Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-02-13
ECLI:NL:RBZWB:2026:1833
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
1,930 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBZWB:2026:1833 text/xml public 2026-03-19T15:54:56 2026-03-16 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-02-13 C/02/444623 / FA RK 26-558 Uitspraak Rekestprocedure NL Middelburg Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:1833 text/html public 2026-03-19T14:08:12 2026-03-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:1833 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 13-02-2026 / C/02/444623 / FA RK 26-558 1e ZM, duur van de opname beperkt tot maximaal drie maanden RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Middelburg Zaaknummer: C/02/444623 / FA RK 26-558 Datum uitspraak: 13 februari 2026 Beschikking zorgmachtiging op het verzoek van de officier van justitie voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1966 in [geboorteplaats] , hierna te noemen betrokkene, wonend in [woonplaats] , advocaat mr. R.T.K. Davidse uit Middelburg. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 2 februari 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 13 februari 2026. Daarbij waren aanwezig: - betrokkene, bijgestaan door haar advocaat, mr. Davidse; - mevrouw [persoon], verpleegkundige. 2 Het verzoek 2.1. De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden. 3 De standpunten 3.1. Betrokkene geeft tijdens de zitting aan dat het niet goed met haar gaat en dat zij somber is. Zij geeft aan dat eten en drinken moeilijk gaat en dat zij periodes heeft gehad waarin zij haar medicatie niet innam. Tegelijkertijd wil betrokkene niet opgenomen worden omdat zij daar heel bang voor is en slechte ervaringen mee heeft. Met name is betrokkene bang haar zelfstandigheid en waardigheid te verliezen onder andere door haar lichamelijke beperkingen en de zorg rondom toiletgang. Betrokkene geeft aan dat zij het liefst thuis wil blijven wonen en op termijn naar een verzorgingshuis wil verhuizen. Daar verwacht zij zich veiliger en beter ondersteund te voelen. Betrokkene wil vooral verder worden geholpen vanuit een vrijwillig kader. 3.2. De advocaat van betrokkene verzoekt tijdens de zitting namens betrokkene primair om afwijzing van het verzoek. Subsidiair verzoekt de advocaat een eventuele opname te beperken tot maximaal drie maanden. De advocaat geeft aan dat bij betrokkene sprake is van een langdurige bipolaire stoornis en dat betrokkene zich bewust is van het feit dat het thuis niet goed gaat. Zij ziet zelf ook in dat eten, drinken en functioneren steeds lastiger worden en dat een verzorgingshuis mogelijk beter bij haar situatie past. De advocaat benadrukt echter de grote angst van betrokkene voor een opname en haar negatieve ervaringen daarmee. Het standpunt is dat zorg bij voorkeur vrijwillig moet worden ingezet en dat een verplicht kader zo veel mogelijk moet worden voorkomen. 3.3. De verpleegkundige merkt tijdens de zitting op dat bij betrokkene sprake is van een kwetsbaar en wisselend beeld. In periodes van ontregeling stopt betrokkene met het innemen van medicatie en met eten en drinken, sluit zij zich af en is zij moeilijk bereikbaar voor hulpverlening. Eerdere ervaringen laten zien dat vrijwillige zorg onvoldoende betrouwbaar is om ernstige achteruitgang te voorkomen. De verpleegkundige vindt een zorgmachtiging noodzakelijk als vangnet zodat tijdig kan worden ingegrepen wanneer de situatie thuis opnieuw gevaarlijk wordt. De inzet van de maatregel is nadrukkelijk niet gericht op directe opname maar bedoeld om betrokkene tijdelijk te kunnen stabiliseren en te beschermen in afwachting van een passende woonplek, zoals een verzorgingshuis. 4 De beoordeling 4.1. De rechtbank zal de gevraagde machtiging verlenen voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt. 4.2. De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Bij betrokkene is namelijk sprake van een bipolaire stemmingsstoornis met psychotische overschrijdingen en LVB-problematiek. In de afgelopen periode is betrokkene voornamelijk zeer depressief. 4.3. Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit: - levensgevaar; - ernstig lichamelijk letsel; - ernstige psychische schade; - maatschappelijke teloorgang. 4.4. De rechtbank neemt hierbij in overweging dat betrokkene zorg mijdt en onvoldoende zicht heeft op haar eigen beperkingen. Hierdoor bestaat het reële risico dat zij zichzelf ernstig lichamelijk schaadt met name doordat zij niet of nauwelijks eet en drinkt. In het verleden is zij hierom meerdere keren opgenomen geweest, ook omdat zij ook haar medicatie niet innam. Zonder behandeling zal haar depressieve klachtenbeeld verder verergeren met het risico op suïcidaal gedrag en verdere psychische schade. Daarnaast dreigt maatschappelijke teloorgang en verwaarlozing van zichzelf wanneer passende voor betrokkene behandeling uitblijft. 4.5. Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig. 4.6. Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Betrokkene houdt zorg en behandeling af en heeft in het recente verleden herhaaldelijk haar medicatie gestaakt, waarna zij ontregelde. Betrokkene is onvoldoende in staat om een passende afweging te maken over de voor haar noodzakelijke zorg en behandeling. Daarnaast is het de rechtbank gebleken dat zij afspraken met de zorg structureel afzegt en aangeeft geen bemoeienis van anderen te willen. Betrokkene wil met rust gelaten worden waardoor de samenwerking met de hulpverlening moeizaam verloopt. Gezien dit terugkerende gedragspatroon is vrijwillige medewerking te wisselend en onvoldoende betrouwbaar om goede en continue zorg te kunnen bieden. Daarom is verplichte zorg nodig. 4.7. De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn: - het toedienen van vocht en voeding; - het toedienen van medicatie; - het verrichten van medische controles; - het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening; - het beperken van de bewegingsvrijheid; - aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen; - opnemen in een accommodatie – voor maximaal drie maanden . 4.8. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving. 5 De beslissing De rechtbank: 5.1. verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1966 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 4.7. staan kunnen worden toegepast; 5.2. bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 13 augustus 2026 . Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 13 februari 2026 door mr. Verschoor-Bergsma, rechter, in aanwezigheid van Van Dijke, griffier en op schrift gesteld op 27 februari 2026. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.