Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-02-17
ECLI:NL:RBZWB:2026:2011
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
1,588 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBZWB:2026:2011 text/xml public 2026-03-24T09:15:36 2026-03-20 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-02-17 C/02/439603 / FA RK 25-4596 Uitspraak Rekestprocedure NL Middelburg Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:2011 text/html public 2026-03-23T15:38:14 2026-03-24 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:2011 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 17-02-2026 / C/02/439603 / FA RK 25-4596 Overdracht voogdij naar andere GI wegens andere woonplaats beschikking RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team Familie- en Jeugdrecht Zittingsplaats: Middelburg Zaaknummer: C/02/439603 / FA RK 25-4596 Datum uitspraak: 17 februari 2026 Beschikking betreffende voogdijoverdracht in de zaak van STICHTING JEUGDBESCHERMING WEST ZEELAND , gevestigd te Middelburg, hierna te noemen: Stichting Jeugdbescherming west Zeeland (JBZ), betreffende de minderjarige [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2015, hierna te noemen: [minderjarige] . Als belanghebbende wordt aangemerkt: STICHTING JEUGDBESCHERMING GELDERLAND , gevestigd te Apeldoorn, hierna te noemen: Stichting Jeugdbescherming Gelderland (JBG). Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend: - de Raad voor de Kinderbescherming, Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg, hierna te noemen: de Raad, om de rechtbank over het verzoek te adviseren. 1 Het procesverloop 1.1 De rechtbank oordeelt op grond van de navolgende stukken: - het op 2 september 2025 ontvangen verzoek van JBW van 2 september 2025 met bijlagen, waaronder de schriftelijke bereidverklaring van JBG van 12 augustus 2025; - de op 10 februari 2026 ontvangen instemmingsverklaring van JBZ voor een schriftelijke afdoening van het verzoek; - het op 11 februari 2026 ontvangen e-mailbericht van de Raad; - de op 12 februari 2026 ontvangen instemmingsverklaring van JBG voor een schriftelijke afdoening van het verzoek. 1.2 De minderjarige [minderjarige] is in de gelegenheid gesteld om te worden gehoord. Zij heeft daar gebruik van gemaakt door middel van een gesprek met de kinderrechter op 4 februari 2026. 2 De feiten 2.1 De minderjarige [minderjarige] is op [geboortedag] 2015 te [geboorteplaats] geboren als kind van [de moeder] , de moeder. De biologische vader van [minderjarige] is niet bekend. 2.2 De moeder, die van rechtswege het eenhoofdig gezag over [minderjarige] uitoefende, is op [datum] 2021 overleden. 2.3 Bij beschikking van deze rechtbank van 31 maart 2022 is Stichting Jeugdbescherming west Zeeland tot voogdes over de minderjarige [minderjarige] benoemd. 2.4 [minderjarige] woont sinds 17 augustus 2025 bij haar oom en tante in [plaats] , Gelderland. 3 Het verzoek en de beoordeling 3.1 Stichting Jeugdbescherming west Zeeland verzoekt, uitvoerbaar bij voorraad, haar op grond van artikel 1:322 lid 1 sub c van het Burgerlijk Wetboek te ontslaan van de voogdij over [minderjarige] ten gunste van Stichting Jeugdbescherming Gelderland. 3.2 Uit de onderbouwing van het verzoek volgt dat [minderjarige] sinds 17 augustus 2025 bij haar oom en tante in Gelderland verblijft, alwaar zij zich positief lijkt te ontwikkelen. [minderjarige] wil hier graag blijven wonen en de oom en tante staan hiervoor open. Vanwege de nieuwe verblijfplaats van [minderjarige] acht Stichting Jeugdbescherming west Zeeland het in het belang van [minderjarige] dat Stichting Jeugdbescherming Gelderland wordt belast met de voogdij over haar, zodat zij voortaan de belangrijke beslissingen over haar kan nemen. 3.3 Stichting Jeugdbescherming west Zeeland heeft een verklaring overgelegd waaruit blijkt dat Stichting Jeugdbescherming Gelderland bereid is om de voogdij over [minderjarige] uit te voeren. De overdracht kan plaatsvinden per 2 maart 2026. 3.4 [minderjarige] is geïnformeerd over de beoogde voogdijoverdracht naar Stichting Jeugdbescherming Gelderland en is hiermee akkoord. 3.5 Ingevolge artikel 1:322 BW kan iedere voogd zich van zijn bediening doen ontslaan, indien een daartoe bevoegd persoon zich schriftelijk heeft bereid verklaard de voogdij over te nemen, en de rechtbank deze overneming in het belang van de minderjarige acht. 3.6 De rechtbank overweegt als volgt. Gelet op de inhoud van het verzoek, de bereidverklaring van de Stichting Jeugdbescherming Gelderland en de instemming van [minderjarige] is de rechtbank van oordeel dat het in het belang van de minderjarige [minderjarige] is dat de voogdij wordt overgedragen aan Stichting Jeugdbescherming Gelderland. De rechtbank acht het namelijk in het belang van [minderjarige] om de afstand tussen haar en de jeugdbeschermer zo klein mogelijk te houden. Het verzoek zal daarom op onderstaande wijze worden toegewezen. 3.7 De rechtbank zal deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, omdat het voor de ontwikkeling van [minderjarige] noodzakelijk is dat de beslissing ondanks een eventueel hoger beroep meteen uitgevoerd kan worden. 3.8 Het vorenstaande leidt tot de volgende beslissing. 4 De beslissing De rechtbank: 4.1 ontslaat met ingang van 2 maart 2026 Stichting Jeugdbescherming west Zeeland van de voogdij over de minderjarige [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2015; 4.2 benoemt met ingang van 2 maart 2026 in haar plaats Stichting Jeugdbescherming Gelderland tot voogdes over voornoemde minderjarige [minderjarige] ; 4.3 verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad; 4.4 verzoekt de griffier om krachtens het bepaalde in het Besluit Gezagsregisters een aantekening te maken van deze beslissing in het centraal gezagsregister. Deze beschikking is gegeven door mr. De Beer, (kinder)rechter, en in het openbaar uitgesproken op 17 februari 2026 in tegenwoordigheid van mr. De Haas, griffier. Mededeling van de griffier : Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld: door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.