Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-03-06
ECLI:NL:RBZWB:2026:1651
Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Mondelinge uitspraak
1,215 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBZWB:2026:1651 text/xml public 2026-03-13T12:57:57 2026-03-12 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-03-06 26/897 OWBOUW vovo Uitspraak Mondelinge uitspraak Proces-verbaal Voorlopige voorziening NL Breda Bestuursrecht; Omgevingsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:1651 text/html public 2026-03-13T11:43:58 2026-03-13 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:1651 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 06-03-2026 / 26/897 OWBOUW vovo Mondelinge uitspraak | Dakkapel niet in strijd met het omgevingsplan | vovo RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE AWB 26/897 VV proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 6 maart 2026 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen [verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker, en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Moerdijk (college) , verweerder. Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [vergunninghouder] uit [woonplaats] (de vergunninghouder). Inleiding 1.1. Met het bestreden besluit van 5 februari 2026 heeft het college een omgevingsvergunning aan de vergunninghouder verleend voor het plaatsen van een dakkapel aan de [adres] . 1.2. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen. 1.3. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 6 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de vergunninghouder en namens het college [gemachtigde] . 1.4. Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan. Beoordeling door de voorzieningenrechter 2.1. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet. 2.2. De voorzieningenrechter beoordeelt bij de vraag of hij een voorlopige voorziening zal treffen met name of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft. Dat kan een reden zijn om het bestreden besluit te schorsen. Spoedeisend belang 3. De voorzieningenrechter acht spoedeisend belang bij de gevraagde voorziening aanwezig. Standpunt verzoeker 4. Verzoeker verzoekt om het bestreden besluit te schorsen, omdat sprake is van onverwijlde spoed en het bestreden besluit onjuist is. Door de situering, de omvang en de uitvoering van de dakkapel ontstaat een rechtstreekse inkijk in verzoekers leefruimte wat een schending is van zijn recht op privacy. Daarnaast is het bestreden besluit in strijd met het evenredigheidsbeginsel, omdat het college het belang van de vergunninghouder onevenredig zwaar heeft laten wegen ten opzichte van verzoekers belang bij behoud van privacy. Ten slotte is sprake van een onzorgvuldige besluitvorming, omdat geen (of onvoldoende) onderzoek is gedaan naar de privacy-beperkende alternatieven. Toetsingskader 5.1. Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Met de inwerkingtreding van deze wet heeft elke gemeente direct een omgevingsplan van rechtswege dat regels geeft over de fysieke leefomgeving voor het gehele grondgebied van de gemeente. 5.2. Het bouwen van een dakkapel is een omgevingsplanactiviteit. Uit artikel 8.0a, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) volgt dat, als de activiteit niet in strijd is met de regels die in het omgevingsplan zijn gesteld over het verlenen van de omgevingsvergunning, het college de omgevingsvergunning moet verlenen. Is het bouwplan in strijd met het omgevingsplan? 6. De rechtbank stelt vast dat het bouwplan niet in strijd is met het omgevingsplan. In dat geval geldt de regel dat het college de omgevingsvergunning moet verlenen en niet mag weigeren. Op grond van de door verzoeker aangevoerde gronden mocht de omgevingsvergunning dus niet worden geweigerd noch mochten er vergunningsvoorschriften worden opgelegd. Voor zover verzoeker bedoelt dat dan wegens strijd met het evenredigheidsbeginsel een regel buiten toepassing moet blijven, ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding voor die conclusie. Conclusie en gevolgen 7. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 6 maart 2026 door mr. R.P. Broeders, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.C.J.J. van Roij en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. griffier rechter Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op: Tegen deze mondelinge uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.