Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-02-03
ECLI:NL:RBZWB:2026:1926
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
2,044 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBZWB:2026:1926 text/xml public 2026-03-20T08:58:12 2026-03-17 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-02-03 C/02/424583 / FA RK 24-3244 Uitspraak Rekestprocedure NL Breda Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:1926 text/html public 2026-03-19T14:36:06 2026-03-20 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:1926 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 03-02-2026 / C/02/424583 / FA RK 24-3244 Nadere beschikking over gerechtelijke vaststelling ouderschap naar het recht van Sierra Leone (IPR). Aanhouding beslissing over de verdeling van de kosten van het DNA-onderzoek. beschikking RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team Familie- en Jeugdrecht Zittingsplaats: Breda Zaaknummer: C/02/424583 / FA RK 24-3244 Datum uitspraak: 3 februari 2026 Nadere beschikking over gerechtelijke vaststelling vaderschap in de zaak van [de vrouw] , hierna te noemen: de vrouw, wonende in [woonplaats] , advocaat: mr. S. Klootwijk te Breda. De rechtbank merkt in deze zaak als belanghebbenden aan: de minderjarige [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag 1] 2023, hierna te noemen: [minderjarige] , vertegenwoordigd door: mr. D.R.M. de Vos , advocaat te Goes, als bijzondere curator over [minderjarige] , hierna te noemen: de bijzondere curator; [de man] , hierna te noemen: de man, advocaat: voorheen mr. J. van Appia te Amsterdam (onttrokken per 16 mei 2025), thans zonder advocaat. 1 Het verdere procesverloop 1.1. Het procesdossier bevat de volgende stukken: de in deze zaak gegeven nadere beschikking van deze rechtbank van 4 maart 2025 en alle daarin genoemde stukken; het rapport van de deskundige (Verilabs B.V. te Gouda) van 12 september 2025; het F9-formulier van 27 oktober 2025 van de bijzondere curator; het F9-formulier van 28 oktober 2025 van mr. Klootwijk. 2 De nadere beoordeling Inleiding 2.1. De rechtbank verwijst naar de inhoud van voormelde, in deze zaak gegeven nadere beschikking van 4 maart 2025. Bij deze beschikking is een DNA-onderzoek gelast ter beantwoording van de vraag of de man de biologische vader van [minderjarige] is. Verilabs B.V. te Gouda is benoemd als deskundige met het verzoek om voormeld onderzoek te verrichten en, naar aanleiding daarvan, te rapporteren. De rechtbank heeft de beslissing in deze zaak pro forma aangehouden in afwachting van voormeld rapport van de deskundige en de schriftelijke reacties van (de advocaat van) partijen daarop. 2.2. Aan de orde zijn nog de verzoeken van de vrouw, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: indien uit het DNA-onderzoek het ouderschap van de man over [minderjarige] komt vast te staan, het ouderschap van de man over [minderjarige] gerechtelijk vast te stellen; indien het ouderschap van de man over [minderjarige] gerechtelijk wordt vastgesteld, een door de man aan de vrouw te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige] te bepalen ter hoogte van € 500,00 per maand, dan wel een bedrag in goede justitie te bepalen; kosten rechtens. 2.3. Uit voormeld rapport van 12 september 2025 van de deskundige blijkt, samengevat en voor zover hier nu van belang, dat er een DNA-test is uitgevoerd met DNA-materiaal van de vrouw, de man en [minderjarige] , en dat uit die test naar voren is gekomen dat de man met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid (meer dan 99,99%) de biologische vader van [minderjarige] is. 2.4. In voormeld F9-formulier van 27 oktober 2025 heeft de bijzondere curator aangegeven, samengevat en voor zover hier nu van belang, met het oog op voormelde testuitslag, dat zij het in het belang van [minderjarige] vindt dat de juridische band tussen de man en [minderjarige] tot stand komt. De bijzondere curator adviseert daarom om het vaderschap van de man over [minderjarige] gerechtelijk vast te stellen. 2.5. In voormeld F9-formulier van 28 oktober 2025 heeft mr. Klootwijk, namens de vrouw, aangegeven dat zij het, in lijn met het advies van de bijzondere curator, in het belang van [minderjarige] vindt dat het vaderschap van de man over [minderjarige] gerechtelijk wordt vastgesteld. 