Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-02-10
ECLI:NL:RBZWB:2026:1731
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
4,020 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:1731 text/xml public 2026-03-19T11:50:28 2026-03-13 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-02-10 C/02/444779/ JE RK 26-218 Uitspraak Rekestprocedure NL Middelburg Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:1731 text/html public 2026-03-19T08:33:49 2026-03-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:1731 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 10-02-2026 / C/02/444779/ JE RK 26-218 Machtiging gesloten jeugdhulp voor 4 weken en aansluitend een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp voor 3 maanden. RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Middelburg Zaaknummers: C/02/444779/ JE RK 26-218 ( machtiging gesloten jeugdhulp) C/02/ 444797/ JE RK 26-220 ( voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp) Datum uitspraak: 10 februari 2026 Beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp en een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp in de zaak van HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE VLISSINGEN , zetelende te Vlissingen, hierna te noemen: het College. over [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2009 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] , advocaat: mr. J.C. van den Doel uit Zierikzee. De kinderrechter merkt als belanghebbende aan: [de moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] . 1 Het verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: Inzake C/02/444779/ JE RK 26-218 het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen 5 februari 2026; de verklaring van de gekwalificeerde gedragswetenschapper, ontvangen op 9 februari 2026; Inzake C/02/ 444797/ JE RK 26-220 het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen 5 februari 2026; de verklaring van de gekwalificeerde gedragswetenschapper, ontvangen op 9 februari 2026. Inzake C/02/444779/ JE RK 26-218 en C/02/ 444797/ JE RK 26-220 1.2. Aan [minderjarige] is als advocaat toegevoegd mr. J.C. van den Doel te Zierikzee. 1.3. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 10 februari 2026. Daarbij waren aanwezig: [minderjarige] , die vooraf ook apart is gehoord, bijgestaan door zijn advocaat; de moeder; een vertegenwoordigster van het college. 1.4. De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een (apart) gesprek gevoerd met de kinderrechter in aanwezigheid van zijn advocaat. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren. 2 De feiten 2.1. De moeder is belast met het gezag over [minderjarige] . 2.2. Bij beschikking van 25 februari 2025 heeft de kinderrechter een voorwaardelijke machtiging verleend om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp van 25 februari 2025 en tot 25 augustus 2025, onder de voorwaarden welke aan [minderjarige] in het aangehechte plan van aanpak en met aanpassing van die voorwaarden zoals onder 5.3 van die beschikking is weergegeven zijn gesteld. 2.3. Bij beschikking van 15 augustus 2025 heeft de kinderrechter een voorwaardelijke machtiging verleend om [minderjarige] te doen opnemen en te doen verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp van 15 augustus 2025 en tot 15 november 2025, onder de voorwaarden welke aan [minderjarige] in het aangehechte hulpverleningsplan zijn gesteld. 2.4. Op 4 november 2025 is de voorwaardelijke machtiging omgezet in een machtiging gesloten jeugdzorg. Momenteel verblijft [minderjarige] op de gesloten groep van [accommodatie] in [plaats 1] . 2.5. Bij beschikking van 14 november 2025 heeft de kinderrechter een machtiging verleend om [minderjarige] te doen opnemen en te doen verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp van 14 november 2025 en tot 14 februari 2026. Het resterende deel van het verzoek is aangehouden. 2.6. Bij beschikking van 27 januari 2026 heeft de kinderrechter het resterende deel van het verzoek afgewezen. 3 De verzoeken Inzake C/02/444779/ JE RK 26-218 3.1. Het college verzoekt een machtiging te verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van vier weken. 3.2. De moeder stemt in met de opname en het verblijf van [minderjarige] in een accommodatie voor gesloten jeugdhulp zoals verzocht. Dit blijkt uit de instemmingsverklaring van 5 februari 2026. 3.3. De onafhankelijke gedragswetenschapper, dhr. [persoon] , heeft op 9 februari 2026 middels een instemmingsverklaring meegedeeld dat hij instemt met het verzoek van het college. Inzake C/02/ 444797/ JE RK 26-220 3.4. Het college verzoekt een voorwaardelijke machtiging te verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een accommodatie voor jeugdhulp. 3.5. De moeder stemt in met de (voorwaardelijke) opname en het verblijf van [minderjarige] in een accommodatie voor gesloten jeugdhulp zoals verzocht. Dit blijkt uit de instemmingsverklaring van 5 februari 2026. 3.6. De onafhankelijke gedragswetenschapper, dhr. [persoon] , heeft op 7 februari 2026 middels een instemmingsverklaring meegedeeld dat hij instemt met het verzoek van het college. 