Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-01-02
ECLI:NL:RBZWB:2026:1627
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,682 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBZWB:2026:1627 text/xml public 2026-03-12T14:20:59 2026-03-11 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-01-02 11431254 \ MB VERZ 24-965 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Middelburg Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:1627 text/html public 2026-03-12T11:26:10 2026-03-12 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:1627 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 02-01-2026 / 11431254 \ MB VERZ 24-965 beroep tegen verkeersboete, reden voor een matiging, gedeeltelijk gegrond. RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team strafrecht Zittingsplaats Middelburg zaaknummer.: 11431254 \ MB VERZ 24-965 CJIB-nummer: [cjib-nummer] uitspraakdatum: 2 januari 2026 proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) in de zaak van naam : [betrokkene] adres : [adres] woonplaats : [woonplaats] hierna: betrokkene Verloop van de procedure Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. De zaak is eerder behandeld op de zitting van 7 november 2025. De kantonrechter heeft de behandeling van de zaak toen aangehouden omdat betrokkene verhinderd was en gebruik wilde maken van de gelegenheid om het standpunt toe te lichten bij de kantonrechter. De zaak is vervolgens behandeld op de zitting van 2 januari 2026. Namens de officier van justitie is verschenen [zittingsvertegenwoordiger] (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan. Standpunten De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: doorgaan bij een driekleurig verkeerslicht (stoplicht) dat op rood staat op de Schroeweg (kruising Torenweg) te Middelburg op 10 december 2023 om 11:58 uur. Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Betrokkene stelt dat zijn hoofd vol zat en hij heel veel stress heeft samen met zijn vriendin en kinderen. Betrokkene woonde destijds nog maar drie jaar op zijn adres en had een buurman die drugs gebruikte en ook verhandelde. Na contact met de politie en het ophangen van camera’s is de buurman uitgezet met behulp van de woningbouw, politie en burgemeester. Betrokkene voelt zich vaker bedreigt en wordt vaak in de gaten gehouden. Op de pleegdatum moest betrokkene naar de Praxis toe, waarna hij op de terugweg de buurman tegenkwam die allerlei handgebaren maakte en een voorwerp in zijn hand had. De inzittenden scholden betrokkene ook uit. Betrokkene kon alleen maar bedenken om op dat moment door te rijden en snel naar huis te gaan. De volgende dag was het voertuig beschadigd. De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gedeeltelijk gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. De gedraging kan worden vastgesteld op basis van het dossier. De zittingsvertegenwoordiger heeft kennisgenomen van de omstandigheden, waaruit volgt dat het gaat om een zeer nare situatie met de buurman. De omstandigheid dat de buurman achter betrokkene reed is echter niet gebleken uit de foto’s in het dossier. Verder blijkt uit het systeem dat betrokkene na de gedraging ook niet werd gevolgd. Om de situatie te rechtvaardigen moet blijken dat betrokkene niet anders kon handelen. Dit is echter niet gebleken, waardoor de zittingsvertegenwoordiger in hetgeen is aangevoerd geen aanleiding ziet voor een matiging. Daarom is de boete volgens de zittingsvertegenwoordiger inhoudelijk ongegrond, maar omdat de redelijke termijn is overschreden, is er aanleiding voor een matiging van 25%. Overwegingen Inhoudelijk De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de foto’s - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om hieraan te twijfelen. Het is de verantwoordelijkheid van betrokkene als weggebruiker om tijdig te anticiperen bij het benaderen van een verkeerslicht. Verder zijn de aangevoerde omstandigheden onvoldoende aannemelijk gemaakt. Op de foto’s zijn geen andere voertuigen te zien. Betrokkene had anders kunnen en moeten handelen. De boete is dus terecht opgelegd. Overschrijding redelijke termijn Iedereen heeft recht op behandeling van zijn rechtszaak binnen een redelijke termijn (artikel 6, lid 1 van het EVRM). Volgens vaste rechtspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:GHARL:2017:1777) is sprake van schending van die redelijke termijn van berechting wanneer de procedure bij de officier van justitie en de kantonrechter samen langer dan twee jaar heeft geduurd. Deze termijn vangt aan bij het opleggen van de boete. In dit geval is de redelijke termijn overschreden. Omdat sprake is van een overschrijding zal de kantonrechter de boete matigen met 25% (zie ECLI:NL:GHARL:2023:6369). Het beroep is dus gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald. Beslissing De kantonrechter: ‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond; ‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot € 210, plus € 9,- administratiekosten; ‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 70, dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen. Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 2 januari 2026. Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als: de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld. Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 67, 4330 AB Middelburg Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde. U dient daarbij het zaaknummer te vermelden . De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten. Datum verzending: