Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-02-05
ECLI:NL:RBZWB:2026:1514
Civiel recht
Rekestprocedure
3,562 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:1514 text/xml public 2026-03-13T15:03:02 2026-03-08 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-02-05 C/02/444135 / FA RK 26-299 Uitspraak Rekestprocedure NL Breda Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:1514 text/html public 2026-03-12T15:41:58 2026-03-13 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:1514 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 05-02-2026 / C/02/444135 / FA RK 26-299 (Opvolgende) zorgmachtiging Wvggz voor de duur van een jaar. RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/444135 / FA RK 26-299 Datum uitspraak: 5 februari 2026 Beschikking zorgmachtiging op het verzoek van de officier van justitie voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1948 in [geboorteplaats] , Verenigd Koninkrijk, hierna te noemen: betrokkene, wonend in [plaats] , advocaat: mr. A.W.M. van de Wouw uit Galder. 1 Het verloop van de procedure 1.1. In het procesdossier zit het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 19 januari 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 5 februari 2026 in het kantoor van het ambulante zorgteam ( [zorgteam] ) in [plaats] . Bij die zitting zijn verschenen en heeft de rechtbank gehoord: betrokkene, bijgestaan door mr. Van de Wouw; de echtgenote van betrokkene; mevrouw [persoon] , zorgverantwoordelijke. 2 Wat vaststaat 2.1. Bij beschikking van deze rechtbank van 4 september 2025 is voor betrokkene een zorgmachtiging verleend voor de duur van zes maanden, dus tot en met 4 maart 2026. 3 Het verzoek 3.1. De officier van justitie verzoekt de rechtbank om voor betrokkene een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden. 4 De standpunten 4.1. De zorgverantwoordelijke heeft, samengevat, onder meer het volgende aangegeven. Betrokkene kampt met een langdurige ontrouwwaan. Onder invloed daarvan is hij al gedurende drie jaren in de veronderstelling dat zijn echtgenote vreemd gaat. Doordat betrokkene zijn echtgenote voortdurend nauwlettend in de gaten houdt, wordt zij ernstig in haar vrijheid belemmerd. Nu betrokkene zijn medicatie inneemt, is de situatie wat tot rust gekomen. In het verleden is betrokkene namelijk ook fysiek agressief geweest richting zijn echtgenote. Maar de medicatie neemt de wanen helaas niet weg. Volgens de zorgverantwoordelijke geldt dat hoe langer de waan bestaat, hoe langer het duurt om die waan te behandelen met medicatie. Het is dus mogelijk dat de waan nog zal verminderen. Maar het is ook mogelijk dat het hoogst haalbare daarin inmiddels is bereikt. Het inzetten van een mediationtraject, zoals namens en door betrokkene is voorgesteld, is volgens de zorgverantwoordelijke niet zinvol omdat er vanwege de uiteenlopende visies van betrokkene en zijn echtgenote over wat er wel en niet aan de hand is, en de invloed van de waanbelevingen van betrokkene daarop, geen sprake is van een gemeenschappelijke basis van waaruit een overeenstemming kan worden bereikt. Over de noodzakelijke vormen van verplichte zorg, heeft de zorgverantwoordelijke aangegeven dat het toedienen van medicatie en de daarbij behorende medische controles het belangrijkste zijn. Betrokkene moet momenteel dagelijks zijn medicatie innemen, ondanks dat hij dit zelf niet nodig vindt en hij last heeft van bijwerkingen zoals duizeligheid. De behandelaren hebben geen zicht of hij zijn medicatie (trouw) inneemt. Als betrokkene dat zelf wil, dan zou hij maandelijks depotmedicatie kunnen krijgen, maar de behandelaren zien deze vorm van medicatie als ingrijpender. Overigens zal een andere soort medicatie de bijwerking duizeligheid waarschijnlijk niet wegnemen, omdat alle andere vergelijkbare medicatie dezelfde bijwerking kent. Ook zal betrokkene in geval van een wijziging van medicatie wederom enige tijd niet mogen autorijden. De zorgverantwoordelijke vindt verder “het beperken van de vrijheid van