Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-02-13
ECLI:NL:RBZWB:2026:1844
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
5,104 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:1844 text/xml public 2026-03-19T15:35:27 2026-03-16 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-02-13 C/02/426472 FA RK 24-4195 Uitspraak Rekestprocedure NL Breda Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:1844 text/html public 2026-03-19T15:35:06 2026-03-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:1844 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 13-02-2026 / C/02/426472 FA RK 24-4195 Verdeling van de vakanties tot plaatsing van de minderjarige in een woonzorgvoorziening beschikking RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team Familie- en Jeugdrecht Breda Zaaknummer: C/02/426472 FA RK 24-4195 datum uitspraak: 13 februari 2026 beschikking over een vakantieregeling in de zaak van [de vrouw] , wonende te [woonplaats 1] , hierna te noemen de vrouw, advocaat mr. M.E.R. van Herpen, en [de man] , wonende te [woonplaats 2] , hierna te noemen de man, advocaat mr. C.F.L.A. van der Vegt-Boshouwers. over de minderjarige: [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2010. Op grond van artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering heeft de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zuidwest Nederland, locatie Breda, hierna: de Raad, de rechtbank over het verzoek geadviseerd. 1 Het procesverloop 1.1. In het dossier zitten de volgende stukken: - de beschikking van deze rechtbank van 18 november 2025 en alle daarin genoemde stukken; - het op 9 december 2025 van mr. Van der Vegt-Boshouwer ontvangen verweerschrift vakantieregeling; - de op 16 december 2025 van mr. Van Herpen ontvangen reactie op verweerschrift vakantieregeling met bijlage. 2 De feiten 2.1. Partijen zijn met elkaar getrouwd. Er is een echtscheidingsprocedure bij deze rechtbank aanhangig, bekend onder zaaknummer C/02/417331 FA RK 23-6007. Bij beschikking van [datum] 2025 heeft de rechtbank de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en bepaalt dat de onderlinge regelingen uit het al bijlage toegevoegde ‘echtscheidingsconvenant tevens houdende deelovereenkomst doorlopende (voorlopige) kinderalimentatie en zorgregeling’ deel uitmaken van die beschikking. De behandeling van de zaak ter zake de (definitieve) beslissing over het hoofdverblijf, de zorgregeling (en vakantieregeling) en de kinderalimentatie is aangehouden in afwachting van het rapport van de Raad in de onderhavige procedure. 2.2. Tijdens het huwelijk van partijen is [minderjarige] , ook genoemd [bijnaam minderjarige] , geboren. 2.3 Bij beschikking van 18 november 2025 heeft de rechtbank de verzoeken van de vrouw tot vervangende toestemming inschrijving woonzorgvoorziening en voorwaardelijke wijziging van de zorgregeling afgewezen. De rechtbank heeft een verdeling voor de kerstvakantie 2025-2026 vastgelegd en heeft de behandeling van het verzoek van de vrouw tot verdeling van de vakanties aangehouden in afwachting van door de man in te dienen verweer en reactie op dit verweer vanuit de vrouw. 3 De (resterende) verzoeken 3.1. De vrouw verzoekt thans bij beschikking, voor zover de wet dit toelaat uitvoerbaar bij voorraad, de navolgende vakantieregeling te bepalen: vakanties Even jaren Oneven jaren Voorjaarsvakantie Conform de reguliere zorgregeling. Conform de reguliere zorgregeling. Meivakantie [minderjarige] verblijft de eerste week bij de man en de tweede week bij de vrouw. [minderjarige] verblijft de eerste week bij de vrouw en de tweede week bij de man. Zomervakantie In de eerste en laatste week wordt de reguliere zorg gehandhaafd. In week 2 en 3 verblijft [minderjarige] bij de vrouw en in week 4 en 5 bij de man. In de eerste en laatste week wordt de reguliere zorg gehandhaafd. In week 2 en 3 verblijft [minderjarige] bij de man en in week 4 en 5 bij de vrouw. Kerstvakantie De reguliere zorgregeling wordt gevolgd, met uitzondering van de feestdagen. Op kerstavond en eerste kerstdag tot tweede kerstdag 10.00 uur is [minderjarige] bij de man. Op tweede kerstdag en oudjaarsavond vanaf 18.00 uur tot en met