3.7. De jeugdhulpaanbieder heeft in het hulpverleningsplan van 3 februari 2026 welke door [minderjarige] op 6 februari 2026 en de andere ondergetekenden op 5 februari 2026 is ondertekend, de voorwaarden opgenomen en de jeugdhulpaanbieder genoemd die bereid is [minderjarige] op te nemen. Tevens is vermeld welke medewerker bevoegd is tot het nemen van het besluit tot opname. 4 De standpunten Inzake C/02/444779/ JE RK 26-218 en C/02/ 444797/ JE RK 26-220 4.1. Het college voert in het verzoekschrift en tijdens de zitting aan dat er een plek voor [minderjarige] is bij de [open groep] . [minderjarige] kan hier nog niet direct terecht omdat er sprake is van een wenperiode van 4 weken. Deze wenperiode wordt gehanteerd om de overgang van een gesloten setting naar een open groep zo succesvol mogelijk te laten verlopen. Op die manier kan [minderjarige] gefaseerd meer wennen aan zelfstandigheid. Daarnaast kan hij de vaardigheden die hij inmiddels heeft opgedaan op de gesloten groep laten zien en deze verder ontwikkelen. Wanneer de verlenging voor de gesloten plaatsing niet zou worden afgegeven, zou [minderjarige] tijdens de wenperiode afwisselend bij zijn moeder en [open groep] moeten verblijven en dit is onwenselijk. Een verblijf bij zijn moeder zou enorme spanningen met zich mee kunnen brengen met alle gevolgen van dien. De voorwaardelijke machtiging is noodzakelijk als stok achter de deur, omdat in het verleden is gebleken dat [minderjarige] moeite kan hebben met meer vrijheden. Tijdens zijn verblijf op [hybride groep] (hybride groep van [accommodatie] in [plaats 2] ) kwam hij meerdere afspraken niet na en onttrok hij zich aan de groep en was nauwelijks bereikbaar voor betrokken hulpverleners. En er waren aanwijzingen dat hij zich mogelijk in risicovolle situaties bevond. Door de voorwaardelijke machtiging kan hij mogelijk laten zien daar nu wel beter mee om te kunnen gaan. [minderjarige] is zeer gemotiveerd om begeleid zelfstandig te gaan wonen en vanwege deze motivatie is er vertrouwen dat de komende trajecten goed zullen verlopen. 4.2. Door en namens [minderjarige] wordt tijdens de zitting aangevoerd dat [minderjarige] het liefst meteen naar de open groep [open groep] wil maar dat hij begrijpt dat hier eerst een wenperiode van vier weken aan vooraf moet gaan. Hij is het eens met de voorwaarden die aan hem worden gesteld in het kader van de voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp. 4.3. De moeder is het eens met de verzoeken. Ook is ze het eens met de voorwaarden die aan [minderjarige] in het kader van de voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp worden gesteld. 5 De beoordeling Inzake C/02/444779/ JE RK 26-218 5.1. De kinderrechter is van oordeel dat jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren.
Volledig
Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die hij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen. 5.2. De kinderrechter vindt het in het belang van [minderjarige] noodzakelijk dat hij nog vier weken op de gesloten groep bij [accommodatie] verblijft. Er is voor hem een plek gevonden op de [open groep] maar voordat [minderjarige] hier naartoe kan moet eerst een wenperiode van vier weken worden doorlopen. De kinderrechter vindt het belangrijk dat deze wenperiode van vier weken wordt gehanteerd om de overgang van [minderjarige] van een gesloten setting naar een open groep zo succesvol mogelijk te laten verlopen. De kinderrechter vindt het daarvoor nodig dat [minderjarige] gedurende de wenperiode binnen de gesloten setting verblijft. De kinderrechter vindt het niet in het belang van [minderjarige] om in die wenperiode bij zijn moeder te moeten verblijven gelet op alle zorgelijke ontwikkelingen die zich de komende periode hebben voorgedaan. 5.3. De kinderrechter zal dan ook een machtiging verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van vier weken, met ingang van 10 februari 2026 en tot 10 maart 2026. Inzake C/02/ 444797/ JE RK 26-220 5.4. Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.4, eerste lid, Jeugdwet kan een voorwaardelijke machtiging voor een gesloten accommodatie voor jeugdhulp slechts worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter deze jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren. Bovendien dient de opneming en het verblijf noodzakelijk te zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken en kan de ernstige belemmering in de ontwikkeling naar volwassenheid alleen buiten de accommodatie worden afgewend door het stellen en naleven van voorwaarden. 