2.6. Op 29 oktober 2025 heeft de griffier van de rechtbank een brief gestuurd met als bijlage een afschrift van voormelde reacties van de bijzondere curator en de advocaat van de vrouw, met het verzoek om binnen twee weken schriftelijk daarop te reageren. De man heeft na het verstrijken van die termijn (en tot op heden) niet gereageerd. 2.7. Gelet op voormelde reacties van (de advocaat van) de moeder en de bijzondere curator en nu de man niet heeft gereageerd, is de rechtbank van oordeel dat een nadere zitting in deze zaak thans niet nodig is en dat zij nu schriftelijk kan beslissen over het verzoek van de vrouw tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap. Inhoudelijke beoordeling gerechtelijke vaststelling vaderschap 2.8. In voormelde beschikking van 4 maart 2025 heeft de rechtbank vastgesteld dat het recht van Sierra Leone van toepassing is op het verzoek van de vrouw tot gerechtelijke vaststelling vaderschap. Op grond van het recht van Sierra Leone kan het ouderschap van een kind worden vastgesteld op verzoek van een ouder, in dit geval de vrouw, en voordat het kind, in dit geval [minderjarige] , de meerderjarige leeftijd bereikt (artikel 83 lid 1 van het Sierra Leoonse Child Rights Act). Als bewijs om het ouderschap aan te tonen, kan onder meer een medische test worden overgelegd (artikel 84 Sierra Leoonse Child Rights Act). Dit kan, naar het oordeel van de rechtbank, een DNA-onderzoek omvatten. 2.9. De rechtbank overweegt, gezien de (nader) overgelegde stukken, dat het verzoek tot gerechtelijke vaststelling vaderschap is ingediend namens de vrouw en dat [minderjarige] op het moment van de indiening van het verzoek minderjarig was. Uit voormelde DNA-rapportage van de deskundige van 12 september 2025 blijkt bovendien dat de man met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid van meer dan 99,99% de biologische vader van [minderjarige] is. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat voldoende is aangetoond dat de man de biologische vader van [minderjarige] is en dat aan de (overige) wettelijke vereisten voor de gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van de man over [minderjarige] wordt voldaan. De rechtbank zal het verzoek, dat niet is weersproken, daarom toewijzen en het vaderschap van de man over [minderjarige] gerechtelijk vaststellen. Beëindiging taak van de bijzondere curator 2.10. Nu de rechtbank een eindbeslissing zal nemen over het afstammingsverzoek in deze zaak, zal de rechtbank de taak van de bijzondere curator in deze procedure als beëindigd beschouwen. Indien er een rechtsmiddel wordt ingesteld tegen voormelde beslissing tot gerechtelijke vaststelling ouderschap, oftewel als er een hoger beroep wordt ingesteld tegen die beslissing, dan zal de taak van de bijzondere curator herleven. Toesturen van de beschikking aan de Ambtenaar van de Burgerlijke Stand 2.11. De rechtbank zal deze beschikking toesturen aan de ambtenaar van de burgerlijke stand in de gemeente waar [minderjarige] is geboren, in dit geval de gemeente Breda, en die ambtenaar gelasten van deze beschikking betreffende de gerechtelijke vaststelling ouderschap, wanneer deze beslissing in kracht van gewijsde is gegaan, een latere vermelding toe te voegen aan de geboorteakte van [minderjarige] . Kosten van het DNA-onderzoek 2.12. Bij voormelde beschikking van 4 maart 2025 heeft de rechtbank de kosten van het deskundigenonderzoek vooralsnog begroot op € 755,= (inclusief BTW), in afwachting van een definitieve beslissing over de betaling en verdeling van deze kosten, en deze kosten vooralsnog ten laste laten komen van 's-Rijks kas. 2.13. De deskundige heeft de kosten van het DNA-onderzoek inmiddels definitief begroot op € 755,=. 2.14. Tijdens de zitting op 31 januari 2025 is namens de vrouw, samengevat en voor zover hier van belang, aangevoerd dat de man aanvankelijk het initiatief heeft genomen voor het laten verrichten van een DNA-onderzoek bij de deskundige en dat partijen onderling hebben afgesproken dat de kosten van het onderzoek voor zijn rekening komen.