nieuwjaarsdag 12.00 uur is [minderjarige] bij de vrouw. De reguliere zorgregeling wordt gevolgd, met uitzondering van de feestdagen. Op kerstavond en eerste kerstdag tot tweede kerstdag 10.00 uur is [minderjarige] bij de vrouw. Op tweede kerstdag en oudjaarsavond vanaf 18.00 uur tot en met nieuwjaarsdag 12.00 uur is [minderjarige] bij de man. Herfstvakantie Conform de reguliere zorgregeling. Conform de reguliere zorgregeling. dan wel een vakantieregeling te bepalen die de rechtbank in goede justitie juist acht. 3.2. De man vraagt het verzoek van de vrouw ten aanzien van de vakantieverdeling af te wijzen, althans de vakanties tussen partijen te verdelen zoals het in het lichaam van het verweerschrift is beschreven. 4 De nadere beoordeling 4.1 In artikel 1:253a lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) is opgenomen dat geschillen over het samen uitoefenen van het gezag op verzoek van een ouder aan de rechtbank kunnen worden voorgelegd. Zo ook verzoeken over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken gedurende de vakanties. De rechtbank neemt dan een beslissing die zij in het belang van het kind vindt. 4.2 De rechter moet eerst bekijken of de ouders met elkaar afspraken kunnen maken. De behandeling van de zaak is aangehouden om partijen hiertoe gelegenheid te bieden. Vast staat dat het partijen niet is gelukt om (over alle geschilpunten) afspraken te maken. 4.3 Door en namens de man is in zijn verweerschrift aangevoerd dat hij zich niet kan vinden in de verdeling van de vakanties zoals door de vrouw verzocht. De man wenst te komen tot een verdeling van alle vakanties, dus ook de voorjaars- en herfstvakantie. De man gaat er vanuit dat de vast te stellen vakantieregeling geldt zolang dat [minderjarige] bij zijn ouders woont en niet in een woonzorgvoorziening. Ook merkt de man op dat [minderjarige] beperkt leerplichtig is en eenvoudig een ontheffing kan worden verkregen indien een ouder met [minderjarige] buiten een schoolvakantie op vakantie wil. Als een ouder zonder [minderjarige] op vakantie/reis wil, dan kan het reguliere schema doorlopen met dien verstande dat de andere ouder verzocht kan worden om de zorg na schooltijd over te nemen. De man heeft gezien zijn werk ook niet de mogelijkheid om tijdens (de helft van de) schoolvakanties altijd maar vrij te nemen. Ten aanzien van de zomervakantie kan de man zich niet vinden in een verdeling waarin een ouder slechts twee weken zomervakantie met [minderjarige] heeft. Hij stelt voor de zomervakantie bij helfte te verdelen zodat iedere ouders drie aaneengesloten weken voor [minderjarige] de zorg heeft. Ten aanzien van de kerstvakantie kan de man zich vinden in de verdeling zoals door de vrouw verzocht, met dien verstande dat concrete tijdstippen voor de overdracht worden bepaald. Ook kan de man zich vinden in de door de vrouw verzochte verdeling van de meivakantie. De man vindt het voorts van belang dat ten aanzien van alle vakanties van [minderjarige] een regeling wordt vastgesteld, zo ook de voorjaars- en herfstvakantie. Feit is dat de man in deze twee weken niet zelf (met of zonder [minderjarige] ) op vakanties kan gaan, vanwege de bezetting op zijn werk. Als de vrouw in deze weken zonder [minderjarige] op vakantie wil gaan, is de man bereid om de zorg voor [minderjarige] deze weken op zich te nemen, onder de voorwaarde dat de vrouw dat gedurende twee losse weken in een jaar doet voor de man. Het gaan dan om twee weken buiten de schoolvakanties van [minderjarige] . Ook als de vrouw de carnavalsvakantie en/of herfstvakantie niet wil invullen, is het van belang dat partijen in ieder geval twee weken per jaar buiten de schoolvakanties zonder [minderjarige] weg kunnen gaan. De man heeft reeds een vakantie met vrienden gepland van zaterdag 6 juni 2026 tot en met 13 juni 2026. De man verzoekt te bepalen dat de vrouw de zorg voor [minderjarige] in die week van de man overneemt, voor zover het betreft de dagen dat de man de zorg voor [minderjarige] heeft conform de reguliere regeling. 4.4 Door en namens de vrouw is in reactie op het verweerschrift van de man aangevoerd dat de vrouw een vakantieregeling wenst waarbij gekeken wordt naar [minderjarige] .
