 Het verzoek 3.1. De officier van justitie verzoekt de rechtbank om voor betrokkene een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden. 4 De standpunten 4.1. De casemanager heeft, samengevat, onder meer het volgende aangegeven. Betrokkene lijdt aan een bipolaire stemmingsstoornis. Het is belangrijk dat betrokkene voldoende slaapt en dat zij haar medicatie trouw blijft innemen. Als zij één of twee keer haar medicatie niet inneemt, dan is zij direct minder goed in contact. In het verleden is op zo’n moment het crisissignaleringsplan niet (goed) uitgevoerd. Als betrokkene psychisch decompenseert, dan ontstaat er bij betrokkene ernstig nadeel, onder meer met betrekking tot suïcidaliteit. Het is dan ook van belang om voormeld plan goed te blijven toepassen. 4.2. Betrokkene heeft, samengevat, onder meer het volgende aangegeven. Betrokkene stelt dat het momenteel goed met haar gaat. Zij heeft goed contact met haar zus en zoon. Ook heeft zij een aantal wandelmaatjes. Betrokkene moet dagelijks medicatie innemen. Soms slaat zij haar medicatie over, bijvoorbeeld als zij laat thuis komt. Als het minder goed met haar gaat, dan denkt betrokkene juist dat het beter met haar gaat. Als de behandelaren signaleren dat het minder goed met haar gaat, dan is het dus belangrijk dat zij adequaat kunnen ingrijpen. Betrokkene stemt daarom in met de verzochte zorgmachtiging. 4.3. De advocaat heeft, samengevat, onder meer het volgende aangevoerd. De advocaat merkt allereerst op dat het verzoekschrift te laat, namelijk korter dan vier weken voor de aflooptermijn van de huidige zorgmachtiging, is ingediend (5:16 lid Wvggz). Daarnaast betwist de advocaat dat er bij betrokkene, wanneer zij psychisch decompenseert, ernstig nadeel vertoont met betrekking tot een risico op suïcidaliteit, althans niet in het recente verleden. Echter verzet betrokkene zich niet tegen verplichte zorg, met dien verstande dat dit enkel wordt ingezet wanneer het minder goed met haar gaat. 5 De beoordeling 5.1. De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt. 5.2. De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk een bipolaire stemmingsstoornis. Dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis in de vorm van een bipolaire stemmingsstoornis is door en namens betrokkene ook niet betwist. 5.3. Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit: - ernstig lichamelijk letsel; - ernstige psychische schade; ernstige verwaarlozing; maatschappelijke teloorgang. 5.4. De rechtbank overweegt in dat verband als volgt. Wanneer betrokkene psychisch decompenseert, al dan niet ten gevolge van te weinig slaap en/of het niet (trouw) innemen van haar medicatie, dan is zij direct minder goed in contact met de betrokken hulpverlening. Betrokkene onttrekt zich in dat geval aan de noodzakelijk geachte zorg, zoals de medische controles voor haar somatische klachten (Diabetes). Als gevolg hiervan kan er ernstige gezondheidsschade bij betrokkene ontstaan. Wanneer betrokkene psychisch decompenseert, dan trekt zij zich bovendien terug met als gevolg dat er verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang dreigt te ontstaan. 5.5. Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid en de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig. Betrokkene woont momenteel in een [begeleide woonvorm] , met ambulante hulpverlening vanuit het f-act team. Daarnaast dient zij dagelijks haar medicatie (trouw) in te nemen. 5.6. Zo lang betrokkene goed slaapt en zij haar medicatie trouw inneemt, dan functioneert betrokkene goed. Maar als het minder goed met haar gaat, bijvoorbeeld doordat zij minder goed slaapt en/of zij haar medicatie niet (trouw) inneemt, dan dreigt een psychische decompensatie. In dat geval herkent betrokkene niet dat het minder goed met haar gaat, zo heeft zij tijdens de zitting zelf aangegeven. Op die momenten is het van belang dat de behandelaren adequaat kunnen ingrijpen, om een verdere decompensatie en (verergering van) het ernstig nadeel voor betrokkene te voorkomen. Daarom is verplichte zorg nodig. 5.7. De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn: - het toedienen van medicatie; - het verrichten van medische controles; - het beperken van de bewegingsvrijheid; - aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten; - opnemen in een accommodatie. 5.8. De rechtbank benadrukt hierbij dat een opname (en de daarbij behorende vorm van verplichte zorg die ziet op het beperken van de bewegingsvrijheid) alleen kan worden ingezet als er geen andere (minder ingrijpende) ambulante mogelijkheden zijn om het ernstig nadeel weg te nemen dan wel (verergering daarvan) te voorkomen. 5.9. De rechtbank zal het verzoek voor zover dat ziet op het opnemen van de overige vormen van verplichte zorg in de zorgmachtiging afwijzen, omdat daartoe, naar het oordeel van de rechtbank, geen noodzaak bestaat en het onvoldoende voorzienbaar is dat deze vormen van verplichte zorg in de komende periode noodzakelijk zullen zijn. 5.10. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving. Tijdens de mondelinge behandeling van het verzoekschrift heeft de rechtbank het volgende (mondeling) overwogen onder verwijzing naar 6:6 lid 2 Wvggz en de uitspraak van de Hoge Raad van 17 januari 2025, ECLI:HR:2025:86: Als de officier van justitie de vierwekentermijn niet in acht heeft genomen, maar het verzoek is ingediend tijdens de loopduur en de beslistermijn loopt nog, dan mag er toch een opvolgende zorgmachtiging worden verleend voor de duur van twaalf maanden” Echter na de mondelinge uitspraak, is de rechtbank bij de uitwerking van deze beschikking gestuit op de onderdelen 3.3 en 3.4 van bovengenoemd arrest (zie hieronder) ‘3.3 Een zorgmachtiging vervalt indien de geldigheidsduur is verstreken (art. 6:6 lid 1, aanhef en onder a, Wvggz).