Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-02-13
ECLI:NL:RBZWB:2026:1815
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
1,712 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBZWB:2026:1815 text/xml public 2026-03-19T15:37:27 2026-03-16 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-02-13 C/02/444933 / FA RK 26-728 Uitspraak Rekestprocedure NL Middelburg Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:1815 text/html public 2026-03-19T11:19:58 2026-03-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:1815 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 13-02-2026 / C/02/444933 / FA RK 26-728 VCM, afwijzen RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Middelburg Zaaknummer: C/02/444933 / FA RK 26-728 Datum uitspraak: 13 februari 2026 Beschikking voortzetting crisismaatregel op het verzoek van de officier van justitie voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1944 in [geboorteplaats] , hierna te noemen betrokkene, wonend in [plaats 1] , thans verblijvende in [psychiatrisch ziekenhuis] te [plaats 2] , advocaat mr. C.E.J.E. Kouijzer uit Middelburg. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 11 februari 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 13 februari 2026. Daarbij waren aanwezig: - betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat, mr. Kouijzer; mevrouw [persoon 1] , psychiater, behandelaar; mevrouw [persoon 2] , de echtgenote van betrokkene; de heer [persoon 3] , co-assistent. 2 Wat vaststaat 2.1. Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in [psychiatrisch ziekenhuis] te [plaats 3] . De burgemeester van Goes heeft de crisismaatregel op 10 februari 2026 afgegeven. 3 Het verzoek 3.1. De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken. 4 De standpunten 4.1. Betrokkene geeft tijdens de zitting aan dat hij zich uitgeput voelt door wat er de afgelopen dagen is gebeurd en dat hij slecht heeft geslapen. Hij erkent dat het voor zijn opname niet goed met hem ging hoewel hij zelf het gevoel had dat hij zijn dagen op een vaste maar beperkte manier doorkwam. Inmiddels ervaart betrokkene duidelijke rust en helderheid sinds de start van de medicatie. Betrokkene staat open voor verdere behandeling en geeft aan bereid te zijn nog enkele weken in de instelling te willen blijven als hij goede hulp ontvangt. 4.2. De advocaat verzoekt tijdens de zitting namens betrokkene om afwijzing van het verzoek. De advocaat sluit zich aan bij het standpunt van de behandelaar en benadrukt dat het positief is dat betrokkene de verdere behandeling vanuit een vrijwillig kader wil voortzetten. Gelet op de duidelijke verbetering ten opzichte van de eerdere situatie en de door betrokkene uitgesproken behandelbereidheid vindt de advocaat een voortzetting van de crisismaatregel dan ook niet langer noodzakelijk. 4.3. De behandelaar geeft tijdens de zitting aan dat een voortzetting van de opname en behandeling van betrokkene noodzakelijk is. De behandelaar heeft echter voldoende vertrouwen dat deze behandeling verder binnen een vrijwillig kader kan plaatsvinden. De behandelaar stelt dat bij betrokkene sprake is van een psychiatrisch beeld passend bij katatone symptomen binnen een ernstige depressie. Dit uitte zich onder meer in verstijving van het lichaam van betrokkene, minimale communicatie en verminderde inname van eten en drinken. De behandelaar benadrukt dat het effect van de toegediende medicatie snel en duidelijk zichtbaar was. Betrokkene werd na een uur al rustiger, helderder en beter aanspreekbaar en heeft hij sindsdien ook weer gegeten en gedronken. Door de inzet van deze specifieke medicatie wordt volgens de behandelaar bevestigd welke psychiatrische problematiek er bij betrokkene speelt. Hiermee wordt ook de noodzaak van medicatie bevestigd. 4.4. De echtgenote van betrokkene merkt tijdens de zitting op dat zij volledig achter een voortzetting van de opname en behandeling in de instelling staat. De echtgenote vindt het fijn dat de verdere behandeling nu in een vrijwillig kader kan plaatsvinden. De echtgenote heeft zich grote zorgen over de toestand van betrokkene gemaakt in de periode voorafgaand aan de opname. Zij beschrijft dat hij de afgelopen maanden steeds stiller werd, in zijn eigen wereld leefde en duidelijk angstig was. Volgens haar was de situatie thuis niet langer houdbaar en zou bij terugkeer de angst direct weer toenemen bij haar echtgenoot. 5 De beoordeling 5.1. De rechtbank zal de gevraagde machtiging afwijzen. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt. 5.2. Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel en ernstige psychische schade. De rechtbank overweegt hierbij dat betrokkene in de thuissituatie dagenlang in bed lag en zijn zelfzorg verwaarloosde waarbij hij alleen onder aandrang van zijn 80-jarige echtgenote at en dronk. Sinds de herfst van 2025 is betrokkene depressief waarbij de klachten in de afgelopen periode duidelijk zijn toegenomen. Betrokkene is erg somber en heeft hardnekkige overtuigingen dat hij zal overlijden, dat hij schuldig is en dat hij daarvoor moet boeten. De zorg en voortdurende druk die dit met zich meebrengt zorgen ervoor dat de echtgenote van betrokkene steeds verder uitgeput raakt. 5.3. Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk een bipolaire-stemmingsstoornis. 5.4. Naar aanleiding van hetgeen door en namens betrokkene en de behandelaar tijdens de zitting naar voren is gebracht, constateert de rechtbank echter dat betrokkene op vrijwillige basis de noodzakelijk gevonden zorg zal accepteren en zich niet zal verzetten tegen de noodzakelijk geachte behandeling. Zo neemt hij de voorgeschreven medicatie in en is hij onder meer bereid om op vrijwillige basis de klinische opname bij [psychiatrisch ziekenhuis] te laten voortduren voor zolang de behandelaar dit noodzakelijk acht. De rechtbank is daarom van oordeel dat er thans sprake is van voldoende vrijwilligheid ten aanzien van de noodzakelijk geachte zorg. Vanwege die vrijwilligheid van betrokkene wordt niet voldaan aan een van de wettelijke criteria voor het voorliggende verzoek tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel. De rechtbank zal het verzoek dan ook afwijzen. 6 De beslissing De rechtbank: wijst het verzoek af. Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 13 februari 2026 door mr. Verschoor-Bergsma, rechter, in aanwezigheid van Van Dijke, griffier en op schrift gesteld op 27 februari 2026. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.