Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-02-04
ECLI:NL:RBZWB:2026:1489
Civiel recht
Rekestprocedure
2,039 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBZWB:2026:1489 text/xml public 2026-03-13T14:17:33 2026-03-07 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-02-04 C/02/443987 / JE RK 26-69 Uitspraak Rekestprocedure NL Breda Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:1489 text/html public 2026-03-12T11:27:25 2026-03-13 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:1489 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 04-02-2026 / C/02/443987 / JE RK 26-69 Verlenging ots voor de duur van zes maanden, resterende deel aangehouden RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/443987 / JE RK 26-69 Datum uitspraak: 4 februari 2026 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling in de zaak van de gecertificeerde instelling STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT , gevestigd te Tilburg, hierna te noemen de GI, over [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2011 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats] , advocaat mr. T.M. ten Velde uit Tilburg, [de vader] , hierna te noemen de vader, wonende in [woonplaats] , advocaat mr. R.G.J. van Kerkhof uit Gilze. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 13 januari 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 4 februari 2026. Daarbij waren aanwezig: - de vader met zijn advocaat; - de moeder met haar advocaat; - twee vertegenwoordigers van de GI. 1.3. De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige] heeft een mail geschreven. Hij geeft - samengevat - aan dat wat hem betreft de ondertoezichtstelling mag stoppen. Hij wil contact met zijn vader, maar niet zo lang de vader met zijn huidige partner is. De belanghebbenden is tijdens de mondelinge behandeling gevraagd te reageren op de mail van [minderjarige] . 2 De feiten 2.1. De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] . 2.2. [minderjarige] woont bij zijn moeder. 2.3. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 6 februari 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 20 februari 2026. 3 Het verzoek 3.1. De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 4 De standpunten 4.1. Door de GI wordt aangevoerd dat [minderjarige] bij zijn moeder, de partner van moeder en [de zus] woont. In 2017 zijn de ouders gescheiden en in december 2022 hebben de ouders een contactregeling vast laten leggen waarbij [minderjarige] om het weekend naar de vader zou gaan. Deze regeling wordt niet structureel nageleefd. De ouders hebben de mogelijkheid gekregen om met een ouderschapsbemiddelaar een actueel ouderschapsplan te maken. Ook dit is niet gelukt, omdat alleen de moeder op deze afspraken is verschenen. De GI heeft naar de ouders gecommuniceerd dat nu zij geen nieuwe afspraken hebben gemaakt, het huidige ouderschapsplan geldig is. De vader gaat hier niet mee akkoord in verband met de weerstand die dit geeft bij zijn partner. Op 22 augustus 2025 is de situatie geëscaleerd omdat [minderjarige] door [de zus] naar de vader werd gebracht, conform de afspraken uit het ouderschapsplan. De partner van de vader ging er niet mee akkoord dat [minderjarige] een weekend bij zijn vader zou zijn. De spanning liep dermate hoog op dat er fysiek geweld plaatsvond tussen de vader en zijn partner en er spullen in huis kapot gingen. Sindsdien is [minderjarige] niet meer naar zijn vader gegaan. [minderjarige] wil echter graag contact met zijn vader en probeert ook met hem af te spreken. De GI gunt [minderjarige] contact met de vader zonder zijn partner. De praktijk heeft uitgewezen dat de vader wel wil, maar dat het lastig is voor hem om afspraken na te komen. Er moeten duidelijke afspraken worden gemaakt hoe het contact tussen de vader en [minderjarige] kan worden vormgegeven. Echter het maken van vaste afspraken is tot op heden niet haalbaar gebleken, omdat het voor de ouders lastig is zich aan gemaakte afspraken te houden. De GI ziet dat het probleem vooral is gelegen in het systeem van de vader. De relatie van de vader met zijn partner gaat echter niet veranderen en dat heeft de GI ook aangegeven richting [minderjarige] . 4.2. Door en namens de vader wordt aangegeven dat de ondertoezichtstelling wat hem betreft niet hoeft te worden verlengd, maar hij maakt geen bezwaar tegen het verzoek van de GI. Ondanks de ondertoezichtstelling blijft de situatie hetzelfde. De vader is hulpverleningsmoe. De vader heeft wel nog af en toe contact met [minderjarige] . Het komt voor dat hij [minderjarige] uit school ophaalt en naar huis brengt. Volgens de vader staat de moeder nauwelijks contact tussen hem en [minderjarige] toe. Zodra de vader iets met [minderjarige] wil gaan doen, komt dat volgens de moeder niet uit. De vader hoopt dat met de hulpverlening door [hulpverlening] wel iets kan worden bereikt. 4.3. Door en namens de moeder wordt bezwaar gemaakt tegen de verzochte verlenging van de ondertoezichtstelling. Het is de vraag wat een ondertoezichtstelling nog kan brengen. [minderjarige] wil op dit moment rust. Het afgelopen jaar zijn veel afspraken door de vader niet nagekomen. Een verlenging van de ondertoezichtstelling zal deze situatie ook niet veranderen. Voorkomen moet worden dat [minderjarige] het vertrouwen verliest in de hulpverlening en in zijn ouders. De moeder staat niet afwijzend tegenover contact tussen [minderjarige] en de vader. Zij vindt het echter niet wenselijk dat hier vaste afspraken over worden gemaakt. 5 De beoordeling 5.1. De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom. 5.2. De ontwikkeling van [minderjarige] wordt nog steeds ernstig bedreigd, omdat hij wordt belast met de strijd en gebrekkige communicatie tussen de ouders, hij nauwelijks contact heeft met zijn vader en hij onder de aandacht is van school vanwege veel afwezigheid. Het is de ouders (nog) niet gelukt om afspraken te maken over onbelast contact tussen [minderjarige] en de vader, passend bij de actuele situatie. [minderjarige] heeft een duidelijke wens tot contact met zijn vader en hij moet weten waar hij aan toe is. Daar is de inzet van hulpverlening voor nodig en gelet op hoe het in het verleden is gegaan, verwacht de kinderrechter dat vrijwillige hulpverlening onvoldoende kan bereiken. [hulpverlening] gaat nu starten. Deze hulpverlening moet een kans krijgen binnen het kader van de ondertoezichtstelling. 5.3. De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling verlengen, maar wel beperken in duur tot zes maanden en de overige zes maanden aanhouden, zodat kan worden bekeken of de hulpverlening van [hulpverlening] van de grond komt en een positieve ontwikkeling weet te bewerkstelligen. De GI wordt gevraagd om over vijf maanden een verslag in te dienen over het verloop van de hulpverlening door [hulpverlening] en de actuele stand van zaken. Indien ook de hulpverlening door [hulpverlening] niet (voldoende) van de grond komt, moet bekeken worden of een verlenging van het resterende deel van de ondertoezichtstelling nog noodzakelijk is. De kinderrechter spreekt echter de hoop uit dat de ouders zich met de hulp van [hulpverlening] blijven inzetten om een onbelast contact tussen de vader en [minderjarige] mogelijk te maken, aangezien [minderjarige] een duidelijke wens heeft tot contact met zijn vader. 5.4. De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. De kinderrechter vindt het in het belang van [minderjarige] dat de betrokkenheid van de GI niet onderbroken wordt. 6 De beslissing De kinderrechter: 6.1. verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met ingang van 20 februari 2026 tot 20 augustus 2026; 6.2. verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad; 6.3.