Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-02-04
ECLI:NL:RBZWB:2026:1492
Civiel recht
Rekestprocedure
2,007 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBZWB:2026:1492 text/xml public 2026-03-13T14:11:02 2026-03-07 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-02-04 C/02/444649 / FA RK 26-574 Uitspraak Rekestprocedure NL Breda Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:1492 text/html public 2026-03-12T10:53:49 2026-03-13 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:1492 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 04-02-2026 / C/02/444649 / FA RK 26-574 Wijziging machtiging voortzetting crisismaatregel Wvggz RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/444649 / FA RK 26-574 Datum uitspraak: 4 februari 2026 Beschikking wijziging machtiging voortzetting crisismaatregel op het verzoek van de officier van justitie voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 2000 in [geboorteplaats] , Litouwen, hierna te noemen: betrokkene, wonende in [woonplaats] , verblijvende te [accommodatie] , [adres] , advocaat mr. F.P. Aarts uit Eindhoven. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 3 februari 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 4 februari 2026. Daarbij zijn gehoord: betrokkene, bijgestaan door haar advocaat; de heer [persoon 1] , arts in opleiding tot specialist; mevrouw [persoon 2] , psycholoog. 1.3. De officier van justitie is zoals hij reeds aangaf in zijn verzoek niet op de mondelinge behandeling verschenen en dus ook niet gehoord. 2 Wat vaststaat De rechtbank heeft een machtiging tot voortzetting crisismaatregel verleend tot en met 19 februari 2026 voor de navolgende zorgvormen: het toedienen van medicatie; het verrichten van medische controles; het beperken van de bewegingsvrijheid; insluiten; opnemen in een accommodatie. 3 Het verzoek De officier van justitie verzoekt de rechtbank om wijziging van de machtiging voortzetting crisismaatregel, zoals die op 29 januari 2026 voor betrokkene is afgegeven, aldus dat aan de daarvan deel uitmakende verplichte zorgvormen wordt toegevoegd: - aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen. 4 De standpunten 4.1. Betrokkene merkt op dat zij op dit moment rustig is en dat zij zich ook beter voelt. Zij zou graag weer over haar mobiele telefoon willen kunnen beschikken, al was het alleen maar om even met haar zoontje te kunnen spreken. 4.2. De arts in opleiding tot specialist brengt naar voren dat betrokkene in een wijkcentrum is aangetroffen, waar zij een vergaderruimte is binnengelopen en zij een overleg heeft verstoord. Ook zou zij suïcidale uitspraken hebben gedaan. Zij is op 26 januari 2026 aanvankelijk vrijwillig klinisch opgenomen. Besloten is om een crisismaatregel aan te vragen en tot plaatsing van betrokkene in een prikkelarme omgeving op de IC, nadat zij op de afdeling overlastgevend gedrag vertoonde, alsook gedrag, waarmee zij agressie over zichzelf afriep door op de muren te bonken, gordijnstangen los te trekken en medepatiënten wakker te maken, die bovendien bang werden van betrokkene wegens haar veelvuldige schreeuwen. Ook bleek dat betrokkene zelf kampte met angsten, in die mate, dat enkele malen de politie moest worden ingeschakeld om haar gedrag in goede banen te leiden. Ook daaropvolgend is betrokkene onvoorspelbaar gedrag blijven vertonen. Zo bleek uit berichtgeving van de meldkamer dat betrokkene meermalen het noodnummer had gebeld en de meldkamer zelfs overbelast dreigde te raken. Die situatie heeft ertoe geleid dat haar mobiele telefoon moest worden ingenomen, zij het dat die beperking niet als zodanig deel uitmaakt van de machtiging tot voortzetting crisismaatregel. Daarom is tot de aanvraag van een wijziging van de machtiging besloten. Betrokkene maakt op dit moment een beduidend rustigere indruk. Echter is dit pas sinds zeer recent het geval. Bovendien weigert zij de haar voorgeschreven medicatie te accepteren en is er nog steeds sprake van achterdocht. Ook is er nog onvoldoende bekend over de oorzaak van de psychotische ontregeling waarin betrokkene is geraakt. Niet wordt uitgesloten dat middelengebruik onderliggend is. Met deze toelichting kan hij achter het verzoek tot wijziging van de machtiging voortzetting crisismaatregel staan. 