Rechtspraak Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-02-11
ECLI:NL:RBZWB:2026:1761
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Middelburg Zaaknummer: 11219004 \ CV EXPL 24-2506 Vonnis van 11 februari 2026 in de zaak van STICHTING BEVELAND WONEN , te Goes, eisende partij, hierna te noemen: Beveland Wonen, gemachtigde: AGIN Timmermans Gerechtsdeurwaarders, tegen [bewindvoerder] B.V., in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de (toekomstige) goederen van [huurder] , gedaagde partij, hierna te noemen: de bewindvoerder en [huurder] , gemachtigde: mr. D.J.A. Burlet. 1 De procedure 1.1. Na dagvaarding van [huurder] zijn de (toekomstige) goederen van [huurder] onder bewind gesteld, waarbij de bewindvoerder is benoemd tot zijn bewindvoerder. De bewindvoerder is de formele procespartij en als zodanig in de kop van dit vonnis opgenomen. 1.2. De kantonrechter verwijst naar het tussenvonnis van 13 november 2024, waarin een mondelinge behandeling is bepaald op 23 januari 2025. 1.3. Ten behoeve van die mondelinge behandeling heeft Beveland Wonen bij e-mail van 14 januari 2025 een specificatie van de vordering in het geding gebracht. 1.4. Op eenstemmig verzoek van partijen is de mondelinge behandeling niet doorgegaan en de procedure aangehouden. Daarna is schriftelijk verder geprocedeerd en zijn de volgende processtukken genomen: - de akte wijziging van eis van Beveland Wonen met productie; - de antwoordakte n.a.v. wijziging van eis van de bewindvoerder met productie;- de akte van Beveland Wonen;- de akte van de bewindvoerder met productie. 1.5. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. [huurder] huurde van Beveland Wonen de woning aan de [adres] in [plaats] (hierna: het gehuurde). Vanaf 1 maart 2024 heeft [huurder] de huur niet volledig betaald en is een betalingsachterstand ontstaan. In de dagvaarding vorderde Beveland Wonen onder meer ontbinding van de huurovereenkomst. 2.2. Kort voor de mondelinge behandeling van deze zaak zijn partijen voor de huurachterstand een betalingsregeling met elkaar overeengekomen van € 200,00 per maand. Daarna is de procedure enige tijd aangehouden in afwachting van de nakoming van die regeling. 2.3. Inmiddels heeft de bewindvoerder de huurachterstand volledig voldaan. Daarnaast heeft de bewindvoerder in het kader van de overeengekomen regeling een bedrag van € 712,72 aan proceskosten aan Beveland Wonen betaald. Verder heeft de bewindvoerder de huurovereenkomst met Beveland Wonen opgezegd. Het gehuurde is sindsdien ook ontruimd. 2.4. Beveland Wonen heeft bij de oplevering van het gehuurde voor € 6.171,31 aan schade geconstateerd. Partijen zijn overeengekomen dat deze vordering wordt voldaan door voortzetting van de voornoemde betalingsregeling van € 200,00 per maand. 3 Het geschil 3.1. Beveland Wonen vordert nu – samengevat en na wijziging van eis – dat de bewindvoerder wordt veroordeeld tot betaling van € 6.171,31 aan schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 1 oktober 2025, met veroordeling van de bewindvoerder in de (resterende) proceskosten. 3.2. Zij stelt dat [huurder] het gehuurde niet in de oorspronkelijke staat heeft opgeleverd. Hierdoor heeft zij schade geleden, die door de bewindvoerder vergoed dient te worden. Hoewel de bewindvoerder de overeengekomen betalingsregeling tot op heden is nagekomen, wil Beveland Wonen graag een executoriale titel voor haar vordering voor het geval het bewind wordt beëindigd en de maandelijkse aflossingen worden stopgezet. 3.3. De bewindvoerder voert het volgende verweer tegen de vordering. Nu de betalingsregeling tot op heden wordt nagekomen, heeft Beveland Wonen geen belang bij haar vordering. Doordat Beveland Wonen daarnaast ook nog veroordeling van de bewindvoerder in de resterende proceskosten vordert, loopt de schuld van [huurder] aan Beveland Wonen alleen maar verder op. De bewindvoerder verzoekt de kantonrechter daarom om de vordering van Beveland Wonen af te wijzen. Voor zover de vordering toch wordt toegewezen, wijst de bewindvoerder erop dat het per 29 oktober 2025 te