Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-02-13
ECLI:NL:RBZWB:2026:1843
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
1,745 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBZWB:2026:1843 text/xml public 2026-03-19T13:48:27 2026-03-16 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-02-13 C/02/432123 / FA RK 25-871 Uitspraak Rekestprocedure NL Middelburg Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:1843 text/html public 2026-03-19T13:32:24 2026-03-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:1843 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 13-02-2026 / C/02/432123 / FA RK 25-871 Wijziging kal ovst RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team Familie- en Jeugdrecht Middelburg Zaaknummer: C/02/432123 / FA RK 25-871 datum uitspraak: 13 februari 2026 beschikking betreffende levensonderhoud in de zaak van [de man] , wonende te [woonplaats] , hierna te noemen de man, advocaat mr. M.T.E. Kranenburg te Roosendaal, en [de vrouw] , wonende te [woonplaats] , hierna te noemen de vrouw, advocaat mr. C.A.E. van der Poel te Hoogerheide. 1. Het procesverloop 1.1. Dit blijkt uit de volgende stukken: - het op 20 februari 2025 ontvangen verzoekschrift tot wijziging kinderalimentatie met bijlagen; - het op 21 april 2025 ontvangen verweerschrift, met bijlagen; - het F-formulier van mr. Van der Poel van 23 april 2025, met bijlage; - de brief van mr. Kranenburg van 11 augustus 2025, met bijlagen; - de brief van mr. Kranenburg van 9 september 2025, tevens houdende een aanvullend voorwaardelijk uiterst subsidiair verzoek, met bijlagen; - de brief van mr. Van der Poel van 11 september 2025, met bijlagen; - de brief van mr. Kranenburg van 21 oktober 2025, met bijlagen; - de tijdens de zitting van 7 november 2025 door mr. Kranenburg overgelegde pleitaantekeningen; - de brief van mr. Kranenburg van 27 januari 2026, met daarbij gevoegd een door partijen opgestelde en ondertekende vaststellingsovereenkomst; - het F-formulier van mr. Van der Poel van 27 januari 2026. 1.2. De zaak is behandeld op de mondelinge behandeling van 7 november 2025. Bij die gelegenheid zijn verschenen partijen, bijgestaan door hun advocaat. 1.3. Na te noemen minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn gelet op hun leeftijd in staat gesteld hun mening kenbaar te maken . Zij hebben van die mogelijkheid gebruik gemaakt op 11 september 2025 tijdens een zogenoemd kindgesprek. 2 De feiten 2.1. Partijen zijn op [datum 1] 2004 te [woonplaats] met elkaar gehuwd. Bij beschikking van deze rechtbank van [datum 2] 2015 is in het huwelijk van partijen de echtscheiding uitgesproken. De echtscheidingsbeschikking is op [datum 3] 2015 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente Bergen op Zoom. 2.2. Partijen hebben de navolgende nu nog minderjarige kinderen: - [minderjarige 2] , geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag] 2009. - [minderjarige 1] , geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedag] 2009; 2.3. [minderjarige 2] en [minderjarige 1] hebben hun hoofdverblijf bij de vrouw. 2.4. In artikel 7.3.2 van het door partijen op 2 februari 2025 ondertekende en van voornoemde echtscheidingsbeschikking deel uitmakend ouderschapsplan zijn partijen, voor zover hier van belang, overeengekomen dat de man met ingang van 1 januari 2015 aan de vrouw een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] betaalt van € 163,= per kind per maand. Deze bijdrage bedraagt nu ten gevolge van wettelijke indexering € 229,69 per kind per maand. 2.5. In artikel 7.3.4 van genoemd ouderschapsplan zijn partijen de volgende regeling overeengekomen ten aanzien van ‘extra hoge kosten’: “Hoge kosten voor de kinderen zullen gemaakt worden in onderling overleg en de ouders zullen daaraan bij helfte bijdragen. Dit betreft onder andere doch niet uitsluitend: de kosten voor bril/lenzen en tandarts of orthodontie voor zover deze niet gedekt worden door de zorgverzekering; kosten voor schoolreizen die het bedrag van € 30,= overstijgen; aanschaf grotere dingen zoals nieuwe fietsen (voor middelbare school), laptops of I-pads voor studie; ouderbijdrage/studiebijdrage ten behoeve van school; contributies voor sporten, verenigingen die gezamenlijk een maandelijks bedrag van € 40,= per kind overstijgen; sportuitrusting en toebehoren voor de sporten die de kinderen beoefenen; eventuele muziekinstrumenten; kosten voor rijlessen en rijexamens. 2.6. In artikel 7.4 van voornoemd ouderschapsplan hebben partijen afspraken gemaakt over de ‘alimentatie jongmeerderjarige’ en in artikel 7.5 over de ‘studiekosten na 21 jaar’. 3 Het geschil en de beoordeling 3.1. Ingevolge artikel 1:401 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan een rechterlijke uitspraak of een overeenkomst betreffende levensonderhoud bij latere rechterlijke uitspraak worden gewijzigd of ingetrokken, wanneer zij nadien door wijziging van omstandigheden ophoudt aan de wettelijke maatstaven te voldoen. 3.2. Uit voornoemde brief van mr. Kranenburg van 27 januari 2026, met daarbij gevoegd de door partijen opgestelde en ondertekende vaststellingsovereenkomst volgt dat partijen (alsnog) overeenstemming hebben bereikt. De man verzoekt onder wijziging van zijn initiële verzoek om de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg afgegeven op [datum 2] 2015 onder zaaknummer C/02/284076 / FA RK 14-4453 te wijzigen voor zover daarin het bepaalde in het ouderschapsplan onder de artikelen 7.3.2 en 7.3.4 wordt bekrachtigd en in plaats daarvan en in aanvulling op het bepaalde in artikelen 7.4 en 7.5 te bepalen hetgeen partijen in de bijgaande vaststellingsovereenkomst zijn overeengekomen door deze vaststellingsovereenkomst te bekrachtigen in de ten deze af te geven beschikking. Namens de vrouw is bij voormeld F-formulier van mr. Van der Poel van 27 januari 2026 het vorenstaande bevestigd. 3.3. Gelet op de overeenstemming tussen partijen, zal de rechtbank dienovereenkomstig en op onderstaande wijze beslissen. 4 De beslissing De rechtbank: wijzigt de beschikking van deze rechtbank van [datum 2] 2015 voor zover daarin het bepaalde in het ouderschapsplan onder de artikelen 7.3.2 en 7.3.4 wordt bekrachtigd; bepaalt in plaats van voornoemde artikelen 7.3.2 en 7.3.4 en in aanvulling op het bepaalde in de artikelen 7.4 en 7.5 van het ouderschapsplan dat de onderlinge regelingen uit de aangehechte vaststellingsovereenkomst deel uitmaken van deze beschikking. Deze beschikking is gegeven door mr. Hendriks, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 13 februari 2026, in tegenwoordigheid van De Pooter, griffier. Mededeling van de griffier : Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld: door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.