Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-03-17
ECLI:NL:RBZWB:2026:1913
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,108 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBZWB:2026:1913 text/xml public 2026-03-23T10:38:16 2026-03-17 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-03-17 25/1970 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Breda Bestuursrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:1913 text/html public 2026-03-23T10:37:48 2026-03-23 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:1913 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 17-03-2026 / 25/1970 PKV RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 25/1970 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 maart 2026 in de zaak tussen [verzoekster] , uit [woonplaats] , verzoekster (gemachtigde: [gemachtigde 1] ), en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (het UWV; kantoor Amsterdam), (gemachtigde: [gemachtigde 2] ). Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoekster om een veroordeling van het UWV in de proceskosten. Verzoekster heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van haar beroep tegen het besluit van het UWV van 12 februari 2025. Zij heeft het beroep ingetrokken omdat het UWV op 29 oktober 2025 heeft besloten dat de eerder vastgestelde beëindiging van de WIA-uitkering per 26 maart 2025 niet wordt geëffectueerd. Aan verzoekster is per 18 maart 2024 een loonaanvullingsuitkering toegekend omdat zij 80-100% arbeidsongeschikt is en die uitkering wordt nu niet beëindigd. 1.1. De rechtbank heeft het UWV in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Het UWV heeft hierop niet gereageerd. 1.2. De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. Beoordeling door de rechtbank 2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt. Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld? 3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Is het UWV aan verzoekster tegemoetgekomen? 4. De rechtbank moet dus beoordelen of het UWV geheel of gedeeltelijk aan verzoekster is tegemoetgekomen. 4.1. Op 25 maart 2025 heeft verzoekster beroep ingesteld tegen het bestreden besluit waarin de WIA-uitkering van verzoekster vanaf 26 maart 2025 werd beëindigd. Het UWV heeft op 29 oktober 2025 besloten dat deze beëindiging niet wordt geëffectueerd. De aan verzoekster per 18 maart 2024 toegekende loonaanvullingsuitkering wordt dus niet beëindigd omdat zij 80-100% arbeidsongeschikt is. Hiermee is het UWV tegemoetgekomen aan het beroep van verzoekster. Welk bedrag aan proceskosten moet het UWV aan verzoekster vergoeden? 5. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Verzoekster krijgt een vergoeding van haar proceskosten. Het UWV moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 934,- omdat de gemachtigde van verzoekster een beroepschrift heeft ingediend. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Krijgt verzoekster een vergoeding van het griffierecht? 6. De rechtbank wijst erop dat het UWV verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 53,- te vergoeden. Verzoekster moet zich hiervoor dan ook tot het UWV wenden. Beslissing De rechtbank veroordeelt het UWV tot betaling van € 934,- aan proceskosten aan verzoekster. Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Hindriks, rechter, in aanwezigheid van drs. A. Lemaire, griffier, op 17 maart 2026 en anoniem gepubliceerd op www.rechtspraak.nl. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Dit volgt uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.