Volledig
Partijen dienen zich aan te passen aan [minderjarige] in plaats van dat [minderjarige] zich moet aanpassen aan zijn ouders. Zij merkt hierbij op dat deze vakantieregeling in beginsel geldt zolang [minderjarige] nog niet in een woonzorgvoorziening woont. De vrouw heeft er in beginsel geen bezwaar tegen indien de man één week per jaar buiten de vakanties zonder [minderjarige] weggaat en de vrouw in die week de extra zorg voor [minderjarige] draagt. Zij vraagt de man dit in overleg met de vrouw in te plannen. Het voorstel van de man voor de verdeling van de vakanties betekent dat partijen niet zelf de volledige opvang voor [minderjarige] kunnen regelen en hij meerdere weken per jaar wisselt van locatie naar locatie en vele gezichten ziet. De extra opvang van [minderjarige] , betekent ook extra kosten voor deze opvang. [minderjarige] heeft twaalf weken vrij per jaar, waarvan de vrouw vraagt om circa acht weken te verdelen. Dit biedt beide partijen voldoende ruimte om met [minderjarige] weg te gaan. Over de verdeling van de meivakantie hebben partijen overeenstemming bereikt, inhoudende dat [minderjarige] in de even jaren de eerste week bij de man verblijft en de tweede week bij de vrouw en in oneven jaren de eerste week bij de vrouw en de tweede week bij de man. Over de zomer-, herfst- en voorjaarsvakantie en de verdeling van de kerstdagen en oud & nieuw alsook de vakanties van de man zonder [minderjarige] buiten de schoolvakanties om zijn partijen verdeeld gebleven. Ten aanzien van de zomervakantie heeft de man een verdeling bij helfte voorgesteld. Drie aaneengesloten bij de ene of de andere ouder is volgens de vrouw te lang voor [minderjarige] . Daarnaast hebben beide partijen beperkte vakantiedagen, hetgeen zou betekenen dat [minderjarige] gedurende de zomervakantie veel wordt ondergebracht op de zorgboerderij en/of derden. Door de eerste en laatste week van de zomervakantie de reguliere zorgregeling te volgen, zoals verzocht door de vrouw, wordt rust voor [minderjarige] gecreëerd. Ten aanzien van de herfst- en voorjaarsvakantie verzoekt de vrouw de reguliere zorgregeling door te laten lopen, gelet op de beperkte vakantiedagen van beide partijen en de mededeling van de man dat hij gedurende deze vakanties geen vrije dagen zou kunnen opnemen. Ten aanzien van de kerstvakantie wenst de vrouw te komen tot een regeling die jaarlijks wisselt, zoals partijen sinds de scheiding hebben gedaan. Ten aanzien van het verzoek van de man om te bepalen dat de man twee weken buiten de schoolvakanties zonder [minderjarige] weg mag gaan, waarbij de vrouw gehouden is om [minderjarige] op te vangen, verzoekt de vrouw de man hierin niet-ontvankelijk te verklaren, dan wel de verzoeken af te wijzen. 4.5 De rechtbank overweegt als volgt. De rechtbank acht het in het belang van [minderjarige] en zijn ouders dat in het kader van de ondertoezichtstelling zo spoedig mogelijk een plaatsing van [minderjarige] in een geschikte woonvoorziening gerealiseerd kan worden. De vakantieregeling die de rechtbank nu zal vastleggen is voor de periode dat [minderjarige] nog niet is geplaatst. De rechtbank ziet en heeft er begrip voor dat partijen klem zitten. Zij willen beiden het beste voor [minderjarige] , maar verschillen van mening over welke verdeling van de vakanties het meest in het belang van [minderjarige] is. De rechtbank beoogt bij deze beschikking partijen duidelijkheid te bieden, en tevens een regeling vast te stellen die in de eerste plaats tegemoet komt aan de belangen van [minderjarige] en daarbij zo veel als mogelijk de belangen ouders mee neemt. 