Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-02-16
ECLI:NL:RBZWB:2026:1958
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
1,656 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBZWB:2026:1958 text/xml public 2026-03-20T10:42:20 2026-03-19 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-02-16 C/02/444699 / FA RK 26-599 Uitspraak Rekestprocedure NL Middelburg Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:1958 text/html public 2026-03-19T14:55:49 2026-03-20 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:1958 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 16-02-2026 / C/02/444699 / FA RK 26-599 Eerste rechterlijke machtiging verleend voor zes maanden. Sprake van dementie. Ernstige problemen bij cliente en ernstige overbelasting steunsysteem. RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Middelburg Zaaknummer: C/02/444699 / FA RK 26-599 Datum uitspraak: 16 februari 2026 Beschikking rechterlijke machtiging op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor: [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1935 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: betrokkene, wonend in [woonplaats] , advocaat: mr. C.E.J.E. Kouijzer te Middelburg. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift van 4 februari 2026 met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 4 februari 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 16 februari 2026, op het woonadres van betrokkene. Daarbij zijn verschenen en gehoord: - betrokkene, bijgestaan door haar advocaat; - de heer [persoon 1] , huisarts; - de heer [persoon 2] , de oudste zoon van betrokkene. Tevens zijn verschenen, maar niet gehoord: - mevrouw [persoon 3] , casemanager dementie; - de jongste zoon van betrokkene; - de dochter van betrokkene; - de schoondochter van betrokkene. 2 Het verzoek 2.1. Het CIZ verzoekt de rechtbank ten aanzien van betrokkene een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden. 3 De standpunten 3.1. Betrokkene benoemt tijdens de mondelinge behandeling dat het goed met haar gaat. Er is niets met haar aan de hand. Zij woont heel fijn thuis en dat gaat ook goed. Betrokkene legt uit dat zij de dingen die nodig zijn, zoals het eten en drinken, zelf nog kan doen. Als er iets geregeld moet worden, staan haar kinderen voor haar klaar. Ook heeft zij huishoudelijke hulp. Betrokkene wil graag thuis blijven wonen. 3.2. De advocaat van betrokkene benoemt dat er al enige tijd geleden dementie bij betrokkene is vastgesteld. Deze aandoening leidt tot het in de stukken beschreven ernstig nadeel. Ook is het steunsysteem van betrokkene na jaren van intensieve zorg en begeleiding uitgeput geraakt. Betrokkene is zelf van mening dat er niets met haar aan de hand is en dat het thuis nog heel goed met haar gaat. Zij wil dan ook thuis blijven wonen. 3.3. De huisarts benoemt dat er veel zorgen zijn rondom betrokkene in de thuissituatie. Betrokkene is het afgelopen weekend nog opgenomen geweest met een delirant beeld binnen het dementieel beeld. Ook had betrokkene vermoedelijk een urineweginfectie. Deze infectie keert telkens terug. Daarnaast zijn er veel zorgen over de wondzorg van betrokkene. Deze zorg verloopt niet goed en betrokkene kan deze zorg zelf niet meer dragen. Er komt nu twee keer per dag thuiszorg bij betrokkene langs. Zij proberen ook de voeding van betrokkene te verzorgen. Daar is verder weinig zicht op. 3.4. De oudste zoon van betrokkene benoemt dat het steunsysteem van betrokkene al sinds 2019 de intensieve verzorging voor en begeleiding van betrokkene draagt. Hierdoor is het steunsysteem uitgeput geraakt. 4 De beoordeling 4.1. De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt. 4.2. Uit de overgelegde stukken is het de rechtbank gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, in de vorm van dementie. De rechtbank ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de in de medische verklaring gestelde diagnose. 4.3. Het gedrag dat voortvloeit uit deze handicap leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel is gelegen in ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, ernstige verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. 4.4. De rechtbank neemt daarbij in overweging dat betrokkene onder invloed van de psychogeriatrische aandoening is belast met ernstige geheugenstoornissen en stoornissen in de executieve functies, waanideeën en hallucinaties. Ook is betrokkene gedesoriënteerd in tijd en persoon. Als gevolg daarvan is betrokkene regelmatig in paniek, angstig en verward en belt zij continu haar steunsysteem op, wat naast de jarenlange intensieve zorg en begeleiding inmiddels zorgt voor ernstige overbelasting. Daarnaast raakt betrokkene geregeld haar sleutels kwijt, waardoor zij haar woning niet kan verlaten of kan binnentreden en is betrokkene niet meer in staat om adequaat te alarmeren. Verder is betrokkene recent gevallen, waar zij niet goed van geneest en is er sprake van een slechte zelfzorg, waardoor betrokkene de afgelopen jaren tien kilo is afgevallen. 4.5. De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene is blijvend aangewezen op intensieve en gespecialiseerde 24-uurszorg, toezicht en begeleiding in de nabijheid in een veilige en gestructureerde woonvoorziening. Bovendien kan het steunsysteem van betrokkene dan worden ontlast. 4.6. Betrokkene verzet zich hiertegen. Betrokkene weigert een vrijwillige opname en is van mening dat zij geen hulp nodig heeft en voorlopig nog thuis kan blijven wonen. 4.7. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Er zijn de afgelopen periode meerdere keren per week thuiszorg, dagbesteding en medicamenteuze interventies ingezet. Dit is echter onvoldoende gebleken om het hierboven beschreven ernstig nadeel in de thuissituatie weg te nemen. 4.8. Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in de Wzd. De machtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden, met ingang van heden en tot en met 16 augustus 2026. 5 De beslissing De rechtbank: 5.1. verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1935 in [geboorteplaats] ; 5.2. bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 16 augustus 2026 . Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 februari 2026 door mr. De Beer, rechter, in aanwezigheid van mr. De Haas, griffier en op schrift gesteld op 2 maart 2026. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.