betrokkene om zijn eigen leven in te richten (..)” als verplichte vorm van zorg noodzakelijk, althans voor zover dit ziet op het toelaten van de behandelcontacten met het seniorenteam. Het beperken van het gebruik van communicatiemiddelen is niet nodig. De zorgverantwoordelijke vindt het tot slot noodzakelijk om de mogelijkheid te hebben om betrokkene te kunnen opnemen in de accommodatie (en daarmee samenhangend om hem in zijn bewegingsvrijheid te kunnen beperken). Wanneer betrokkene zijn medicatie niet (trouw) inneemt, dan is het namelijk zeker voorzienbaar dat deze vormen van verplichte zorg noodzakelijk zullen zijn. In de afgelopen periode is betrokkene gedurende vier maanden opgenomen geweest in de accommodatie. Zijn huidige verblijf thuis is in dat licht bezien dan ook nog pril en kwetsbaar. 4.2. Betrokkene heeft, samengevat, onder meer het volgende aangegeven. Betrokkene betwist hetgeen de zorgverantwoordelijke aangeeft. Volgens betrokkene is zijn echtgenote veranderd sinds zij enkele jaren geleden een hersentumor heeft gehad. Betrokkene en zijn echtgenote wonen momenteel samen in hetzelfde huis, maar feitelijk leven zij langs elkaar heen. Betrokkene is van mening dat hij én zijn echtgenote hulp nodig hebben om hun relatie te herstellen. Betrokkene vraagt daarom al jaren tevergeefs om een mediationtraject te starten. Betrokkene stelt tot slot dat hij zijn medicatie inneemt, ook al vindt hij dit niet nodig. Hij begrijpt voorts niet waarom zijn vrouw wel wordt geloofd en hij niet. 4.3. De advocaat heeft, samengevat, onder meer het volgende aangevoerd. De advocaat stelt namens betrokkene dat hij vindt dat er niets met hem aan de hand is, dat hij geen verplichte zorg wil krijgen en dat hij vindt dat de noodzakelijk geachte zorg op basis van vrijwilligheid kan worden voortgezet. De advocaat pleit daarom primair tot afwijzing van het verzoek. Subsidiair verzoekt de advocaat om een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden en om het verzoek voor zover dat ziet op het opnemen van de vormen van verplichte zorg die zien op het opnemen van betrokkene in de accommodatie en het beperken van de bewegingsvrijheid af te wijzen, dan wel deze toe te wijzen voor de duur van maximaal vier maanden. 4.4. De echtgenote heeft, samengevat, onder meer het volgende aangegeven. Nu betrokkene zijn medicatie inneemt, is de situatie wat tot rust gekomen. In de afgelopen periode heeft betrokkene geen fysieke agressie meer getoond. De echtgenote ziet echter geen verandering in de aanwezigheid van de waangedachten bij betrokkene. De echtgenote stelt dat zij nog steeds voortdurend wordt uitgescholden door betrokkene. Vooral haar telefoon vormt een trigger voor de waangedachten van betrokkene. Als de echtgenote het echt niet meer trekt, dan gaat zij (’s nachts) naar de zolder om te slapen of dan gaat zij een rondje fietsen. Het gedrag van betrokkene gaat inmiddels vooral langs haar heen. 5 De beoordeling 5.1. De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt. 5.2. De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk een waanstoornis (jaloers type), oftewel een ontrouwstoornis, met als DSM-5 kwalificatie “schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen”. Namens betrokkene is aangevoerd dat hij vindt dat er niets met hem aan de hand is. Deze stelling is echter niet onderbouwd. In de zomer van 2025 heeft er een uitgebreid medisch onderzoek plaatsgevonden dat is uitgevoerd door een geriater, waarbij een somatische oorzaak van de waanbelevingen en het gedrag van betrokkene is uitgesloten. Wel zijn er op de scans bepaalde hersenschades te zien die zouden kunnen bijdragen aan de belevingen die betrokkene heeft. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om te twijfelen aan het medisch oordeel van de onafhankelijke psychiater die betrokkene in het kader van het opstellen van de medische verklaring in deze zaak feitelijk heeft onderzocht en de betrokken behandelaren op dit punt. 5.3. Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel.
