Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-02-05
ECLI:NL:RBZWB:2026:1520
Civiel recht
Rekestprocedure
2,037 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBZWB:2026:1520 text/xml public 2026-03-13T15:00:03 2026-03-08 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-02-05 C/02/443572 / JE RK 25-2337 Uitspraak Rekestprocedure NL Middelburg Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:1520 text/html public 2026-03-12T15:37:00 2026-03-13 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:1520 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 05-02-2026 / C/02/443572 / JE RK 25-2337 Verlenging ondertoezichtstelling, verzoek toegewezen. RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Middelburg Zaaknummer: C/02/443572 / JE RK 25-2337 Datum uitspraak: 5 februari 2026 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling in de zaak van de gecertificeerde instelling STICHTING JEUGDBESCHERMING WEST ZEELAND , gevestigd te Middelburg, hierna te noemen: de GI, over [minderjarige 1] , geboren op [geboortedag 1] 2011 in [geboorteplaats 1] , hierna te noemen: [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , geboren op [geboortedag 2] 2009 in [geboorteplaats 2] , hierna te noemen: [minderjarige 2] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat mr. V.C. Serrarens te Middelburg. [de vader] , hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats] . 1 Het verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 31 december 2025. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 5 februari 2026. Daarbij waren aanwezig: - de moeder, bijgestaan door haar advocaat; - een vertegenwoordigster van de GI. 1.3. De vader is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader wel juist is opgeroepen. 1.4. De kinderrechter heeft [geboortenaam minderjarige 1] , hierna te noemen “ [minderjarige 1] ” (zie r.o. 4.2. en 5.3.) en [minderjarige 2] in de gelegenheid gesteld om hun mening te geven. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben hier geen gebruik van gemaakt. 2 De feiten 2.1. De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . 2.2. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen bij hun moeder. 2.3. Bij beschikking van 13 februari 2025 zijn [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht gesteld van de GI met ingang van 13 februari 2025 en tot 13 februari 2026. Ook is een machtiging tot uithuisplaatsing bij de moeder verleend met ingang van 13 februari 2025 en tot 13 augustus 2025. 2.4. Door het Hof ’s Hertogenbosch is de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in maart 2025 bij de moeder bepaald. 3 Het verzoek 3.1. De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 4 De standpunten 4.1. De GI stelt dat een verlenging van de ondertoezichtstelling nodig is, omdat het gezinspatroon nog niet is doorbroken en de haalbare eindsituatie nog niet is behaald. De GI is nog niet concreet begonnen aan het borgen van de stabiliteit in het gezin. De jeugdbeschermer heeft de afgelopen periode op diverse manieren contact proberen te zoeken met de vader, maar dit is niet gelukt. De vader wijst de contacten af en geeft aan dat hij vanaf nu ook niks meer zal gaan ondertekenen. De GI maakt zich hier grote zorgen om, vanwege handtekeningen die juist nodig zijn voor hulpverlening, scholen en medische afspraken, en dit draagt sterk bij aan de onstabiliteit van de huidige situatie. De borging hiervan kan nu dan ook nog niet plaatsvinden. De GI zal daarom in het kader van de verlenging bekijken hoe zij de vader wel kan betrekken, indien toestemming nodig is, dan wel onderzoeken, indien toestemming uitblijft, of deze kan worden verkregen met enkel de handtekening van de moeder dan wel vervangende toestemming van de kinderrechter. Daarnaast zal bezien worden of een verzoek voor een onderzoek naar een gezagsbeëindigende maatregel noodzakelijk is. Zowel de moeder als beide kinderen werken mee aan het aanbod vanuit de hulpverlening en scholen en laten een positieve groei zien. Tegelijkertijd is er ook nog zorg. De positieve ontwikkeling bij de kinderen is nog kwetsbaar en verdient verdere verdieping en borging. 4.2. De moeder staat achter het verzoek van de GI om de ondertoezichtstelling voor een jaar te verlengen. Zowel de moeder als de kinderen hebben geen contact met de vader. De kinderen vinden dat op dit moment goed. Het is wel belangrijk dat de kinderen de dingen die zij in het verleden hebben meegemaakt bij de vader gaan verwerken. Dit proces is nu in werking gezet. De moeder en de kinderen voelen zich gehoord door de GI. Tot slot heeft de moeder verteld dat [geboortenaam minderjarige 1] recentelijk heeft aangekondigd het transgendertraject in te gaan. [geboortenaam minderjarige 1] wil voortaan worden aangesproken als “ [minderjarige 1] ”. De moeder accepteert dit en biedt ondersteuning in dit proces. Zij verzoekt namens [geboortenaam minderjarige 1] om haar ook in de beschikking met deze naam aan te duiden. 5 De beoordeling Wettelijk kader 5.1. Op grond van artikel 1:260 van het Burgerlijk Wetboek (hierna te noemen: BW) kan de kinderrechter, mits aan de grond, bedoeld in artikel 1:255 lid 1 BW is voldaan, de duur van de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste een jaar. 5.2. Ingevolge het bepaalde in artikel 1:255 lid 1 BW kan de kinderrechter een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling wanneer die minderjarige zodanig opgroeit, dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en: a. de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouders of de ouder die het gezag uitoefenen, door dezen niet of onvoldoende wordt geaccepteerd, en; b. de verwachting gerechtvaardigd is dat de ouders of de ouder die het gezag uitoefenen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247 lid 2 BW, in staat zijn te dragen. Inhoudelijke beoordeling 5.3. De kinderrechter zal eerst toelichten waarom in plaats van de roepnaam “ [geboortenaam minderjarige 1] ” de roepnaam “ [minderjarige 1] ” in de beschikking wordt opgenomen. Nu de minderjarige, via de moeder, heeft aangegeven het transgendertraject in te gaan en daarbij de wens en het verzoek heeft voortaan als “ [minderjarige 1] ” aangesproken te worden, vindt de kinderrechter het gepast om deze wens van de minderjarige te volgen. 5.4. De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom. 5.5. De ontwikkeling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wordt nog steeds ernstig bedreigd, omdat de stabiliteit in het gezin nog niet voldoende is geborgd. Traumabehandeling bij de moeder is net afgerond, de behandeling bij de kinderen loopt nog. Er is de afgelopen periode hard gewerkt aan basisveiligheid binnen het gezin, waarbij er een hoop randzaken geregeld moesten worden. Deze basis is op dit moment bij de moeder aanwezig. De GI is echter nog niet concreet begonnen aan het borgen van deze stabiliteit. Ook de moeder kan nog voor langere tijd profiteren van ondersteuning om aan te kunnen sluiten bij de opvoedbehoefte van de kinderen. De vader is in december 2025 duidelijk geweest in zijn visie en wil voor niks meer tekenen. Deze onzekere factor versterkt het feit dat de situatie nog niet stabiel genoeg is om te kunnen gaan borgen in het gezin. Om deze redenen, en met name door de impasse die ontstaat nu de vader zich heeft teruggetrokken, is het belangrijk dat de GI de regie blijft voeren. De GI dient hierin alle mogelijke (juridische) stappen te zetten om ervoor te zorgen dat de niet-medewerking door de vader geen (verdere) impact op de beslissingen over de kinderen zal hebben. Het is nodig dat de GI blijvende aandacht geeft aan de hulpverlening en schoolgang van de kinderen.