4.6 Partijen zijn het met elkaar eens over de wijze waarop de meivakantie tussen hen verdeeld moet worden, namelijk in de even jaren de eerste week bij de man en de tweede week bij de vrouw en gedurende de oneven jaren de eerste week bij de vrouw en de tweede week bij de man. 4.7 Partijen zijn verdeeld gebleven over de verdeling van de voorjaars- en herfstvakantie. Beide partijen hebben aangegeven voor deze vakanties geen vrij te kunnen nemen. De rechtbank acht het in het belang van [minderjarige] dat gedurende deze vakanties de reguliere zorgregeling doorloopt. De ouder waar [minderjarige] volgens de reguliere zorgregeling verblijft is verantwoordelijk voor de opvang van [minderjarige] . Daarnaast is er inmiddels sprake van een ondertoezichtstelling en is de GI betrokken. Wanneer de GI signaleert dat (een van de) ouders de zorg voor [minderjarige] negeert, dan kan de GI daar naar handelen. 4.8 Ook zijn partijen verdeeld gebleven over de verdeling van de zomervakantie. De vrouw wenst te komen tot een verdeling waarbij in de eerste week en de laatste week van de zomervakantie de reguliere regeling doorloopt en [minderjarige] in de even jaren in week 2 en 3 bij de vrouw verblijft en week 4 en 5 bij de man en in de oneven jaren week 2 en 3 bij de man en week 4 en 5 bij de vrouw. De man heeft verzocht de zomervakantie bij helfte te verdelen, waarbij [minderjarige] drie weken aaneengesloten bij beide partijen verblijft. De rechtbank acht het in het belang van [minderjarige] dat hij zo min mogelijk wisselingen hoeft mee te maken en beide partijen de mogelijkheid wordt geboden om met [minderjarige] op vakantie te gaan. De minimale wisselingen zijn echter wel afhankelijk van de mogelijkheden van de ouders om [minderjarige] zelf op te vangen, waarbij de zorg voor [minderjarige] zo min mogelijk wordt uitbesteed aan derden. Dit brengt met zich mee dat van beide ouders wordt verwacht dat zij zich inspannen om zoveel mogelijk zelf de zorg voor [minderjarige] te dragen in de zomervakantie in de weken dat hij bij een van hen verblijft. De rechtbank zal dan ook het verzoek van de man om de zomervakantie bij helfte te verdelen toewijzen. 4.9 Ten aanzien van de verdeling van de kerstvakantie kan de man instemmen met het voorstel van de vrouw. Hij vindt het echter belangrijk om aan de wisselmomenten concrete tijdstippen te verbinden, zodat hier geen discussie over kan ontstaan. De rechtbank zal bepalen dat de reguliere zorgregeling gedurende de vakanties doorloopt, met uitzondering van de feestdagen. Dit betekent dat er ten aanzien van de feestdagen een regeling wordt vastgesteld zoals laatstelijk door de vrouw is verzocht, inhoudende dat [minderjarige] in de even jaren op kerstavond en eerste kerstdag tot tweede kerstdag 10.00 uur bij de man verblijft. Op tweede kerstdag (vanaf 10.00 uur) en oudjaarsavond vanaf 18.00 uur tot en met nieuwjaarsdag 12.00 uur is [minderjarige] bij de vrouw. In de oneven jaren wordt deze regeling omgedraaid, inhoudende dat [minderjarige] op kerstavond en eerste kerstdag tot tweede kerstdag 10.00 uur bij de vrouw is. Op tweede kerstdag en oudjaarsavond vanaf 18.00 uur tot nieuwjaarsdag 12.00 uur is [minderjarige] bij de man. 4.10 De man heeft daarnaast nog verzocht om te bepalen dat partijen in ieder geval twee weken per jaar buiten de schoolvakanties zonder [minderjarige] weg kunnen. De andere ouder dient dan de zorg voor [minderjarige] in deze periode op zich te nemen. Deze vakanties vallen buiten de schoolvakanties van [minderjarige] , zodat de school en de begeleiding van [minderjarige] gewoon doorloopt. De vrouw maakt hier op zich geen bezwaar tegen voorn wat betreft één week per jaar, indien de man hierover tijdig overleg voert met haar. De man heeft reeds een vakantie gepland van 6 tot en met 13 juni 2026. Hij heeft dit niet eerder voorgelegd aan de vrouw en het is dan ook voor de rechtbank niet duidelijk of de vrouw de mogelijkheid heeft en bereid is om [minderjarige] in die week (extra) op te vangen. De rechtbank constateert dat partijen elkaar klem zetten. De gunfactor richting elkaar ontbreekt. De rechtbank vindt het belangrijk dat partijen elkaar een goed contact gunnen met [minderjarige] , maar ook dat zij elkaar de tijd gunnen om tot rust te komen door een vakantie zonder [minderjarige] , aangezien de zorg voor [minderjarige] veel van beide partijen vraagt. Uitgangspunt is dat partijen bij eventuele vakanties buiten de schoolvakantie zelf zorgdragen voor de opvang van [minderjarige] .
Volledig
Het is wel wenselijk dat zij eerst bij de andere ouder informeren of die mogelijkheden heeft om [minderjarige] op te vangen. Wanneer dit echter niet of slechts deels het geval is, is het aan de ouder waar [minderjarige] eigenlijk volgens de reguliere regeling verblijft om gedurende die periode opvang te organiseren. Dit maakt dat de rechtbank bepaalt dat het partijen buiten de schoolvakanties om is toegestaan op vakanties te gaan. Het is dan wel de verantwoordelijkheid van de ouder die met vakantie wil gaan om de opvang voor [minderjarige] te realiseren. Op dit moment staan partijen lijnrecht tegenover elkaar en ontbreekt de bereidheid om voor elkaar [minderjarige] op te vangen. Het is dan ook de verantwoordelijkheid van partijen om voorafgaand aan een voorgenomen vakantie zo vroeg mogelijk contact met elkaar te hebben om te bekijken of de andere ouder mogelijkheden heeft om [minderjarige] op te vangen. Dit geldt niet alleen voor de man, maar ook voor de vrouw. Wanneer de vrouw buiten de schoolvakanties om met [minderjarige] op vakantie wenst te gaan, dient zij dit ook tijdig met de man te bespreken, te informeren wat hij ten aanzien van de opvang van [minderjarige] kan betekenen, en indien nodig opvang te regelen voor [minderjarige] . De man heeft al aangeboden dat hij in de voorjaarsvakantie en herfstvakantie [minderjarige] op kan vangen. Wanneer de vrouw buiten deze vakanties zonder [minderjarige] op vakantie wenst te gaan dient dat ook bespreekbaar te zijn, met in acht name van het bovenstaande. 4.11 Omdat partijen ex-echtgenoten van elkaar zijn, zullen de proceskosten worden gecompenseerd. Dat betekent dat iedere partij zijn eigen kosten moet dragen. 5 De beslissing De rechtbank bepaalt dat de man en de vrouw tijdens de vakanties in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken recht hebben op contact met de minderjarige [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2010: - zomervakantie : [minderjarige] verblijft in de even jaren de eerste drie aaneengesloten weken bij de vrouw en daarna drie aaneengesloten weken bij de man. [minderjarige] verblijf in de oneven jaren de eerste drie aaneengesloten weken bij de man en daarna drie aaneengesloten weken bij de vrouw; - herfst- en voorjaarsvakantie : In de herfst- en voorjaarsvakantie loopt de reguliere zorgregeling door; - kerstvakantie: De reguliere zorgregeling loopt gedurende de kerstvakantie door, met uitzondering van de feestdagen: [minderjarige] verblijft in de even jaren op kerstavond en eerste kerstdag tot tweede kerstdag 10.00 uur bij de man. Op tweede kerstdag (vanaf 10.00 uur) en oudjaarsavond vanaf 18.00 uur tot en met nieuwjaarsdag 12.00 uur is [minderjarige] bij de vrouw. In de oneven verblijft [minderjarige] op kerstavond en eerste kerstdag tot tweede kerstdag 10.00 uur bij de vrouw is. Op tweede kerstdag en oudjaarsavond vanaf 18.00 uur tot nieuwjaarsdag 12.00 uur is [minderjarige] bij de man. - meivakantie : In de even jaren verblijft [minderjarige] de eerste week bij de man en de tweede week bij de vrouw. In de oneven jaren verblijft [minderjarige] de eerste week bij de vrouw en de tweede week bij de man; bepaalt voorts dat partijen hun overige wensen met betrekking tot vakanties zonder [minderjarige] met elkaar zullen bespreken en afwikkelen, conform hetgeen is overwogen onder 4.10 hierboven; verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad; compenseert de kosten van het geding aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt; wijst het meer of anders verzochte af. Deze beschikking is gegeven door mr. Van Leuven en in het openbaar uitgesproken op 13 februari 2026 in aanwezigheid van Van Diepen, griffier. Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld: door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.