Volledig
Dit nadeel bestaat uit: - ernstige psychische schade; - het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag; - gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen. 5.4. Onder invloed van voormelde waanstoornis wordt betrokkene volledig in beslag genomen door zijn overtuiging dat zijn echtgenote een buitenechtelijke relatie heeft. Vanuit deze overtuiging is betrokkene erg argwanend en controlerend richting zijn echtgenote, met als gevolg dat zij ernstig in haar vrijheid wordt beperkt. In het verleden is betrokkene bovendien fysiek agressief geweest richting zijn echtgenote. Betrokkene heeft ook paranoïde gedachten (gehad) en hij is dreigend (geweest) tegen andere mensen die met zijn echtgenote in contact zijn, onder wie hun kinderen en kleinkinderen. Zij zijn daarom bang voor betrokkene. Betrokkene heeft ook een zorgmedewerker bedreigd. 5.5. Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig. In de afgelopen periode is betrokkene gedurende vier maanden opgenomen geweest in de accommodatie. Inmiddels verblijft hij weer thuis met ambulante hulpverlening vanuit het ouderenteam en met behulp van medicatie. Hoewel er vooralsnog geen veranderingen worden gezien in de wanen die betrokkene ervaart, is het daaruit voortkomend ernstig nadeel dusdanig verminderd dat hij weer thuis kan wonen en ambulant kan worden behandeld. 5.6. Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Betrokkene vindt dat er niets met hem aan de hand is en dat hij geen zorg nodig heeft. Doordat hij niet beschikt over ziekte-inzicht en -besef, bestaat de verwachting, wanneer de noodzakelijk geachte zorg op vrijwillige basis wordt voortgezet, dat hij zal stoppen met het (trouw) innemen van zijn medicatie. Dit terwijl de medicatie essentieel wordt geacht voor het wegnemen dan wel het voorkomen van het ernstig nadeel bij betrokkene en bij anderen. Bovendien is betrokkene in de afgelopen periode gedurende vier maanden opgenomen geweest in de accommodatie. Zijn huidige verblijf thuis is dan ook nog pril en kwetsbaar. De rechtbank is daarom van oordeel dat verplichte zorg thans nog steeds noodzakelijk is. 5.7. De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn: - het toedienen van medicatie; - het verrichten van medische controles; - het beperken van de bewegingsvrijheid; - het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten. Hieronder valt het toelaten van de behandelcontacten met het ouderenteam; - opnemen in een accommodatie. 5.8. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Het inzetten van mediation, zoals namens en door betrokkene is aangevoerd, of een andere vorm van relatietherapie, ziet de rechtbank op dit moment niet als een (minder ingrijpende) mogelijkheid om voormeld ernstig nadeel weg te nemen. Dit omdat er, zoals de zorgverantwoordelijke heeft aangegeven, vanwege de uiteenlopende visies van betrokkene en zijn echtgenote over wat er wel en niet aan de hand is, en de invloed van de waanbelevingen van betrokkene daarop, geen sprake is van een gemeenschappelijke basis van waaruit een overeenstemming kan worden bereikt. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving. 5.9. De rechtbank zal de zorgmachtiging verlenen voor de (verzochte) duur van twaalf maanden. De rechtbank ziet geen aanleiding om de zorgmachtiging in duur te beperken, zoals primair namens betrokkene is bepleit, omdat betrokkene kampt met een langdurige waan die al meerdere jaren duurt en er, ondanks dat er in de afgelopen maanden verplichte zorg is ingezet (waaronder een medicamenteuze behandeling), vooralsnog geen vermindering wordt waargenomen van de wanen die betrokkene ervaart. De rechtbank zal bovendien, anders dan subsidiair namens betrokkene is bepleit, de mogelijkheid toestaan om betrokkene, indien nodig, op te nemen in de accommodatie en hem in zijn vrijheid te beperken. Dit omdat betrokkene dagelijks orale medicatie moet innemen terwijl hij dit zelf niet nodig vindt en een opname in de accommodatie volgens de behandelaren zeker voorzienbaar is wanneer hij stopt met het gebruiken van zijn medicatie. De rechtbank betrekt hierbij dat betrokkene in het afgelopen half jaar gedurende vier maanden opgenomen is geweest in de accommodatie en hij dus nog niet zo lang geleden is teruggekeerd naar huis. Zijn huidige verblijf thuis is dan ook pril en kwetsbaar. Om die reden ziet de rechtbank ook geen aanleiding om deze vormen van verplichte zorg voor een kortere periode dan twaalf maanden toe te staan, zoals eveneens subsidiair namens betrokkene is bepleit. Aangezien de vorm van verplichte zorg “aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten (..)” volgens de behandelaren enkel nodig is voor de behandelcontacten met het ouderenteam en niet voor het beperken van het gebruik van communicatiemiddelen, zal de rechtbank het verzoek voor zover het ziet op het beperken van het gebruik van communicatiemiddelen, afwijzen. 6 De beslissing De rechtbank: 6.1. verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1948 in [geboorteplaats] , Verenigd Koninkrijk, wat inhoudt dat de maatregelen die in rechtsoverweging 5.7 staan, kunnen worden toegepast; 6.2. bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 5 februari 2027; 6.3. wijst af het meer of anders verzochte. Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 5 februari 2026 door mr. Jansen, rechter, in aanwezigheid van mr. Wallerbos, griffier en op schrift gesteld op 13 februari 2026. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.