Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-02-11
ECLI:NL:RBZWB:2026:1782
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
1,449 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBZWB:2026:1782 text/xml public 2026-03-19T13:46:26 2026-03-14 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-02-11 C/02/444278/ KG ZA 26-28 Uitspraak Rekestprocedure NL Breda Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:1782 text/html public 2026-03-19T08:57:06 2026-03-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:1782 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 11-02-2026 / C/02/444278/ KG ZA 26-28 Overeenstemming voor de zitting - schriftelijke afdoening vonnis RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team Familie- en Jeugdrecht Breda zaaknummer: C/02/444278/ KG ZA 26-28 Vonnis in kort geding van 11 februari 2026 in de zaak van [de vrouw] , wonende in [woonplaats 1] (België), eiseres, advocaat: mr. M.A.P. Kolsteren-van Heijst te Hulten, tegen [de man] , wonende in [woonplaats 2] , gedaagde , advocaat: mr. W.C.G.M. van Hoof te Tilburg. Partijen zullen hierna de vrouw en de man genoemd worden. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding met productie; - het stelbericht van mr. Van Hoof van 27 januari 2026; - de brief van mr. Kolsteren- Van Heijst van 28 januari 2026; - de brief van mr. Van Hoof van 29 januari 2026. 2 De feiten 2.1. Partijen hebben met elkaar een affectieve relatie gehad. Uit deze relatie is geboren de nu nog [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2025 in [geboorteplaats] . 2.2. De man heeft [minderjarige] erkend. Partijen zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] . 2.3. [minderjarige] verblijft bij de man. 3 De vorderingen 3.1. De vrouw vordert bij vonnis in kort geding, uitvoerbaar bij voorraad: Primair - te bepalen dat de [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2025, wordt toevertrouwd aan de vrouw alsmede gedaagde beveelt, om binnen 24 uur na betekening van het in deze te wijzen vonnis de [minderjarige] af te geven aan de vrouw, zulks op straffe van een dwangsom ter hoogte van € 500,-- per dag met een maximum van € 10.000,--, dat de man met naleving van dit vonnis in gebreke blijft; - gedaagde beveelt mee te werken aan de omgangsregeling waarbij [minderjarige] telkens twee nachten en twee dagen bij ieder van haar ouders zal verblijven, waarbij de overdracht telkens zal plaatsvinden om 18.30 uur, dan wel gedaagde beveelt mee te werken aan een omgangsregeling zoals de rechtbank in goede justitie zal vermenen te behoren, zulks op straffe van een dwangsom ter hoogte van € 500,-- per dag met een maximum van € 10.000,--, dat de man met naleving van dit vonnis in gebreke blijft; - met veroordeling van gedaagde in de kosten van deze procedure. 4 De beoordeling 4.1. Bij brief van 28 januari 2026 heeft de advocaat van de vrouw bericht dat partijen met elkaar overeenstemming hebben bereikt. Het volgende is overeengekomen: - de vrouw trekt haar verzoek tot toevertrouwing van de [minderjarige] in; - als voorlopige verdeling van de zorg- en opvoedingstaken zal gelden dat de [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2025 telkens twee nachten en twee dagen bij ieder van haar ouders zal verblijven, waarbij de overdracht telkens zal plaatsvinden om 18:30 uur, de verzorgende ouder zal [minderjarige] naar de andere ouder brengen. Betreffende regeling is voor het eerst uitgevoerd per dinsdag 27 januari 2026, waarbij de man [minderjarige] naar de vrouw heeft gebracht. - ieder van partijen draagt zijn/haar proceskosten. Namens de vrouw is verzocht om de zaak schriftelijk af te doen en om bovengenoemde afspraken vast te leggen in een vonnis. 4.2. Bij brief van 29 januari 2026 is namens de man deze overeenstemming bevestigd. De man stemt in met het verzoek van de vrouw om de bereikte overeenstemming tussen partijen in een vonnis op te nemen en om de zaak schriftelijk af te doen. 4.3. Gelet op het voorgaande overweegt de voorzieningenrechter als volgt. 4.4. Uit het voorgaande volgt dat partijen met elkaar overeenstemming hebben bereikt over de manier waarop deze zaak dient te worden afgedaan en dat zij geen behoefte hebben aan een zitting. Gelet hierop alsmede gelet op de overgelegde stukken acht de voorzieningenrechter een zitting niet nodig. Dit betekent dat deze zaak schriftelijk kan en zal worden afgedaan. De al geplande zitting op 2 februari 2026 bij de voorzieningenrechter van deze rechtbank heeft daarom geen doorgang gevonden. 4.5. Nu partijen met elkaar overeenstemming hebben bereikt, de afspraken niet in strijd zijn met de belangen van de minderjarige en de afspraken niet strijdig zijn met de wet, zal de voorzieningenrechter partijen veroordelen tot de nakoming van voornoemde afspraken en de vorderingen voor het overige afwijzen. Uitvoerbaarheid bij voorraad 4.6. De voorzieningenrechter zal de beslissing, gelet op de aard daarvan uitvoerbaar bij voorraad verklaren. Dat betekent dat de beslissing alvast moet worden gevolgd, ook als er hoger beroep wordt ingesteld tegen deze beslissing. Proceskosten 4.7. Gelet op de relatie die tussen partijen heeft bestaan en de tussen partijen bereikte overeenstemming zullen de proceskosten worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. 5 De beslissing De voorzieningenrechter 5.1. bepaalt dat de onderling getroffen regelingen, zoals vermeld in rechtsoverweging 4.1 als in het vonnis opgenomen moeten worden beschouwd en beveelt partijen om deze verplichtingen na te komen; 5.2. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad; 5.3. compenseert de kosten van partijen in deze procedure tussen hen in die zin dat ieder partij de eigen kosten draagt; 5.4. wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd. Dit vonnis is gewezen door mr. Bogaert, voorzieningenrechter, en in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2026 in tegenwoordigheid van Van Beijsterveldt, griffier.