5.5. De kinderrechter is van oordeel dat, naast de formele vereisten in de Jeugdwet, is voldaan aan de wettelijke criteria van artikel 6.1.4, tweede lid, Jeugdwet. De kinderrechter legt dit hierna uit. 5.6. De kinderrechter overweegt als volgt. Op basis van de inhoud van de overgelegde stukken en hetgeen is besproken tijdens de zitting is de kinderrechter van oordeel dat jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die hij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. De kinderrechter vindt het knap hoe [minderjarige] grote stappen vooruit heeft gezet. Voor hem is een plek gevonden op de [open groep] en [minderjarige] heeft de wens om toe te werken naar een vorm van zelfstandig begeleid wonen. De kinderrechter vindt het belangrijk dat gedurende de periode dat [minderjarige] op de [open groep] verblijft, wordt onderzocht welke woonvorm geschikt voor [minderjarige] is. Daarvoor is naar het oordeel van de kinderrechter een voorwaardelijke machtiging voor de duur van drie maanden nodig. In aanmerking nemende dat uit de schriftelijke verklaring van 9 februari 2026 blijkt dat de gekwalificeerde gedragswetenschapper instemt het met voorliggende verzoek en ook de moeder instemt met verlening van een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp, leidt het vorenstaande tot de conclusie dat aan de wettelijke voorwaarden voor een voorwaardelijke machtiging is voldaan. 5.7. In het hulpverleningsplan van [accommodatie] zijn drie uitgewerkte voorwaarden waaraan [minderjarige] zich moet houden opgenomen en [minderjarige] heeft dit hulpverleningsplan getekend voor akkoord. In de derde voorwaarde, te weten de voorwaarde ‘er ontstaan geen belemmeringen in je dagelijks leven door gebruik van middelen (drugs, alcohol), is niet opgenomen hoe deze voorwaarde wordt gecontroleerd. Tijdens de zitting is door het college toegelicht dat hij deze maatregel noodzakelijk acht maar dat niet is aangegeven hoe deze maatregel moet worden uitgevoerd. Tijdens de zitting heeft [minderjarige] aangegeven dat hij bereid is om mee te werken aan urinecontroles om zo het naleven door [minderjarige] van deze voorwaarde te kunnen controleren. Het is belangrijk dat [minderjarige] deze toezegging ook nakomt. 5.8. Tijdens de zitting heeft [minderjarige] kenbaar gemaakt dat hij de jeugdhulp zal aanvaarden en instemt met de voorwaarden zoals opgenomen in het hulpverleningsplan, alsmede met de aanvulling op de voorwaarde rondom de urinecontroles. De kinderrechter heeft alle voorwaarden, en expliciet ook de voorwaarde rondom de het drugsgebruik, met [minderjarige] besproken. [minderjarige] ziet in dat de maatregelen nodig zijn en stemt daar om die reden ook mee in. [minderjarige] had de voorwaarden van tevoren ook goed met zijn advocaat besproken. [minderjarige] begrijpt dat hij op een gesloten groep van [accommodatie] kan worden geplaatst op het moment dat hij één of meerdere voorwaarden overtreedt. 5.9. Gelet op de instemming van [minderjarige] met de hiervoor besproken voorwaarden is de kinderrechter van oordeel dat het voorliggende verzoek voor toewijzing in aanmerking komt. De kinderrechter zal het verzoek daarom toewijzen en een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp verlenen voor de verzochte duur van drie maanden, te weten met ingang van 10 maart 2026 en tot 10 juni 2026, onder de hierna opgenomen voorwaarden: 1. Je maakt duidelijke afspraken met begeleiding over activiteiten die buiten de deur doet en met welke personen je omgaat. Dit betekent: • Je houdt je aan de 4W's: je laat weten met wie je bent, wat je doet, waar je bent en wanneer je terug bent. • Je bent op de afgesproken tijd weer terug. - Je informeert begeleiding of gaat in overleg met begeleiding wanneer afspraken wijzigen. Schending van deze voorwaarde is aan de orde wanneer er sprake is van structureel niet nakomen van afspraken, waardoor begeleiding onvoldoende zicht op en contact met jou heeft en risico's niet langer te volgen zijn, of wanneer jouw gedrag leidt tot ernstige en acute veiligheidsrisico's (vb. criminele beïnvloeding). 2. Je houdt je aan je dagprogramma (onderwijs, dagbesteding, werk en/of behandelafspraken) volgens rooster. Dit betekent: • Je gaat naar werk, school en/of behandelafspraken die in je rooster staan. • Je neemt deel aan gesprekken, evaluaties en behandelafspraken. Als er dingen zijn die je lastig vindt of waar je tegenaan loopt, bespreek je dit openlijk zodat we samen kunnen zoeken naar oplossingen en je kunt blijven groeien. Schending van deze voorwaarde is aan de orde wanneer er sprake is van structureel niet nakomen van afspraken, waardoor je daginvulling wegvalt en begeleiding onvoldoende zicht heeft op hoe het met je gaat, of wanneer je je herhaaldelijk onttrekt aan onderwijs, werk of behandeling zonder hierover in contact te blijven met begeleiding. 3. Er ontstaan geen belemmeringen in je dagelijks leven door gebruik van middelen (drugs, alcohol). Dit betekent: Het uitgangspunt is dat middelengebruik niet wenselijk is. Tegelijkertijd is afgesproken dat niet elk gebruik automatisch leidt tot schending van de voorwaarde. Er is pas sprake van het niet naleven van deze voorwaarde wanneer het gebruik ernstig en structureel jouw dagelijks functioneren belemmert (bijvoorbeeld verlies van dagstructuur zoals werk, school of afspraken), of wanneer sprake is van ernstig ontregelend middelengebruik dat leidt tot acute onveiligheid voor jezelf of anderen. Aanvullend: Je verleent je medewerking als er urinecontroles bij je worden afgenomen. 5.10. Beslist wordt dan ook als volgt. 6 De beslissing De kinderrechter: Inzake C/02/444779/ JE RK 26-218 6.1.