4.3. De psycholoog sluit zich aan bij dat wat door de arts in opleiding tot specialist naar voren is gebracht. Zij voegt daaraan toe dat, in geval van het verplicht kunnen beperken van het gebruik van communicatiemiddelen, er wel naar mogelijkheden zal worden gezocht - bij wijze van tussenstap - om betrokkene op vaste korte momenten over haar mobiele telefoon te laten beschikken. Wanneer dit goed verloopt kunnen deze momenten vervolgens stapsgewijs worden uitgebreid. Indien dit onverhoopt niet het geval mocht blijken kan het telefoongebruik opnieuw worden ingeperkt. 4.4. De advocaat van betrokkene voert aan dat zijn cliënte op enig moment in een toestand is beland, waarin zij fors ontregeld is geraakt. Zij heeft die situatie inmiddels achter zich weten te laten. Zij is nu rustig en ook niet meer angstig. Daarom zou zij graag weer over de vrijheid willen beschikken om van haar mobiele telefoon gebruik te kunnen maken. Dit maakt dat hij namens zijn cliënte het standpunt inneemt dat het verzoek dient te worden afgewezen, op de grond dat dit in de gegeven omstandigheden als niet proportioneel heeft te gelden. 5 De beoordeling 5.1. De rechtbank verleent de gevraagde wijziging van de zorgmachtiging. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt. 5.2. Uit de inhoud van de stukken blijkt dat na het verlenen van de machtiging tot voortzetting crisismaatregel zich een (dreigende) noodsituatie heeft voorgedaan. Daarbij is aanvullende verplichte zorg ingezet in de vorm van het beperken van het gebruik door betrokkene van communicatiemiddelen, ter afwending van ernstig nadeel, uit het oogpunt van de veiligheid binnen de accommodatie en ter bescherming van de rechten en vrijheden van medepatiënten, als bedoeld in artikel 8:11 van de Wet geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). De inhoud van de stukken en daarnaast het verhandelde ter zitting strekken naar het oordeel van de rechtbank tot de overtuiging dat bedoelde aanvullende verplichte zorg ook op dit moment nog noodzakelijk is. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat betrokkene weliswaar intussen een rustigere indruk maakt, maar dat dit pas sinds zeer recent het geval is. Ook is er nog onvoldoende zicht op de werkelijke oorzaak van de psychotische toestand, waarin betrokkene is geraakt en weigert zij de haar voorgeschreven medicatie te accepteren, wat een belemmering vormt om haar adequaat te behandelen. Dit bij elkaar maakt dat haar gedrag in de (nabije) toekomst zich op dit moment moeilijk laat voorspellen. Gelet daarop acht de rechtbank ook de kans dat betrokkene, zodra zij volledig over haar mobiele telefoon beschikt, opnieuw veelvuldig het noodnummer zal gaan bellen, of althans daarvan op een voor anderen belastende wijze gebruik zal gaan maken, nog in belangrijke mate aanwezig. Uit de opstelling van betrokkene leidt de rechtbank af dat er op dit moment geen of althans onvoldoende ruimte is om daarover met betrokkene in een vrijwillig kader tot bestendige afspraken te komen. In die zin is dus niet gebleken van minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De aanvullende vorm van verplichte zorg die de rechtbank toewijst is daarom evenredig en naar verwachting effectief. Ook is bij het bepalen van de juiste vormen van zorg rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving. Wel blijkt uit de toelichting van haar behandelaren dat zij zullen blijven zoeken naar mogelijkheden om betrokkene stapsgewijs vaker over haar telefoon te laten beschikken. 5.3.