Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-02-12
ECLI:NL:RBZWB:2026:1805
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
1,300 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBZWB:2026:1805 text/xml public 2026-03-19T15:14:00 2026-03-15 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-02-12 C/02/444231 / JE RK 26-116 Uitspraak Rekestprocedure NL Breda Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:1805 text/html public 2026-03-19T10:36:49 2026-03-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:1805 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 12-02-2026 / C/02/444231 / JE RK 26-116 Afwijzen verzoek GI restant gesloten plaatsing wegens ontbreken belang nu ander verzoek wordt toegewezen RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer : C/02/444231 / JE RK 26-116 (regulier) Datum uitspraak: 12 februari 2026 Nadere beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp in de zaak van de gecertificeerde instelling STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT , locatie Etten-Leur, hierna te noemen: de GI, over de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2009 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] , advocaat: [gemachtigde]. De kinderrechter merkt in deze zaak als belanghebbenden aan: [minderjarige] , voornoemd, [de moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat mr. F. Pool te Rotterdam. De kinderrechter merkt als informant aan: [de vader] , hierna te noemen de vader, wonende in [woonplaats] . Op grond van artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) heeft de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zuidwest Nederland, locatie Breda, hierna te noemen: de Raad, de rechtbank over het verzoek geadviseerd. 1 Het verdere procesverloop 1.1. Het verdere procesverloop bestaat uit de volgende stukken: De in deze zaak gegeven beschikking van 2 februari 2026 en alle daarin genoemde stukken; de verklaring van de gedragswetenschapper van 9 februari 2026. 1.2. Op 12 februari 2026 heeft de kinderrechter de zaak behandeld tijdens de zitting met gesloten deuren. Daarbij waren aanwezig en zijn gehoord: [minderjarige] en haar advocaat, die eerst apart met de kinderrechter hebben gesproken; de moeder en haar advocaat; twee vertegenwoordigers van de GI; een vertegenwoordigster van de Raad. De vader was niet aanwezig, maar was wel op de juiste wijze op de hoogte gebracht van de zitting. 1.3. Het verzoek is gelijktijdig behandeld met het verzoek van de GI in de zaak met kenmerk C/02/444951 RK 26-248 en het verzoek van de moeder met kenmerk C/02/444735 JE RK 26-215. Op deze zaken is eveneens op 2 februari 2026 beslist en zal een afzonderlijke beschikking voor worden afgegeven. 2 De feiten 2.1. Bij beschikking van 2 februari 2026 met nummer C02/44440 FA RK 26-450 heeft de kinderrechter het gezag van de moeder geschorst tot 2 mei 2026 en is [minderjarige] onder voorlopige voogdij gesteld van de Stichting Jeugdbescherming Brabant. 2.2. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 2 februari 2026 een spoedmachtiging verleend [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp tot 18 februari 2026 en het reguliere verzoek aangehouden tot de mondelinge behandeling van 12 februari 2026. 2.3. [minderjarige] verblijft sinds 6 februari 2026 bij [accommodatie] in [plaats] op grond van voornoemde spoedmachtiging. 3 Het verzoek 3.1. De GI heeft verzocht een machtiging te verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van drie maanden. Dit verzoek is bij beschikking van 2 februari 2026 aangehouden tot de behandeling van heden. 4 De standpunten 4.1. Voor de (nadere) standpunten van betrokkenen verwijst de kinderrechter kortheidshalve naar de beschikking van heden in de zaak met kenmerk C/02/444951 / JE RK 26-248, betreffende het nieuwe verzoek om een reguliere machtiging gesloten jeugdhulp van de GI. De standpunten zoals in die beschikking beschreven worden als hier herhaald en ingelast beschouwd. 5 De beoordeling 5.1. De kinderrechter overweegt het volgende. Bij beschikking van heden heeft de kinderrechter het nieuwe verzoek van de GI met nummer kenmerk C/02/444951 / JE RK 26-248, toegewezen. Dit betreft eveneens een verzoek tot machtiging gesloten jeugdhulp maar van de GI in hoedanigheid van voogd over [minderjarige] . Er is om die reden ook geen belang meer bij het onderhavige verzoek. Dit betekent dat het verzoek wordt afgewezen. 6 De beslissing De kinderrechter: 6.1. wijst het verzoek af. Deze beschikking is gegeven door mr. Van Leuven, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 12 februari 2026, in aanwezigheid van mr. Joosen als griffier. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 24 februari 2026. Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen: degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.